Micro-organismen en het immuunsysteem
Dit document is een origineel geschreven samenvatting bedoeld als ondersteunend studiemateriaal bij het vak
Microbiologie (HBO-Verpleegkunde / MBO-Verpleegkunde, jaar 1), gebaseerd op algemeen aanvaarde
microbiologische en immunologische theorie. Dit document is niet gebaseerd op één specifieke druk en vervangt geen
medisch onderwijs.
Inhoud: 1. Prokaryoten en eukaryoten — 2. De bacteriecel — 3. Indeling van bacteriën — 4. Virussen — 5.
Schimmels en gisten — 6. A-specifieke afweer — 7. Specifieke afweer — 8. Actieve en passieve immuniteit —
9. Antibiotica en resistentie — 10. Begrippenlijst — 11. Oefenvragen
1. Prokaryoten en eukaryoten
Micro-organismen worden op basis van hun celstructuur ingedeeld in twee hoofdgroepen:
prokaryoten en eukaryoten.
Type Kenmerk
Prokaryoten Geen celkern; erfelijk materiaal vrij in het cytoplasma; onder meer bacteriën
Eukaryoten Wel een celkern en celorganellen zoals mitochondriën; onder meer schimmels en
menselijke cellen
Virussen worden niet als levende cellen beschouwd, en vallen buiten deze indeling: zij bestaan uit
erfelijk materiaal omgeven door een eiwitmantel, en zijn voor hun vermenigvuldiging volledig
afhankelijk van een gastheercel.
, 2. De bacteriecel
Een typische bacteriecel bestaat uit een celmembraan, meestal omgeven door een celwand die
specifiek is voor bacteriën, met daarbinnen cytoplasma, ribosomen en een kerngebied zonder
kernmembraan.
Structuur Functie
Celwand Geeft stevigheid en bescherming; belangrijk aangrijpingspunt voor antibiotica
Kapsel Beschermende buitenlaag die het immuunsysteem kan bemoeilijken de bacterie te
herkennen
Flagellen Zweepstaartjes die bewegelijkheid mogelijk maken
Pili Korte, haarachtige structuren, onder meer gebruikt voor hechting aan oppervlakken
Externe structuren zoals het kapsel, flagellen en pili worden door het immuunsysteem doorgaans als
lichaamsvreemd herkend, wat een aanknopingspunt biedt voor een afweerreactie.