BELANGRIJKE INFO:
- Begrippenlijst opstellen
- Inhoudstafel van Ger. W. afdrukken
Schema burgerlijke procedure:
Inleiding van Inleidende Instaatstellin
Pleitzitting Beraad Uitspraak Rechtsmiddel
het geding zitting g
- Inleiding van het geding
o Inleidende akte
Dagvaarding, verzoekschrift…
- Inleidende zitting
o Korte debatten
o De zaak in staat stellen
- Instaatstelling
- Pleitzitting
o Wanneer kan die pleitzitting gehouden worden?
De partijen moeten hun conclusies en stukken neerleggen
- Beraad
- Uitspraak
o Onontvankelijkheid
Procesrechtelijk bekijken
Spelregels
Recht op de rechter?
Waar vindt met het antwoord op al die vragen? In het Gerechtelijk
Wetboek
o Gegrondheid
Inhoudelijk bekijken
Heeft de eiser recht op zijn eis?
Waar vindt met het antwoord op al die vragen? De wet die van
toepassing op het geschil (want het gaat over het materieel recht)
- Rechtsmiddel
1
, GERECHTELIJK PRIVAATRECHT
LEERSTUK 1: SITUERING VAN HET GERECHTELIJK PRIVAATRECHT
1. VINDPLAATS VAN HET GERECHTELIJK PRIVAATRECHT
Je vindt regels van procesrecht in:
- internationale verdragen, bijvoorbeeld in artikel 6 van het EVRM, dat bepaalt
dat iedereen recht heeft op een eerlijk proces,
- de Grondwet (bijvoorbeeld art. 149 Gw., dat bepaalt dat rechters hun uitspraken
moeten motiveren: "Elk vonnis is met redenen omkleed".).
- specifieke wetgeving, zoals de Taalwet (Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der
talen in gerechtszaken), waarin geregeld is in welke taal een proces moet worden
gevoerd.
- algemene rechtsbeginselen: bijvoorbeeld het beschikkingsbeginsel (= het beginsel
van de partijautonomie) dat inhoudt dat de partijen zelf de grenzen van het
geding afbakenen (en bijvoorbeeld beslissen welke vordering zij stellen tegen
wie).
- gebruiken: bijvoorbeeld akkoordprotocollen met afspraken tussen de
rechtscolleges en de balies van advocaten.
- rechtspraak en rechtsleer: zoals je weet, zijn dit geen bindende, maar wel
gezaghebbende rechtsbronnen.
Het Belgisch gerechtelijk privaatrecht vind je echter hoofdzakelijk terug in
het Gerechtelijk Wetboek. Het Gerechtelijk Wetboek is opgenomen in deel 2 van de VRG-
Codex.
- Waar wordt dit geregeld?
o Internationaal recht
Internationale verdragen: voorbeeld art. 6 EVRM (iedereen heeft
recht op een eerlijk proces)
o De Grondwet
Voorbeeld art. 149 Gw. (bepaalt dat rechters hun uitspraken moeten
motiveren)
o Specifieke wetgeving
Voorbeeld de Taalwet (wordt geregeld in welke taak een proces
moet worden uitgevoerd)
o Algemene rechtsbeginselen
Voorbeeld het beschikkingsbeginsel (het beginsel van de
partijautonomie)
o Gebruiken
Voorbeeld akkoordprotocollen met afspraken tussen de
rechtscolleges aan de balies van advocaten
o Rechtspraak en rechtsleer
Geen bindende, maar wel gezaghebbende rechtsbronnen
2. KENMERKEN VAN HET GERECHTELIJK PRIVAATRECHT
In verschillende rechtscursussen (personen- en familierecht, goederenrecht,
verbintenissenrecht,...) bestudeerde je het materieel recht: de inhoudelijke rechten en
plichten van (rechts)personen.
Tegenover dit materieel recht staat het formeel recht of procesrecht. Wie zijn subjectieve
of materiële rechten wil afdwingen, moet immers noodgedwongen een beroep doen op
2
, GERECHTELIJK PRIVAATRECHT
een rechter: in een rechtsstaat is eigenrichting (= het recht "in eigen handen nemen")
verboden.
Hoe je als rechtssubject een materieelrechtelijke aanspraak (= een eis of
vordering, gesteund op een beweerd inhoudelijk recht) kan realiseren, wordt geregeld
door het gerechtelijk (privaat)recht. In eerste instantie denk je wellicht aan rechtsregels
over het proces en de procedure. Maar het gerechtelijk recht is ruimer. Het bevat ook
regels over de rechtsvorderingen , de rechterlijke organisatie, de bevoegdheid van de
hoven en de rechtbanken,... Anders gezegd, het gerechtelijk privaatrecht heeft
een dienende functie: het staat ten dienste van het materieel, inhoudelijk recht.
Niettemin gaat het om een afzonderlijke, autonome rechtstak.
Een goede organisatie van het gerecht is fundamenteel voor het vertrouwen in justitie.
Het gerechtelijk recht weerspiegelt de opvattingen in een samenleving en is onderhevig
aan maatschappelijke evoluties. Het heeft dan ook een dynamisch karakter.
Ten slotte heeft het gerechtelijk privaatrecht een nationaal karakter: het geldt enkel voor
procedures die worden gevoerd voor Belgische rechtscolleges.
Sommige regels van procesrecht zijn van openbare orde: zij dienen ter bescherming van
het algemeen belang (vb. de regels over de rechterlijke organisatie en de materiële
bevoegdheid). Andere regels zijn van dwingend recht en dienen ter bescherming van
welbepaalde private belangen. Nog andere regels (vb. inzake de territoriale bevoegdheid)
zijn van aanvullend recht: daarvan kunnen de partijen afwijken.
Het burgerlijk proces is ten slotte accusatoir van aard (in tegenstelling tot het strafproces
dat inquisitoir is): het initiatief ligt bij de partijen. Zij bepalen waarover het geding zal
gaan en zorgen voor het bewijs.
- Het behoort tot het formeel recht (procesrecht)
o Het regelt hoe materiële rechten worden afgedwongen via de rechter.
o Het gaat dus niet over de inhoud van rechten en plichten, maar over de
procedure om ze te realiseren.
In een rechtsstaat is eigenrichting (= het recht in eigen handen
nemen) verboden!
- Dienende functie t.o.v. het materieel recht
o Het staat ten dienste van het inhoudelijk recht.
o Het biedt de middelen om een materieelrechtelijke aanspraak
(vordering/eis) effectief te laten gelden.
- Ruimer dan enkel procesregels
o Het omvat niet alleen procedure, maar ook:
Regels over rechtsvorderingen
De rechterlijke organisatie
De bevoegdheid van hoven en rechtbanken
- Autonome rechtstak
o Hoewel het het materieel recht ondersteunt, is het een afzonderlijke en
zelfstandige tak van het recht
- Dynamisch karakter
o Evolueert mee met maatschappelijke opvattingen
o Wijzigingen in samenleving invloed op gerechtelijke organisatie en
procesregels
- Nationaal karakter
3
, GERECHTELIJK PRIVAATRECHT
o Geldt enkel voor procedures voor Belgische rechtscolleges
- Verschillende soorten rechtsregels
o Binnen het gerechtelijk privaatrecht bestaan:
Regels van openbare orde beschermen het algemeen belang (bv.
rechterlijke organisatie, materiële bevoegdheid)
Dwingend recht beschermen bepaalde private belangen
Aanvullend recht partijen mogen ervan afwijken (bv. territoriale
bevoegdheid)
- Accusatoir karakter van het burgerlijk proces
o Initiatief ligt bij de partijen
Partijen bepalen:
Het voorwerp van het geschil
Het bewijs
3. TOEPASSINGSGEBIED VAN HET GERECHTELIJK PRIVAATRECHT
Bij elke wet (of wetboek) kan je vier vragen stellen:
- Op wie is de wet van toepassing?
- Op welke situaties is de wet van toepassing?
- Vanaf wanneer is de wet van toepassing?
- Waar is de wet van toepassing?
3.1. RATIONE PERSONAE
- Op wie is het gerechtelijk privaatrecht van toepassing?
o Voor elke rechtsbekwaam rechtssubject
Quasi ieder natuurlijk persoon en elke rechtspersoon
3.2. RATIONE MATERIAE
- Op welke materie heeft het gerechtelijk privaatrecht betrekking?
o Subjectief geschil
Geschillen over subjectieve rechten
o Objectief geschil
Geschillen die te maken hebben met de wettelijkheid van
handelingen die door de overheid zijn gesteld
o Enkel van toepassing op burgerlijke geschillen (subjectieve rechten)
Hieronder valt ook het bijvoorbeeld een schadevergoeding vorderen
van de overheid!
Maar! Artikel 2 Ger. W.: alle rechtsplegingen
Het Gerechtelijk Wetboek wordt beschouwd als de ‘mama’
van het recht
o Van toepassing op strafzaken, administratieve
rechtszaken…
Behoudens: als er specifieke wetgeving bestaat die van
toepassing is, die een andere regeling betreft, dan wordt er
voorrang gegeven aan de specifieke wetgeving
VOORBEELDEN VAN AFWIJKENDE BEPALING VAN STRAFPROCESRECHT:
Artikel 1051 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de termijn om hoger beroep aan te
tekenen één maand bedraagt. Het hoger beroep wordt overeenkomstig artikel 1056, 2°
4