ULTIMATE MASTER EXAM: INLEIDING POLITIONELE ORGANISATIE - GESCHIEDENIS
VAN HET BELGISCHE POLITIEBESTEL (1794-HEEDEN) | UGent | 2025/26
SECTION A: FRENCH PERIOD AND THE ORIGINS OF THE BELGIAN POLICE (1794-1830)
1. In welk jaar werd de eerste gestructureerde politionele organisatie op het
grondgebied van het huidige België ingevoerd onder Frans bewind?
A. 1789
B. 1794
C. 1795
D. 1800
Answer: B. 1794
Rationale: De Franse revolutionaire legers veroverden de Oostenrijkse Nederlanden in 1794
en voerden het Franse bestuursmodel in, inclusief de gendarmerie en de gemeentepolitie,
wat de basis legde voor de moderne politieorganisatie in België.
2. Welke Franse wet uit 1798 regelde de organisatie van de politie in de
departementen?
A. Wet van 22 Prairial
B. Wet van 28 Germinal
C. Wet van 19 Brumaire
D. Wet van 24 Frimaire
Answer: B. Wet van 28 Germinal
Rationale: De wet van 28 Germinal jaar VI (1798) organiseerde de politie in de Franse
departementen en legde de basis voor de verdeling tussen administratieve (bestuurlijke) en
gerechtelijke politie, een onderscheid dat tot vandaag blijft bestaan.
3. Wat was de naam van de Franse paramilitaire politiemacht die in 1791 werd
opgericht en ook in de Zuidelijke Nederlanden werd ingevoerd?
A. Garde Nationale
B. Gendarmerie Nationale
C. Maréchaussée
D. Sûreté Nationale
,Answer: B. Gendarmerie Nationale
Rationale: De Gendarmerie Nationale werd opgericht in 1791 als een militaire macht belast
met politietaken. Ze werd ingevoerd in de geannexeerde gebieden en vormde de voorloper
van de latere Belgische Rijkswacht.
4. Het Franse politiemodel dat in de Zuidelijke Nederlanden werd ingevoerd,
kenmerkte zich door:
A. Een volledig gedecentraliseerd systeem zonder centrale sturing
B. Een sterk gecentraliseerd systeem met prefecten als vertegenwoordigers van de centrale
macht
C. Een systeem gebaseerd op Engelse principes van gemeentelijke autonomie
D. Een militair systeem zonder burgerlijke betrokkenheid
Answer: B. Een sterk gecentraliseerd systeem met prefecten als vertegenwoordigers
van de centrale macht
Rationale: Het Franse model was sterk gecentraliseerd. Prefecten, als vertegenwoordigers
van de centrale macht in de departementen, oefenden het gezag uit over de politie, wat een
breuk betekende met het ancien régime.
5. Welk begrip uit de Franse politionele traditie verwijst naar de politie als instrument
van de staat om de openbare orde te handhaven en wordt geassocieerd met een sterk
hiërarchisch model?
A. Police de sûreté
B. Haute police
C. Police judiciaire
D. Police administrative
Answer: B. Haute police
Rationale: 'Haute police' verwijst naar de politie als instrument van de staatsmacht, belast
met de handhaving van de openbare orde en de veiligheid van de staat. Dit concept is diep
geworteld in de Franse politionele traditie.
6. Welke wet uit de Franse periode introduceerde het onderscheid tussen bestuurlijke
politie en gerechtelijke politie?
A. Wet van 1795
B. Wet van 1798
C. Wet van 1800
D. Wet van 1810
Answer: C. Wet van 1800
Rationale: De wet van 28 Pluviôse jaar VIII (1800) hervormde de administratieve organisatie
,en bevestigde het onderscheid tussen de bestuurlijke politie (onder gezag van de
burgemeester en prefect) en de gerechtelijke politie (onder gezag van de procureur).
7. De 'Sûreté' in de Franse politionele traditie had voornamelijk tot taak:
A. De openbare orde handhaven op straat
B. De gerechtelijke politie uitoefenen en misdaden opsporen
C. De grenzen bewaken
D. De militaire dienstplicht controleren
Answer: B. De gerechtelijke politie uitoefenen en misdaden opsporen
Rationale: De Sûreté was de tak van de Franse politie die zich bezighield met de
gerechtelijke politie, het opsporen van misdrijven en het verzamelen van bewijsmateriaal,
in tegenstelling tot de meer zichtbare 'police de rue'.
8. Welke invloed had de Franse periode op de latere Belgische politieorganisatie?
A. Geen enkele, België begon volledig vanaf nul in 1830
B. De basisprincipes van de georganiseerde politie, waaronder de gendarmerie en
gemeentepolitie, werden overgenomen
C. Enkel de naam 'politie' werd overgenomen
D. De Fransen lieten enkel een militie achter
Answer: B. De basisprincipes van de georganiseerde politie, waaronder de
gendarmerie en gemeentepolitie, werden overgenomen
Rationale: De Franse periode legde de fundamenten voor de Belgische politie. Het systeem
van gendarmerie, gemeentepolitie en het onderscheid tussen bestuurlijke en gerechtelijke
politie bleven grotendeels behouden na de onafhankelijkheid.
9. Het 'Comité de salut public' tijdens de Franse Revolutie had een bijzonder
repressief politioneel apparaat. Hoe wordt deze periode vaak gekarakteriseerd?
A. Als een periode van politieke liberalisering
B. Als een 'politiestaat' met uitgebreide surveillance en repressie
C. Als een periode van politie-inkrimping
D. Als een periode van gemeentelijke politie-autonomie
Answer: B. Als een 'politiestaat' met uitgebreide surveillance en repressie
Rationale: De Terreurperiode (1793-1794) wordt gekenmerkt door een intense politiestaat
met uitgebreide surveillance, denunciatie en repressie van tegenstanders. Dit vormde een
donker hoofdstuk in de politionele geschiedenis.
10. De Franse 'Code d'instruction criminelle' van 1808 had welke betekenis voor de
politie?
A. Ze schafte de gerechtelijke politie af
B. Ze regelde de verhouding tussen de gerechtelijke politie en het openbaar ministerie
, C. Ze gaf de politie onbeperkte bevoegdheden
D. Ze was enkel van toepassing op de militaire politie
Answer: B. Ze regelde de verhouding tussen de gerechtelijke politie en het openbaar
ministerie
Rationale: De Code d'instruction criminelle van 1808 regelde de procedure in strafzaken en
definieerde de rol van de gerechtelijke politie onder leiding van het openbaar ministerie,
een systeem dat grotendeels werd overgenomen in België.
11. Wat was de functie van de 'commissaire de police' in de Franse periode?
A. Enkel verantwoordelijk voor brandpreventie
B. Een lokale politie-ambtenaar met zowel bestuurlijke als gerechtelijke taken
C. Een militaire officier zonder politionele bevoegdheden
D. Een belastinginner met nevenfunctie
Answer: B. Een lokale politie-ambtenaar met zowel bestuurlijke als gerechtelijke
taken
Rationale: De commissaire de police was de lokale politie-ambtenaar in Franse steden,
belast met zowel bestuurlijke (handhaving openbare orde) als gerechtelijke (opsporing van
misdrijven) taken, een functie die later werd overgenomen in België.
12. Hoe werd de politie in de Franse departementen aangestuurd?
A. Rechtstreeks door de koning
B. Via een systeem van prefecten die de centrale macht vertegenwoordigden
C. Door lokale raden die autonoom beslisten
D. Door de militaire overheid
Answer: B. Via een systeem van prefecten die de centrale macht vertegenwoordigden
Rationale: Het Napoleontische model voorzag in prefecten als vertegenwoordigers van de
centrale macht in de departementen. Zij oefenden het gezag uit over de politie en waren
rechtstreeks verantwoordelijk aan de minister van Binnenlandse Zaken.
13. Welke term wordt gebruikt voor de politie in de Franse traditie die belast is met de
preventieve handhaving van de openbare orde?
A. Police régressive
B. Police administrative
C. Police d'enquête
D. Police secrète
Answer: B. Police administrative
Rationale: De bestuurlijke politie (police administrative) is belast met de preventieve
handhaving van de openbare orde, het nemen van maatregelen om verstoringen te
voorkomen en het toezicht op de naleving van reglementen.
VAN HET BELGISCHE POLITIEBESTEL (1794-HEEDEN) | UGent | 2025/26
SECTION A: FRENCH PERIOD AND THE ORIGINS OF THE BELGIAN POLICE (1794-1830)
1. In welk jaar werd de eerste gestructureerde politionele organisatie op het
grondgebied van het huidige België ingevoerd onder Frans bewind?
A. 1789
B. 1794
C. 1795
D. 1800
Answer: B. 1794
Rationale: De Franse revolutionaire legers veroverden de Oostenrijkse Nederlanden in 1794
en voerden het Franse bestuursmodel in, inclusief de gendarmerie en de gemeentepolitie,
wat de basis legde voor de moderne politieorganisatie in België.
2. Welke Franse wet uit 1798 regelde de organisatie van de politie in de
departementen?
A. Wet van 22 Prairial
B. Wet van 28 Germinal
C. Wet van 19 Brumaire
D. Wet van 24 Frimaire
Answer: B. Wet van 28 Germinal
Rationale: De wet van 28 Germinal jaar VI (1798) organiseerde de politie in de Franse
departementen en legde de basis voor de verdeling tussen administratieve (bestuurlijke) en
gerechtelijke politie, een onderscheid dat tot vandaag blijft bestaan.
3. Wat was de naam van de Franse paramilitaire politiemacht die in 1791 werd
opgericht en ook in de Zuidelijke Nederlanden werd ingevoerd?
A. Garde Nationale
B. Gendarmerie Nationale
C. Maréchaussée
D. Sûreté Nationale
,Answer: B. Gendarmerie Nationale
Rationale: De Gendarmerie Nationale werd opgericht in 1791 als een militaire macht belast
met politietaken. Ze werd ingevoerd in de geannexeerde gebieden en vormde de voorloper
van de latere Belgische Rijkswacht.
4. Het Franse politiemodel dat in de Zuidelijke Nederlanden werd ingevoerd,
kenmerkte zich door:
A. Een volledig gedecentraliseerd systeem zonder centrale sturing
B. Een sterk gecentraliseerd systeem met prefecten als vertegenwoordigers van de centrale
macht
C. Een systeem gebaseerd op Engelse principes van gemeentelijke autonomie
D. Een militair systeem zonder burgerlijke betrokkenheid
Answer: B. Een sterk gecentraliseerd systeem met prefecten als vertegenwoordigers
van de centrale macht
Rationale: Het Franse model was sterk gecentraliseerd. Prefecten, als vertegenwoordigers
van de centrale macht in de departementen, oefenden het gezag uit over de politie, wat een
breuk betekende met het ancien régime.
5. Welk begrip uit de Franse politionele traditie verwijst naar de politie als instrument
van de staat om de openbare orde te handhaven en wordt geassocieerd met een sterk
hiërarchisch model?
A. Police de sûreté
B. Haute police
C. Police judiciaire
D. Police administrative
Answer: B. Haute police
Rationale: 'Haute police' verwijst naar de politie als instrument van de staatsmacht, belast
met de handhaving van de openbare orde en de veiligheid van de staat. Dit concept is diep
geworteld in de Franse politionele traditie.
6. Welke wet uit de Franse periode introduceerde het onderscheid tussen bestuurlijke
politie en gerechtelijke politie?
A. Wet van 1795
B. Wet van 1798
C. Wet van 1800
D. Wet van 1810
Answer: C. Wet van 1800
Rationale: De wet van 28 Pluviôse jaar VIII (1800) hervormde de administratieve organisatie
,en bevestigde het onderscheid tussen de bestuurlijke politie (onder gezag van de
burgemeester en prefect) en de gerechtelijke politie (onder gezag van de procureur).
7. De 'Sûreté' in de Franse politionele traditie had voornamelijk tot taak:
A. De openbare orde handhaven op straat
B. De gerechtelijke politie uitoefenen en misdaden opsporen
C. De grenzen bewaken
D. De militaire dienstplicht controleren
Answer: B. De gerechtelijke politie uitoefenen en misdaden opsporen
Rationale: De Sûreté was de tak van de Franse politie die zich bezighield met de
gerechtelijke politie, het opsporen van misdrijven en het verzamelen van bewijsmateriaal,
in tegenstelling tot de meer zichtbare 'police de rue'.
8. Welke invloed had de Franse periode op de latere Belgische politieorganisatie?
A. Geen enkele, België begon volledig vanaf nul in 1830
B. De basisprincipes van de georganiseerde politie, waaronder de gendarmerie en
gemeentepolitie, werden overgenomen
C. Enkel de naam 'politie' werd overgenomen
D. De Fransen lieten enkel een militie achter
Answer: B. De basisprincipes van de georganiseerde politie, waaronder de
gendarmerie en gemeentepolitie, werden overgenomen
Rationale: De Franse periode legde de fundamenten voor de Belgische politie. Het systeem
van gendarmerie, gemeentepolitie en het onderscheid tussen bestuurlijke en gerechtelijke
politie bleven grotendeels behouden na de onafhankelijkheid.
9. Het 'Comité de salut public' tijdens de Franse Revolutie had een bijzonder
repressief politioneel apparaat. Hoe wordt deze periode vaak gekarakteriseerd?
A. Als een periode van politieke liberalisering
B. Als een 'politiestaat' met uitgebreide surveillance en repressie
C. Als een periode van politie-inkrimping
D. Als een periode van gemeentelijke politie-autonomie
Answer: B. Als een 'politiestaat' met uitgebreide surveillance en repressie
Rationale: De Terreurperiode (1793-1794) wordt gekenmerkt door een intense politiestaat
met uitgebreide surveillance, denunciatie en repressie van tegenstanders. Dit vormde een
donker hoofdstuk in de politionele geschiedenis.
10. De Franse 'Code d'instruction criminelle' van 1808 had welke betekenis voor de
politie?
A. Ze schafte de gerechtelijke politie af
B. Ze regelde de verhouding tussen de gerechtelijke politie en het openbaar ministerie
, C. Ze gaf de politie onbeperkte bevoegdheden
D. Ze was enkel van toepassing op de militaire politie
Answer: B. Ze regelde de verhouding tussen de gerechtelijke politie en het openbaar
ministerie
Rationale: De Code d'instruction criminelle van 1808 regelde de procedure in strafzaken en
definieerde de rol van de gerechtelijke politie onder leiding van het openbaar ministerie,
een systeem dat grotendeels werd overgenomen in België.
11. Wat was de functie van de 'commissaire de police' in de Franse periode?
A. Enkel verantwoordelijk voor brandpreventie
B. Een lokale politie-ambtenaar met zowel bestuurlijke als gerechtelijke taken
C. Een militaire officier zonder politionele bevoegdheden
D. Een belastinginner met nevenfunctie
Answer: B. Een lokale politie-ambtenaar met zowel bestuurlijke als gerechtelijke
taken
Rationale: De commissaire de police was de lokale politie-ambtenaar in Franse steden,
belast met zowel bestuurlijke (handhaving openbare orde) als gerechtelijke (opsporing van
misdrijven) taken, een functie die later werd overgenomen in België.
12. Hoe werd de politie in de Franse departementen aangestuurd?
A. Rechtstreeks door de koning
B. Via een systeem van prefecten die de centrale macht vertegenwoordigden
C. Door lokale raden die autonoom beslisten
D. Door de militaire overheid
Answer: B. Via een systeem van prefecten die de centrale macht vertegenwoordigden
Rationale: Het Napoleontische model voorzag in prefecten als vertegenwoordigers van de
centrale macht in de departementen. Zij oefenden het gezag uit over de politie en waren
rechtstreeks verantwoordelijk aan de minister van Binnenlandse Zaken.
13. Welke term wordt gebruikt voor de politie in de Franse traditie die belast is met de
preventieve handhaving van de openbare orde?
A. Police régressive
B. Police administrative
C. Police d'enquête
D. Police secrète
Answer: B. Police administrative
Rationale: De bestuurlijke politie (police administrative) is belast met de preventieve
handhaving van de openbare orde, het nemen van maatregelen om verstoringen te
voorkomen en het toezicht op de naleving van reglementen.