INHOUDSOPGAVE CRIMINOLOGISCHE PSYCHOLOGIE (C03C6a/C9XA9A)
AJ 2025-2026
Prof. dr. Lore Mergaerts
DEEL I. EEN INLEIDING IN DE CRIMINOLOGISCHE PSYCHOLOGIE
1. Een schets van de criminologische psychologie
psychologie als één van de mogelijke invalshoeken om crimineel gedrag te bestuderen
1.1. Verschillende vormen van binnen de criminologie toegepaste psychologie
- forensische psychologie
- rechtspsychologie
- investigative psychology
- correctional psychology
- criminologische psychologie
zie slide:
A: daders en verdachten (altijd in strafrechtelijke context)
daders = zekerheid dat de persoon het feit heeft gepleegd
verdachte = nog niets bewezen
B: buiten strafrecht: bv bestuursrecht, schadeclaims
C: niveau waarop we de studies doen = groepsniveau
bv alles brandstichters in BE
vergelijken kenmerken daders met een groep niet-plegers
onderscheidende kenmerken?
D: politionele autoriteiten
- forensisch: toepassing van criminologische en rechtspsychologie en andere sub
disciplines op individuele casussen
= gerechtelijke context, op individueel niveau
= heel specifieke toepassing
- criminologische psychologie: bestudeert delinquent gedrag (vaak verbreed naar
antisociaal gedrag of deviantie) en gaat opzoek naar een verklaring ervan op
niveau van de delinquenten
o psychologische verschillen tussen delinquenten en niet-delinquenten
zoeken in de veronderstelling hierin een verklaring voor delinquentie kan
worden gevonden (= differentiële psychologie)
bv. verschillen op vlak van spanningsbehoefte
o andere manieren om criminaliteit te verklaren: psychodynamische
concepten en leertheoretische principes
o op zoek naar algemene processen en verschillen en processen en
verschillen binnen subgroepen (seksuele delicten, geweldplegers, …)
o band tussen delinquentie en geestesstoornissen
1
, - rechtspsychologie: niet enkel focus op criminaliteit maar ook op
burgerrechtelijke problemen (effect echtsscheiding op het kind, effecten
arbeidsongevallen, …)
o niet zozeer focus op delinquent maar op ‘de anderen dan de delinquent’
(getuigen, omstanders, slachtoffers, kinderen, politieambtenaren, parket
en zetelende magistraten, gevangenispersoneel)
o in mindere mate ook gericht op daders (bv. naar het liegen en
leugendetectortechnieken)
- investigative psychology: daderprofilering
o inzichten in typologieën van daders (bv seriemoordenaars, …) linken aan
plaats delicten en zo dader opsporen?
- police psychology: HR-beleid, wat maakt een goede politieambtenaar? NIET:
hoe wordt een verhoor afgenomen, hoe gedragen ambtenaren zich tov burgers
- correctional psychology: tss forensisch en criminologisch in hele brede context
(inzichten uit beide)
o gevangeniswezen: hoe inrichten, programma’s, … -> forensisch
o inzichten over kenmerken gedetineerden -> criminologisch
1.2. Wat is criminologische psychologie?
- geen haarscherp afgelijnde discipline
- raakvlakken en overlap met aanverwante disciplines
- geen eenduidigheid, maar wel enkele gemene delers
o focus op plegers en verdachten van crimineel gedrag
o verklaringen voor het plegen van crimineel gedrag
o hoe met plegers en verdachten moet worden omgegaan in
strafrechtspleging
- weke factoren dragen bij tot crim gedrag?
- hoe kunnen we crim gedrag verminderen?
- waarom zijn er verschillen tss mensen / periodes / landen / plaatsen / … op
vlak van crimineel gedrag
1.3. De ontwikkeling van de criminologische psychologie
enkele belangrijke grondleggers:
1) Cesare Lombroso (19de E): grondlegger psychologische criminologie
- meer biologische insteek, gericht op uiterlijk
2) Raffaele Garofalo (eind 19de – begin 20e E)
- echte misdadigers (effectieve plegers) hebben een gebrek aan gevoelens,
emoties en empatie
- sancties moeten vooral gaan over schadevergoedingen aan slachtoffers, …
geen straffen want misdadigers kunnen niet veranderen (zijn gewoon
gebrekkig)
2
, - geen wetenschappelijke basis voor theorie van Lombroso, invloed van
verschillende factoren, gebrekkige emoties zullen we nooit kunnen
wegnemen
- zit tss aangeboren > < sociologische stroming
3) William Stern (eind 19de – begin 20e E): meer rechtspsycholoog
- Duitser, gevestigd in VS (heeft zijn onderzoek in VS opgebouwd) vluchten
voor joden vervolging
- baanbrekend onderzoek naar impact van het geheugen (vooral van
ooggetuigen)
- the psychology of testimony
- praktisch gericht impact van geheugen meten op ooggetuigen: wat kunnen
we met verklaringen? psychologie mee in de rechtzaal, rol in echte zaken
4) Hugo Münsterberg (19de E)
- ‘founding father rechtspsychologie’: maar heeft eigenlijk heel veel info
overgenomen
- kritisch voor hoe juristen besluitvorming doen in strafrechtprocedure
- politie en justitie doen volgens hem alles verkeerd, moesten meer luisteren
naar psychologen
- negatieve uitlatingen zetten rechtspsychologie een par stappen terug omdat
niemand luisterde
5) Hans Gross (19de E)
- founding father criminologische psychologie in EU
+ Hilde Kaufman, Erich Wulffen
6) Gustay Aschaffenburg (19de – 20e E)
- DE psychiater: wat gaat er om in het hoofd van misdadigers?
hoe zit dit aan de KUL? heeft de KUL een rol gespeeld?
ja en nee
1) Louis Braffort (19de – 20e E) oprichter Leuvense School voor Criminologie
o geen criminoloog, jurist
2) Etienne Degreeff (19de -20e E): opvolger Braffort als voorzitter school
o behoorde wel tot het domein van criminologische psychologie
o deed onderzoek naar passionele moorden
o wat is de rol van de opvoeding, …
o uitvinder criminogenese (vandaag nog steeds gebruikt)
3) René Dellaert (20e E): ook opvolger voorzitter vd school
o arts, psychiater, opvoedkundige: zowel academicus als praktijkkenner
o onderzoek vooral over psychologische verklaringen: welke rol speelt
persoonlijkheid in verklaringen voor crimineel gedrag
o pleitte voor interdisciplinaire visie
o strafuitvoering
4) Steven De Batselier (20e -21e E)
o andere insteek: kritische crim
o klinische benadering te stigmatiserend: veel breder bekijken: impact
omgeving en samenleving
o psychopathologie van de normale mens
5) Johan Goethals (21e E)
3
, o weer aandacht voor biologische factoren
o recidive + onveiligheidsgevoel
6) Geert Vervaeke (21e E)
o meer rechtspyscholoog
o deed onderzoek op de wip van rechtspsychologie en criminologische
psychologie
o invloeden van besluitvorming, kwaliteit van getuigen
o hoe om te gaan met criminelen
de bijdrage van de psychologie binnen criminologische benaderingen
- klassieke benadering: delinquent als rationele actor
o welbewuste keuze, uit vrije wil, op eigen voordeel gericht: ‘kosten-
batenanalyse’
o harder optreden want bewuste keuze: antwoord op criminaliteit is een
straf
o niet de vraag waarom staat centraal, maar hoe we als samenleving
delinquenten moeten aanpakken
o afschrikkingstheorie, rationele keuzetheorie, routineactiviteitentheorie
- neopositivistisch (nieuwe richting): delinquent als ‘zieke’ of ‘afwijkende’
o gedrag niet alleen gebaseerd op vrije wil, impact van interne en externe
factoren
o heel veel delinquenten geen bewuste keuze: afwijkingen in het hoofd,
mensen kunnen er niet aan doen (kritiek op klassiek)
o = medische, psychische, biologische invalshoek
o meest populair
o Degreef, Dellaer
o psychodynamische theorie, biologisch-psychologische theorie, cognitieve
ontwikkelingstheorie, differentieel-psychologisch persoonlijkheidstheorie,
leertheorie, cognitieve theorie, sociaalpsychologische theorie
- labeling en kritische criminologie: minimale bijdrage van de psychologie
o weinig aandacht crim. psychologie, vooral omgeving en sociologische
omstandigheden
op verschillende niveaus:
1) samenleving
2) lokale zones, gemeenschappen
3) kleine intieme groepen (gezin, school, peers)
4) criminele activiteiten en gebeurtenissen (patronen, types,
doelen en trends)
5) individuele delinquenten
o nu: snijvlak van alle benaderingen, interacties
1.4. Criminaliteit, afwijkend gedrag en de strafbaarstelling ervan als referentiekader voor
de criminologische psychologie
- geen eenduidigheid: specifieke verschillen tss verschillende groepen
(brandstichters, dieven, …)
o meeste onderzoek naar gewelddadig gedrag en zedenfeiten
(verkrachtingen, aanranding)
4
AJ 2025-2026
Prof. dr. Lore Mergaerts
DEEL I. EEN INLEIDING IN DE CRIMINOLOGISCHE PSYCHOLOGIE
1. Een schets van de criminologische psychologie
psychologie als één van de mogelijke invalshoeken om crimineel gedrag te bestuderen
1.1. Verschillende vormen van binnen de criminologie toegepaste psychologie
- forensische psychologie
- rechtspsychologie
- investigative psychology
- correctional psychology
- criminologische psychologie
zie slide:
A: daders en verdachten (altijd in strafrechtelijke context)
daders = zekerheid dat de persoon het feit heeft gepleegd
verdachte = nog niets bewezen
B: buiten strafrecht: bv bestuursrecht, schadeclaims
C: niveau waarop we de studies doen = groepsniveau
bv alles brandstichters in BE
vergelijken kenmerken daders met een groep niet-plegers
onderscheidende kenmerken?
D: politionele autoriteiten
- forensisch: toepassing van criminologische en rechtspsychologie en andere sub
disciplines op individuele casussen
= gerechtelijke context, op individueel niveau
= heel specifieke toepassing
- criminologische psychologie: bestudeert delinquent gedrag (vaak verbreed naar
antisociaal gedrag of deviantie) en gaat opzoek naar een verklaring ervan op
niveau van de delinquenten
o psychologische verschillen tussen delinquenten en niet-delinquenten
zoeken in de veronderstelling hierin een verklaring voor delinquentie kan
worden gevonden (= differentiële psychologie)
bv. verschillen op vlak van spanningsbehoefte
o andere manieren om criminaliteit te verklaren: psychodynamische
concepten en leertheoretische principes
o op zoek naar algemene processen en verschillen en processen en
verschillen binnen subgroepen (seksuele delicten, geweldplegers, …)
o band tussen delinquentie en geestesstoornissen
1
, - rechtspsychologie: niet enkel focus op criminaliteit maar ook op
burgerrechtelijke problemen (effect echtsscheiding op het kind, effecten
arbeidsongevallen, …)
o niet zozeer focus op delinquent maar op ‘de anderen dan de delinquent’
(getuigen, omstanders, slachtoffers, kinderen, politieambtenaren, parket
en zetelende magistraten, gevangenispersoneel)
o in mindere mate ook gericht op daders (bv. naar het liegen en
leugendetectortechnieken)
- investigative psychology: daderprofilering
o inzichten in typologieën van daders (bv seriemoordenaars, …) linken aan
plaats delicten en zo dader opsporen?
- police psychology: HR-beleid, wat maakt een goede politieambtenaar? NIET:
hoe wordt een verhoor afgenomen, hoe gedragen ambtenaren zich tov burgers
- correctional psychology: tss forensisch en criminologisch in hele brede context
(inzichten uit beide)
o gevangeniswezen: hoe inrichten, programma’s, … -> forensisch
o inzichten over kenmerken gedetineerden -> criminologisch
1.2. Wat is criminologische psychologie?
- geen haarscherp afgelijnde discipline
- raakvlakken en overlap met aanverwante disciplines
- geen eenduidigheid, maar wel enkele gemene delers
o focus op plegers en verdachten van crimineel gedrag
o verklaringen voor het plegen van crimineel gedrag
o hoe met plegers en verdachten moet worden omgegaan in
strafrechtspleging
- weke factoren dragen bij tot crim gedrag?
- hoe kunnen we crim gedrag verminderen?
- waarom zijn er verschillen tss mensen / periodes / landen / plaatsen / … op
vlak van crimineel gedrag
1.3. De ontwikkeling van de criminologische psychologie
enkele belangrijke grondleggers:
1) Cesare Lombroso (19de E): grondlegger psychologische criminologie
- meer biologische insteek, gericht op uiterlijk
2) Raffaele Garofalo (eind 19de – begin 20e E)
- echte misdadigers (effectieve plegers) hebben een gebrek aan gevoelens,
emoties en empatie
- sancties moeten vooral gaan over schadevergoedingen aan slachtoffers, …
geen straffen want misdadigers kunnen niet veranderen (zijn gewoon
gebrekkig)
2
, - geen wetenschappelijke basis voor theorie van Lombroso, invloed van
verschillende factoren, gebrekkige emoties zullen we nooit kunnen
wegnemen
- zit tss aangeboren > < sociologische stroming
3) William Stern (eind 19de – begin 20e E): meer rechtspsycholoog
- Duitser, gevestigd in VS (heeft zijn onderzoek in VS opgebouwd) vluchten
voor joden vervolging
- baanbrekend onderzoek naar impact van het geheugen (vooral van
ooggetuigen)
- the psychology of testimony
- praktisch gericht impact van geheugen meten op ooggetuigen: wat kunnen
we met verklaringen? psychologie mee in de rechtzaal, rol in echte zaken
4) Hugo Münsterberg (19de E)
- ‘founding father rechtspsychologie’: maar heeft eigenlijk heel veel info
overgenomen
- kritisch voor hoe juristen besluitvorming doen in strafrechtprocedure
- politie en justitie doen volgens hem alles verkeerd, moesten meer luisteren
naar psychologen
- negatieve uitlatingen zetten rechtspsychologie een par stappen terug omdat
niemand luisterde
5) Hans Gross (19de E)
- founding father criminologische psychologie in EU
+ Hilde Kaufman, Erich Wulffen
6) Gustay Aschaffenburg (19de – 20e E)
- DE psychiater: wat gaat er om in het hoofd van misdadigers?
hoe zit dit aan de KUL? heeft de KUL een rol gespeeld?
ja en nee
1) Louis Braffort (19de – 20e E) oprichter Leuvense School voor Criminologie
o geen criminoloog, jurist
2) Etienne Degreeff (19de -20e E): opvolger Braffort als voorzitter school
o behoorde wel tot het domein van criminologische psychologie
o deed onderzoek naar passionele moorden
o wat is de rol van de opvoeding, …
o uitvinder criminogenese (vandaag nog steeds gebruikt)
3) René Dellaert (20e E): ook opvolger voorzitter vd school
o arts, psychiater, opvoedkundige: zowel academicus als praktijkkenner
o onderzoek vooral over psychologische verklaringen: welke rol speelt
persoonlijkheid in verklaringen voor crimineel gedrag
o pleitte voor interdisciplinaire visie
o strafuitvoering
4) Steven De Batselier (20e -21e E)
o andere insteek: kritische crim
o klinische benadering te stigmatiserend: veel breder bekijken: impact
omgeving en samenleving
o psychopathologie van de normale mens
5) Johan Goethals (21e E)
3
, o weer aandacht voor biologische factoren
o recidive + onveiligheidsgevoel
6) Geert Vervaeke (21e E)
o meer rechtspyscholoog
o deed onderzoek op de wip van rechtspsychologie en criminologische
psychologie
o invloeden van besluitvorming, kwaliteit van getuigen
o hoe om te gaan met criminelen
de bijdrage van de psychologie binnen criminologische benaderingen
- klassieke benadering: delinquent als rationele actor
o welbewuste keuze, uit vrije wil, op eigen voordeel gericht: ‘kosten-
batenanalyse’
o harder optreden want bewuste keuze: antwoord op criminaliteit is een
straf
o niet de vraag waarom staat centraal, maar hoe we als samenleving
delinquenten moeten aanpakken
o afschrikkingstheorie, rationele keuzetheorie, routineactiviteitentheorie
- neopositivistisch (nieuwe richting): delinquent als ‘zieke’ of ‘afwijkende’
o gedrag niet alleen gebaseerd op vrije wil, impact van interne en externe
factoren
o heel veel delinquenten geen bewuste keuze: afwijkingen in het hoofd,
mensen kunnen er niet aan doen (kritiek op klassiek)
o = medische, psychische, biologische invalshoek
o meest populair
o Degreef, Dellaer
o psychodynamische theorie, biologisch-psychologische theorie, cognitieve
ontwikkelingstheorie, differentieel-psychologisch persoonlijkheidstheorie,
leertheorie, cognitieve theorie, sociaalpsychologische theorie
- labeling en kritische criminologie: minimale bijdrage van de psychologie
o weinig aandacht crim. psychologie, vooral omgeving en sociologische
omstandigheden
op verschillende niveaus:
1) samenleving
2) lokale zones, gemeenschappen
3) kleine intieme groepen (gezin, school, peers)
4) criminele activiteiten en gebeurtenissen (patronen, types,
doelen en trends)
5) individuele delinquenten
o nu: snijvlak van alle benaderingen, interacties
1.4. Criminaliteit, afwijkend gedrag en de strafbaarstelling ervan als referentiekader voor
de criminologische psychologie
- geen eenduidigheid: specifieke verschillen tss verschillende groepen
(brandstichters, dieven, …)
o meeste onderzoek naar gewelddadig gedrag en zedenfeiten
(verkrachtingen, aanranding)
4