COGNITIE (MATLIN & FARMER)
KERNBEGRIPPEN
Chunk: een geheugeneenheid die bestaat uit verschillende componenten die sterk met elkaar
verbonden zijn.
Brown/Peterson and Peterson Technique: items onthouden, vertraging en dan items terughalen.
Serial Position Effect: woordenlijst zien, woorden stampen en dan woorden terughalen. Recency en
primacy effect treden vaak op.
Recency effect: woorden aan het einde van de woordenlijst worden gemakkelijker onthouden. Dit
komt omdat de woorden nog in het kortetermijngeheugen zitten.
Primacy effect: woorden aan het begin van de woordenlijst worden gemakkelijker onthouden. Dit
komt omdat de woorden nog niet concurreren met eerdere woorden en ze worden vaker herhaald door
mensen.
Proactieve interferentie: het leren van nieuw materiaal wordt bemoeilijkt doordat eerder geleerd
materiaal het leerproces onderbreekt.
Repetitie (rehearsal): de items in stilte herhalen.
Semantiek: betekenisleer van woorden en zinnen.
SAMENVATTING
Volgens George Miller kunnen we ongeveer zeven items (± 2) onthouden dus tussen vijf en negen
items. Een chunk is een geheugeneenheid die bestaat uit verschillende componenten die sterk met
elkaar verbonden zijn. Ons kortetermijngeheugen houdt ongeveer zeven chunks vast.
Voorbeeld: 31 (landcode Nederland) + 6 (begin van mobiel telefoonnummer in Nederland) + 155
(chunk) + 78787 (chunk). Mijn telefoonnummer bestaat dus uit vier chunks waardoor ik het makkelijk
kan onthouden.
Mensen zetten stimuli om in een hanteerbaar aantal chunks.
Twee methoden om het aantal informatie in
kortetermijngeheugen te meten:
1. Brown/Peterson and Peterson Technique (informatie
voor minder dan een minuut in geheugen wordt vaak
vergeten)
o Deelnemers moeten items onthouden
o Deelnemers voeren afleidende taak uit
(aftrekken met 3)
o Deelnemers moeten items terughalen
, Hoe meer trials, hoe slechter het herinneren. Hoe langer de vertraging, hoe slechter het
herinneren.
2. Serial Position Effect
o Deelnemers krijgen woordenlijst te zien
o Deelnemers moeten zoveel mogelijk woorden
proberen te onthouden
o Deelnemers moeten daarna zoveel mogelijk woorden
opnoemen
Grafiek laat zien dat er vaak een recency effect (einde van
lijst) en primacy effect (begin van lijst) optreden.
Wickens en zijn collega’s hebben gevonden dat het moeilijk kan zijn om nieuw materiaal te leren,
omdat het al geleerde materiaal het leren in de weg zit. Dit wordt proactieve inferentie genoemd.
Voorbeeld: als je eerst XCJ en HBR hebt geleerd, is het moeilijk
om nu ineens KRN te leren. Maar als je KRN (derde item)
vervangt met een geometrische vorm, kan je het veel beter
opslaan in je geheugen bevrijding van proactieve
interferentie.
Semantische factoren beïnvloeden dus hoeveel items we kunnen
opslaan in ons kortetermijngeheugen. De mate van semantische
gelijkenis, is gerelateerd aan de hoeveelheid interferentie.
Voorbeeld grafiek: er waren vijf condities (fruit, groenten,
bloemen, vlees en beroepen). Elke conditie kreeg in de laatste
trial drie fruitsoorten te zien. Hoe meer hun eigen conditie
afweek van de categorie fruit, hoe meer ze onthielden van trial 4.
CONCLUSIE
Miller stelt dat een mens ongeveer vijf tot negen (7±2) chunks kan vasthouden in het
kortetermijngeheugen. Deze hoeveelheid kan gemeten worden aan de hand van Brown/Peterson and
Peterson Technique en Serial Position effect. In de eerste methode is te zien hoe meer trials of hoe
langer de vertraging tussen trials, hoe slechter mensen net geleerde woorden herinneren. In de tweede
methode is een duidelijk recency en primacy effect te zien. Daarnaast is ook gevonden dat de
semantische betekenis van items een rol speelt in het herinneringsproces. Hoe kleiner de semantische
gelijkenis, hoe beter het item onthouden wordt.
LEREN, GEHEUGEN EN VERGETEN
KERNBEGRIPPEN
Werkgeheugen: een tijdelijke opslagplaats van taak-relevante informatie in de hersenen. Het is het
vermogen om informatie vast te houden in gedachten, terwijl je een complexe, mentale taak uitvoert.
Centrale executieve: stuurt aandacht en informatiestroom in fonologische lus en visuospatieel
kladblok.