Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 3 out of 19 pages
Summary

Samenvatting Inleiding in de pedagogiek - Inleiding in de pedagogiek

Document preview thumbnail
Preview 3 out of 19 pages

Deze samenvatting bevat de leerstof van Hoofstuk 1 /6 (paragraaf 1 t/m 4) en hoofstuk 9 van Inleiding in de pedagogiek van Hogeschool Windesheim. In de samenvatting staan de belangrijkste begrippen, theorieen en informatie uit de leerstof overzichtelijk bij elkaar, daarnaast zijn de rode onderdelen extra belangrijk om te leren. Deze zijn daarom duidelijk aangegeven, zodat je tijdens het leren snel kunt zien welke informatie je zeker moet kennen.

Content preview

Inleiding in de pedagogiek

Toets deel 1
Pedagogiek  Is de wetenschap die zich bezighoudt met de opvoeding. Er zijn
verschillende begrippen:
- Opvoedkunde  Gaat vooral over de vaardigheden van de opvoeder
- Opvoedingsleer  Gaat over het verzamelen van kennis over opvoeden
- Opvoedingswetenschap  Ontwikkelt theorieën en methoden over
opvoeden
Pedagogiek gebruikt kennis van andere wetenschappen. Dit worden
hulpwetenschappen genoemd. Belangrijke hulpwetenschappen zijn: psychologie,
sociologie, filosofie, theologie en andragogie.
De pedagogiek probeert bijvoorbeeld te begrijpen: wat goede opvoeding is, hoe
kinderen zich ontwikkelen, hoe ouders invloed hebben op kinderen, welke
opvoedingsmethoden werken, wat kinderen nodig hebben.
Opvattingen over opvoeding
- Langeveld zegt dat opvoeding alle omgang tussen kinderen en
volwassenen omvat. Daarbij zijn liefde, geborgenheid en aandacht
belangrijk.
- Malschaert en Traas leggen de nadruk op een opvoedrelatie waarin
intimiteit en veiligheid belangrijk zijn.
- Rispens, Hermanns en Meeus beschrijven opvoeding aan de hand van
vier dimensies; 1. Grenzen stellen 2 instructie geven 3 ondersteuning
bieden 4 controle uitoefenen
- Kuipers noemt als belangrijke opvoedingsdoelen: zelfstandigheid,
zelfredzaamheid en zelfvertrouwen. Het gedrag van de ouder kan ervoor
zorgen dat het kind deze eigenschappen ontwikkelt
Paidagoogia  Het woord pedagogiek komt onder andere van Paidagoogia: pais
= kind en agogein = leiden. De opvoeder heeft dus de taak om het kind de
wereld in de leiden.

,Toets deel 2
17e eeuw,
Empirisme  betekent dat kennis vooral uit ervaring en waarneming komt. Dus
je leert door goed te kijken, te ervaren en te observeren. Pas wanneer iets vaak
genoeg is waargenomen, kun je volgens het empirisme algemene conclusies
trekken. Dit noemen we inductie
Rationalisme  Het rationalisme is anders. Hierbij is niet de waarneming, maar
de rede belangrijk. Rede = na denken en logisch redeneren.
- Empirisme  waarnemen
- Rationalisme  denken
18e eeuw – De verlichting
Tijdens de verlichting ontstond het idee dat de mens maakbaar is. Dat betekent
dat door goede opvoeding en goed onderwijs kun je de ontwikkeling van een
mens beïnvloeden. Opvoeding werd gezien als een manier om:
- Mensen verstandiger te maken
- Maatschappelijke vooruitgang te bereiken
- Redelijkheid te ontwikkelen
Rousseau  vond vooral de natuurlijke ontwikkeling van het kind belangrijk. Dit
droeg bij aan systematischer onderwijs en kindgerichte pedagogiek.
Vanaf 1800 – Romantiek
De romantiek ontstond als reactie op de nadruk op verstand en kennis. Bij de
romantiek staan vooral gevoelens, het gevoelsleven en de unieke persoon
centraal. De mens is dus niet alleen een rationeel wezen. Iedere persoon is uniek.
Eind 19e eeuw - Reformpedagogiek
De reformpedagogiek was een vernieuwingsbeweging in opvoeding en onderwijs.
Er zijn 5 belangrijke kenmerken
1. Het kind staat centraal  Niet de leerstof, maar het kind is het
uitgangspunt
2. Vertrouwen in natuurlijke ontwikkeling  Men had vertrouwen in de
ontwikkeling van het kind. Dwang en autoriteit werden negatief gevonden.
3. Lichamelijke en kunstzinnige ontwikkeling  Gymnastiek, tekenen en
muziek waren belangrijk. Niet alleen taal en rekenen.
4. Kinderen zijn actief  Kinderen leren door te spelen en actief bezig te
zijn. Van kinderen wordt niet verwacht dat ze de hele dag stilzitten.
5. Individualisering en gemeenschap  Er moet rekening worden
gehouden met de interesses en eigenschappen van ieder kind.
Samenwerken is belangrijk.

, Toets deel 3
Om te bepalen of iets opvoeding is, zijn er drie dingen belangrijk:
1. Wederzijds respect  De opvoeder en het kind behandelen elkaar met
respect
2. Veiligheid  Het kind moet zich voldoende veilig voelen
3. Uitdaging  Het kind moet worden uitgedaagd om dingen te proberen en
te experimenteren. Daarnaast komen bij opvoeding steeds de volgende
zaken terug; intimiteit, veiligheid, grenzen, instructie, ondersteuning,
controle, zelfstandigheid, zelfredzaamheid en zelfvertrouwen.


Toets deel 4
1. Ondersteuning bieden  De ouder ondersteunt het kind. Dit kan
bijvoorbeeld door; belonen, straffen, sensitief ( je merkt wat een kind voelt
of nodig heeft) reageren en responsief (je reageert vervolgens ook op wat
het kind nodig heeft) reageren.
2. Instructie geven  De opvoeder maakt duidelijk wat de bedoeling is,
wat het kind moet doen en wat er van het kind wordt verwacht.
3. Controle uitoefenen  De ouder controleert of het kind zich aan regels
en afspraken houdt.
- Autoritaire controle  De ouder gebruikt veel druk om het kind
goed gedrag te laten vertonen.
- Autoritatieve controle  De ouder geeft uitleg, stelt eisen,
geeft informatie, geeft instructies, geeft suggesties en geeft
aanwijzingen.
4. Grenzen stellen  De ouders maakt duidelijk: Wat mag wel en wat mag
niet. De ouder kan bijvoorbeeld gedrag belonen of straffen. Het
uitgangspunt hierbij is dat gedrag kan worden aangeleerd en dus ook kan
worden afgeleerd.
Onthouden: OICG (Ondersteuning, Instructie, Controle en Grenzen)


Toets deel 5
Intentioneel opvoedingsgedrag  Je voedt bewust op om bepaalde doelen te
bereiken. Intentioneel betekent bewust of met een doel. De drie
opvoedingsdoelen:
1. Zelfstandigheid  Het kind kan zelf keuzes maken. Het kind krijgt het
recht om een eigen leven te hebben en zelf te ontdekken wat belangrijk is.
2. Zelfredzaamheid  Het kind kan zelf keuzes maken, keuzes uitleggen en
verantwoordelijkheid nemen

Connected book
 image
Annemarie Becker Inleiding in de pedagogiek
Publisher: maart 2021 ISBN: 9789023257981 Edition: 4

Document information

Study
Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Hoofdstuk 1 t/m 6 (paragraaf 1t/m4 ) en 9
Uploaded on
August 11, 2026
Number of pages
19
Written in
2025/2026
Type
Summary
$9.11

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
3
Followers
0
Items
3
Last sold
6 days ago


Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions