ENZYMES:
meeste bestaat uit eiwit en een heel klein percentage bestaat ut RNA
- Ze verlagen de activeringsenergie voor een reactie, zodat die
sneller verloopt (=het zijn dus katalysten). Ze hebben geen effect
op de ligging van het evenwicht.
- In het “actieve site” zal het katalyse proces gaat gebeuren.
- Het “substraat” is de molecule waarvan de reactie moet versneld
worden
- Aan de actieve site zullen er ook cofactoren binden, wat moleculen
zijn dat voor het enzym nodig zijn om hun
werking te kunnen uitvoeren (zonder deze
cofactoren zal het enzym niet werken).
Het proces:
- Het substraat bindt aan enzym oppervlak:
1) enzym gaat beetje van conformatie veranderen
2) er worden bepaalde bindingsinteracties
aangegaan met de actieve site
- Het substraat zal niet meer dezelfde conformatie
hebben het zit nu in de transitie toestand. In
deze toestand is het even waarschijnlijk voor het
substraat om te reageren tot het oorspronkelijke
substraat, of te reageren tot het product.
- Uiteindelijk worden de producten gevormd.
Enzym gaat terug naar oorspronkelijke
conformatie volgende ronde katalyse kan
starten.
Typische eigenschappen van enzymen:
1) Heel erg sterk
- Ze gaan heel vaak reacties versnellen met een factor van 1011 of
hoger
2) Specificiteit
- Een bepaald enzym zal een welbepaalde reactie van een
welbepaalde molecule katalyseren.
3) Regeling
- Enzymen kunnen in de cel aan- en uitgezet worden (en niet enkel
aan en uit het kan nog specifieker via spectrum).
Nomenclatuur van enzymes:
Naamgeving:
, - Enzymen worden ingedeeld in klassen van enzymen naar gelang de
fundamentele reacties dat ze katalyseren.
- Enzymen die redoxreacties
katalyseren: oxidoreductases
- Die de transfer van een groep van de
ene moleculen naar een andere
moleculen: transferases
- Hydrolyse reacties katalyseren:
hydrolases
- Katalyseren de splitsing: lyases
- Isomeriseringsreacties bevorderen:
isomerases
- Katalyseren de vorming van
bindingen: ligases
Correcte naamgeving:
- Wat doet het enzym (welk soort
katalysering doet het?)
- Wat doet het (als het een transferase
is wat transfereert het)
- Waar komt het van
- Waar gaan het naar
- Als er een common name bestaat voor het enzym: dat gebruikt men
deze het meest
Opbouw van enzymen:
, CLASSIFICATIE VAN COENZYME (MOET KENNEN):
meeste bestaat uit eiwit en een heel klein percentage bestaat ut RNA
- Ze verlagen de activeringsenergie voor een reactie, zodat die
sneller verloopt (=het zijn dus katalysten). Ze hebben geen effect
op de ligging van het evenwicht.
- In het “actieve site” zal het katalyse proces gaat gebeuren.
- Het “substraat” is de molecule waarvan de reactie moet versneld
worden
- Aan de actieve site zullen er ook cofactoren binden, wat moleculen
zijn dat voor het enzym nodig zijn om hun
werking te kunnen uitvoeren (zonder deze
cofactoren zal het enzym niet werken).
Het proces:
- Het substraat bindt aan enzym oppervlak:
1) enzym gaat beetje van conformatie veranderen
2) er worden bepaalde bindingsinteracties
aangegaan met de actieve site
- Het substraat zal niet meer dezelfde conformatie
hebben het zit nu in de transitie toestand. In
deze toestand is het even waarschijnlijk voor het
substraat om te reageren tot het oorspronkelijke
substraat, of te reageren tot het product.
- Uiteindelijk worden de producten gevormd.
Enzym gaat terug naar oorspronkelijke
conformatie volgende ronde katalyse kan
starten.
Typische eigenschappen van enzymen:
1) Heel erg sterk
- Ze gaan heel vaak reacties versnellen met een factor van 1011 of
hoger
2) Specificiteit
- Een bepaald enzym zal een welbepaalde reactie van een
welbepaalde molecule katalyseren.
3) Regeling
- Enzymen kunnen in de cel aan- en uitgezet worden (en niet enkel
aan en uit het kan nog specifieker via spectrum).
Nomenclatuur van enzymes:
Naamgeving:
, - Enzymen worden ingedeeld in klassen van enzymen naar gelang de
fundamentele reacties dat ze katalyseren.
- Enzymen die redoxreacties
katalyseren: oxidoreductases
- Die de transfer van een groep van de
ene moleculen naar een andere
moleculen: transferases
- Hydrolyse reacties katalyseren:
hydrolases
- Katalyseren de splitsing: lyases
- Isomeriseringsreacties bevorderen:
isomerases
- Katalyseren de vorming van
bindingen: ligases
Correcte naamgeving:
- Wat doet het enzym (welk soort
katalysering doet het?)
- Wat doet het (als het een transferase
is wat transfereert het)
- Waar komt het van
- Waar gaan het naar
- Als er een common name bestaat voor het enzym: dat gebruikt men
deze het meest
Opbouw van enzymen:
, CLASSIFICATIE VAN COENZYME (MOET KENNEN):