HOOFDSTUK 1: INLEIDEND HOOFDSTU K
WAAROM EEN HISTORISCH PERSPECTIEF? HOE GAAT EEN HISTORICUS TE WERK?
De studie van geschiedenis aan de universiteit is gene passieve opsomming van jaartallen, maar een academische reflectie.
- Actualiteitswaarde: het verleden wordt constant geactiveerd in het publieke debat (bijv. migratie, COVID-19, klimaat). Historici
analyseren hoe dit gebeurt
- De paradox: hoewel men vaak beweert dat geschiedenis de toekomst voorspelt ( l’lhistoire se répète) is de historicus vooral expert in
het ‘voorspellen’ (verklaren) van het verleden. De verklarende kracht voor de toekomst is vaak beperk en contextgebonden
HET VERTREKPUNT: DE HEDENDAAGSE SAMENLEVING
De cursus hanteert een regressieve methode: we kijken naar de huidige West-Europese samenleving en vragen ons af hoe deze tot stand is
gekomen.:
- We leven in een specifiek maatschappijtype dat het resultaat is van een lange evolutie
- Door de huidige situatie als vertrekpunt te nemen, worden breuklijnen en continuïteiten uit het verleden zichtbaar
Sociale wetenschappers: eigentijdse of hedendaagse samenleving beter begrijpen
Reflectie rond het verleden is daarbij essentieel: hoe kreeg de hedendaagse samenleving vorm? Hoe heden begrijpen vanuit het
verleden? → hoe zijn zaken geëvolueerd doorheen de tijd?
OOK: reflectie rond het verleden is vaak een reflectie rond de eigentijd omdat wie over het verleden schrijft niet lostaat van het NU
MAAR: met die historische dimensie wordt vaak:
o Of weinig rekening mee gehouden
o Of (onjuist) toegeëigend voor andere doeleinden ○
o Of eenvoudig afgeschilderd als ‘slechter’ of juist ‘beter’ dan vandaag (modernistische (heden en toekomst = beter, geloven in
maakbaarheid van samenleving) versus nostalgische (goede ligt in verleden eerder dan toekomst) reflex)
In is oud! En oud is in! → meeste mensen komen dagelijks in contact met het verleden, verleden staat verbonden met hedendaagse samenleving
Het verleden leeft en is overal in de hedendaagse samenleving ….
à Het verleden op de TV en in de cinema (bijv. het verhaal van Vlaanderen)
à Het verleden in beelden, monumenten, naamgeving straten, pleinen, … … gebouwen = aula Patrice Lumumba → plein in Brussel =
Patrice Lumumba plein genoemd
à Het verleden in musea ⇒ Het verleden in lezingen, herdenkingsboeken, documentaires
à Het verleden in de consumptiemaatschappij (getal 4711 op flesje eau de cologne = verwijst naar eerste bedrijfsadres waar
parfummaker in 18e eeuw gevestigd was → duidelijke link tussen hedendaagse consumptiegoederen + bedrijven en verleden)
à Het verleden op het web → directe toegang tot de geschiedenis via smartphones
IS HET VERLEDEN = DE GESCHIEDENIS?
Verleden kan je niet gelijkstellen met de geschiedenis
à Geschiedenis is overal aanwezig
à Geschiedenis =/ als de wijze waarop mensen spreken en denken over dat verleden
à Geschiedenis wordt voortdurend geschreven en herschreven (soms ook foutief)
,De wijze waarop mensen denken en reflecteren over de geschiedenis verschillen enorm → bepaalde stromingen, scholen, verschillende visies op
verleden Elke reflectie over het heden is automatisch een reflectie over het verleden
Wat zegt van Dale?
Verleden = alles wat gebeurd is. Dit is onveranderlijk, maar grotendeels verloren gegaan. Er blijven slechts ‘sporen’ (bronnen) over
Vroeger (taalkunde) de verleden tijd; dat is allang verleden tijd voorbij
Vorig: verleden jaar
Tijd die voorbij is
Geschiedenis = wetenschappelijke reconstructie van het verleden. Het is een intellectuele constructie die per definitie onvolledig is en steeds
verandert op basis van nieuwe vragen en methoden
Vooral, gebeurtenis
Wetenschap die het verleden beschrijft (iets veranderlijk + discussies over hoe we naar dat verleden moeten kijken) geschiedenis
wordt herschreven door elke nieuwe generatie historici, waarbij de wetenschap mee ontwikkelt
Het verleden
Veelvuldig gebruik/misbruik van het verleden in historische toepassingen
Het verleden wordt vaak geïnstrumentaliseerd (als gereedschap gebruikt):
- Politiek gebruik: legitimatie van macht of beleid
- Commercieel gebruik: toerisme, erfgoedindustrie
- Misbruik: ‘alternatieve facts’ of het selectief winkelen in het verleden om een ideologisch punt te bewijzen
Geschiedenis gebruiken om bepaalde, belangrijke herinneringen ‘levend’ te houden
Via monumenten, beelden, etc.
Via films, romans, etc.
Via musea
Geschiedenis gebruiken voor groepsvorming/identiteitsopbouw
van gemeenschappen, groepen, klassen, etc.
van bedrijven, merken, etc.
herinnering als machtsstrijd: wie herinnert zich wat en waarom? Voor welke redenen?
Geschiedenis en identiteiten
Geschiedenis is de ‘lijm’ van een gemeenschap:
de
- natievorming: in de 19 eeuw werd geschiedenis gebruikt om een ‘Belgische’ identiteit te creëren
- inclusie vs. Exclusie: wie hoort er bij ‘ons’ verhaal en wie wordt weggelaten? Dit bepaalt wie burgerschapsrechten krijgt
Toe-eigening van het verleden, staat niet los van misleidend, valselijk en instrumenteel gebruik ervan voor eigentijdse politieke, ideologische,
commerciële, religieuze … motieven en identiteiten
Marnix Beyen in DM 7/1/2014 (“het nazispook van De Wever en Moureaux maakt van de geschiedenis opnieuw een hoer en huurling”)
“historisch begrip kan het politieke inzicht echter alleen maar verhogen indien het verleden niet wordt gebruikt als een hoge hoed waaruit naar
believen doorzichtige analogieën, vergelijkingen en een-op-eenrelaties worden getoverd”
Kritische studie van het verleden
- iedereen heeft zijn eigen interpretatie
- veranderen mee met de tijd (sociale en culturele constructies)
- geen wetenschap: staat niet vast
- “digitale kennissamenleving” = (foutieve) informatie is heel gemakkelijk aanwezig (gedigitaliseerd)
,Iedereen blijkt elkaar voortdurend over de inhoud en interpretatie van het verleden tegen te spreken. Zelfs gedeelde of ‘aanvaarde wijsheden’ of
‘feiten’ over het verleden veranderen mee op het ritme van de tijd en zijn in belangrijke mate sociale en culturele constructies
Een ‘invented tradition’
= geschiedenis wordt toegeëigend: 11 juli 1302: historische mythe; er heeft een veldslag plaatsgevonden, maar betekenis in natievorming is
onjuist: allianties niet volgens taalstrijd/communautair conflict, maar feodaal conflict (graafschap Namen bij Vlaanderen vs. Hertogdom Brabant).
Van dit conflict is er een belangrijke Nationale feestdag gemaakt.
Het verhaal van Vlaanderen veel kritiek op ‘te veel politieke recuperatie’, te veel aandacht voor een bepaalde ideologie. Anderen zagen dit
juist eerder als een bron van publiekscommunicatie
Het kanon van Vlaanderen geschiedschrijving als instrument van nationale identiteitsopbouw
Veel tradities die we als ‘eeuwenoud’ beschouwen, zijn in werkelijkheid in de 19 de eeuw bedacht om nationale eenheid te smeden (bv. bepaalde
nationale feestdagen of klederdracht)
Een ‘afgedankte’ herinnering
Wat we vergeten is even belangrijk als wat we onthouden. Samenlevingen maken keuzes in hun collectief geheugen; bepaalde trauma’s of
groepen worden soms doelbewust uit het collectieve verhaal gewist.
Bepaalde politieke, ideologische doeleinden kunnen verdrongen worden door andere ideologische doeleinden rond het verleden. Herinnering aan
de constitutionele arbeid, als zowel aan WOI.
Doet onze kijk op het verleden er toe?
Onze blik is nooit neutraal; we kijken altijd door de bril van de hedendaagse noden. Een historicus moet zich bewust zijn van zijn eigen
‘plaatsgebondenheid’.
Landen die een sterke economische groei doormaken, gaan positief kijken naar de toekomst en willen het verleden eerder van zich afzetten, bv.
Indië, Vietnam, …
Hoe kijken wij naar het verleden?
Ook de graad van gestudeerdheid heeft een invloed op hoe we kijken naar het verleden, mensen met een educatie hebben een rationeler
wereldbeeld en kijken doorgaans meer positief op de toekomst, bv. betere kansen op de arbeidsmarkt. Deze mensen willen zich weg ontwikkelen
van het verleden. Meer religieuze mensen hebben ook een positievere blik op de toekomst (geloof in hiernamaals). Jongere mensen staan ook
positiever t.o.v. de toekomst en willen weg van het verleden.
Zet het verleden in voor de verkiezingen!
Dit verwijst naar de politieke recuperatie. Politici gebruiken historische claims (“Vlaanderen was altijd al …”) om kiezers te mobiliseren. De
historicus doet deze claims deconstrueren.
Geschiedenis = radical verleden maakt constant deel uit van politieke en sociologische strijd,
‘radical doctrination’ = verwijziging naar geschiedenis leerkrachten, die lesgeven over het Civil Rights Movement, MLK, … leren kinderen
over racisme dat deel uitmaakt van de Amerikaanse geschiedenis. Al de leerkrachten die hierover lesgeven riskeren door de Parental Board
vervolgd te worden vanwege de Executive Order, recht op abortus mag ook bijvoorbeeld niet meer uitgelegd worden in scholen aan kinderen
onder 12 jaar.
Feit ≠ historische reconstructie ≠ fictie
DE geschiedenis bestaat niet ONVOLTOOID
GESCHIEDENIS ALS ACADEMISCHE REFLECTIE?
De academische (re)constructie en representatie van het verleden volgt (in tegenstelling tot het publieke discours) wel enkele geëigende en
historisch gegroeide en dus bekritiseerde methodes en kenmerken (methodologie). Die methodes en kenmerken maken dat het vakgebied
, Geschiedenis in de loop van de 19de en 20ste eeuw een zelfstandige en gerespecteerde wetenschappelijke positie heeft verworven los van de
filosofie, sociologie, economie, geografie, … het is een empirische wetenschap gebaseerd op bronnenonderzoek
- Waarin verschilt een wetenschappelijke omgang met het verleden van een breder maatschappelijk gebruik?
- Wat doet een universitair historicus dan wel?
- Hoe wordt letterlijk “geschiedenis” geschreven? Hoe beschrijft de academische historicus het verleden?
Geschiedenis aan de universiteit
Studie van het verleden, los van misleiden, valselijk en instrumenteel gebruik ervan voor eigentijdse politieke, ideologische, commerciële,
religieuze … motieven.
Van groot belang in onze ‘digitale kennissamenleving’:
- Belang van betrouwbare informatie
- Zoeken en vinden (‘heuristiek’) examenvraag: “Wat is heuristiek?”
Kritische zin en nieuwsgierigheid essentieel: feiten- datakennis nooit doel op zich
Geen passieve opleiding (‘papegaaien’): zelf actief op zoek gaan (ondernemingszin)
Via studie van originele bronnen en bestaande literatuur (‘historiografie’)
Geschiedmethode in drie stappen
= wetenschappelijke, kritische interpretatie of reconstructie van gebeurtenissen of feiten (narratief)
Historische methode
Historicus (re)construeert een verleden gebeurtenis of feit:
- Aan de hand van origineel bronnenmateriaal en bestaande wetenschappelijke literatuur (voetnoten!)
- Volgens een wetenschappelijk, kritische onderzoeksmethode: plausibiliteit/waarschijnlijkheid staat centraal
- In een narratief (verhaal): beschrijving, zoeken naar betekenis, samenhang, oorzakelijkheid, verklaring, …
- Vijf W-vragen: Wat, Wanneer, Waar, Wie, Waarom
De academische geschoolde historicus schrijft en spreekt dus over het verleden volgens bepaalde wetenschappelijke ‘spelregels’ deze
veranderen zelf ook doorheen de tijd
Fase 1: heuristiek
= actief op zoek gaan naar ‘bronnen’ of getuigenissen/sporen, die ons iets kunnen vertellen over een gebeurtenis/feit uit het verleden. Een
historicus moet weten waar hij moet zoeken (archieven, digitaal, …)