Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 37 pages
Summary

Samenvatting Formeel Strafrecht RB1422

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 37 pages

Deze samenvatting bevat alle verplichte leerstof voor het vak Formeel Strafrecht RB1422. Ik heb de hoorcolleges ook verwerkt en het tentamen in één keer gehaald. Focus op de stappenplannen die terugkomen in de samenvatting!

Content preview

Formeel strafrecht
Leereenheid 1: Uitgangspunten
Hoofdstuk 1: Inleiding
Aard en doel van het strafproces:
Het strafprocesrecht is het geheel van regels die betrekking hebben op de juiste toepassing
van het strafrecht in het concrete geval.
Procedureregels die bepalen:
 Hoe en door wie mag worden onderzocht of een strafbaar feit is begaan,
 Door wie en naar welke maatstaven daarover mag worden beslist, en
 Wie beslist welke consequenties daaraan worden verbonden.

Doelen van het strafprocesrecht:
Het hoofddoel van het strafprocesrecht is het verzekeren van een juiste toepassing van het
materiele strafrecht. Dit doel bestaat uit twee delen:
 Instrumentaliteit: bestraffing van de daadwerkelijke schuldige;
 Rechtsbescherming: voorkomen van bestraffing van onschuldigen.

Ad 1: dit doel rechtvaardigt de ingrijpende onderzoeksbevoegdheden van het Openbaar
Ministerie. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het afluisteren van telefoongesprekken.

Ad 2: het strafprocesrecht heeft daarnaast een waarborgend karakter. Denk hierbij aan de
verdachte die het recht heeft zich te verdedigen. Dit verkleint de kans op een veroordeling
van een onschuldige.

Er is niet altijd met zekerheid vast te stellen of iemand een strafbaar feit wel of niet heeft
begaan. Hierdoor moet er op basis van een belangenafweging een oordeel getrokken
worden. De belangenafweging bestaat uit het belang om de schuldige te straffen en het
belang om te voorkomen dan een onschuldige bestraft wordt.

In het Nederlands strafproces recht geldt het pro reo-beginsel. Dit betekent dat de verdachte
het voordeel van de twijfel krijgt. De rechter moet ondanks de eventuele bewijzen voldoende
overtuigd zijn voordat hij een uitspraak doet. Dit maakt dat het tweede doel toch zwaarder
weegt (rechtsbescherming).

Bijkomende doelen:
Het strafprocesrecht kent tevens bijkomende doelen. Een aantal hiervan zijn:
1. Eerbiediging van de rechten en vrijheden van verdachte. Het strafprocesrecht
voorkomt disproportionele inbreuk op de rechten vrijheden van de verdachte.
2. Eerbiediging van de rechten en vrijheden van betrokkenen. Wat voor de verdachte
geldt, geldt ook voor betrokkenen. Ook hun rechten vrijheden dienen beschermd te
worden tegen disproportionele inmenging.
3. Procedurele rechtvaardigheid. Dit doel staat in het kader van het eerlijke proces.
Burgers mogen niet te kort gedaan worden in hun rechten. Ook als het een duidelijke
zaak is mogen burgers niet worden ontnomen van de rechten die hun toe komen.
4. Demonstratiefunctie. Het onderzoek ter terechtzitting is in beginsel openbaar. Een
van de redenen waarom dit in het openbaar geschied is, om willekeurige bestraffing,

, door publieke controle te voorkomen. Maar het dient andersom ook als
waarschuwing voor mogelijk, toekomstige delictsplegers.

Strafproces en waarheidsvinding:
Het doel van de opsporingsambtenaar (onderzoekt of een strafbaarheid is gepleegd) strekt
tot het achterhalen van de waarheid.

Strafproces en rechtsbescherming:
De overheid staat niet boven de wet (rule of law). Dat betekent dat de overheid niet zonder
wettelijke grondslag macht mag uitoefenen. De burgers zijn op deze wijze beschermd tegen
willekeurige machtsuitoefening van de overheid. Daarom is rechtsbescherming is niet
kenmerkend voor het strafprocesrecht. Rechtsbescherming dient als het ware de, in par.
1.1.1 genoemde doelen.

Noodzakelijke afwegingen:
In het strafprocesrecht is het vrijwel altijd een belangenafweging tussen de te dienen doelen.
Denk bijvoorbeeld aan het doel respecteren van vrijheden ten koste gaan van het doel om
achter de waarheid te komen.

Historische ontwikkeling:
Het strafprocesrecht is sterk beïnvloed door de Franse revolutie en de ideeën van de
Verlichting. Hierdoor ontstonden rechtseenheid, het legaliteitsbeginsel, de trias politica en
kwam ook de rechtsbescherming tot stand. Het oude inquisitoire proces waarin de verdachte
nauwelijks rechten had en zelfs kon worden gemarteld, maakte geleidelijk plaats voor een
meer accusatoir systeem. De verdachte wordt daarbij als procespartij erkend en kan zich
verdedigen.

Op 1 januari 1926 trad het huidige Wetboek van Strafvordering in werking. Deze wordt
gekenmerkt als een gematigd accusatoir stelsel.

Bronnen van het strafprocesrecht:
a. Het Wetboek van Strafvordering: is het belangrijkste rechtsbron voor het
Nederlandse strafprocesrecht. Art. 107 GW (codificatie) bepaalt dat het
strafprocesrecht in een algemeen wetboek moet staan, behoudens de bevoegdheid
tot regeling van bepaalde onderwerpen in afzonderlijke wetten. Het Wetboek van
Strafvordering is een, in heel Nederland geldende en algemeen wetboek. Het is dan
ook een opzet, in beginsel voor alle strafbare feiten en strafprocessen.
b. Bijzondere wetten: zoals hier boven benoemd zijn bepaalde onderwerpen bij
afzonderlijke wetten geregeld. De meeste bijzondere wetten kun in drie groepen
worden onderverdeeld:

1. Wetten die op meerdere terreinen geregeld zijn. Voorbeeld is de wet RO. In dit
wetboek is het burgerlijk procesrecht geregeld maar ook de competentie van de
strafrechter.
2. Wetten die aan de grens van het strafproces liggen. Denk hierbij aan de
internationale overleveringswet voor strafzaken.

, 3. Wetten die voor specifieke groepen afwijkende of aanvullende regels toekennen. In
de Opiumwet staan bijvoorbeeld wetten die verdere bevoegdheden, aan
opsporingsambtenaren toekennen dan het Wetboek van strafvordering.
4. De Grondwet. De Grondwet is geen uitzonderlijke wet, maar is wel van belang binnen
het strafprocesrecht. Er zijn namelijk een aantal grondwettelijke bepalingen die zien
op het strafproces. Den hierbij aan bepalingen over de rechtspraak.
5. Algemene maatregelen van bestuur. Art. 1 SV sluit uit dat lagere wetgevers
regelingen van het strafproces treffen. Wel kan de formele wetgever de nadere
uitwerking van een strafvorderlijke bepaling overaten aan de kroon of aan een
minister (delegatie).
Door gerechten vastgestelde regelementen:
De Gerechten mogen zelf proces en organisatie regelementen vaststellen. Deze lijken op
lagere regelgeving. In beginsel zijn de rechters en procespartijen hieraan gebonden.

Beleidsregels:
Overheidsorganen stellen hun eigen beleidsregels vast (beleidsvrijheid). Binnen de kaders
van het strafproces zijn de beleidsregels van het OM het belangrijkst (aanwijzingen). Naast
de termen beleidsregels en aanwijzingen wordt ook de term strafvorderingsrichtlijn gebruikt.
Ondanks het feit dat deze aanwijzingen gepubliceerd moeten worden in de Staatscourant is
de rechter hier niet aan gebonden.

Internationaal recht:
a. Verdragspartij: het strafprocesrecht wordt in belangrijke mate beïnvloed door het
internationale recht, met name door het Europees Verdrag voor de Rechten van de
Mens (EVRM) en het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke
Rechten (IVBPR). Deze verdragen bevatten mensenrechten die op grond van art. 93
en 94 Grondwet rechtstreekse werking hebben in Nederland. Een belangrijk kenmerk
van het EVRM is dat burgers, nadat zij de nationale rechtsmiddelen hebben uitgeput,
een klacht kunnen indienen bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens
(EHRM). De rechtspraak van het EHRM heeft grote invloed op het Nederlandse
strafprocesrecht. De Hoge Raad interpreteert het Wetboek van Strafvordering zoveel
mogelijk in overeenstemming met het EVRM en ook de wetgever past de wetgeving
aan de eisen van het EHRM aan. De belangrijkste verdragsrechten binnen het
strafprocesrecht zijn neergelegd in de artikelen 5, 6 en 8 EVRM. Artikel 6 EVRM, dat
het recht op een eerlijk proces waarborgt, is veruit het belangrijkst. Het garandeert
onder meer een openbare behandeling, berechting binnen een redelijke termijn en
een onafhankelijke en onpartijdige rechter. Dit artikel is van betekenis voor vrijwel de
gehele strafprocedure, waaronder ook het vooronderzoek en de mogelijkheden van
hoger beroep. Artikel 5 EVRM beschermt de persoonlijke vrijheid en is vooral van
belang bij vrijheidsbeneming en voorlopige hechtenis. Artikel 8 EVRM beschermt het
recht op privacy en speelt met name een rol bij dwangmiddelen en
opsporingsmethoden die een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer kunnen vormen.

b. Supranationaal recht: door het Verdrag van Lissabon is de invloed van de Europese
Unie op het strafprocesrecht verder toegenomen. Kaderbesluiten maakten plaats
voor verordeningen en richtlijnen. Een verordening is rechtstreeks van toepassing in
alle lidstaten en hoeft niet in nationaal recht te worden omgezet. Richtlijnen zijn

, bindend wat betreft het te bereiken resultaat, maar moeten wel door de lidstaten
worden omgezet in nationale wetgeving. Voorbeelden hiervan zijn de richtlijnen over
de rechten, ondersteuning en bescherming van slachtoffers en over het recht op
rechtsbijstand tijdens het politieverhoor. Een belangrijke ontwikkeling als gevolg van
het Verdrag van Lissabon is de mogelijkheid om een Europees Openbaar Ministerie
(EOM) op te richten, dat sinds 2021 operationeel is. Het EOM houdt zich bezig met de
bestrijding van strafbare feiten die de financiële belangen van de Europese Unie
schaden. Daarnaast heeft het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie
sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon rechtskracht gekregen. De
daarin opgenomen grondrechten hebben, net als de mensenrechten uit het EVRM,
rechtstreekse werking en zijn van belang voor het strafprocesrecht.

Jurisprudentierecht:
De wetgever weegt zwaar aan de uitspraken van de Hoge Raad.

Beginselen:
Sinds het einde van de jaren zeventig toetst de Hoge Raad het optreden van het Openbaar
Ministerie aan de beginselen van een goede procesorde om willekeur te voorkomen.
Wanneer het OM in strijd handelt met deze beginselen, kan het OM niet-ontvankelijk worden
verklaard. Tot de belangrijkste beginselen behoren:
- Het vertrouwensbeginsel;
- Het gelijkheidsbeginsel;
- Het verbod van détournement de pouvoir (misbruik van bevoegdheid);
- Het beginsel van een behoorlijke en billijke belangenafweging.
Bij de toepassing van dwangmiddelen komen deze laatste tot uiting in de beginselen van
proportionaliteit en subsidiariteit.

Daarnaast spelen ook het rechtszekerheidsbeginsel, het legaliteitsbeginsel, de
onschuldpresumptie, het in dubio pro reo-beginsel en het nemo tenetur-beginsel een
belangrijke rol binnen het strafprocesrecht.

Het legaliteitsbeginsel:
Art 1 Sv: strafvordering heeft alleen plaats op de wijze bij wet voorzien.
 Wet =wet in formele zin/ (sub) delegatie is toegestaan
 Strafvordering = alle fasen van het strafproces

Naar nieuw Wetboek van Strafrecht:
Er is in 2014 een wetgevingsprogramma in het leven geroepen dat gericht was op het
moderniseren van het Wetboek van Strafvordering. Het streven voor de inwerkingtreding
van het nieuwe Wetboek van Strafrecht is 1 april 2029.

Hoofdstuk 2: Karakter en gang van Nederlandse strafproces
Het inquisitoir en het accusatoir procesmodel :
Er wordt onderscheid gemaakt tussen twee procesmodellen. Het gaat hierbij om:
1. Het inquisitoir proces;
2. Het accusatoir proces.

Document information

Study
Uploaded on
August 9, 2026
Number of pages
37
Written in
2026/2027
Type
Summary
$13.15

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
evaschlahmilch
4.4
(8)
Sold
89
Followers
1
Items
24
Last sold
6 hours ago




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions