• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 72 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Reumatologie | Diagnostische Strategie | KU Leuven | 2026/27

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 72 pagina's

Dit zijn studiematerialen voor het vak Menselijk bewegingsstelsel, deel II aan de KU Leuven, met focus op reumatologie en diagnostische strategieën. De aantekeningen behandelen het diagnostische protocol in de reumatologie, pijnpatronen (regionaal, gegeneraliseerd, axiaal, botpijn, musculair), differentiatie tussen peri-articulaire, articulaire en neurogene pijn, en systeemziekten zoals systeemische lupus erythematosus. Dit materiaal biedt een gestructureerd overzicht van kernconcepten en klinische benaderingen essentieel voor het masterstudie Geneeskunde.

Voorbeeld van de inhoud

Reumatologie
Hoofdstuk 1: diagnostische strategie in de reumatologie
Inleiding

 Reumatologie = discipline binnen interne geneeskunde —> diagnose, behandeling en zorg
patiënten die leiden aan niet-traumatische aandoeningen bewegingsstelsel
o Reumatoïde artritis
o Spondyloartritis
o Systeemziekten
o Osteoartrose
o Osteoporose/metabole botziekten
o Kristalartritis
 “Reuma” = brede term
 Diagnostische strategie reumatologie = anamnese + KO => synthese => differentieeldiagnose
o Reumatologie = 2-stapsdiagnose
 Elke inflammatoire pathologie bewegingsstelsel
 Stap 1 = definiëren generiek patroon (bv chronische symmetrische poly-
artritis voor kleine gewrichten) = synthese
 Stap 2 = meer gedetailleerd navragen, gericht op mogelijke DD chronische
symmetrische poly-artritis kleine gewrichten
 Familiale anamnese
 Huidletsels
 Obstetrische VG
o Na anamnese en KO = opstellen synthese = in 1 zin uitleggen wat patiënt heeft —>
omvat alles wat nodig is voor diagnose
 Bv tijdsverloop ziekte (sudden vs chronisch)

Pijnpatronen

 Frequentste aanmeldingsklacht = pijn —> belangrijk om te ontdekken wat ze hebben
 5 belangrijke pijnpatronen
o Regionaal = in bepaalde regio
o Gegeneraliseerd = overal
o Axiale = thv axiale skelet
o Botpijn
o Musculair
 Verschillende mogelijke regionale pijnpatronen (bv schouderpijn) —> obv anamnese en KO
onderscheid maken tussen peri-articulaire, articulaire, neurogene en gerefereerde pijn

Peri-articulaire Articulaire pijn Neurogene pijn Gerefereerde
pijn pijn
Pijnanamnese Enkele specifieke Alle bewegingen Gevoelsstoornissen Niet gerelateerd
bewegingen zijn betrokken (paresthesie), aan beweging,
pijnlijk gewricht pijnlijk uitgelokt door vaag
lokale druk op gelokaliseerd

, zenuw of beweging
werverzuil
Beweging Actief > passief Actief = passief, Normaal, bij Normaal
beperkt, bij in alle richtingen wortelcompressie
selectieve pijn bij beweging
bewegingen betrokken segment
wervelzuil
Range of motion Actief beperkt, Actief = passief, Normaal Normaal
(ROM) passief bewaard alle richtingen
Actieve Pijnlijk bij Geen effect Geen effect Geen effect
bewegingen specifieke
tegen weerstand maneuvers
Palpatie Pijn over verloop Mogelijk pijn bij Normaal Normaal
betrokken peri- palpatie over
articulaire gewrichtsspleet,
structuur (weg crepitus, zwelling
van en warmte
gewrichtsspleet)
Neurologisch Normaal Normaal Kan afwijkend zijn Normaal
onderzoek
 Oorzaak peri-articulaire pijn = probleem thv structuren betrokken bij bewegen die BUITEN
gewrichtskapsel liggen
o Pezen en peesinserties
o Slijmbeurs (bursa)
 Kliniek peri-articulaire pijn
o Tendinopathie
 Pijn bij beweging tegen weerstand —> gewricht geïmmobiliseerd en
spier/peesgroepen betrokken in poging om beweging te starten
 Passieve mobilisatie meestal pijnloos
 Geen actieve contractie = niet pijnlijk
 ROM vaak bewaard, tenzij gewricht met ontstekingsvocht
 Actieve beweging (vooral tegen weerstand) pijnlijk
 Specifiek uitgelokt door bepaalde bewegingen (bv knie-extensie tegen
weerstand igv quadriceps-tendinopathie)
 Palpatie/druk thv betrokken structuur kan pijnlijk zijn, soms ook nachtelijke
pijn bij liggen op betrokken structuur
o Bursitis
 Vaak zwelling en soms overliggende roodheid
 Pijn bij lokale druk
 Oorzaak neurogene pijn = compressie, irritatie of inflammatie zenuwwortels of perifere
zenuwen
 Kliniek neurogene pijn = neuropathische klachten = gevoelsstoornissen volgens sensorische
distributie bepaalde zenuw of zenuwwortel (= dermatoom)
o Kan worden uitgelokt door comprommittatie zenuw(wortel) —> bepaalde
maneuvers met mobilisatie wervelzuil, Phalen/Tinel,…

, o Bv
 Radiculopathie met ischiatiforme uitstraling
 Carpal tunnel syndroom
 N. Ulnaris syndroom
 Gerefereerde pijn = pijn die gevoeld wordt op een plaats die anatomisch op afstand ligt van
de oorzaak van de pijn
 Kliniek gerefereerde pijn = vaag patroon pijn + normaal gericht musculoskeletaal KO
o Bv heupproblemen waardoor pijn thv voorzijde bovenbeen tot aan mediale zijde
knie
 Kliniek articulaire pijn
o Pijn bij alle bewegingen gerelateerd aan gebruik gewicht
 Actieve en passieve mobilisatie beiden pijnlijk
 Subtiele gevallen soms enkel op te sporen door te vergelijken met andere
kant
o Maximale pijn bij beweging richting end of range-of-motion (ROM)
 Vaak beperkte ROM
o Drukpijnlijk bij palpatie
 Gegeneraliseerde pijn = chronic widespread pain syndrome of multiple/complex regional
pain syndroom
o Perifere sensitisatie = hogere respons + verlaagd drempelniveau perifere
nociceptieve neuronen op pijnprikkels
o Centrale sensitisatie = normale (of zelfs onder drempelwaarde) afferente input die
resulteert in toegenomen respons
 Oorzaken gegeneraliseerde pijn = uitlokkend trauma of in context van pathologie met
langdurige of chronische pijn
 R/ gegeneraliseerde pijn
o Kinesitherapie
o Psychotherapie
o Tricyclische antidepressiva
 Axiale pijnklachten (= rug + nek) = zeer frequent en zelden > 6w —> belang herkennen rode
vlaggen
o Onderscheid mechanische en inflammatoire axiale pijn
 Botpijnen = diepe, diffuse, continue pijn, niet gerelateerd aan beweging en niet gelokaliseerd
thv gewricht, uitgelokt indien op specifieke botzone wordt geklopt (= slagpijn)
o ‘s nachts vaak meer uitgesproken
o Oorzaken
 Bottumoren of metastasen
 Metabole botaandoeningen
 Avasculaire necrose
 Periostitis
 Musculaire pijn = frequent —> onderscheid spierpijn (= myalgie) en spierzwakte (=
myopathie)
o KO = onderzoek spierkracht + zoeken naar tekens spontane spieractiviteit (=
clonieën of fasciculaties)

, Pijnpatronen: articulaire pijn

 Eerste stap = herkennen dat het om articulaire pijn gaat
 Stap 2 = karakteriseren articulaire klacht —> anamnese zelf in de hand houden en durven
herformuleren indien patiënt niet to-the-point komt
o Inflammatoir vs mechanisch
 Reumatische aandoeningen kunnen beiden zijn
o Tijdsverloop
o Patroon gewrichtsaantasting
 Aantal betrokken gewrichten
 Symmetrie
 Lokalisatie betrokken gewrichten
o Artralgie vs artritis
o Profiel patiënt
 Patiënt gaat vaak tunnelvisie hebben en niet meer bigger picture kunnen
zien —> actief bevragen van klachten
o Extra-articulaire of systemische klachten
 Mechanische vs inflammatoire pijn

Mechanische pijn Inflammatoire pijn
Verbeterd in rust Verbeterd bij beweging
Startstijfheid = kortdurend na bv lang zitten bij Startstijfheid kan aanwezig zijn en vaak verlengd
rechtkomen —> na enkele minuten weg aanwezig (> 30min)
Onafhankelijk van tijdsstip tijdens de dag Ochtendlijk dominant aspect = pijn meest
uitgesproken in de ochtend, beterend gedurende
dag
Belastingsgebonden pijn = toename pijn bij gebruik Ochtendstijfheid bijna altijd aanwezig en langdurig
betrokken gewricht —> meer uitgesproken op einde aanhoudend (> 30min, soms tot meerdere uren)
dag
Ochtendsstijfheid vaak aanwezig, maar beperkt in Nachtelijke pijn vaak in 2de deel nacht waardoor
tijd (< 30min) patiënt genoodzaakt is om uit bed te komen en rond
te wandelen (bv rugpijn)
Nachtelijke pijn vaak afwezig, tenzij
houdingsgebonden
 Tijdsverloop articulaire pijn —> HEEL belangrijk voor DD
o Acuut = aanvang over verlopen van uren tot dagen
o Subacuut = gradueel ontstaan over verloop van dagen tot weken
o Chronisch = > 6w
o Recurrent = herhaaldelijke episodes
 Patroon gewrichtsaantasting
o Symmetrie betrokkenheid (symmetrisch vs asymmetrisch)
 Symmetrisch = bv 4 MCP’s links en 2 MCP’s rechts
o Aantal betrokken gewrichten
 Mono-articulair = 1 gewricht
 Oligo-articulair = 2-4 gewrichten

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
9 augustus 2026
Aantal pagina's
72
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
$6.93

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
6
Volgers
0
Items
15
Laatst verkocht
1 maand geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen