De biologische basis van het gedrag
elke handeling, gedachte emotie is gebaseerd op biologische processen
→vb: spanning = snellere hartslag, dementie = veroudering vd hersenen,…
invalshoeken:
De biologische bijdrage
De cognitieve bijdrage
De sociaal-culturele bijdrage
hersenen + ruggenmerg ⇒ orgaan dat denkt en alle reacties van het
lichaam controleert
20% bloed vloeit naar hersenen hoewel hersenmassa maar 2% uitmaakt
van ons lichaam
in noodsituaties krijgt bloedvoorziening naar de hersenen de hoogste
prioriteit → onderbreking bloedsomloop = ernstige gevolgen
(bewusteloosheid, onomkeerbare hersenschade)
hersenaandoeningen = grootste uitgavenpost binnen gezondheidsstelsel
van Europa (meer dan kwart van alle uitgaven)
→ meest behandelde aandoeningen : angststoornissen, migraine,
stemmingsstoornissen en verslavingen
De bouwstenen van het zenuwstelsel
neuron/zenuwcel = het basis element van het zenuwstelsel
→ functie: communiceren met andere neuronen ⇒ daardoor kunnen wij allerlei
handelingen uitvoeren
→problemen met communicatie ⇒ ernstige aandoeningen (bv: multiple
sclerose, dementie, schizofrenie of depressie)
→ belangrijk voor psycholoog om inzicht te hebben in structuur en werking vh
zenuwstelsel
NEURONEN
Algemene psychologie - H2 1
, aantal neuronen:
meeste in hersenen en ruggenmerg MAAR komen in heel lichaam voor
hersenen bevatten min 50 miljard neuronen + elk neuron heeft +- 10
000 connecties
in prenatale periode worden meer neuronen aangemaakt dan er
uiteindelijk overblijven → de overtollige verdwijnen in de eerste jaren na
de geboorte
overproductie van neuronen + selectief snoeiproces van minder goede
en gebruikte neuronen ⇒ efficiënter neuraal netwerk
zenuwstelsel: een minutieus netwerk van verbindingen
omgevingsfactoren hebben invloed op de ontwikkeling van neuronen
→ bij ratten aangetoond dat alcoholconsumptie door moeder = negatief
effect op ontwikkeling vd neuronen in de foetus ⇒ verklaring bij mensen
voor het lagere intelligentiequotiënt dat gepaard gaat met het foetale
alcoholsyndroom
→ foetale alcoholsyndroom: stoornis te wijten aan een teveel aan alcohol
dat vanuit de bloedsomloop vd moeder terechtkomt id bloedsomloop vd
foetus ⇒ wordt gekenmerkt door mentale retardatie, hyperactiviteit,
verminderde alertheid en motorische problemen
Neurogenese:
neurogenese: aanmaak van neuronen
gedurende de hele volwassenheid ontstaan op een beperkt aantal
plaatsen in de hersenen nieuwe neuronen uit stamcellen
nieuwe neuronen worden ook gebruikt om nieuwe informatie te leren en
te onthouden (+ ook ter vervanging van kapotte neuronen)
stress → verminderd de aanmaak van nieuwe neuronen → sommige
denken hierdoor dat nieuwe neuronen een rol spelen bij het regelen van
stemmingen (bv het voorkomen depressies)
types neuronen:
sensorische neuronen
→ ontvangen informatie van het lichaamsweefsel en de
waarnemingsorganen + sturen deze informatie naar de hersenen of het
Algemene psychologie - H2 2
, ruggenmerg ⇒ zorgen ervoor dat de hersenen info ontvangen over de
buitenwereld en het lichaam
motorische neuronen
→ sturen signalen vanuit de hersenen en het ruggenmerg naar de spieren,
organen en klieren vh lichaam ⇒ zorgen voor het uitvoeren van de ‘bevelen’
die vanuit de hersenen komen
interneuronen
→ dragen informatie over tussen neuronen ⇒ sensorische neuron ontvangt
informatie uit de omgeving en draagt die over aan een interneuron die dat
het signaal doorgeeft naar een motorisch neuron en die een reactie
doorseint
componenten van een neuron:
neuronen bestaan uit 3 grote delen:
→ cellichaam: bevat structuren die ook in andere lichaamscellen
aangetroffen zijn (bv celkern met genetische info, mitochondria die zorgt
voor stofwisseling)
→ dendrieten: vormen een netwerk van smalle vezels die vanuit het
cellichaam komen ⇒ zij ontvangen signalen van andere cellen (dendron =
boom in Grieks)
→ axon: een lange dunne vezel die uit het cellichaam komt en zich aan het
einde splitst in een waaier van uiteinden ⇒ axonen van verschillende cellen
groeperen zich en vormen de zenuwen
COMMUNICATIE BINNEN EEN NEURON
informatiegeleiding binnen een neuron = elektrochemisch proces
→ scheikundige processen ⇒ elektrisch signaal
→ de scheikundige processen spelen zich af rond het membraan van het
neuron, het vlies dat de cel afscheidt vd buitenwereld
rustpotentiaal:
rusttoestand: wanneer een neuron geen signalen ontvangt of verstuurd
rusttoestand in werkelijkheid: actief onderhouden situatie waarbij de
binnenkant vh celmembraan negatiever geladen is dan de buitenkant
Algemene psychologie - H2 3
, buiten het axon is er een relatief grote concentratie van positief geladen
stoffen (Natrium + ionen) / in het axon zijn er meer negatieve geladen
deeltjes (eiwitmoleculen) ⇒ ruimte in het axon is negatief geladen (-70
millivolt) ⇒ deze spanning = rustpotentiaal
figuur p78 in boek
actiepotentiaal:
neuronen worden gestimuleerd door andere neuronen of door
receptorcellen → deze stimuli landen bijna allemaal op de dendrieten
sommige stimuli leiden ertoe dat de potentiaal van de ontvangende cel
iets positiever wordt ⇒ verkleining vh potentiaalverschil tussen de
binnenkant en de buitenkant van de cel
→ deze stimuli = excitatorische signalen
andere stimuli leiden ertoe dat het potentiaal van de ontvangende cel
iets negatiever wordt ⇒ groter potentiaalverschil met de buitenkant
→ deze stimuli = inhibitorische signalen
de potentiaalveranderingen verschuiven allemaal naar de axonheuvel (=
plaats in de neuron waar het axon begint)
→ daar worden ze bij elkaar opgeteld
→ bij kleine verandering van potentiaal zal de instroom van natrium
gecompenseerd worden door een uitstroom van kalium
→ wanneer de membraanpotentiaal in de axonheuvel een bepaald niveau
bereikt (+- -55mV) dan zetten de natriumpoorten in de membraan zich wijd
open en krijgen we massale toevloed van Na+ in de axonheuvel
drempel(waarde) = de membraanpotentiaal waarbij de natriumpoorten
vh axon zich ver genoeg openen om een massale instroom van natrium
mogelijk te maken
er stroomt zoveel natrium in de cel dat de polariteit vd membraan
omslaat van negatief naar positief → lokt actiepotentiaal (= het signaal
dat info overdraagt in het zenuwstelsel) uit
de actiepotentiaal loopt vanuit de axonheuvel naar alle uiteinden van het
axon
Algemene psychologie - H2 4