GRIJZE KADERS
H2: HET HABSBURGSE IMPERIUM TOT 1648
1. DE SONTTOL
p. 58
Sont: zeestraat die de Noordzee met de Baltische Zee verbindt
o Tijdens ME en VMT: één van de drukt bevaren zeewegen
ter wereld
o Scheidt het Deense eiland Sjaelland van de Zuid-Deense
provincie Skåne Iän
Tot in het midden van de 17de E in Deense handen
1429: invoering Sonttol door de Deense koning
o Heffing voor alle niet-Deense schepen
Aanvankelijk een vast bedrag, later afhankelijk
van de lading van het schip
= belangrijkste bron van inkomsten voor de Deense kroon
o Sonttolregisters:
= belangrijke bron voor de vroegmoderne Europese economische geschiedenis: geven een
beeld van de handel tussen het Oostzeegebied en de rest van Europa
H3: DE REPUBLIEK EN FRANKRIJK TOT 1715
1. PLACCAET VAN VERLATINGHE (1581)
p.50
Placcaet van Verlatinghe: = officieel besluit van de Staten-Generaal
o Verklaring van het voor eeuwig vervallen van de soevereiniteit over de Nederlanden van Filips II en
zijn erfgenamen
Aanloop:
o Vogelvrijverklaring van Willem van Oranje
o Antwoord: “Apologie”
Inhoud:
Vorst had zelf de verbintenissen met zijn onderdanen had geschonden en zijn eed
had gebroken
Vorst had misdrijven tegen de goddelijke en wereldlijke wetten gepleegd
Redenen: schending van rechten onderdanen => tiran
o Gebaseerd op de eden die hij als toekomstige vorst had afgelegd:
Groot Privilege (1477)
(Brabantse) Blijde Inkomst (1356)
Opstandige gewesten gingen op zoek naar een nieuwe vorst (Willem van Oranje, François van Anjou of
Elizabeth I?)
o In afwachting van een nieuwe vorst: soevereiniteit bij het verenigd collectief orgaan van de
verschillende provincies
= inspiratiebron:
o Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring (1776)
, o Brabantse omwenteling (1789-1790)
2. PARLEMENTEN IN FRANKRIJK
p. 66
Begin 17de E: ongeveer 10 parlementen in FR
o Voornaamste: Parijs en Bordeaux
o Parlementen: = gerechtshoven (vnl. beroepshoven) + bestuurlijke organen
Belangrijkste bestuurlijke opdracht/voorrecht: wetgeving
Wantrouwig tegenover nieuwe wetten van de koninklijke regering: wilden o.a. ≠ dat
de bestaande belastingvrijstellingen aangetast werden
Invloed op vorstelijke wetgeving door bezit van het ‘remonstrantierecht’:
o Sinds de late ME: nieuwe wetten moesten naar het parlement worden gestuurd om geregistreerd te
worden
Konden tijdens de registratieprocedure juridische bezwaren formuleren:
Kritiek?: ≠ geregistreerd + teruggestuurd naar het hof
o Aanpassingen werden al dan niet doorgevoerd: koning had het recht om de
registratie van de wet te bevelen => krachtmeting tussen regering +
parlement
Parlementsleden: meerderheid behoorde tot de gegoede burgerij + lage adel
o Hadden in principe rechten gestudeerd en genoten een groot sociaal aanzien
o Vormden samen met de leden van andere bestuurlijke instellingen het korps waarmee de vorst
rekening diende te houden
3. RENAUDOT, RICHELIEU EN LA GAZETTE
p. 68-69
Théophraste Renaudot (1586-1653):
o Geneesheer die via zijn praktijk Richelieu leerde kennen: belaste Renaudot toen hij eerste minister
van Lodewijk XIV werd met de reorganisatie van de armenzorg in FR
o Oprichting Bureau d’adresses: = bemiddelingskantoor dat werklozen aan betrekking hielp + bood
ondersteuning voor behoeftigen
Doel: armoede bestrijden door vraag en aanbod bij elkaar te brengen
Groeide uit tot een plaats waar berichten verspreid werden + nieuws te rapen viel
Bureau bracht Richelieu op het idee om Renaudot te belasten met het ontwikkelen van een officieel
nieuwblad
o Doel: propagandakanaal dat de vorstelijke politiek in het binnen- en buitenland zou ondersteunen
o 1631: kreeg van de koning het alleenrecht om in heel FR een krant te publiceren => ‘La Gazette’ (<
gazza: kletskous)
o Frequentie: verscheen wekelijks (kon tot 2 à 3 maal per week zijn)
Pas vanaf het einde van de 18de E dagelijks
o Verspreiding in heel FR mogelijk door samenwerking met uitgevers van grote steden
Kregen tegen betaling het recht om de afleveringen te herdrukken en in hun regio te
verspreiden
o ≠ goedkoop: 1 nummer kostte ongeveer de helft van het dagloon van een ongeschoold arbeider
2