GEDRAGSSTRATEGIEËN DOOR DE LENS
VAN DARWIN
1. INLEIDING
- Recapitulatie:
• Mensen zijn door natuurlijke selectie geëvolueerd om gedragsstrategieën te
ontwikkelen die hun inclusieve fitness (voortplantingssucces van zichzelf én
verwanten) bevorderen (Cliquet, 2010).
- Pre-wired (voorgeprogrammeerd):
• Mensen worden geboren met een biologische basisuitrusting.
• Deze basisuitrusting maakt ons klaar om gedurende ons hele leven te leren en
ons aan te passen.
- Belang van de omgeving:
• Zonder input vanuit de omgeving kan een individu zich niet volledig
ontwikkelen.
• Ontwikkeling ontstaat door de wisselwerking tussen aanleg en omgeving.
- Socialisatie:
• Socialisatie versterkt of verzwakt onze aangeboren tendensen.
• De omgeving beïnvloedt welke gedragingen meer of minder tot uiting komen.
- Menselijke natuur:
• De mens is niet perfect ("krom hout").
• De mens is geen onbeschreven blad (tabula rasa).
• Elk individu bezit zowel sociale als antisociale tendensen.
• Mensen zijn vatbaar voor verbetering en verandering.
- Individuele verschillen versus groepsverschillen:
• Individuele verschillen zijn groter dan groepsverschillen.
• Dit wordt ondersteund door genetisch onderzoek van de afgelopen 30 jaar.
1
,- Individuele variabiliteit als motor van evolutie:
• Variatie tussen individuen vormt de basis van evolutie.
• Genetische variabiliteit leidt tot biologische evolutie.
• Culturele variabiliteit leidt tot culturele evolutie.
• Individuele verschillen zijn altijd het resultaat van zowel biologische als
culturele factoren.
- Waarom zoeken naar ultieme verklaringen voor antisociaal gedrag?
• Niet alleen de proximale oorzaken zijn belangrijk (waarom een persoon een
bepaalde handeling stelt).
• Ook de ultieme oorzaken zijn relevant (waarom bepaalde gedragstendensen
überhaupt bestaan).
• Bepaalde contextuele factoren kunnen ervoor zorgen dat iemand
daadwerkelijk tot actie overgaat.
- Plaats voor een evolutionaire criminologie:
• Evolutionaire criminologie kan helpen om algemene criminologische
bevindingen beter te begrijpen.
- Overtreding van groepsregels:
• In elke samenleving overtreden mensen groepsregels.
• Tegelijkertijd zijn groepsregels noodzakelijk voor het functioneren van een
samenleving.
• Crimineel gedrag kan worden gezien als een alternatieve strategie om doelen
te bereiken.
- Biologische geslachtsverschillen:
• Biologische geslachtsverschillen bestaan in alle samenlevingen.
• Ze zijn niet louter een artefact of sociale constructie.
• Hetzelfde geldt voor leeftijdsverschillen, familie-effecten, klassenverschillen
en verschillen tussen biogeografische ancestrale subpopulaties.
• Het seksueel dimorfisme (verschillen tussen mannen en vrouwen) is in de
loop van de evolutie afgenomen.
• Dit onderwerp wordt vaak verkeerd begrepen en roept veel emoties op.
2
, • Misverstanden ontstaan vaak rond genetische effecten, seksisme, racisme,
dysgenetische effecten en eugenetica.
- Eigendomsdelicten versus gewelddelicten:
• Eigendomsdelicten (zoals diefstal, fraude en bedrog) komen vaker voor dan
gewelddelicten.
• Op crimineel gedrag volgen maatschappelijke reacties, wat kosten met zich
meebrengt.
• Eigendomsdelicten veroorzaken doorgaans minder maatschappelijke kosten
dan gewelddelicten.
• Daarom reageert de samenleving meestal sterker op gewelddelicten dan op
eigendomsdelicten.
- Agressie en (seksueel) geweld:
• Hoe ernstiger de fysieke gevolgen van een delict, hoe groter de
geslachtsverschillen worden.
• Agressie komt vaker voor tussen niet-genetische verwanten dan tussen
genetische verwanten.
• Er bestaan duidelijke geslachtsverschillen in agressief gedrag.
• Hoe ernstiger het delict, hoe groter de kans dat het door een man wordt
gepleegd.
- Biologische en culturele basis van gedrag:
• Zowel biologische als culturele factoren beïnvloeden:
o Voorkeuren (preferences).
o Persoonlijkheidskenmerken, waaronder de Big Five.
o Dark Traits (zoals narcisme, machiavellisme en psychopathie).
- Culturele evolutie:
• Cultuur evolueert voortdurend.
• Dit geldt voor:
o Normen en waarden.
o Artefacten (door mensen gemaakte hulpmiddelen en technologieën).
o Instituten zoals politie, justitie, leger en gezondheidszorg.
- Co-evolutie:
3
, • Alle vormen van evolutie zijn in zekere mate co-evolutie.
• Biologische en culturele ontwikkelingen beïnvloeden elkaar voortdurend en
evolueren samen.
2. EEN EVOLUTIONAIRE TYPOLOGIE VAN
ANTISOCIAAL GEDRAG
De meeste vormen van crimineel gedrag kunnen vanuit evolutionair perspectief worden
verklaard als:
• Een falen van altruïsme en prosocialiteit
o Individuen willen graag profiteren van de voordelen en gunsten die
anderen bieden.
o Ze geven echter zelf weinig of niets terug in ruil.
o Er ontstaat dus een onevenwicht tussen ontvangen en bijdragen.
• Een gevolg van geëvolueerde cognitieve en emotionele modules
o Mensen beschikken over aangeboren cognitieve en emotionele
mechanismen (modules) die bepaalde gedragstendensen sturen.
o Een voorbeeld hiervan is negatieve prosocialiteit, waarbij mensen
reageren op normovertredingen door middel van vergelding of bestraffing.
4