Biomedische Wetenschappen B1
H4: TRANSCRIPTIE
RNA DNA
- Ribonucleine acid → ribose ipv deoxyribose
- Werken met DNA of met RNA: DNA is stabiel; RNA is heel onstabiel
- RNA breekt snel af (snelle hydrolyse)
- Onstabiel → 2’OH groep → reageren met fosfaat groep → knipt in ruggengraat; RNA
breekt zichzelf af
- Uracil ipv thymine
- RNA is enkelstrengig maar kan wel hybridiseren met zichzelf of met andere RNA’s →
dichtplooien = haarspeldstructuren 3D-structuur door plooiingen en openingen
Verschillende types van RNA:
- mRNA → messenger
- tRNA → transport
- rRNA → ribosomaal
- lncRNA → long not coding RNA
- miRNA → kleine RNA, micro RNA
Hoe de verschillende soorten RNA ontdekt? / In welke RNA-moleculen bevindt zich de
boodschap?
→ Eerst dachten ze dat rRNA proteïne codeerde
→ Dit bewijzen: rRNA codeert voor eiwitten
, Eleonoor Gholamalizad
Biomedische Wetenschappen B1
Proefopstelling waarmee je transcriptie kan starten:
- E. Coli = snel replicerende bacteriën: Besmetten met bacteriofaag → E. coli zal
bacteriofaag eiwitten aanmaken
- Idee: dit DNA gaat leiden tot nieuwe ribosomen
In 3 verschillende situaties E.coli groeien en bekijken dmv centrifugatie → ribosomen blijven
zweven rond hun eigen densiteit
1. E. Coli in normaal medium
2. E.Coli + N15 & C13 (zware isotopen) → zware ribosomen → densere ribosomen
3. E.Coli met zware ribosomen overzetten naar normaal milieu → bacteriofagen
bijzetten → nieuwe eiwitten: verwachten nieuwe ribosomen → + P32 (radioactief) →
nieuwe ribosomen zullen dus ook radioactief zijn
- Verwacht: nieuwe ribosomen zullen terug lichter zijn + gemaakt uit nieuw RNA
- Waarneming: bijna geen nieuwe ribosomen + oude ribosomen werden radioactief
- Verklaring: geen nieuwe ribosomen gemaakt, dus rRNA bevat niet de code →
eiwitcode zit in RNA dat associeert met ribosomen =mRNA
Hoe wordt RNA aangemaakt?
Door specialiseerde enzymes: RNA polymerasen
- rNTPs = substraat van de enzymes (gebruikt om RNA te maken)
- DNA = template (afgeschreven naar RNA)
- RNA polymerasen = 5’ NTP verbinden met 3’OH uiteinden
- RNA pol: 5’ → 3’OH
Prokaryote RNA pol: 𝛼𝛼𝛽𝛽′ (enkel 1 soort RNA-polymerase)
- Alfa subeenheid → 2x in voor → vormen ruggengraat van het geheel
- Beta subeenheid: rNTPS herkennen en opnemen
- Beta ‘ → polymerase activiteit
Eukaryote RNA pol:
- Meer functies → complexer
- Gelijkaardige structuren met gelijkaardige functies als bij prokaryoten
- 3 types van RNA pol:
- RNA-pol I → aanmaken van rRNA
- RNA-pol II → schrijft eiwitten af
- RNA-pol III → transfer-RNA aanmaken