Taal: Theorie & oefentoets met
uitwerkingen.
,Samenva'ng taaldidac/ek
Hoofdstuk 1. Waarom (taal)onderwijs?
Kwalifica<e:
Het zich eigen maken van kennis, vaardigheden en houdingen.
Socialisa<e:
Het voorbereid worden op een leven als lid van een gemeenschap. Dit is het proces waarbij iemand
bewust en onbewust cultuurkenmerken overneemt.
Subjec<vering:
De vorming van een persoon. Niet alleen “wat wil ik?” maar ook “ik en mijn wereld”.
Soorten visies op het taalonderwijs
Tradi<oneel:
• Taal drager van cultuur
• De nadruk op schriKelijke vaardigheden en vormaspecten
• Gramma<ca, ontleden en spelling belangrijk
• Bij lezen nadruk op techniek (leestechniek, leesbegrip en leesbeleving)
Thema<sch-cursorisch:
Leerlingen werken aan een thema, in een doorlopende en gestructureerde lijn voor specifieke
vaardigheden.
Thema&sch:
ü Lesstof wordt georganiseerd rond een centraal thema waardoor vakken verbonden worden.
Cursorisch:
ü Stap voor stap wordt een afgebakend geheel behandeld zonder veel s&l te staan bij bijzondere
details maar doorgaand.
Taal bij alle vakken:
• Taal gebruik je voor het leren van nieuwe inhouden en voor het verkrijgen van nieuwe
inzichten.
• Leerkracht probeert het denkproces te ontwikkelen door goede instruc<e en taaltaken.
Communica<ef taalonderwijs:
• Goed mondeling en schriKelijk communiceren staat centraal.
• Accent ligt op spreken, luisteren, schrijven en lezen vanuit de gedachte
(zender/boodschap/ontvanger)
,Whole-languagebenadering:
• Taal als geheel aangeboden.
• Taalronde waarin vertellen. Luisteren, schrijven en lezen in samenhang ervaren en geleerd
worden.
• Alle leerlingen hebben iets te vertellen.
• Onderwerpen worden zo gekozen dat iedere leerling mee kan praten.
Strategisch onderwijs:
• Leerlingen moeten voor het uitvoeren van communica<eve taken strategieën leren
beheersen.
• Belangrijkste strategieën uitgelegd, gedefinieerd en aangeleerd, hierbij worden procedures
aangereikt zoals een stappenplan.
Taakgericht onderwijs:
• Vindt plaats vanuit taken die leerlingen zelf inhoudelijk interessant vinden op inhoud vaak
aUoms<g uit zaakvakken.
Zaakvakken:
ü Focussen op feiten, begrippen en verbanden.
ü Voorbeelden: geschiedenis, biologie en economie.
Interac<ef taalonderwijs:
• Gaat ervan uit dat leerlingen het best leren in een krach<ge leeromgeving, rekening houden
met individuele verschillen.
• Betrokkenheid en ac<viteit staan centraal.
Betekenisvol leren:
ü Kinderen leren in contexten (rijk, uitdagend, mo&verend, herkenbaar en func&oneel) die voor
hen belangrijk zijn.
Sociaal leren:
ü Leerlingen leren in samenspraak en samenwerking met anderen en ontdekken de betekenis
van gesproken en geschreven taal.
Strategisch leren:
ü Leerlingen hebben concrete strategieën nodig om bepaalde taalproblemen op te lossen.
Ontwikkeling visies + soorten
Behaviorisme:
• Met deze theorie leert een kind door imita<e van volwassenen, bekrach<ging en
condi<onering.
Na<visme (Chomsky):
• Kinderen worden geboren met LAD. Hiermee zijn ze in staat elke taal te leren waarmee ze in
aanraking komen.
• Eigen taalvermogen van een kind staat centraal
, Interna<onale benadering:
• Kinderen hebben iets in de rich<ng van een LAD maar het taalaanbod is net zo belangrijk.
LAD = language acquisi0on device
Vakinhoud Nederlands (inhoud en doelen)
Vaardigheden:
Spreken, lezen, luisteren en schrijven.
Taalbeschouwing (= reflecteren over taal)
• Kinderen denken niet alleen na over taal maar denken ook na over de taal zelf.
Om 2 redenen belangrijk:
o Kinderen gaan door reflec0e zelf beter spreken, luisteren, lezen en schrijven.
o Taal is een fascinerend en belangrijk cultureel middel.
Communica0eve func0e: hoe spreek je onbekenden aan?
Conceptualiserende func0e: welke synoniemen zijn er voor een woord?
Expressieve func0e: hoe kan ik een tekst spannender maken?
Jeugdliteratuur:
• Via boeken worden de kinderen wegwijs gemaakt in de wereld waarin ze leven.
• Komen via boeken in aanraking met verschillende culturen.
• Taalverwervingsdoel: in boeken wordt een andere taal geboden dan gesproken taal.
Woordenschat:
• Woordkennis is van belang voor de taalvaardigheid. Zonder woorden geen taal.
Kerndoelen mondeling onderwijs
1. uit taal informa<e leren werven en structureren
2. Leren uitdrukken in vorm en inhoud
3. Leren redeneren en argumenteren
Kerndoelen schriBelijk onderwijs
1. Leren informa<e achterhalen uit boeken/digitale bronnen
2. Leren naar inhoud en vorm opstellen
3. Leren ordenen van schriKelijke info
4. Leren vergelijken en beoordelen
5. Leren presenteren van tekstproduct
6. Zien dat lezen en schrijven fijn is