wereld
Nadenken over de verantwoordelijkheid van juristen
1
, Inhoud
0. Voorwoord..............................................................................................2
1. Rechtsfilosofie voor de eenentwintigste eeuw......................................3
2. Staten als focus voor de organisatie van macht, recht en samenleving
..................................................................................................................7
3. Wat is recht?........................................................................................14
4. Rechtsstatelijkheid..............................................................................24
5. Mensenrechten....................................................................................28
6. Democratie..........................................................................................36
7. Rechtvaardigheid.................................................................................47
8. Ethiek voor burgers en juristen...........................................................57
0. Voorwoord
Rechtsfilosofie is vooral kritisch en systematisch nadenken over recht en politieke
vraagstukken. In dit boek worden twee denkkaders (paradigma’s) tegenover elkaar gezet.
Het gangbare paradigma is het statelijke paradigma: daarin is de staat de bron van de
politieke macht en van het recht. Bijna alle klassieke rechtsfilosofische theorieën gaan uit
van dit paradigma. Daartegenover staat een pluralistisch paradigma, waarin naast de
staat ook andere actoren macht hebben, andere bronnen van recht bestaan en de natie
niet het centrale verband is waarbinnen mensen samenleven. De stelling van dit boek is dat
het pluralistisch paradigma kan helpen de complexe wereld beter te begrijpen.
2
,1. Rechtsfilosofie voor de eenentwintigste eeuw
1.1 Wat is rechtsfilosofie?
Allereerst is rechtsfilosofie een activiteit; het systematisch en kritisch nadenken over
recht. Rechtsfilosofie gaat ook over de reflectie op fundamentele vraagstukken en idealen
zoals de rechtstaat, democratie en grondrechten. Filosofie onderscheidt zich van gewoon
juridisch onderzoek doordat het antwoord op rechtsfilosofische vragen niet kan worden
gevonden in de gangbare rechtsbronnen.
De activiteit van systematische reflectie op het recht heeft twee hoofdvormen:
- Als beschrijvende verheldering, waarbij het hoofddoel is om het recht beter te
begrijpen.
- Als normatieve analyse, waarbij wordt gekeken naar wat wenselijk recht is.
Ten tweede is rechtsfilosofie een verzameling inzichten. De verscheidenheid van
inzichten toont dat er in de filosofie meestal niet één enkel antwoord op een vraag bestaat.
Filosofische inzichten en argumenten zijn belangrijke bouwstenen voor het construeren van
de juridische doctrine als een samenhangend systeem, maar kunnen ook bouwstenen zijn
om die rechtsorde te bekritiseren en te verbeteren.
Ten derde is rechtsfilosofie een verzameling theorieën. Filosofische theorieën zijn altijd
controversieel en geven vaak aanleiding tot debat. Filosofische artikelen en boeken
beginnen vaak met het weergeven van een of meer invloedrijke theorieën om die
vervolgens kritisch te analyseren.
Filosofie is een reflectieve en argumentatieve discipline, waarbij wordt voortgebouwd
op het denken van anderen. Om op rechtsfilosofische thema’s te kunnen reflecteren is eerst
inzicht nodig in fundamentele vragen rond het recht en de daarop voorgestelde
antwoorden.
1.2 Juristen als meesters in institutionele vormgeving
Het doel van de meeste juridische professies kan omschreven worden als institutionele
vormgeving; het structureren van de samenleving of delen daarvan met behulp van het
recht. Met de Grondwet geven juristen de democratie vorm, met een belastingwet leggen
ze burgers en bedrijven verplichtingen op en met een contract regelen ze de relatie tussen
twee partijen. Hiervoor is nodig dat juristen naast het kennen van het recht ook kritisch
kunnen nadenken, argumenteren en analyseren. Hierbij komt rechtsfilosofie goed van pas.
1.3 De relevantie van rechtsfilosofische theorieën voor de samenleving van nu
In dit boek worden alleen theorieën besproken die nu nog relevant zijn voor Nederland en
de internationale rechtsorde. Hierdoor komen voornamelijk westerse filosofen en hun
theorieën aan bod. Hierbij moet bedacht worden dat alle filosofen kind zijn van hun eigen
tijd, theorieën zijn daarmee dus contextbepaald. Hoe ouder de theorie, hoe meer de
context doorgaans verschilt van de onze. Als we zo’n theorie willen gebruiken, moeten we
ons bewust zijn van de context waarin deze ontstond en onze eigen tegenwoordige context.
3
, Daarnaast moeten we ons bewust zijn van de persoonlijke achtergrond van de auteur en
de mogelijke invloed daarvan op hun werk. De meeste in dit boek besproken auteurs zijn
rijke, ontwikkelde, soms seksistische en racistische witte mannen uit vorige eeuwen. Voor
een theorie over bijvoorbeeld rechtvaardigheid kan de achtergrond van een auteur dan
extra van belang zijn. Het is dan belangrijk om alert te zijn of die context en achtergrond
een theorie minder bruikbaar maken voor het nu, en vervolgens te zoeken naar
mogelijkheden om die eenzijdigheid te corrigeren.
1.4 Context: de eenentwintigste eeuw
De meeste rechtsfilosofische theorieën dateren uit de twintigste eeuw of daarvoor. Deze
theorieën hebben vaak bepaalde vooronderstellingen die niet volledig recht doen aan de
maatschappelijke werkelijkheid. De staatssoevereiniteit, juridisch centralisme en natiestaat
zijn drie van deze theorieën, die vallen onder het statelijk paradigma.
- Het idee van staatssoevereiniteit houdt in dat een staat het hoogste gezag is over de
bevolking op een bepaald grondgebied. In de huidige wereld van globalisering, waarin
grenzen vervagen, schiet dit model tekort.
- Het idee van juridisch centralisme houdt in dat alle recht direct of indirect kan
worden herleid tot het hoogste gezag (de Grondwet) in die staat. Ook deze gedachte
past niet meer volledig, alleen al vanwege de toegenomen betekenis van Europees en
internationaal recht.
- Het idee van de natiestaat gaat ervan uit dat de staat niet alleen verbonden is met
een bepaald grondgebied, maar ook met een natie; een volk met een eigen identiteit. In
een tijd van sterke internationale migratie past deze theorie ook minder bij de
werkelijkheid.
Tegenover dit statelijk paradigma staat het pluralistisch paradigma. Daarin is niet de
territoriale staat de primaire eenheid, maar de wereld als geheel. Dit paradigma kan
worden samengevat in drie uitgangspunten: machtspluralisme, rechtspluralisme en
maatschappelijk pluralisme.
In dit boek worden de paradigma’s vooral descriptief gebruikt: ze helpen ons de wereld van
vroeger en die van de eenentwintigste eeuw beter te begrijpen. De normatieve uitdaging is
vervolgens hoe we op dat pluralistische karakter reageren. Hoe moeten bijvoorbeeld
democratie en rechtsstaat worden vormgegeven in de huidige pluralistische context?
1.5 Normatieve theorieën in rechtsfilosofie en ethiek
Een normatieve theorie kan worden omschreven als een theorie over wat goed is en over
normen voor het handelen. Tegenover normatieve theorieën staan beschrijvende
theorieën. Normatieve theorieën kunnen betrekking hebben op het recht, maar ook op het
handelen van individuele personen, rechters of bedrijven. In het eerste geval hebben we
het over rechtsfilosofie, in het laatste over ethiek.
Er zijn verschillende normatieve theorieën waarin 4 hoofdstromingen zijn te onderscheiden:
- Deontologie
4