✺ Reflex = motorisch antwoord op een prikkel die het CZS passeert
⋮ Zowel het motorisch antwoord als de prikkel kunnen heel gevarieerd zijn
⋮ Voorbeelden van reflexen (met hun prikkel en motorisch antwoord)
┕ Terugtrekken van een lichaamsdeel na pijn sensatie
┕ Kniepees reflex: na het tikken van de kniepees zwaait het been uit
┕ Niezen na het aanvoelen (onbewust) van stof of pathogenen op het slijmvlies
┕ Het sluiten van de oogleden als iets te dicht komt bij de cornea
⋮ We kunnen ook primitieve reflexen onderscheiden, deze zijn aanwezig in jonge kindjes (en ook ouderen),
zijn essentieel voor het leven en verdwijnen bij het groeien
✺ Reflexen zijn vaste automatische response na een eenvoudige stimulus; elke prikkel van een bepaald
lichaamsdeel zal dan ook telkens dezelfde motorische antwoord krijgen
✺ Reflexen vereisen geen mentale processing, ze gebeuren onbewust
✺ Reflexen werden voor het eerst (± correct) beschreven in 1664 door Descartes
✺ Reflexen hebben 5 componenten nodig om plaats te kunnen vinden
1. Receptoren of detectoren (deze zitten op verschillende plaatsen in het
lichaam)
2. Afferente (aanvoerende) zenuwvezels: activeren motorneuronen voor
motorische antwoord
3. Motorneuronen
4. Efferente (uittredende) zenuwvezels
5. Effectoren (spieren of klieren)
✺ Reflexen worden gecontroleerd in de ruggenmerg of de hersenstam en zijn dus onbewust
Receptor/detector Verdere doorgave van het signaal via AP activatie in opeenvolgende neuronen
AP productie waarna
sensorische
afferente vezels
worden geactiveerd
Stimulatie van de spier via de motorische eindplaat (of
neuromusculaire junctie)
⋮ De cortex is niet betrokken bij het genereren van een motorisch antwoord
⋮ De cortex is wel betrokken bij het waar worden van
de prikkel en de automatische respons
⋮ Deze gewaarwording treedt op in de
somatosensorische cortex
┕ Informatie activeert perifere receptoren en deze
informatie gaat via vezels naar het CZS
┕ De signalen voor gewaarwording passeren langs
Somatosensorische cortex
de thalamus die de info doorstuurt naar de
somatosensorische cortex
┕ Dan treedt de gewaarwording op en zijn we bewust van de sensatie van de prikkel en de
beweging/reactie die we op de prikkel hebben
Pagina 1 43
,2. De thalamus als relay centrum
✺ De thalamus is een schakelcentrum die allerlei
binnenkomende informatie doorstuurt naar andere delen van
de hersenen
⋮ Sensorische en motorische informatie, informatie uit het
limbisch systeem en uit het reticulair systeem komen toe in de
thalamische kernen en worden verder doorgestuurd naar de
juiste corticale gebieden
⋮ Voor de gewaarwording van de reflexen spelen de ventrale
posterior (VP) nuclei een rol nl. de ventrale posteromediale
(VPM) en ventrale posterolaterale (VPL) nuclei
3. Soorten reflexen
✺ We kunnen reflexen indelen op basis van hun locatie t.o.v. hun effector(en)
⋮ Ipsilateraal: receptor en effector zitten aan dezelfde kant
┕ Bv. de pijnreflex: waar dat de pijn wordt waargenomen gebeurt de terugtrekkingsbeweging
⋮ Contralateraal: receptor en effector zitten aan tegenovergestelde kant
┕ Bv. de pijnreflex: de tegenovergestelde kant van de pijnsensatie zal stabieler worden zodat het
lichaamsdeel aan dezelfde kant van de pijnsensatie zich kan terugtrekken zonder te vallen
⋮ Bilateraal: een receptor aan één zijde geeft een reactie in beide kanten van het lichaam
┕ Bv. de pupilreflex: na het schijnen van licht in één oog zullen beide pupillen contraheren
✺ We kunnen reflexen indelen op basis van hun functie
⋮ Proprioceptieve reflex = spierrekkingsreflex
┕ Proprioreceptoren nemen de prikkels waar en zitten gelokaliseerd in spierspoeltjes, gewrichten, pezen
(Golgi-orgaan) en het binnenoor
┕ De locatie van de receptor = de locatie van het effectororgaan
⋮ Exteroceptieve reflexen = huidreflexen
┕ Receptoren zijn gescheiden van hun effectororgaan en de input gebeurt via de huid of slijmvliezen
⋮ Pathologische reflexen = afwijkende reflexen
┕ Hun aanwezigheid is een indicatie van pathologie; er is een laesie, trauma of tumor in de betrokken
neuronen aanwezig die een reflex teweegbrengen
┕ Kunnen zowel proprio- als exteroceptief zijn
Pagina 2 43
,3.1. Proprioceptieve reflexen
❶ Overzicht
✺ Proprioceptie = positiezin = kinesthesie: het vermogen van een organisme om de positie van het eigen
lichaam en de lichaamsdelen waar te nemen
✺ Zorgt voor dieptesensibiliteit: in dieper gelegen structuren wordt info opgepikt zoals o.a. gewrichtsstand
en spierlengte, de huid is hier niet bij betrokken
✺ Proprioreceptoren zullen verantwoordelijk zijn voor het waarnemen van proprioceptie
Proprioreceptoren die instaan voor
de positie van het gewricht waar te
nemen. Er zijn 4 types (type I-IV). 3
bezitten een capsule en zijn
gelijkend aan lichaampjes van
Gewrichtsreceptoren
Ruffini (type I) en Vater-Pacini (type
II) en golgi peeslichaampjes (type
III). 1 heeft geen capsule en dient
voor de waarneming van extreme
beweging en pijndetectie
Proprioreceptoren die instaan voor
de regulatie van spierspanning.
Een netwerk van collageen is hierin
te vinden waartussen afferente
Golgi peeslichaampjes vezels verwoven zitten; als de pees
rekt, rekken de collageen vezels
waardoor de afferente vezels ook
rekken, dus ze detecteren de
spierrekking.
Proprioreceptoren die instaan voor
Spierspoelen
de regulatie van de spierlengte
❷ Spierspoelen
✺ Spierspoel (= intrafusale spiervezel) zit tussen de
dwarsgestreepte (extrafusale) spiervezels
✺ Wordt geïnnerveerd door γ-motorneuronen (de extrafusale
spiervezels door α-motorneuronen)
✺ Structuur: spiraalvormige buik omgeven door Ia vezels (=
primaire sensorische zenuwen) centraal
✺ Spierspoel wordt geëxciteerd door...
⋮ verlenging van de spier; spierspoelen liggen in dezelfde
richting als spiervezels en rekken mee als de spiervezels
rekken en hierdoor activeren de γ-motorneuronen
⋮ contractie van de spierspoel; bij activatie van de spierspoel
door γ-motorneuronen rekken ze uit waardoor ook andere
neuronen actief gaan worden
Aan de spierspoel kunnen volgende reflexen worden gekoppeld...
Pagina 3 43
, Eigen- of myotatische reflex
1. Bij de kortstondige uitrekking van de skeletspier (door bv. een slag op de pees) zal de spierspoel zich ook
uittrekken...
Signaal loopt door tot aan
Signaal wordt doorgegeven De α-motorneuron zal
Prikkel in het ruggenmerg (via de
aan de motorneuron die het signaal doorgeven
sensorische Ia- achterhoorn naar de
dezelfde spier innerveert, nl. aan de spier waarna hij
vezels voorhoorn naar de synaps
de α-motorneuron contraheert
met de motorneuron)
2. Deze reflexboog is monosynaptisch; de sensorische zenuw gaat automatisch ineens rechtsreeks
contact maken met het motorneuron waardoor er heel snel een motorisch antwoord optreedt
3. Deze reflex is een eigenreflex: de prikkel en het antwoord is in dezelfde structuur (in de spier)
4. Deze reflex zorgt ervoor dat de spierlengte constant blijft en is belangrijk voor de lichaamshouding
5. Naast het activeren van de extensor spier, zal ook de flexor spier worden beïnvloed
⋮ De Ia-vezel maakt ook contact met een inhiberende interneuron in de voorhoorn
⋮ Deze interneuron maakt synaps met motorneuronen van de antagonistische spier (de flexor) en zal een
inhiberende signaal doorgeven waardoor die spier niet contraheert maar relaxeert
6. Resultaat: het been zwaait lichtjes naar voren toe
1) De spierspoel rekt uit doordat de spier uitrekt
2) Deze uitrekking wordt waargenomen door
sensorische Ia-vezels in de spierspoel
3) Het signaal van de Ia-vezel loopt door tot aan het
ruggenmerg waar het via de achterhoorn
binnentreedt en tot in de voorhoorn loopt
4) Vanuit de voorhoorn maakt de Ia-vezel synaps
met de α-motorneuronen
4a) In de agonistische spier (de flexor): de α-
motorneuron stuurt het signaal verder door
naar de spier waarna hij contraheert
4b) In de antagonistische spier (de extensor): de
α-motorneuron stuurt geen signaal door
waardoor dat de spier relaxeert
5) Het been waar de prikkel heeft plaatsgenomen
reageert d.m.v. een lichte zwaai beweging
Hoe wordt de beweging nu ongedaan gemaakt; kan op 4 manieren...
1. Stimulatie van peesreceptoren
⋮ De terugkering van het been naar de originele positie gebeurt via de golgi peeslichaampjes
⋮ In de pees die verbonden is aan de bewegende spier zit een golgi peeslichaampje in
⋮ Als de spier contraheert dan rekt de pees uit waarbij ook het lichaampje uitrekt
⋮ Samen met de collageenvezels worden ook Ib sensorische vezels in het lichaampje uitgerokken waarna
ze geactiveerd worden
⋮ Deze Ib-vezels lopen tot aan de achterhoorn en gaan erdoorheen naar de voorhoorn waar ze synaps
maken met inhiberende en exciterende interneuronen
┕ De inhiberende interneuronen maken synaps met de α-motorneuronen van de agonistische (extensor)
spier om zo de contractie ongedaan te maken
┕ De exciterende interneuronen zullen de antagonistische spier (flexor) gaan activeren
⋮ Resultaat: het tegenovergestelde zal plaatsnemen en het been zwaait weer naar de originele plek
Pagina 4 43