MEDISCHE BEELDVORMING VAN HET
PAARD
VOET
Welke beeldvormingstechnieken kunnen we gebruiken om de ondervoet van het paard te
bekijken?
- Radiografie
- Echografie (moeilijk door het hoe>apsel, wel de hielen)
- MRI
- CT
- ScinFgrafie
Anatomie van de voet:
Het hoefgewricht heeK een dorsale en palmaire blindzak. De dorsale
blindzak komt hoog tot halverwege het kroonbeen. De palmaire grenst aan de sesamschede,
maar er is geen verbinding tussen de 2.
Waar moeten we op lePen bij een radiografie?
- De voet moet opgekuist zijn, anders geeK dit artefacten.
- Straalgroeven opvullen
- Hoefijzer eraf halen
- Anatomische varia/es niet verwarren met pathologiën: bijvoorbeeld een apart
ossificaFecentrum thv de palmaire processus van het hoeReen
- De voetconforma/e:
, o We meten de palmaire hoek, dit is de hoek tussen de grond en het hoeReen.
o Asymmetrische voeten: de hielen van de ene voet zijn lager dan de andere, dit
geeK meer belasFng op het straalbeen en dus zullen we een dikkere flexor
cortex van het straalbeen zien.
Pathologie van de voet
Lamini/s of hoe2evangenheid -> les nog eens herbekijken
We nemen een LM opname op een plaPe blok een DP opname en een DPr – PaDiO
Er wordt een naald op de hoef geplakt als marker om zo de graad van rotaFe van het
hoeReen te meten. Daarnaast wordt er ook gekeken naar zogenaamde ‘sinking’ van het
hoeReen. We kijken hoe ‘diep’ het hoeReen zit ten opzichte van de kroonrand. Dit kan
eventueel ook klinisch waargenomen worden als een putje net boven de kroonrand. Dan
meten we ook de dikte van de zool en kunnen we als marker barium gebruiken.
Radiografische kenmerken van laminiFs op RX: dik dorsale hoe>apsel (ongeveer 30% van de
lengte van het hoeReen) en in het chronische stadium zien we dus de rotaFe van het
hoeReen ten opzichte van de hoefwand.
,De sinking die hierboven besproken werd wordt gemeten door de founder distance. Dit is de
afstand tussen de kroonrand en processus extensorius (deze mag max 1cm zijn?).
De zooldikte moet meer dan 11mm zijn, bij voorkeur 15mm. De palmaire hoek mag variëren
tussen 3-10°. Als het hoeReen zakt gaat de palmaire hoek vergroten.
Zakt het hoeReen door de zool dan is er een slechte prognose.
Bij chronische cases kan er remodelling van het hoeReen optreden en lipping van de distale
Fp van het hoeReen. We kunnen ook lyse / resorpFe van het hoeReen zien en vergroFng
van de vasculaire kanalen.
Een goede follow up is belangrijk. Meten of de lamellaire laag verdikt is en posiFe van het
hoeReen nakijken. Verder kijken we of onze opname OK is, niet te schuin, of er rotaFe is,
sinking is en de dikte van de zool wordt gemeten.
TRAUMA
HoeReenfracturen
Een paard dat acuut heel erg mank is, vaak geen of amper steunname.
follow up is zeer belangrijk, na
enkele weken weer opnieuw RX nemen om de heling te evalueren, MAAR ook het paard
klinisch opvolgen!
Een type I fractuur zie je alFjd goed met een LM maar niet op een DP.
, Een type II fractuur zien we niet alFjd op de LM, maar wel op de schuine opname (D65°Pr-
PaDiO). Dit is een intra arFculaire fractuur, dus alFjd het gewrichtsvlak beoordelen. Ook
kijken of de fractuur verplaatst is. Een niet verplaatste fractuur heeK een goede prognose,
mar bij verplaatsing kan er nadien OA optreden.
D M Pr -> Pa L Di O
Type III fractuur: sagiPale fractuur. Het hoeReen is gebroken in 2 gelijke delen. Zien we ook
weer niet op de LM, wel op de DP. Deze fractuur kan je chirurgisch behandelen door een
schroef te plaatsen.
Type IV fractuur: een fractuur van de processus extensorius. Op onderstaande foto zien we
een chronisch beeld met een onregelmaFge fractuur lijn, weke delen zwelling en
nieuwbeenvorming.
PAARD
VOET
Welke beeldvormingstechnieken kunnen we gebruiken om de ondervoet van het paard te
bekijken?
- Radiografie
- Echografie (moeilijk door het hoe>apsel, wel de hielen)
- MRI
- CT
- ScinFgrafie
Anatomie van de voet:
Het hoefgewricht heeK een dorsale en palmaire blindzak. De dorsale
blindzak komt hoog tot halverwege het kroonbeen. De palmaire grenst aan de sesamschede,
maar er is geen verbinding tussen de 2.
Waar moeten we op lePen bij een radiografie?
- De voet moet opgekuist zijn, anders geeK dit artefacten.
- Straalgroeven opvullen
- Hoefijzer eraf halen
- Anatomische varia/es niet verwarren met pathologiën: bijvoorbeeld een apart
ossificaFecentrum thv de palmaire processus van het hoeReen
- De voetconforma/e:
, o We meten de palmaire hoek, dit is de hoek tussen de grond en het hoeReen.
o Asymmetrische voeten: de hielen van de ene voet zijn lager dan de andere, dit
geeK meer belasFng op het straalbeen en dus zullen we een dikkere flexor
cortex van het straalbeen zien.
Pathologie van de voet
Lamini/s of hoe2evangenheid -> les nog eens herbekijken
We nemen een LM opname op een plaPe blok een DP opname en een DPr – PaDiO
Er wordt een naald op de hoef geplakt als marker om zo de graad van rotaFe van het
hoeReen te meten. Daarnaast wordt er ook gekeken naar zogenaamde ‘sinking’ van het
hoeReen. We kijken hoe ‘diep’ het hoeReen zit ten opzichte van de kroonrand. Dit kan
eventueel ook klinisch waargenomen worden als een putje net boven de kroonrand. Dan
meten we ook de dikte van de zool en kunnen we als marker barium gebruiken.
Radiografische kenmerken van laminiFs op RX: dik dorsale hoe>apsel (ongeveer 30% van de
lengte van het hoeReen) en in het chronische stadium zien we dus de rotaFe van het
hoeReen ten opzichte van de hoefwand.
,De sinking die hierboven besproken werd wordt gemeten door de founder distance. Dit is de
afstand tussen de kroonrand en processus extensorius (deze mag max 1cm zijn?).
De zooldikte moet meer dan 11mm zijn, bij voorkeur 15mm. De palmaire hoek mag variëren
tussen 3-10°. Als het hoeReen zakt gaat de palmaire hoek vergroten.
Zakt het hoeReen door de zool dan is er een slechte prognose.
Bij chronische cases kan er remodelling van het hoeReen optreden en lipping van de distale
Fp van het hoeReen. We kunnen ook lyse / resorpFe van het hoeReen zien en vergroFng
van de vasculaire kanalen.
Een goede follow up is belangrijk. Meten of de lamellaire laag verdikt is en posiFe van het
hoeReen nakijken. Verder kijken we of onze opname OK is, niet te schuin, of er rotaFe is,
sinking is en de dikte van de zool wordt gemeten.
TRAUMA
HoeReenfracturen
Een paard dat acuut heel erg mank is, vaak geen of amper steunname.
follow up is zeer belangrijk, na
enkele weken weer opnieuw RX nemen om de heling te evalueren, MAAR ook het paard
klinisch opvolgen!
Een type I fractuur zie je alFjd goed met een LM maar niet op een DP.
, Een type II fractuur zien we niet alFjd op de LM, maar wel op de schuine opname (D65°Pr-
PaDiO). Dit is een intra arFculaire fractuur, dus alFjd het gewrichtsvlak beoordelen. Ook
kijken of de fractuur verplaatst is. Een niet verplaatste fractuur heeK een goede prognose,
mar bij verplaatsing kan er nadien OA optreden.
D M Pr -> Pa L Di O
Type III fractuur: sagiPale fractuur. Het hoeReen is gebroken in 2 gelijke delen. Zien we ook
weer niet op de LM, wel op de DP. Deze fractuur kan je chirurgisch behandelen door een
schroef te plaatsen.
Type IV fractuur: een fractuur van de processus extensorius. Op onderstaande foto zien we
een chronisch beeld met een onregelmaFge fractuur lijn, weke delen zwelling en
nieuwbeenvorming.