• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 152 pages
Summary

Fiscale Hogeschool Brussel (2026): Samenvatting BTW

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 152 pages

Volledige en uitgebreide samenvatting van het vak BTW aan de Fiscale Hogeschool Brussel

Content preview

Samenvatting BTW | Les 1 - Overzicht van de btw




Samenvatting BTW
Les 1 - Overzicht van de btw
Eddy Debruyne - 23 september 2025

LEESWIJZER / EXAMENFOCUS
Deze les legt de basismethodiek voor de volledige btw-cursus vast. De historische ontwikkeling verklaart waarom het huidige
stelsel steunt op neutraliteit, doorzichtigheid en onmiddellijke aftrek van voorbelasting. Voor het examen zijn vooral de
bronnenhiërarchie, het mechanisme van de btw, de begrippen uit artikel 1 WBTW, de voorwaarden van de vier belastbare
handelingen en het vijfdelige btw-denkpatroon van belang. De prof benadrukt uitdrukkelijk dat de vraag wie de btw moet
voldoen een belangrijk puntenonderdeel vormt. De slides en de effectief besproken inhoud vormen de leerbasis; het handboek
dient vooral om moeilijke onderdelen verder toe te lichten.



0. Kernschema van de les
- Btw is een algemene verbruiksbelasting die uiteindelijk en slechts eenmaal wordt gedragen door de eindverbruiker.
- De belasting wordt in elke fase van de productie- en distributieketen gefractioneerd geïnd. Door het recht op aftrek draagt
elke belastingplichtige economisch alleen btw af over de door hem toegevoegde waarde.
- De primaire Europese bron is Richtlijn 2006/112/EG. Daarnaast zijn de Europese uitvoeringsverordening, het WBTW,
koninklijke besluiten, ministeriële besluiten, administratieve standpunten en rechtspraak relevant.
- Artikel 1 WBTW bevat een groot aantal communautaire definities. De belangrijkste in deze les zijn het geografische
toepassingsgebied, misbruik, gebouw en bijhorend terrein, belastbaar feit en opeisbaarheid, facturen en vouchers.
- De werkingssfeer van de btw omvat vier belastbare handelingen: levering van goederen, dienst, intracommunautaire
verwerving en invoer.
- Voor leveringen, diensten en intracommunautaire verwervingen is in beginsel een handeling onder bezwarende titel
vereist. Bij invoer is de hoedanigheid van de partijen niet relevant.
- Een btw-probleem wordt per handeling onderzocht aan de hand van vijf vragen: belastingplichtige, belastbare handeling,
plaats, vrijstelling en schuldenaar.
- De hoofdregel van artikel 51, §1 WBTW is dat degene die de belastbare handeling stelt de btw moet voldoen. Artikel 51, §2
WBTW en de uitvoeringsbesluiten bevatten belangrijke verleggingsregels.

ABSOLUTE EXAMENREFLEX
De analyse begint niet met het tarief. Eerst worden de feiten, partijen, goederenbewegingen en facturatiestromen vastgesteld.
Daarna wordt elke handeling afzonderlijk gekwalificeerd en worden de vijf hoofdvragen in vaste volgorde beantwoord.



1. Ontstaan van het huidige btw-stelsel

1.1. Het vroegere stelsel tot 31 december 1970
Tot en met 31 december 1970 werd gewerkt met diverse taksen uit het Wetboek van de met het zegel gelijkgestelde taksen.
Bij de verkoop van goederen gold onder meer een overdrachtstaks; voor bepaalde diensten bestond een factuurtaks. Het
ging om cascadetaksen met cumulatieve werking.
Elke ondernemer verwerkte niet alleen de aankoopprijs en eigen winstmarge, maar ook de eerder betaalde taksen in zijn
verkoopprijs. De volgende schakel betaalde daardoor een nieuwe taks op een bedrag waarin al eerdere taksen waren
opgenomen. Er ontstond dus belasting op belasting.




BTW - Les 1 pag. 1

, Samenvatting BTW | Les 1 - Overzicht van de btw


VOORBEELD - CUMULATIEVE WERKING
Wanneer een product achtereenvolgens door een onderdelenfabrikant, producent, groothandel en kleinhandel werd verkocht,
werden eerdere taksen telkens opnieuw doorgerekend. In het voorbeeld uit de les bedroegen de totale taksen 1.106. Wanneer
één geïntegreerde onderneming alle tussenfasen zelf uitvoerde, bedroegen de taksen slechts 560. Het prijsverschil van 546 werd
uitsluitend veroorzaakt door de structuur van de productieketen.


1.2. Nadelen van het vroegere stelsel
1.2.1. Gebrek aan neutraliteit
Hoe meer leveringen in de productie- en distributieketen plaatsvonden, hoe hoger de totale belastingdruk. Grote
geïntegreerde ondernemingen die verschillende fasen intern uitvoerden, werden bevoordeeld tegenover kmo's die op
afzonderlijke leveranciers en tussenhandelaars waren aangewezen. Het belastingstelsel veroorzaakte daardoor
concurrentieverstoring.

1.2.2. Gebrek aan doorzichtigheid
Het was onmogelijk om exact te bepalen hoeveel taks in de prijs van een product vervat zat. De belastingdruk hing af van het
aantal voorafgaande schakels. Dit vormde vooral een probleem in het internationale handelsverkeer:
- Bij invoer werd een forfaitaire compenserende taks geheven om ingevoerde goederen ongeveer dezelfde belastingdruk te
geven als binnenlandse goederen. Landen stelden die forfaits vaak hoog vast ter bescherming van de nationale productie.
- Bij uitvoer werd een forfaitaire ontheffing toegekend om de gecumuleerde taksen uit de prijs te verwijderen. Een te hoge
ontheffing werkte als een verkapte exportsubsidie.

1.2.3. Afremming van investeringen
Investeringen werden economisch tweemaal belast. De investeerder was bij de aankoop de laatste schakel en droeg alle
gecumuleerde taksen. Vervolgens werden de investeringskosten via afschrijvingen in de verkoopprijs aan klanten
doorgerekend en opnieuw belast.

1.2.4. Voorfinanciering van voorraden
De taksen in de aankoopprijs konden pas worden gerecupereerd wanneer de voorraad werd verkocht. Hierdoor bleef
belangrijk werkkapitaal geblokkeerd. Bij diefstal, brand, beschadiging of onverkoopbaarheid ging de volledige gecumuleerde
belastingdruk definitief verloren.


2. Europese harmonisering en ontwikkeling

2.1. Verdrag van Rome en eerste richtlijnen
Het Verdrag van Rome van 1957 richtte de EEG op en beoogde een gemeenschappelijke markt met vrij verkeer en gezonde
mededinging. De uiteenlopende cumulatieve stelsels van de lidstaten waren daarmee onverenigbaar. Via Europese
richtlijnen werd daarom trapsgewijs een uniform btw-stelsel ingevoerd.
De eerste twee richtlijnen van 1967 legden de basiskenmerken van het btw-stelsel vast, maar lieten de lidstaten aanvankelijk
nog ruime autonomie, onder meer voor tarieven, vrijstellingen en bijzondere regelingen. België voerde het btw-stelsel in
met de basiswet van 3 juli 1969, die op 1 januari 1971 in werking trad. De huidige tekst van het WBTW is nog steeds op die
basiswet gebaseerd, hoewel de inhoud door latere wijzigingen grondig is veranderd.

2.2. Belangrijkste Europese ontwikkelingsfasen
Jaar Instrument Kernbetekenis

Legde strikte en grotendeels uniforme regels vast over belastingplichtige, belastbare
1977 Zesde btw-richtlijn handelingen, belastbaar feit, opeisbaarheid, plaats, maatstaf van heffing en
vrijstellingen. Vormde lange tijd de basis van het geharmoniseerde stelsel.

1979 Achtste btw-richtlijn Regelde de teruggaaf van voorbelasting aan belastingplichtigen die in een andere
lidstaat waren gevestigd. Later vervangen door de teruggaafprocedure uit de richtlijn



BTW - Les 1 pag. 2

, Samenvatting BTW | Les 1 - Overzicht van de btw


Jaar Instrument Kernbetekenis

van 12 februari 2008.

Regelt de teruggaaf van voorbelasting aan belastingplichtigen die buiten de EU zijn
1986 Dertiende btw-richtlijn
gevestigd. Deze richtlijn bestaat nog steeds, zij het met latere aanpassingen.

Richtlijn 16 december 1991 en
Schafte fiscale controles aan de binnengrenzen af en voerde vanaf 1 januari 1993 het
1991-1993 Belgische wet 28 december
overgangsstelsel voor intracommunautaire handel in.
1992

Voegde de Eerste en de Zesde richtlijn en latere wijzigingen samen, met een nieuwe
2006 Richtlijn 2006/112/EG
nummering. Dit is de centrale btw-richtlijn van het huidige stelsel.

Twee richtlijnen van 12 februari Hervormden vanaf 1 januari 2010 de plaatsbepaling van diensten en de procedure voor
2008-2010
2008 teruggaaf van in een andere lidstaat opgelopen btw.

Wijzigde vanaf 1 juli 2021 de regels voor afstandsverkopen, breidde het
2019-2021 E-commercerichtlijn
éénloketsysteem uit en voerde bijzondere regels in voor elektronische interfaces.



2.2.1. Het overgangsstelsel vanaf 1993
Sinds de afschaffing van de fiscale binnengrenzen wordt alleen nog van invoer en uitvoer gesproken bij
goederenbewegingen tussen de EU en een derde land of derdelandsgebied. Goederenbewegingen tussen lidstaten worden
behandeld als intracommunautaire handelingen.
Het overgangsstelsel was oorspronkelijk tijdelijk. De geplande definitieve regeling voor 1996 kwam niet tot stand wegens het
unanimiteitsvereiste. Daardoor bleef het overgangsstelsel gedurende vele jaren van toepassing.
Bij een klassieke B2B-goederenverkoop van België naar Nederland bestaan onder het huidige overgangsstelsel twee
handelingen:
1. een vrijgestelde intracommunautaire levering in België;
2. een belastbare intracommunautaire verwerving door de koper in Nederland.
De toekomstige definitieve regeling zou deze dubbele kwalificatie vervangen door één belaste levering in het land van
bestemming. De Belgische leverancier zou dan Nederlandse btw aanrekenen en die via een OSS-aangifte in België afdragen,
waarna de Belgische administratie de belasting aan Nederland doorstort.

2.3. Richtlijn 2006/112/EG
Richtlijn 2006/112/EG van 28 november 2006 is de voornaamste Europese btw-bron. De inhoud van de nationale btw-
wetgevingen moet met deze richtlijn overeenstemmen. De structuur van het Belgische WBTW verschilt wel van de structuur
van de richtlijn:
- Het WBTW groepeert de regels per soort handeling: levering, dienst, invoer en verwerving.
- De richtlijn behandelt eerst de belastbare handelingen en bundelt daarna onder meer de plaatsregels en de regels over
belastbaar feit en opeisbaarheid.
De richtlijn laat op bepaalde punten beperkte beleidsruimte. Het woord moeten verplicht de lidstaten tot omzetting; het
woord kunnen laat een keuze, bijvoorbeeld bij sommige vrijstellingen. Voor essentiële regels zoals de plaats van de
handeling bestaat doorgaans geen nationale beleidsvrijheid.

PRAKTIJKBELANG
Op een factuur mag voor een vrijstelling of verlegging worden verwezen naar de toepasselijke nationale bepaling of naar de
overeenkomstige bepaling uit Richtlijn 2006/112/EG. Een verwijzing naar artikel 196 van de richtlijn kan bijvoorbeeld de
Belgische verwijzing naar artikel 51, §2, 1° WBTW vervangen.


2.4. ViDA - VAT in the Digital Age
ViDA beoogt de modernisering van het Europese btw-stelsel. Het oorspronkelijke voorstel dateert van 8 december 2022; de
Raad gaf op 11 maart 2025 finaal groen licht. De maatregelen worden tussen 2028 en 2035 uitgerold en moeten nog in
nationaal recht worden omgezet.


BTW - Les 1 pag. 3

, Samenvatting BTW | Les 1 - Overzicht van de btw


De drie pijlers zijn:
1. Digitale rapportering en e-facturering
 e-facturering wordt de regel;
 vanaf 1 juli 2030 wordt zij verplicht voor grensoverschrijdende B2B-transacties binnen de EU;
 de termijn voor uitreiking en rapportering wordt verkort tot tien werkdagen;
 de intracommunautaire opgave wordt vervangen door quasi-realtime rapportering;
 facturen zullen bijkomende informatie, onder meer bankgegevens, bevatten;
 ook afnemers die intracommunautaire verwervingen verrichten, zullen aankoopgegevens rapporteren.
2. Platformeconomie
 uitbreiding van de commissionairsfictie voor platformen die kortdurende toeristische verhuur van maximaal dertig
dagen of personenvervoer faciliteren;
 de regeling is vanaf 1 juli 2028 facultatief en vanaf 1 januari 2030 verplicht.
3. Uitbreiding van het One Stop Shop-systeem
 uitbreiding tot bijkomende lokale B2C-transacties door buitenlandse ondernemingen;
 een nieuwe OSS-regeling voor intra-EU-overbrengingen van eigen voorraadgoederen;
 afschaffing van de call-off-stockregeling vanaf 1 juli 2028, met overgang tot 30 juni 2029;
 bredere verplichte verlegging voor B2B-prestaties door niet-gevestigde leveranciers vanaf 1 juli 2028.
België loopt gedeeltelijk vooruit op ViDA door vanaf 1 januari 2026 gestructureerde elektronische facturering verplicht te
maken voor bepaalde nationale B2B-transacties.

LAGE EXAMENPRIORITEIT
De prof besprak de ViDA-tijdlijn slechts oriënterend en verklaarde uitdrukkelijk dat het voorbeeld van de toekomstige OSS-
rapportering van voorraadverplaatsingen niet op het examen wordt gevraagd. De drie pijlers en de algemene
ontwikkelingsrichting volstaan.



3. Bronnen van het btw-recht

3.1. Wetgeving
Het legaliteitsbeginsel vereist een wettelijke grondslag voor de belasting. Voor btw zijn de volgende bronnen relevant:
1. Richtlijn 2006/112/EG: de centrale btw-richtlijn. Bij strijdigheid met nationaal recht primeert het Unierecht. Een
belastingplichtige kan zich onder de voorwaarden van rechtstreekse werking tegenover de overheid op een
voldoende duidelijke en onvoorwaardelijke richtlijnbepaling beroepen. De overheid kan een niet of foutief omgezette
richtlijn niet ten nadele van de belastingplichtige inroepen.
2. Uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011: rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat en dus niet afhankelijk van
nationale omzetting. Zij preciseert begrippen en toepassingsvoorwaarden uit de richtlijn. Zo wordt in de richtlijn
bepaald dat diensten met betrekking tot onroerende goederen worden gelokaliseerd waar het goed ligt; de
uitvoeringsverordening verduidelijkt welke diensten hieronder vallen.
3. Belgisch WBTW: basiswet van 3 juli 1969, herhaaldelijk gewijzigd.
4. Koninklijke besluiten: 59 genummerde besluiten en KB nr. 2bis met uitvoeringsregels. KB nr. 1 bevat onder meer
fundamentele facturatie- en aangifteverplichtingen; KB nr. 55 werkt de btw-eenheid uit.
5. Ministeriële besluiten: regelen verdere details. Volgens de les is vooral MB nr. 1, art. 1 praktisch relevant. Een goed
met een waarde van minstens 1.000 euro kan voor deze regels als bedrijfsmiddel kwalificeren.

VOORBEELD - RICHTLIJN EN UITVOERINGSVERORDENING
Een Belgische aannemer verricht werkzaamheden aan een Nederlands buitenverblijf van een Belgische particulier. De richtlijn
lokaliseert de dienst bij het Nederlandse onroerende goed. De uitvoeringsverordening verduidelijkt dat onder meer
aannemingswerken, verhuur, makelaarsdiensten, expertises en bepaalde ingenieursdiensten onder deze afwijkende plaatsregel
vallen.




BTW - Les 1 pag. 4

Table of contents

  1. 01 0. Kernschema van de les 1
  2. 02 1. Ontstaan van het huidige btw-stelsel 1
    1. 1.1. Het vroegere stelsel tot 31 december 1970 1
    2. 1.2. Nadelen van het vroegere stelsel 2
  3. 03 2. Europese harmonisering en ontwikkeling 2
    1. 2.1. Verdrag van Rome en eerste richtlijnen 2
    2. 2.2. Belangrijkste Europese ontwikkelingsfasen 2
    3. 2.3. Richtlijn 2006/112/EG 3
    4. 2.4. ViDA - VAT in the Digital Age 3
  4. 04 3. Bronnen van het btw-recht 4
    1. 3.1. Wetgeving 4
    2. 3.2. Pseudowetgeving en rulings 5
    3. 3.3. Rechtspraak 5
  5. 05 4. Voornaamste kenmerken en voordelen van de btw 5
    1. 4.1. Btw als verbruiksbelasting 5
    2. 4.2. Gefractioneerde inning en aftrekmechanisme 5
    3. 4.3. Centrale positie van de belastingplichtige 6
    4. 4.4. Voordelen tegenover het vroegere stelsel 6
  6. 06 5. Communautaire begrippen uit artikel 1 WBTW 7
    1. 5.1. Geografisch toepassingsgebied 7
    2. 5.2. Intracommunautair goederenvervoer 7
    3. 5.3. Accijnsproducten 8
    4. 5.4. Reizen en reisbureau 8
    5. 5.5. Beleggingsgoud 8
    6. 5.6. Misbruik 8
    7. 5.7. Gebouw en bijhorend terrein 9
    8. 5.8. Belastbaar feit en opeisbaarheid 9
    9. 5.9. Facturen en elektronische facturering 10
    10. 5.10. Vouchers 10
    11. 5.11. Overige begrippen 10
  7. 07 6. Werkingssfeer: de vier belastbare handelingen 11
    1. 6.1. Overzicht 11
    2. 6.2. Hoedanigheid van de partijen 11
    3. 6.3. Handelingen onder bezwarende titel 11
  8. 08 7. Het btw-denkpatroon 12
    1. 7.1. Feiten en afzonderlijke handelingen 12
    2. 7.2. Eén complexe handeling of meerdere prestaties 12
    3. 7.3. De vijf hoofdvragen 13
    4. 7.4. Andere noodzakelijke vragen 14
  9. 09 8. Samenvattend stappenplan voor een examencasus 15
  10. 10 0. Kernschema van de les 16
  11. 11 1. De gewone belastingplichtige 16
    1. 1.1. Wettelijke definitie — artikel 4 WBTW 16
    2. 1.2. Vier essentiële en drie niet-essentiële voorwaarden 17
  12. 12 2. Economische activiteit 17
    1. 2.1. Algemene omschrijving 17
    2. 2.2. Geen effectieve belastingheffing vereist 17
    3. 2.3. Illegale of ongeoorloofde activiteiten 18
  13. 13 3. Geregelde werkzaamheid 18
  14. 14 4. Zelfstandige uitoefening 18
    1. 4.1. Hoofdregel 18
    2. 4.2. Architect-stagiairs en medewerkers van bedrijfsrevisoren 18
    3. 4.3. Advocaat-medewerkers en advocaat-stagiairs 19
    4. 4.4. Bestuurders, zaakvoerders en vereffenaars 19
    5. 4.5. Niet-essentiële voorwaarden 19
  15. 15 5. Begin en einde van de belastingplicht 19
    1. 5.1. Begin: ondubbelzinnige voorbereidende handelingen 19
    2. 5.2. Einde: definitieve en volledige stopzetting 20
  16. 16 6. De btw-eenheid of fiscale eenheid 20
    1. 6.1. Begrip en rechtsgrond 20
    2. 6.2. Gevolgen 20
    3. 6.3. Toepassingsvoorwaarden 20
    4. 6.4. Procedure, toetreding en beëindiging 21
    5. 6.5. Recht op aftrek en dubbele herziening 21
    6. 6.6. Eén belastingplichtige, meerdere nummers 21
  17. 17 7. Niet-belastingplichtige rechtspersonen en openbare lichamen 21
    1. 7.1. Begrip 21
    2. 7.2. Gevolgen van niet-belastingplicht 22
    3. 7.3. Concurrentieverstoring en artikel 6 WBTW 22
  18. 18 8. Toevallige belastingplichtigen 22
    1. 8.1. Overzicht 22
    2. 8.2. Nieuw gebouw 23
    3. 8.3. Ingrijpende verbouwing 23
    4. 8.4. Bijhorend terrein 23
    5. 8.5. Procedure volgens KB nr. 14 23
    6. 8.6. Zakelijke rechten op een nieuw gebouw 24
    7. 8.7. Intracommunautaire levering van een nieuw vervoermiddel 24
  19. 19 9. Bijzondere regimes voor kleine of forfaitaire ondernemingen 24
    1. 9.1. Forfaitaire belastingplichtigen — artikel 56 WBTW 24
    2. 9.2. Vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen 25
    3. 9.3. Forfaitaire landbouwondernemingen 27
  20. 20 10. Belastingplichtigen zonder recht op aftrek — artikel 44 WBTW 27
  21. 21 11. Gemengde en gedeeltelijke belastingplicht 27
    1. 11.1. Gemengde belastingplichtige 27
    2. 11.2. Gedeeltelijke belastingplichtige 27
  22. 22 12. Winstmargeregeling 28
    1. 12.1. Voorwaarden en keuze 28
    2. 12.2. Globale verwerking per aangiftetijdvak 28
    3. 12.3. Verwerking goed per goed 28
  23. 23 13. Buitenlandse belastingplichtigen en éénloketregelingen 29
    1. 13.1. Met een Belgische vaste inrichting 29
    2. 13.2. Zonder Belgische vaste inrichting 29
    3. 13.3. OSS: principe 29
    4. 13.4. IOSS 30
  24. 24 14. Samenvattend stappenplan voor een examencasus 30
  25. 25 0. Kernschema van de les 31
  26. 26 1. Belastbare leveringen van goederen 31
    1. 1.1. Vier cumulatieve voorwaarden 31
    2. 1.2. Het begrip goederen — artikel 9 WBTW 32
  27. 27 2. Het begrip levering — artikel 10 WBTW 32
    1. 2.1. Economische eigendom 32
    2. 2.2. Geen levering 32
    3. 2.3. Uitdrukkelijk gelijkgestelde leveringen 33
  28. 28 3. Artikel 11 WBTW — overdracht van een algemeenheid 33
    1. 3.1. Kernregel en gevolg 33
    2. 3.2. Drie essentiële voorwaarden 33
    3. 3.3. Algemeenheid beoordeeld bij de overnemer 33
    4. 3.4. Formaliteiten 34
  29. 29 4. Belastbare interne leveringen — artikel 12 WBTW 34
    1. 4.1. Doel, voorwaarde en maatstaf van heffing 34
    2. 4.2. Zes oorzaken 35
    3. 4.3. Privégebruik en gratis weggeven 35
    4. 4.4. Ingebruikname als bedrijfsmiddel — artikel 12, §1, 3° 36
    5. 4.5. Ingebruikname anders dan als bedrijfsmiddel — artikel 12, §1, 4° 36
    6. 4.6. Definitieve stopzetting — artikel 12, §1, 5° 36
    7. 4.7. Beroepsoprichter — artikel 12, §2 36
    8. 4.8. Verwerking in de aangifte 36
  30. 30 5. Besproken oefeningen over onttrekkingen 36
    1. 5.1. Tuinaannemer stopt in februari 2025 36
    2. 5.2. Overige besproken gevallen 37
  31. 31 6. Overbrengen van bedrijfsgoederen — artikelen 12bis en 12ter 37
    1. 6.1. Niet-overbrengingen 37
    2. 6.2. Voorraad op afroep 38
  32. 32 7. Commissionairs en elektronische interfaces 38
    1. 7.1. Commissionair tegenover lasthebber 38
    2. 7.2. Verkoop- en inkoopcommissionair 38
    3. 7.3. Elektronische interface — artikel 13bis WBTW 38
  33. 33 8. Plaats van de levering van goederen 39
    1. 8.1. Hoofdregel en belangrijkste afwijkingen 39
    2. 8.2. Invoer gevolgd door leveringen — artikel 14, §2, tweede lid 39
  34. 34 9. Verkoop op afstand en e-commerce — artikel 15 WBTW 39
    1. 9.1. Algemene voorwaarden 39
    2. 9.2. Intracommunautaire afstandsverkoop 40
    3. 9.3. Afstandsverkoop uit een derde land 40
    4. 9.4. Besproken e-commercecasussen 41
  35. 35 10. Belastbaar feit en opeisbaarheid bij leveringen 41
    1. 10.1. Belastbaar feit 41
    2. 10.2. Opeisbaarheid — artikel 17 WBTW 41
    3. 10.3. Bijzondere regels 42
    4. 10.4. Besproken oefeningen 42
  36. 36 11. Diensten — begrip en afbakening 42
    1. 11.1. Vier voorwaarden 42
    2. 11.2. Levering of dienst 42
    3. 11.3. Voorbeelden van diensten 43
    4. 11.4. Beperking en uitbreiding 43
  37. 37 12. Gebruik van een bedrijfsgoed — artikel 19, §1 WBTW 43
    1. 12.1. Voorwaarden en onderscheid met onttrekking 43
    2. 12.2. Voordelen van alle aard 44
    3. 12.3. Personenwagen 44
  38. 38 13. Eigen werk in onroerende staat — artikel 19, §2 44
    1. 13.1. Begrip 44
    2. 13.2. Werk ten behoeve van de economische activiteit 44
    3. 13.3. Werk voor andere doeleinden 45
    4. 13.4. Besproken voorbeelden 45
  39. 39 14. Plaats van diensten — hoofdregels 45
    1. 14.1. Eerst B2B of B2C 45
    2. 14.2. Hoofdregels en schuldenaar 45
  40. 40 15. Algemene afwijkingen voor B2B en B2C 46
    1. 15.1. Overzicht 46
    2. 15.2. Onroerende diensten 46
    3. 15.3. Personenvervoer 46
    4. 15.4. Toegang tot evenementen 47
    5. 15.5. Restaurant en catering 47
    6. 15.6. Korte verhuur vervoermiddel 47
  41. 41 16. Aanvullende afwijkingen uitsluitend B2C 47
    1. 16.1. TBE-diensten en micro-onderneming 47
    2. 16.2. Immateriële diensten aan ontvangers buiten de EU 47
    3. 16.3. Langdurige verhuur vervoermiddel 48
    4. 16.4. Werkelijk gebruik of werkelijke exploitatie 48
  42. 42 17. Zelfstudiecasussen plaats van diensten 48
    1. 17.1. B2B- en B2C-hoofdregels 48
    2. 17.2. Afwijkingen 48
  43. 43 18. Belastbaar feit en opeisbaarheid bij diensten 49
    1. 18.1. Belastbaar feit — artikel 22 WBTW 49
    2. 18.2. Opeisbaarheid — artikel 22bis WBTW 49
  44. 44 19. Vouchers — artikel 22ter WBTW 49
  45. 45 20. Samenvattend stappenplan voor een examencasus 50
  46. 46 0. Kernschema van de les 51
  47. 47 1. Geografisch toepassingsgebied 51
    1. 1.1. Drie relevante gebieden 51
    2. 1.2. Btw-gebied, douanegebied en accijnsgebied 52
    3. 1.3. Brexit en Noord-Ierland 52
  48. 48 2. Plaats van leveringen van goederen 52
    1. 2.1. Hoofdregels 52
    2. 2.2. Maakloonwerk en de lidstaat van vertrek — Fonderie 2A 53
  49. 49 3. Vrijgestelde intracommunautaire levering — artikel 39bis WBTW 53
    1. 3.1. Begrip en voorwaarden 53
    2. 3.2. Frauderisico en onderzoeksplicht 53
  50. 50 4. Btw-nummer van de koper en latere rechtzetting 54
    1. 4.1. Nummer geldig bij de levering 54
    2. 4.2. Nummer was nog in aanvraag 54
    3. 4.3. Geen nummer en geen aanvraag bij de levering 54
  51. 51 5. Bewijs van vervoer naar een andere lidstaat 54
    1. 5.1. Drie bewijsroutes — KB nr. 52 54
    2. 5.2. Vermoeden van artikel 45bis 55
    3. 5.3. Bestemmingsdocument 55
  52. 52 6. Rapportering, bijzondere gevallen en opeisbaarheid 55
    1. 6.1. Rapportering van de IC-levering 55
    2. 6.2. Geen vrijstelling van artikel 39bis 55
    3. 6.3. Opeisbaarheid bij IC-leveringen 56
  53. 53 7. Overbrenging — artikel 12bis WBTW 56
    1. 7.1. Begrip en basisgevolg 56
    2. 7.2. Belgische aangifte bij latere buitenlandse verkoop 56
    3. 7.3. Tolerantie voor buitenlandse aannemers 56
  54. 54 8. Niet-overbrenging en register 57
    1. 8.1. Belangrijkste gevallen 57
    2. 8.2. Register der niet-overbrengingen 57
  55. 55 9. Intracommunautaire verwerving 57
    1. 9.1. Begrip, plaats en schuldenaar 57
    2. 9.2. Rapportering 58
  56. 56 10. De groep van vier en de drempel van 11.200 euro 58
    1. 10.1. Samenstelling 58
    2. 10.2. Overschrijding en bijzondere aangifte 58
    3. 10.3. Optie en onweerlegbaar vermoeden 58
  57. 57 11. Voorraad op afroep 59
  58. 58 12. Vereenvoudigingen voor intracommunautair maakloonwerk 59
    1. 12.1. Begrip en examenstatus 59
    2. 12.2. Vereenvoudiging 1 — aankoop en bewerking in dezelfde lidstaat 59
    3. 12.3. Vereenvoudiging 2 — aankoop, bewerking in tussenlidstaat en doorvoer 59
    4. 12.4. Vereenvoudiging 3 — opeenvolgende bewerkers 60
  59. 59 13. Intracommunautaire afstandsverkopen 60
    1. 13.1. Praktische definitie 60
    2. 13.2. Micro-ondernemingsregeling 60
  60. 60 14. Kettingverkopen 61
    1. 14.1. Eén vervoer, meerdere leveringen 61
  61. 61 15. Quick fix voor ABC-verkopen — artikel 14, §5 WBTW 61
  62. 62 16. Vereenvoudigd driehoeksverkeer 61
    1. 16.1. Doel en voorwaarden 61
    2. 16.2. Bühler en de gebruikte registratie 62
    3. 16.3. Verplichte vermelding “btw verlegd” 62
    4. 16.4. Belgische aangifteroosters 62
  63. 63 17. Accijnsgoederen en nieuwe vervoermiddelen 62
    1. 17.1. Kern van de accijnsgoederenregeling 62
    2. 17.2. Nieuwe vervoermiddelen 63
  64. 64 18. Samenvattend stappenplan voor een examencasus 63
  65. 65 0. Kernschema van de les 64
  66. 66 1. Geografisch toepassingsgebied 64
    1. 1.1. Btw-gebied en derde landen 64
    2. 1.2. Brexit 65
  67. 67 2. Invoer als belastbare handeling 65
    1. 2.1. Definitie 65
    2. 2.2. Uniegoederen 65
    3. 2.3. Douaneketen 65
  68. 68 3. Plaats van invoer en douaneregelingen 66
    1. 3.1. Plaats van invoer 66
    2. 3.2. In het vrije verkeer brengen 66
    3. 3.3. Regelingen 40 en 42 66
    4. 3.4. Tijdelijke opslag 66
    5. 3.5. Douanevervoer T1 en T2 66
    6. 3.6. Douane-entrepot 66
    7. 3.7. Actieve en passieve veredeling 67
    8. 3.8. Tijdelijke invoer 67
  69. 69 4. De geadresseerde bij invoer - artikel 6 KB nr. 7 67
    1. 4.1. Hoofdregel 67
    2. 4.2. Belang voor de aftrek 67
    3. 4.3. Bijzondere gevallen 68
    4. 4.4. Wijziging vanaf 1 juli 2028 68
  70. 70 5. Vrijstellingen bij invoer 68
    1. 5.1. Algemeen 68
    2. 5.2. Invoer gevolgd door IC-levering - regeling 42 68
    3. 5.3. Wederinvoer 68
  71. 71 6. Tijdstip, opeisbaarheid en aftrek van invoer-btw 68
    1. 6.1. Tijdstip en opeisbaarheid 68
    2. 6.2. Aftrek 69
    3. 6.3. Opeisbaarheid tegenover voldoening 69
  72. 72 7. Vergunning ET 14.000 69
    1. 7.1. Doel en gevolg 69
    2. 7.2. Verplichte toepassing op alle Belgische invoeren 69
    3. 7.3. Aanvraag en voorwaarden 69
    4. 7.4. Werking en aangifteroosters 70
    5. 7.5. Btw-eenheid 70
  73. 73 8. Maatstaf van heffing bij invoer 70
    1. 8.1. Samenstelling 70
    2. 8.2. Voorbeeld uit de les 70
    3. 8.3. Vrijstelling voor diensten in de maatstaf 71
  74. 74 9. Afstandsverkopen met invoer en kleine zendingen 71
    1. 9.1. Beperkte examenprioriteit 71
    2. 9.2. Bijzondere regeling voor kleine zendingen 71
  75. 75 10. Uitvoer - artikel 39 WBTW 71
    1. 10.1. Geen belastbare handeling 71
    2. 10.2. Uitvoerder en uitvoerdocument 71
    3. 10.3. Formaliteiten en rapportering 72
  76. 76 11. Bewijs van uitvoer 72
    1. 11.1. Bewijslast 72
    2. 11.2. Cartrans - C-495/17 72
    3. 11.3. Paardenarrest Antwerpen 72
  77. 77 12. Uitvoer in persoonlijke bagage 73
    1. 12.1. Voorwaarden - artikel 39, §1, 3° WBTW 73
    2. 12.2. Vier werkwijzen 73
  78. 78 13. Diensten die met uitvoer verband houden 73
    1. 13.1. Vrijgestelde diensten 73
    2. 13.2. Onderaanneming - L.C., C-288/16 73
  79. 79 14. Andere vrijstellingen van artikelen 39-42 WBTW 74
    1. 14.1. Btw-entrepot - artikel 39quater WBTW 74
    2. 14.2. Internationaal personenvervoer 74
    3. 14.3. Diensten in verband met invoer - artikel 41, §1, 2° WBTW 74
    4. 14.4. Makelaars en lasthebbers - artikel 41, §2 WBTW 74
    5. 14.5. Reisbureaus 75
    6. 14.6. Schepen en luchtvaartuigen - artikel 42 WBTW 75
    7. 14.7. Diplomatieke zendingen en internationale instellingen 75
    8. 14.8. Erkende organisaties en edelstenen 75
  80. 80 15. Samenvattend stappenplan voor een examencasus 76
  81. 81 0. Kernschema van de les 77
  82. 82 1. Plaats van de maatstaf van heffing in de btw-redenering 77
    1. 1.1. Belastbaar feit en opeisbaarheid 77
    2. 1.2. Wettelijk kader 78
  83. 83 2. Nationale handelingen met een tegenprestatie 78
    1. 2.1. Hoofdregel - artikel 26 WBTW 78
    2. 2.2. Rechtstreeks verband en wederkerigheid 78
    3. 2.3. Tegenprestatie in geld of natura 78
  84. 84 3. Bestanddelen van de maatstaf van heffing 79
    1. 3.1. Kosten, lasten en bijkomende bedragen 79
    2. 3.2. Vervoerskosten bij goederen met verschillende tarieven 79
    3. 3.3. Prijssubsidies 79
    4. 3.4. Schadevergoedingen 79
    5. 3.5. Voorschotten in naam en voor rekening van de klant 80
    6. 3.6. Fooien 80
  85. 85 4. Bedragen die niet tot de maatstaf behoren - artikel 28 WBTW 80
    1. 4.1. Overzicht 80
    2. 4.2. Financiële en commerciële korting 80
    3. 4.3. Interesten 80
    4. 4.4. Verpakking 80
  86. 86 5. Intracommunautaire verwerving en invoer 81
    1. 5.1. Intracommunautaire verwerving - artikel 26bis WBTW 81
    2. 5.2. Invoer - artikel 34 WBTW 81
  87. 87 6. Commissionairs en de schoolfotograaf 81
    1. 6.1. Commissionair tegenover makelaar of lasthebber 81
    2. 6.2. Maatstaf bij commissionairs - artikel 29 WBTW 81
    3. 6.3. Schoolfotograaf: drie mogelijke contractmodellen 82
  88. 88 7. Normale waarde en minimummaatstaf 82
    1. 7.1. Begrip normale waarde - artikel 32 WBTW 82
    2. 7.2. Bijzondere maatstaven - artikel 33 WBTW 82
    3. 7.3. Verbonden partijen - artikel 33, §2 WBTW 82
    4. 7.4. Ruil en niet-geldelijke tegenprestatie - artikel 33, §3 WBTW 83
  89. 89 8. Onttrekkingen, ingebruiknemingen en privégebruik 83
    1. 8.1. Onttrekking en ingebruikneming - artikel 12 WBTW 83
    2. 8.2. Verbruiklening 83
    3. 8.3. Privégebruik van bedrijfsmiddelen - artikel 19, §1 WBTW 83
    4. 8.4. Gratis gebruik van diensten 84
    5. 8.5. Zelf verricht werk in onroerende staat - artikel 19, §2 WBTW 84
  90. 90 9. Firmawagens en voordelen van alle aard 84
    1. 9.1. Beroepsgebruik: drie methoden 84
    2. 9.2. Gratis terbeschikkingstelling 84
    3. 9.3. Eigen bijdrage en normale waarde 84
    4. 9.4. Gratis maaltijden aan personeel 85
  91. 91 10. Btw-tarieven 85
    1. 10.1. Algemene structuur 85
    2. 10.2. Bijzaak volgt hoofdzaak 85
    3. 10.3. Renovatie en werken aan gebouwen 86
    4. 10.4. Stookolietanks 86
    5. 10.5. Tarief van het eindproduct - artikel 38ter WBTW 86
    6. 10.6. Tuinaanleg en bloemstukken 86
    7. 10.7. Drukwerk en fotokopieën 86
  92. 92 11. Restaurant-, catering- en combinatiediensten 86
    1. 11.1. Levering tegenover dienst 86
    2. 11.2. Globale prijs 87
    3. 11.3. Procentuele methode bij fastfoodmenu 87
    4. 11.4. All-inmenu: coëfficiënt 35% 87
    5. 11.5. Logies en maaltijden 87
    6. 11.6. Combinatietickets 87
  93. 93 12. Eigenlijke vrijstellingen - artikel 44 WBTW 87
    1. 12.1. Kenmerken 87
    2. 12.2. Facturering en aangifte 88
    3. 12.3. Kleine ondernemingen - artikel 56bis WBTW 88
  94. 94 13. Medische, sociale en kostendelende vrijstellingen 88
    1. 13.1. Medische verzorging - artikel 44, §1 WBTW 88
    2. 13.2. Ziekenhuizen en nauw samenhangende handelingen 88
    3. 13.3. Maatschappelijk werk - artikel 44, §2, 2° WBTW 89
    4. 13.4. Zelfstandige groepering - artikel 44, §2bis WBTW 89
  95. 95 14. Sport, onderwijs en culturele vrijstellingen 89
    1. 14.1. Sport - artikel 44, §2, 3° WBTW 89
    2. 14.2. Onderwijs - artikel 44, §2, 4° WBTW 90
    3. 14.3. Onderwijskeuze en gezinsvoorlichting - artikel 44, §2, 5° WBTW 90
    4. 14.4. Culturele dragers - artikel 44, §2, 6° WBTW 90
    5. 14.5. Musea en vergelijkbare instellingen - artikel 44, §2, 7° WBTW 90
    6. 14.6. Uitvoerende artiesten - artikel 44, §2, 8° WBTW 91
    7. 14.7. Voorstellingen - artikel 44, §2, 9° WBTW 91
    8. 14.8. Ledenverenigingen - artikel 44, §2, 11° WBTW 91
    9. 14.9. Steunactiviteiten - artikel 44, §2, 12° WBTW 91
  96. 96 15. Onroerende verhuur als eigenlijke vrijstelling 91
    1. 15.1. Passieve verhuur 91
    2. 15.2. Wettelijke uitzonderingen 92
    3. 15.3. Optionele onroerende verhuur 92
    4. 15.4. Kortdurende verhuur 92
    5. 15.5. Vakantieverblijven 92
    6. 15.6. Zaalverhuur met bijkomende diensten 92
    7. 15.7. Geen exclusief genotsrecht 93
  97. 97 16. Samenvattend stappenplan 93
  98. 98 0. Kernschema van de les 94
  99. 99 1. Functie en basisvoorwaarden van het recht op aftrek 94
    1. 1.1. Het sluitstuk van de btw 94
    2. 1.2. Aankoop als belastingplichtige 95
  100. 100 2. Bestemmingsprincipe - artikel 45, §1 WBTW 95
    1. 2.1. Input koppelen aan output 95
    2. 2.2. Uitgaande handelingen die aftrek openen 95
    3. 2.3. Beoordeling per partij 96
  101. 101 3. Wettelijke aftrekbeperkingen en -uitsluitingen 96
    1. 3.1. Standstillbepaling 96
    2. 3.2. Overzicht 96
  102. 102 4. Voertuigen - artikel 45, §2 WBTW 97
    1. 4.1. Maximumgrens van 50% 97
    2. 4.2. Parking en publiciteit 97
    3. 4.3. Belangrijkste uitzonderingen 97
    4. 4.4. Nieuwe voertuigen en professionele activiteit 97
  103. 103 5. Artikel 45, §3 WBTW - specifieke uitsluitingen 98
    1. 5.1. Tabaksfabrikaten 98
    2. 5.2. Geestrijke dranken 98
    3. 5.3. Kosten van logies, spijzen en dranken 98
    4. 5.4. Kosten van onthaal tegenover publiciteit 99
  104. 104 6. Alleen wettelijk verschuldigde btw is aftrekbaar 99
    1. 6.1. Unierechtelijke hoofdregel 99
    2. 6.2. Lesstandpunt over de Belgische wettekst 99
    3. 6.3. Fraude 100
  105. 105 7. Geen opportuniteitsoordeel voor de fiscus 100
  106. 106 8. Factuurvereisten en substance over form 100
    1. 8.1. Verlegging tegenover factuur met btw 100
    2. 8.2. Senatex en Barlis 06 100
    3. 8.3. Circulaire 2017/C/64 101
  107. 107 9. Termijn voor de uitoefening van het recht op aftrek 101
    1. 9.1. Aftrek tegenover herziening 101
    2. 9.2. Algemene vervaltermijn - artikel 4 KB nr. 3 101
    3. 9.3. Laattijdig verbeterend stuk - Biosafe en Volkswagen 101
  108. 108 10. Wijze van uitoefening en buitenlandse btw 102
    1. 10.1. Periodieke aangifte 102
    2. 10.2. Buitenlandse btw 102
  109. 109 11. Privégebruik - algemeen kader 102
    1. 11.1. Bedrijfsmatig tegenover privé 102
    2. 11.2. Gratis tegenover betalend gebruik 102
  110. 110 12. Privégebruik van voertuigen 102
    1. 12.1. Administratief aanvaarde methoden 102
    2. 12.2. Semi-forfaitaire methode 2 103
    3. 12.3. Methode 3 en globale gemiddelde aftrek 103
    4. 12.4. Betalende terbeschikkingstelling aan werknemers 103
    5. 12.5. Verkoop en wijziging van gebruik 103
  111. 111 13. Andere gemengd gebruikte goederen en onroerende goederen 104
    1. 13.1. Algemeen forfait van 75% 104
    2. 13.2. Onroerende goederen 104
  112. 112 14. Gratis handelingen en het verband met de economische activiteit 104
    1. 14.1. Twee soorten gratis 104
    2. 14.2. Sveda - ‘nice to have’ 104
    3. 14.3. Iberdrola - ‘must have’ 105
    4. 14.4. Gratis evenementen 105
  113. 113 15. Aandelen, holdings en recht op aftrek 105
    1. 15.1. Passieve holding 105
    2. 15.2. Professionele aandelenhandel 105
    3. 15.3. Rechtstreeks, duurzaam en noodzakelijk verlengstuk 105
    4. 15.4. Inmenging in het beheer 105
  114. 114 16. Btw-eenheid - artikel 4, §2 WBTW 106
    1. 16.1. Btw-fictie 106
    2. 16.2. Vastgoedstructuur 106
    3. 16.3. Outsourcing aan een vrijgestelde entiteit 106
  115. 115 17. Oefeningen en doorrekening 106
    1. 17.1. Buitenlandse cateraar en Belgische afnemer 106
    2. 17.2. Parking 107
    3. 17.3. Hotel voor werknemers buiten de onderneming 107
    4. 17.4. Leasing via moeder- en dochtervennootschap 107
    5. 17.5. Consultingdienst met doorgerekende wagenkost 107
    6. 17.6. Verbouwing door een huurder in ruil voor huurkorting 107
  116. 116 18. Samenvattend stappenplan 108
  117. 117 0. Kernschema van de les 109
  118. 118 1. Btw-status: activiteiten staan centraal 109
    1. 1.1. Ontvangsten zijn niet beslissend 109
    2. 1.2. Gemengde belastingplichtige 110
    3. 1.3. Gedeeltelijke belastingplichtige 110
  119. 119 2. Twee methoden voor gemengde belastingplicht 110
    1. 2.1. Algemeen verhoudingsgetal als Belgische hoofdregel 110
    2. 2.2. Werkelijk gebruik 110
    3. 2.3. Kennisgeving en toepassingsduur 111
  120. 120 3. Algemeen verhoudingsgetal 111
    1. 3.1. Formule van artikel 12 KB nr. 3 111
    2. 3.2. Uitsluitingen van artikel 13 KB nr. 3 111
    3. 3.3. Bijkomstige onroerende en financiële handelingen 112
    4. 3.4. Dividenden 112
  121. 121 4. Voorlopig en definitief verhoudingsgetal 112
    1. 4.1. Jaarcyclus 112
    2. 4.2. Niet-bedrijfsmiddelen: tolerantie van tien procentpunten 112
    3. 4.3. Bedrijfsmiddelen: jaarlijkse herziening 112
  122. 122 5. Werkelijk gebruik en bijzondere verdeelsleutels 113
    1. 5.1. Rechtstreekse toewijzing 113
    2. 5.2. Cultureel centrum 113
    3. 5.3. Afronding en voorafgaande zekerheid 113
  123. 123 6. Subsidies en andere bijzondere ontvangsten 114
    1. 6.1. Vier categorieën 114
    2. 6.2. Subsidie en aftrekrecht 114
  124. 124 7. Doorrekening van kosten 114
    1. 7.1. Commissionairsfictie 114
    2. 7.2. Voorschot of disbursement 114
    3. 7.3. Hoofdprestatie en bijzaak 115
    4. 7.4. Rechtspraak over doorrekening en verhoudingsgetal 115
    5. 7.5. Hoofdhuis, vaste inrichting en btw-eenheid 115
  125. 125 8. Herziening: vijf basisregels 115
  126. 126 9. Aftrekcorrectie tegenover echte herziening 115
    1. 9.1. Oorspronkelijk fout of later gewijzigd 115
    2. 9.2. Oorspronkelijk handelen als belastingplichtige 116
  127. 127 10. Correcties van artikel 5 KB nr. 3 116
    1. 10.1. Verbouwingswerken aan een woning 116
    2. 10.2. Te weinig uitgeoefende aftrek 116
    3. 10.3. Creditnota 116
    4. 10.4. Ongebruikte voorraden 116
  128. 128 11. Bedrijfsmiddelen 117
    1. 11.1. Definitie van artikel 6 KB nr. 3 117
    2. 11.2. Btw die op een bedrijfsmiddel drukt 117
  129. 129 12. Herzieningstermijnen van 5, 15 en 25 jaar 117
    1. 12.1. Vijf jaar 117
    2. 12.2. Vijftien jaar 117
    3. 12.3. Vijfentwintig jaar 117
  130. 130 13. Begin en berekening van de herzieningstermijn 118
    1. 13.1. Eerste ingebruikneming 118
    2. 13.2. Leegstand 118
  131. 131 14. Jaarlijkse en eenmalige herziening 118
    1. 14.1. Oorzaken en methode 118
    2. 14.2. Computer met wisselend beroepsgebruik 119
    3. 14.3. Gebouw wordt volledig privé gebruikt 119
    4. 14.4. Verkoop van een personenwagen 119
  132. 132 15. Bijzondere herzieningssituaties 119
    1. 15.1. Toetreding tot een btw-eenheid 119
    2. 15.2. Vernietiging, verlies of diefstal 119
    3. 15.3. Tabel van bedrijfsmiddelen en bewaring 120
  133. 133 16. Overdracht van een algemeenheid en onroerend goed 120
    1. 16.1. Artikelen 11 en 18, §3 WBTW 120
    2. 16.2. Gebouw blijft bij de overdrager 120
    3. 16.3. A&P Deco 120
  134. 134 17. Optionele onroerende verhuur en continuïteit 120
    1. 17.1. Verkoop met voortgezette optionele huur 120
    2. 17.2. Sale-and-leaseback 121
    3. 17.3. Overgang van vijftien naar vijfentwintig jaar 121
    4. 17.4. Eerste gebruik en algemeen verhoudingsgetal 121
  135. 135 18. Drie vormen van teruggaaf 121
    1. 18.1. Overzicht 121
    2. 18.2. Btw-krediet en provisierekening: update 2026 122
  136. 136 19. Materiële teruggaaf: artikelen 77 en 79 WBTW 122
    1. 19.1. Teruggaafgronden 122
    2. 19.2. Oninbare schuldvordering 122
    3. 19.3. Gevolg bij de afnemer 123
    4. 19.4. Formaliteiten van KB nr. 4 123
  137. 137 20. Teruggaaf van buitenlandse btw 123
    1. 20.1. Elektronisch verzoek 123
    2. 20.2. Dubbele aftrektoets 123
    3. 20.3. Vaste inrichting 123
  138. 138 21. Samenvattend stappenplan 124
    1. 21.1. Gemengde of gedeeltelijke belastingplicht 124
    2. 21.2. Herziening 124
    3. 21.3. Teruggaaf 124
  139. 139 0. Kernschema van de les 125
  140. 140 1. De vijf basisvragen 125
    1. 1.1. Vier belastbare handelingen 126
    2. 1.2. Economische activiteit bij online verkoop 126
  141. 141 2. Plaats van de handeling en schuldenaar 126
    1. 2.1. Plaats betekent toepasselijke btw-wetgeving 126
    2. 2.2. Diensten 126
    3. 2.3. Goederen 126
    4. 2.4. Invoer als startpunt van de EU-btw-keten 127
  142. 142 3. Registratie vóór de bijzondere regelingen 127
  143. 143 4. B2B en B2C bij goederen 127
    1. 4.1. B2B: intracommunautaire levering en verwerving 127
    2. 4.2. B2C: btw wordt aangerekend 127
    3. 4.3. De bende van vier 127
  144. 144 5. Intracommunautaire afstandsverkopen 128
    1. 5.1. Begrip 128
    2. 5.2. Drempel van 10.000 euro 128
    3. 5.3. Optie onder de drempel 128
  145. 145 6. Grensoverschrijdende SME-regeling 129
  146. 146 7. Afstandsverkopen van ingevoerde goederen 129
    1. 7.1. Begrip 129
    2. 7.2. Plaats van de levering 129
    3. 7.3. Afschaffing van de oude invoervrijstelling 129
  147. 147 8. De drie One Stop Shop-regelingen 130
    1. 8.1. OSS EU 130
    2. 8.2. OSS non-EU 130
    3. 8.3. IOSS 130
    4. 8.4. Keuze wordt verplicht gebruik 130
  148. 148 9. Commissionairsfictie voor elektronische interfaces 131
    1. 9.1. Functie 131
    2. 9.2. Twee examengevallen 131
    3. 9.3. Wanneer faciliteert een platform? 131
    4. 9.4. Wettelijke vermoedens 131
  149. 149 10. Gevolgen van de platformfictie 132
    1. 10.1. Vrijgestelde levering aan het platform 132
    2. 10.2. Vervoer en opeisbaarheid 132
    3. 10.3. Uitvoer blijft afzonderlijk 132
  150. 150 11. Bijzondere betalingswijze bij invoer 132
  151. 151 12. Dropshipping 132
    1. 12.1. Klassieke keten 132
  152. 152 13. Aangifte, registratie en facturatie 133
    1. 13.1. Aangiften 133
    2. 13.2. Lokaal nummer blijft mogelijk 133
    3. 13.3. Facturatie 133
  153. 153 14. Toepassing 1 - Belgische verkoper met eigen website 133
  154. 154 15. Toepassing 2 - Belgische verkoper via platform 134
  155. 155 16. Toepassing 3 - Chinese verkoper met goederen in België 134
  156. 156 17. Toepassing 4 - Goederen rechtstreeks uit China 134
  157. 157 18. Toepassing 5 - B2C- en B2B-diensten 134
    1. 18.1. Personenvervoer Brussel-Parijs 134
    2. 18.2. Dakwerken in België 134
  158. 158 19. Samenvattend examenstappenplan 135
    1. 19.1. Goederen via webshop 135
    2. 19.2. Elektronische interface 135
    3. 19.3. Diensten 135
  159. 159 0. Kernschema van de les 136
  160. 160 1. Aanvang, wijziging en stopzetting 137
    1. 1.1. De formulieren 604A, 604B en 604C 137
    2. 1.2. Gemengde belastingplichtigen en aftrekmethode 137
    3. 1.3. Voorbeeld cultureel centrum 137
    4. 1.4. Gedeeltelijke en gedeeltelijk gemengde belastingplichtigen 138
  161. 161 2. Bouwaangifte en specifieke inlichtingen 138
  162. 162 3. Vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen 138
    1. 3.1. Belgische regeling van artikel 56bis WBTW 138
    2. 3.2. Overgang naar of uit de regeling 139
    3. 3.3. Grensoverschrijdende SME-regeling sinds 1 januari 2025 139
  163. 163 4. Periodieke aangifte, klantenlisting en intracommunautaire opgave 139
    1. 4.1. Intervat 139
    2. 4.2. Maand- of kwartaalaangifte 140
    3. 4.3. Jaarlijkse klantenlisting 140
    4. 4.4. Intracommunautaire opgave 140
  164. 164 5. VAT Refund, MTN en bijzondere btw-aangifte 140
    1. 5.1. VAT Refund 140
    2. 5.2. MTN-opgave 141
    3. 5.3. Groep van vier en bijzondere aangifte nr. 629 141
    4. 5.4. Bloembollenactie door een vzw 141
  165. 165 6. OSS en aangifte door curatoren 142
  166. 166 7. De drie quick fixes 142
    1. 7.1. Quick fix 1: vrijgestelde intracommunautaire levering 142
    2. 7.2. Quick fix 2: kettingverkopen 142
    3. 7.3. Quick fix 3: call-off stock 142
  167. 167 8. Zetel en vaste inrichting 143
    1. 8.1. Transportbedrijf in Lochristi 143
  168. 168 9. Werk in onroerende staat 143
    1. 9.1. B2C: verlaagd tarief en factuurvermelding 143
    2. 9.2. B2B: verlegging van artikel 20 KB nr. 1 144
    3. 9.3. Onderaanneming 144
    4. 9.4. Bulgaarse hoofdaannemer 144
    5. 9.5. Belastbaar feit en drie maandenregel 144
  169. 169 10. Facturering en opeisbaarheid 144
    1. 10.1. Factureringsplicht 144
    2. 10.2. Opeisbaarheid in hoofdlijnen 145
    3. 10.3. Gestructureerde elektronische B2B-facturering 145
  170. 170 11. Recht op aftrek: substance over form 145
    1. 11.1. Ontstaan en uitoefening 145
    2. 11.2. Voorrang van de materiële voorwaarden 146
    3. 11.3. Wat geldt als factuur? 146
    4. 11.4. Betaling is geen aftrekvoorwaarde 146
    5. 11.5. Geen btw-identificatie 146
  171. 171 12. Overgang naar de vrijstellingsregeling 146
  172. 172 13. Gemengd gebruikte woning en werk in onroerende staat 147
  173. 173 14. Geregistreerd kassasysteem 147
  174. 174 15. Verjaring: systeem en termijnen 147
    1. 15.1. Geen wettelijke onderzoekstermijn 147
    2. 15.2. Vier verjaringstermijnen 147
    3. 15.3. Zevenjarige termijn: beperkte draagwijdte 148
    4. 15.4. Tienjarige termijn en kennisgeving 148
    5. 15.5. Rechtsvordering en extra jaar 148
  175. 175 16. Verjaring, verval en herziening 148
    1. 16.1. Verval van het recht op aftrek 149
    2. 16.2. Uitstel door innings- en invorderingsregister 149
    3. 16.3. Verwerping tegenover herziening 149
  176. 176 17. Misbruik, fraude en de jachtcasus 149
    1. 17.1. Feiten 149
    2. 17.2. Analyse 149
  177. 177 18. Teruggaaf en Biosafe 150
    1. 18.1. Verjaring van de vordering tot teruggaaf 150
    2. 18.2. Sportinrichtingen 150
    3. 18.3. Uitzondering na de vervaltermijn: Biosafe 150
  178. 178 19. De vernieuwde btw-ketting 150
    1. 19.1. Hoofdelementen 150
    2. 19.2. Provisierekening 150
    3. 19.3. Nieuwe teruggaafprocedure 150
    4. 19.4. Vervangende aangifte 151
    5. 19.5. Correctie van periodieke aangiften 151
    6. 19.6. Betaling en inlichtingen 151
  179. 179 20. Samenvattend examenstappenplan 151
    1. Stap 1 - Bepaal de hoedanigheid 151
    2. Stap 2 - Kwalificeer de handeling 151
    3. Stap 3 - Bepaal plaats en schuldenaar 152
    4. Stap 4 - Kies de juiste aangifte of listing 152
    5. Stap 5 - Toets drempel en termijn 152
    6. Stap 6 - Controleer factuur en bewijs 152
    7. Stap 7 - Bepaal het rechtsgevolg 152

Document information

Study
Uploaded on
August 5, 2026
Number of pages
152
Written in
2026/2027
Type
Summary
$35.85

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
MariePeeters02
3.7
(3)
Sold
31
Followers
1
Items
10
Last sold
2 weeks ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions