THEMA 9: DIVERSITEIT
9.1 Advance Organizer
9.2 Diversiteit
Speelt een rol in vrijwel alle maatschappelijke sectoren: economie, bestuur,
wetgeving, zorg, …
, ONDERWIJSKUNDE
Diversiteit zijn de individuele verschillen onder lerenden, je moet kijken
naar de groep en je moet inspelen op de individuele verschillen van de
lerenden en de specifieke noden
Bv. de snelheid waarop ze leren, de thuistaal, …
Hoe koppel je identiteit aan diversiteit?
Niet omdat we tot dezelfde groep behoren dat we hetzelfde zijn
Bv. zich identificeren met bepaalde sociale groepen zoals die
blijken uit bv. etniciteit, leeftijd, religie, sociaal- economische
status, …
Diversiteit is een kenmerk van de groep, waarbij de
identiteit van de individuele actoren onderling verschilt
Hoe link je diversiteit met inclusie?
Inclusie ontstaat wanneer de specifieke identiteit die men impliciet
of expliciet ondersteunt in de gegeven context
Wanneer de leeromgeving voldoende is afgestemd, ingericht in
rekening met de verschillen in identiteit
• In Vlaanderen is er geen inclusie: buitengewoon onderwijs is
hier een voorbeeld van
- Inschrijvingsaantallen zijn hoog, we slagen er in
Vlaanderen niet in om inclusie te realiseren
We moeten de lerenden minder opdelen in hun noden
Decreet leersteun Voor IV niet evident, we moeten ze er sterker in
maken
Diversiteit ≠ opsomming van individuele verschillen
‘Identiteit’ als basisbegrip in discussie
Diversiteit hangt samen met ‘inclusie’
Inclusie: leeromgeving houdt rekening met verschillen in identiteit
Let op met focus op verschillen!
• Verschillen tussen lerenden evolueren over de tijd heen
• Variatie tussen en binnen groepen (‘between-group’ versus ‘within-
group’)
• Verschillen tussen groepen verbergen grote overlap tussen groepen
• Positief effect bij aandacht voor verschillen tussen groepen en
individuen
, ONDERWIJSKUNDE
9.3 Diversiteit en sociale ongelijkheid
9.3.1 Het biologisch- of genetisch-deficitmodel
= Genetische factoren zijn verantwoordelijk voor de sociale
ongelijkheid in het onderwijs: je bent minder intelligent geboren, je
persoonlijkheid is anders en je uiterlijk is afwijkend; sterke samenhang
met ras, etnische achtergrond, sociale klasse
Intelligentie is tot een bepaalde hoogte genetisch bepaald
Deze genetische deficithypothese gaat vaak samen met op ras
gebaseerde stereotypering
Verschil focus op erfelijke kenmerken individu versus kenmerken
groep
Het gaat om unieke kenmerken, niet de kenmerken van de
etnische groep
Problemen bij het meten van kenmerken: vaak wordt er
(verkeerdelijk) een correlatie gevonden tussen ras en IQ dit
verband is niet oorzakelijk
Meetinstrumenten zijn vanuit een bepaalde cultuur opgesteld
cultureel bias
9.3.2 Het onderwijs-deficitmodel
= Het onderwijs reproduceert de bestaande maatschappelijke ongelijkheid
(curriculum, evaluatie)
Door de manier waarop onderwijs is georganiseerd op macro-, meso- en
microniveau
• Zowel curriculum als de manier waarop wordt geëvalueerd
discrimineert bepaalde sociaaleconomische groepen
Bowles, Gintis en Illich
Het onderwijs is geen hefboom die sociale ongelijkheid helpt op te heffen,
maar het is een slagboom die lerenden met een lage SES de toegang ontzegt
tot betere jobs en meer invloedrijke posities
Onderwijssysteem wil lerenden op maat snijden van de arbeidswereld
Structurele overeenkomst met sociale verhoudingen in het onderwijs en
die in een economische context
• Lerenden uit een laag SES: ‘lagere’ opties
• Lerenden uit een hoog SES: ‘hogere’ studierichtingen
Volgens dit model kan sociale ongelijkheid pas opgelost worden
als we voor een radicaal andere maatschappelijke organisatie
kiezen en bijgevolg voor een ander onderwijsmodel