🔹 1. Wat is de gerechtelijke organisatie?
De gerechtelijke organisatie beschrijft hoe de Belgische rechtbanken hiërarchisch en
territoriaal zijn opgebouwd.
Ze bepaalt:
● Wélke rechtbank bevoegd is (materiële bevoegdheid),
● Wáár een zaak moet worden behandeld (territoriale bevoegdheid).
België is verdeeld in:
● Kantons (voor vredegerechten),
● Gerechtelijke arrondissementen (12 sinds 2014),
● Ressorten (5, gekoppeld aan de hoven van beroep),
● Federaal niveau (Hof van Cassatie).
🔹 2. De piramide van rechtbanken (hiërarchie)
A. Vredegerecht
● Laagdrempeligste rechtbank (per gerechtelijk kanton).
● Bevoegd voor:
○ Huurgeschillen (woning-, handelshuur, landpacht),
○ Burenruzies,
○ Uitzettingen,
○ Kleine vorderingen (< €5.000),
○ Bewindvoering, voogdij, beschermingsmaatregelen.
● Geen beroep mogelijk bij waarde < €2.000.
● Beroep bij de rechtbank van eerste aanleg als de waarde > €2.000 is.
● Territoriale regel: meestal de woonplaats van de verweerder, behalve bij huur
(plaats woning).
B. Politierechtbank
● Behandelt verkeersovertredingen, lichte misdrijven en GAS-boetes.
● Kan ook schadevergoedingen na ongevallen toekennen.
● Alternatieve straffen (werkstraf, bemiddeling) mogelijk.
C. Rechtbank van eerste aanleg
● Verdeeld in 3 grote afdelingen:
1. Burgerlijke rechtbank – burgerlijke zaken > €5.000.
2. Correctionele rechtbank – wanbedrijven (zwaardere strafzaken).
3. Familie- en jeugdrechtbank – gezins-, onderhouds-, adoptie-, en
jeugdzaken.
■ “1 familie = 1 dossier = 1 rechter”.
■ Jeugdrechtbank: behandelt misdrijven door minderjarigen (MOF)
en verontrustende situaties (VOS).
D. Ondernemingsrechtbank
● Voor geschillen tussen ondernemingen en handelsongevallen.
● Ook bevoegd bij insolventies (faillissementen).
● Bestaat uit 1 beroepsrechter + 2 lekenrechters (ondernemers).
E. Arbeidsrechtbank