MEDISCH-, TECHNISCHE EN COMMUNICATIEVE
VAARDIGHEDEN
HOOFDSTUK 1: ECG (1 V.D. 4 VRAGEN OP EXAMEN)
ELEKTROCARDIOGRAM
= een opname van elektrische activiteit in het hart
• Essentieel voor diagnose arritmieën
• Nuttig voor diagnose hartabnormaliteiten
- Ischaemia
- Myocarditis
- Gegeneraliseerde metabole verandering
IMPULS EN CONDUCTIESYSTEEM
• Prikkel wordt gegenereerd in dak rechter atrium (sinusknoop)
- Functie: bepaalt het normale hartdebiet
• Met klop: AP genereren op niveau arteriën
• AP geleidt verder via cel-cel contact
• AP bereikt atrioventriculaire (AV) knoop
- Functie knoop = vertragen van het signaal ➔ depolarisatie vanuit sinusknoop over arterieel weefsel =
elektrisch fenomeen
Ø moet worden omgezet naar mechanische contractie ➔ tijd nodig!
• Prikkel geleidt weer verder via gemeenschappelijk segment = bundel van His
• Splitsing in 2 eindtakken = rechter en linker binden die zorgen voor contractie linker en rechter ventrikel
Geleidingsweefsel = rood
• Heeft een cellulaire opbouw (vgl zenuwbundel)
• Microscopisch: cellulaire opbouw kan veranderen over de jaren heen ➔ kan fibrotisch worden ➔
problemen met leeftijd op vlak van geleiding
ECG
= optelsom van het hele elektrische fenomeen door het ganse hart, waargenomen door elektroden op de borstkas.
Vorm AP afhankelijk van
• Niveau waarop we ons bevinden
• Cellulaire componenten
ECG bezit altijd dezelfde subcomponenten:
• P-top: positieve deflectie waarmee een ecg start ➔ stelt depolarisatie atria voor
• Na p is er een vlak lijntje (roos): pauze op het niveau van de AV-knoop
• Hoofdcomponenten 2 x negatieve en 1 x positieve detectie ➔ stemt overeen met ventriculaire depolarisatie = QRS-
complex
• Opnieuw pauze (blauw): contractie ventrikels
• Eindigen met T-top
• Soms kleiner positief golfje achter T-top = U-top = repolarisatie ventrikels ➔
beter zichbaar bij een tragere hartfrequentie maar meestal niet zichtbaar
• Cyclus begint opnieuw
Repolarisatie van de atria zit verborgen in het grote QRS-complex en die valt niet te isoleren. De basismodule is overal
opnieuw herkenbaar.
1
,Meerdere componenten van ECG:
QT-interval is belangrijk = gebruikt voor monitoring cardiale toxiciteit ➔ fase 1 gm = veiligheid controleren adhv QT-
interval.
2
, ELEKTRODES (BELANGRIJK)
Depolarisatie op verschillende locaties op de borstkas.
Elektrodes zijn elektrische ogen waarmee we de summatie van AP vanuit een bepaalde positie kunnen vastleggen.
Depolarisatie start hoog in atrium en bereidt zich uit naar punt hart ➔ front zouden we kunnen voorstellen als een pijl =
golf waarin de depol zich uitbreidt. Registratie ziet er overal een beetje anders uit.
• Rechts: je ziet depolarisatie op u afkomen en je krijgt dus een volledig positieve registratie.
• Links: polarisatie front gaat van u weg en dus een volledig negatieve registratie.
• Midden: front komt eerst naar oog toe en dan zien we het van het oog weggaan.
• Links 2de : klein positief en groot negatief.
• Rechts 2de : groot positief en klein negatief.
ECG maakt enkel gebruik van de bovenste: we kunnen tot een unieke diagnose komen.
2 soorten elektrodes aanleggen:
• Elektrodes aan de extremiteiten = peripheral leads (verticaal vlak)
- Geven info over hoe het front zich uitbereid in het verticale vlak = verticaal vlak elektroden.
- Namen: I, II, aVF, III, aVR, aVL
Ø II, aVR en III kijken vanuit onderkant ➔ front komt naar elektrode ➔ QRS is sterk positief
Ø aVR kijkt van rechtsboven ➔ front gaat weg ➔ QRS is negatief
Ø I kijkt van linksboven
Ø aVL kijkt van rechtsboven ➔ front gaat eerst naar en dan weg van elektrode ➔ QRS eerst positief en dan
negatief
- 6 verschillende posities die in een vertical vlak kijken naar het depolarisatie front.
- Op basis van deze dingen kan je zien hoe het front bij een patiënt loopt.
• Elektrodes op de borstkas = precordial leads (horizontaal vlak)
- Op welbepaalde plaatsen regio 4de-5de rib
- Namen: V1-V6
Ø V1: rechts net naast het borstbeen
Ø V2-V6: linker kant
• Inferior afleidingen/ onderwand: II, III en VF Laterale afleidingen: I, VR en VL
• Anteriorafleidingen/ voorkant: precordiale elektroden
• Bij hartinfarct dat onderkant van het hart treft: elektrische veranderingen in onderwandafleidingen.
3
, ECG PAPIER
• 1 groot blokje = 10 mm = 1 mV
• Loopsnelheid papier = 25 mm/s
Stap 1 bij ECG bekijken = kwaliteitsevalutatie: herkennen we 12 registraties en is het correct afgenomen?
Bij elke ECG moet loopsnelheid en ijking correct zijn aangegeven!
De verticale vlak registraties staan altijd links en de horizontale vlak registraties staan altijd rechts.
De vorm is telkens verschillend want we kijken vanuit verschillende posities.
SPIER- EN BEWERGINGSARTEFACTEN
We kijken naar een levend iemand en daardoor zijn er ook artefacten mogelijk! Heeft niets te maken met het hart maar
met de patiënt en zijn omgeving.
Registratie:
• Bovenste: af en toe en bizar iets (pijl) ➔ heeft te maken met een foute registratie (vb een patiënt die moet hoesten).
• Onderste: winterperiode ➔ patiënten komen met hun warme jas ➔ moeten voor onderzoek hun bovenlichaam
vrijmaken ➔ kunnen bibberen van de kou ➔ bewegingsartefacten. Ook bij patiënten met parkinson.
HARTFREQUENTIE
De loopsnelheid is 25 mm/s.
Hartfrequentie = 300 / aantal grote blokjes tussen QRS-complex bv. 5 grote blokken ertussen à 300/5 = 60
• > 100 = tachycardie
• < 60 = bradycardie
• Normaal tussen de 65 en de 100
VAARDIGHEDEN
HOOFDSTUK 1: ECG (1 V.D. 4 VRAGEN OP EXAMEN)
ELEKTROCARDIOGRAM
= een opname van elektrische activiteit in het hart
• Essentieel voor diagnose arritmieën
• Nuttig voor diagnose hartabnormaliteiten
- Ischaemia
- Myocarditis
- Gegeneraliseerde metabole verandering
IMPULS EN CONDUCTIESYSTEEM
• Prikkel wordt gegenereerd in dak rechter atrium (sinusknoop)
- Functie: bepaalt het normale hartdebiet
• Met klop: AP genereren op niveau arteriën
• AP geleidt verder via cel-cel contact
• AP bereikt atrioventriculaire (AV) knoop
- Functie knoop = vertragen van het signaal ➔ depolarisatie vanuit sinusknoop over arterieel weefsel =
elektrisch fenomeen
Ø moet worden omgezet naar mechanische contractie ➔ tijd nodig!
• Prikkel geleidt weer verder via gemeenschappelijk segment = bundel van His
• Splitsing in 2 eindtakken = rechter en linker binden die zorgen voor contractie linker en rechter ventrikel
Geleidingsweefsel = rood
• Heeft een cellulaire opbouw (vgl zenuwbundel)
• Microscopisch: cellulaire opbouw kan veranderen over de jaren heen ➔ kan fibrotisch worden ➔
problemen met leeftijd op vlak van geleiding
ECG
= optelsom van het hele elektrische fenomeen door het ganse hart, waargenomen door elektroden op de borstkas.
Vorm AP afhankelijk van
• Niveau waarop we ons bevinden
• Cellulaire componenten
ECG bezit altijd dezelfde subcomponenten:
• P-top: positieve deflectie waarmee een ecg start ➔ stelt depolarisatie atria voor
• Na p is er een vlak lijntje (roos): pauze op het niveau van de AV-knoop
• Hoofdcomponenten 2 x negatieve en 1 x positieve detectie ➔ stemt overeen met ventriculaire depolarisatie = QRS-
complex
• Opnieuw pauze (blauw): contractie ventrikels
• Eindigen met T-top
• Soms kleiner positief golfje achter T-top = U-top = repolarisatie ventrikels ➔
beter zichbaar bij een tragere hartfrequentie maar meestal niet zichtbaar
• Cyclus begint opnieuw
Repolarisatie van de atria zit verborgen in het grote QRS-complex en die valt niet te isoleren. De basismodule is overal
opnieuw herkenbaar.
1
,Meerdere componenten van ECG:
QT-interval is belangrijk = gebruikt voor monitoring cardiale toxiciteit ➔ fase 1 gm = veiligheid controleren adhv QT-
interval.
2
, ELEKTRODES (BELANGRIJK)
Depolarisatie op verschillende locaties op de borstkas.
Elektrodes zijn elektrische ogen waarmee we de summatie van AP vanuit een bepaalde positie kunnen vastleggen.
Depolarisatie start hoog in atrium en bereidt zich uit naar punt hart ➔ front zouden we kunnen voorstellen als een pijl =
golf waarin de depol zich uitbreidt. Registratie ziet er overal een beetje anders uit.
• Rechts: je ziet depolarisatie op u afkomen en je krijgt dus een volledig positieve registratie.
• Links: polarisatie front gaat van u weg en dus een volledig negatieve registratie.
• Midden: front komt eerst naar oog toe en dan zien we het van het oog weggaan.
• Links 2de : klein positief en groot negatief.
• Rechts 2de : groot positief en klein negatief.
ECG maakt enkel gebruik van de bovenste: we kunnen tot een unieke diagnose komen.
2 soorten elektrodes aanleggen:
• Elektrodes aan de extremiteiten = peripheral leads (verticaal vlak)
- Geven info over hoe het front zich uitbereid in het verticale vlak = verticaal vlak elektroden.
- Namen: I, II, aVF, III, aVR, aVL
Ø II, aVR en III kijken vanuit onderkant ➔ front komt naar elektrode ➔ QRS is sterk positief
Ø aVR kijkt van rechtsboven ➔ front gaat weg ➔ QRS is negatief
Ø I kijkt van linksboven
Ø aVL kijkt van rechtsboven ➔ front gaat eerst naar en dan weg van elektrode ➔ QRS eerst positief en dan
negatief
- 6 verschillende posities die in een vertical vlak kijken naar het depolarisatie front.
- Op basis van deze dingen kan je zien hoe het front bij een patiënt loopt.
• Elektrodes op de borstkas = precordial leads (horizontaal vlak)
- Op welbepaalde plaatsen regio 4de-5de rib
- Namen: V1-V6
Ø V1: rechts net naast het borstbeen
Ø V2-V6: linker kant
• Inferior afleidingen/ onderwand: II, III en VF Laterale afleidingen: I, VR en VL
• Anteriorafleidingen/ voorkant: precordiale elektroden
• Bij hartinfarct dat onderkant van het hart treft: elektrische veranderingen in onderwandafleidingen.
3
, ECG PAPIER
• 1 groot blokje = 10 mm = 1 mV
• Loopsnelheid papier = 25 mm/s
Stap 1 bij ECG bekijken = kwaliteitsevalutatie: herkennen we 12 registraties en is het correct afgenomen?
Bij elke ECG moet loopsnelheid en ijking correct zijn aangegeven!
De verticale vlak registraties staan altijd links en de horizontale vlak registraties staan altijd rechts.
De vorm is telkens verschillend want we kijken vanuit verschillende posities.
SPIER- EN BEWERGINGSARTEFACTEN
We kijken naar een levend iemand en daardoor zijn er ook artefacten mogelijk! Heeft niets te maken met het hart maar
met de patiënt en zijn omgeving.
Registratie:
• Bovenste: af en toe en bizar iets (pijl) ➔ heeft te maken met een foute registratie (vb een patiënt die moet hoesten).
• Onderste: winterperiode ➔ patiënten komen met hun warme jas ➔ moeten voor onderzoek hun bovenlichaam
vrijmaken ➔ kunnen bibberen van de kou ➔ bewegingsartefacten. Ook bij patiënten met parkinson.
HARTFREQUENTIE
De loopsnelheid is 25 mm/s.
Hartfrequentie = 300 / aantal grote blokjes tussen QRS-complex bv. 5 grote blokken ertussen à 300/5 = 60
• > 100 = tachycardie
• < 60 = bradycardie
• Normaal tussen de 65 en de 100