2025-2026
TOEGEPASTE DATA-
ANALYSE: DESCRIPTIEF
INTERPRETATIEVE
METHODEN
ALEXIS DEWAELE
,H1: EEN INTERVIEW AFNEMEN EN THEMATISCHE ANALYSE
1. Oefening
➢ Interview bekijken
• Hoe zou je dit interview beoordelen? Wat zijn de positieve en negatieve punten?
- Negatieve punten
▪ Weinig oogcontact
▪ Maakt aantekeningen, maar die leiden haar af
▪ Krijgt korte antwoorden, aangezien ze heel gestuurde vragen stelt
▪ Ze wijst de participant op een contradictie in haar verhaal, terwijl dit
beledigend overkomt
▪ Ze is heel suggestief en creëert geen ruimte voor negatieve zaken over het
trainingsprogramma
▪ Positie van hoe ze tegenover elkaar zitten is niet ideaal
▪ Het is niet spontaan, aangezien ze te veel bezig is met de vragen op papier
2. Wat is een kwalitatief interview?
➢ Definitie kwalitatief interview
• “Een gesprek met een doel. […] Het doel van een interview is grotendeels om een interactie te
faciliteren waarin deelnemers hun eigen verhaal kunnen vertellen, in hun eigen woorden. Het
grootste deel van het gesprek wordt dus door de deelnemer gevoerd, terwijl de interviewer luistert”
(Smith et al., 2009)
• “Een interpersoonlijke situatie, een gesprek tussen twee partners over een thema van
wederzijds belang. In het interview wordt kennis gecreëerd “tussen” de standpunten van
de interviewer en de geïnterviewde” (Kvale & Brinkmann, 2009)
3. Soorten kwalitatieve interviews
➢ Doel
• Fenomenologisch leefwereldinterview (unieke ervaringen van een persoon)
• Narratief interview (Weinig gestructureerd: 1 brede open vraag)
• Levensverhaalinterview (Tijdslijn opstellen om belangrijke ankerpunten/transities te zien)
• …
➢ Structuur
• Gestructureerd
• Semi-gestructureerd (Er is een interview-leidraad, maar er is veel flexibiliteit)
• Ongestructureerd (Sluit aan bij levensverhaalinterview)
4. Een interview doen
4.1 Voorbereiding op het interview
➢ Interviewleidraad (aka topic guide, interview manual)
• Waarom?
- Inclusief
- Anticipeer
- Vragen in geschikte open vorm (~ begrijpelijk)
Dus: je voorbereid en relatief op je gemak voelen. Dit helpt je om een betrokken en
aandachtige luisteraar te zijn, een flexibele en responsieve interviewer
• Interviewvragen ≠ onderzoeksvragen
- Onderzoeksvraag: is meer conceptueel, raakt aan theorie
- Interviewvraag: moet aanzetten tot vertellen bij de participant
Bijvoorbeeld:
o IV: ‘Hoe ervaren ouders het sociale en genetische ouderschap?’
o OV: ‘In het dagelijkse leven: hoe is het voor jou om ouder te zijn?’ & ‘Wat
betekent het voor jou dat je wel of niet de biologische ouder bent?’
Zet aan tot vertellen
Onderzoeksvraag beantwoorden
1
, • Structuur en volgorde van de interviewvragen
- Eerst concrete vragen (voorbeeld/herinnering)
▪ Kan je een fijne herinnering uit je jeugd vertellen met één van je ouders?
▪ Begin met eenvoudige vragen, en naar gelang het interview vordert
complexere vragen stellen
▪ Vuistregel: gevoeligere onderwerpen later
- Input geïnterviewde → flexibiliteit interviewer
▪ Als er zich een nieuw thema aanbied, moet je daarvoor openstaan
• Soorten vragen
- Descriptief: beschrijvend
- Narratief: triggeren dat een persoon een
verhaal begint te vertellen
- Structural: elementen van een bepaalt
proces
- Contrasterende: vb. wat is een
goede/slechte dag voor jou?
- Prompts: vragen waarbij je mensen aanzet
om iets meer te vertellen
- Probes: meer toelichten van zaken die al
vermeld zijn
Vragen die je beter vermijdt
• Aantal vragen?
• Open vragen – probeer 'waarom'-vragen te vermijden, omdat deze vragen ertoe leiden dat
mensen defensief gaan reageren
• Maak je vertrouwd met de vragen
• Interviewleidraad (Mortelmans, 2009)
1. Thema introduceren, opwarmer
- Om uw deelnemer op zijn gemak te stellen (~ chitchat)
- Een vertrouwensband opbouwen
2. Inleidende vraag
3. Overgangsvragen
- Evolueren naar het fenomeen dat je wil onderzoeken
- Eenvoudige vragen (ervaring en gedrag)
4. Kernvragen
- De kern van je onderzoek = “Sensitizing concepts”
- Moeilijke vragen (gevoelens, betekenis, meningen)
5. Afsluitende vragen
- Conclusie, samenvatting, afronden
➢ Interviewdraaiboek
• Praktische informatie over:
- Datum en locatie
- Herinneringen voor de deelnemers (telefoontje/e-mail)
- Wegwijzers
- Catering, zakdoekjes,…
- Audiorecorder(s) en schrijfgerei
- Documenten: check list, geïnformeerde toestemming, interviewleidraad
- Incentive: een kleine attentie geven
• Goede inleiding:
- Geïnterviewde verwelkomen en bedanken
- Jezelf en topic voorstellen: doel en verloop
- Vertrouwelijkheid (audio-opname!), geïnformeerde toestemming
- Feedback
- Deelnemers = vrij, mogen weigeren etc.
2
, ➢ Onderzoeksvragen
• Is het een goede onderzoeksvraag of niet?
- “Waarom leidt sociale media gebruik tot meer stress bij studenten?”
▪ Neen, omdat het geen neutrale vraag is. Er zit al een assumptie in dat sociale
media zou leiden tot stress. Een ‘waarom’-vraag daar zit ook vaak een
consalideitsgedachte in
- “Hoe ervaren studenten de combinatie van studeren en eventuele bijverdiensten in
hun dagelijkse leven?”
▪ Ja, vertrekt vanuit de leefwereld van studenten, laat verschillende
perspectieven toe, ‘hoe’-vragen zijn meestal goed
- “In welke mate ervaren studenten stress door hun studies en sociale leven?”
▪ Neen, kwantitatieve vraagstelling: ‘in welke mate’, dan moet je geen
meten/kwantificeren. Geen neutrale vraag aangezien de assumptie erin zit
dat studenten stress ervaren door studies/sociale leven
- “Ervaren studenten met een studentenjob meer stress dan studenten zonder een
studentenjob?”
▪ Neen, er zit een assumptie in dat stress een rol kan spelen, de vraag is geënt op
het vergelijken van groepen terwijl dit meer iets is voor kwantitatief onderzoek
4.2 Het interview afnemen
➢ Attitude
• Bereid intro voor, stel op gemak
• Moedig deelnemers aan om te “vertellen”
- Langzaam en duidelijk spreken
- Vermijd waarom-vragen
- Ruimte voor stilte
- Toon interesse
- Voel de participant aan
• Maak het 'voor de hand liggende' zichtbaar, sta open voor verassingen
• Goed interviewen = balans
- Aandacht voor gevoelens
- Aansporen, dieper graven ook bij gevoelige zaken
• Laat mensen praten
• Wees zorgzaam
• Maak bij voorkeur aantekeningen na het interview.
➢ Paralinguïstisch en non-verbaal gedrag
• Tempo en ritme van spraak
• Zinnen en/of woorden accentueren
• Volume en articulatie
• Lichaamshouding, gebruik van handen
• Luisterhouding: toon (neutrale) betrokkenheid, spiegel, zit niet te dicht nocht te ver
➢ Technieken om door te vragen
• Herhaal vraag
• Geef samenvatting ('Als ik je goed begrijp...')
• Indirect expliciet doorvragen ('Wat bedoel je daarmee?')
• Directe expliciete vragen stellen ('Wanneer is dat gebeurd? Kun je daar voorbeelden van geven?’)
• Spiegel het antwoord
• Functionele stilte
• Non-verbaal luisteren (bv, knikken, vragend kijken,…)
➢ Onverwachte wendingen = waardevol
• = hoofdredenen kwalitatief onderzoek
• Waar de participant spontaan over begint = belangrijk
• Een semigestructureerd interview biedt ruimte om verder uit te diepen (niet meteen
doorgaan naar de volgende vraag).
➢ Onderzoeksgesprek ≠ psychotherapeutische sessie
3
TOEGEPASTE DATA-
ANALYSE: DESCRIPTIEF
INTERPRETATIEVE
METHODEN
ALEXIS DEWAELE
,H1: EEN INTERVIEW AFNEMEN EN THEMATISCHE ANALYSE
1. Oefening
➢ Interview bekijken
• Hoe zou je dit interview beoordelen? Wat zijn de positieve en negatieve punten?
- Negatieve punten
▪ Weinig oogcontact
▪ Maakt aantekeningen, maar die leiden haar af
▪ Krijgt korte antwoorden, aangezien ze heel gestuurde vragen stelt
▪ Ze wijst de participant op een contradictie in haar verhaal, terwijl dit
beledigend overkomt
▪ Ze is heel suggestief en creëert geen ruimte voor negatieve zaken over het
trainingsprogramma
▪ Positie van hoe ze tegenover elkaar zitten is niet ideaal
▪ Het is niet spontaan, aangezien ze te veel bezig is met de vragen op papier
2. Wat is een kwalitatief interview?
➢ Definitie kwalitatief interview
• “Een gesprek met een doel. […] Het doel van een interview is grotendeels om een interactie te
faciliteren waarin deelnemers hun eigen verhaal kunnen vertellen, in hun eigen woorden. Het
grootste deel van het gesprek wordt dus door de deelnemer gevoerd, terwijl de interviewer luistert”
(Smith et al., 2009)
• “Een interpersoonlijke situatie, een gesprek tussen twee partners over een thema van
wederzijds belang. In het interview wordt kennis gecreëerd “tussen” de standpunten van
de interviewer en de geïnterviewde” (Kvale & Brinkmann, 2009)
3. Soorten kwalitatieve interviews
➢ Doel
• Fenomenologisch leefwereldinterview (unieke ervaringen van een persoon)
• Narratief interview (Weinig gestructureerd: 1 brede open vraag)
• Levensverhaalinterview (Tijdslijn opstellen om belangrijke ankerpunten/transities te zien)
• …
➢ Structuur
• Gestructureerd
• Semi-gestructureerd (Er is een interview-leidraad, maar er is veel flexibiliteit)
• Ongestructureerd (Sluit aan bij levensverhaalinterview)
4. Een interview doen
4.1 Voorbereiding op het interview
➢ Interviewleidraad (aka topic guide, interview manual)
• Waarom?
- Inclusief
- Anticipeer
- Vragen in geschikte open vorm (~ begrijpelijk)
Dus: je voorbereid en relatief op je gemak voelen. Dit helpt je om een betrokken en
aandachtige luisteraar te zijn, een flexibele en responsieve interviewer
• Interviewvragen ≠ onderzoeksvragen
- Onderzoeksvraag: is meer conceptueel, raakt aan theorie
- Interviewvraag: moet aanzetten tot vertellen bij de participant
Bijvoorbeeld:
o IV: ‘Hoe ervaren ouders het sociale en genetische ouderschap?’
o OV: ‘In het dagelijkse leven: hoe is het voor jou om ouder te zijn?’ & ‘Wat
betekent het voor jou dat je wel of niet de biologische ouder bent?’
Zet aan tot vertellen
Onderzoeksvraag beantwoorden
1
, • Structuur en volgorde van de interviewvragen
- Eerst concrete vragen (voorbeeld/herinnering)
▪ Kan je een fijne herinnering uit je jeugd vertellen met één van je ouders?
▪ Begin met eenvoudige vragen, en naar gelang het interview vordert
complexere vragen stellen
▪ Vuistregel: gevoeligere onderwerpen later
- Input geïnterviewde → flexibiliteit interviewer
▪ Als er zich een nieuw thema aanbied, moet je daarvoor openstaan
• Soorten vragen
- Descriptief: beschrijvend
- Narratief: triggeren dat een persoon een
verhaal begint te vertellen
- Structural: elementen van een bepaalt
proces
- Contrasterende: vb. wat is een
goede/slechte dag voor jou?
- Prompts: vragen waarbij je mensen aanzet
om iets meer te vertellen
- Probes: meer toelichten van zaken die al
vermeld zijn
Vragen die je beter vermijdt
• Aantal vragen?
• Open vragen – probeer 'waarom'-vragen te vermijden, omdat deze vragen ertoe leiden dat
mensen defensief gaan reageren
• Maak je vertrouwd met de vragen
• Interviewleidraad (Mortelmans, 2009)
1. Thema introduceren, opwarmer
- Om uw deelnemer op zijn gemak te stellen (~ chitchat)
- Een vertrouwensband opbouwen
2. Inleidende vraag
3. Overgangsvragen
- Evolueren naar het fenomeen dat je wil onderzoeken
- Eenvoudige vragen (ervaring en gedrag)
4. Kernvragen
- De kern van je onderzoek = “Sensitizing concepts”
- Moeilijke vragen (gevoelens, betekenis, meningen)
5. Afsluitende vragen
- Conclusie, samenvatting, afronden
➢ Interviewdraaiboek
• Praktische informatie over:
- Datum en locatie
- Herinneringen voor de deelnemers (telefoontje/e-mail)
- Wegwijzers
- Catering, zakdoekjes,…
- Audiorecorder(s) en schrijfgerei
- Documenten: check list, geïnformeerde toestemming, interviewleidraad
- Incentive: een kleine attentie geven
• Goede inleiding:
- Geïnterviewde verwelkomen en bedanken
- Jezelf en topic voorstellen: doel en verloop
- Vertrouwelijkheid (audio-opname!), geïnformeerde toestemming
- Feedback
- Deelnemers = vrij, mogen weigeren etc.
2
, ➢ Onderzoeksvragen
• Is het een goede onderzoeksvraag of niet?
- “Waarom leidt sociale media gebruik tot meer stress bij studenten?”
▪ Neen, omdat het geen neutrale vraag is. Er zit al een assumptie in dat sociale
media zou leiden tot stress. Een ‘waarom’-vraag daar zit ook vaak een
consalideitsgedachte in
- “Hoe ervaren studenten de combinatie van studeren en eventuele bijverdiensten in
hun dagelijkse leven?”
▪ Ja, vertrekt vanuit de leefwereld van studenten, laat verschillende
perspectieven toe, ‘hoe’-vragen zijn meestal goed
- “In welke mate ervaren studenten stress door hun studies en sociale leven?”
▪ Neen, kwantitatieve vraagstelling: ‘in welke mate’, dan moet je geen
meten/kwantificeren. Geen neutrale vraag aangezien de assumptie erin zit
dat studenten stress ervaren door studies/sociale leven
- “Ervaren studenten met een studentenjob meer stress dan studenten zonder een
studentenjob?”
▪ Neen, er zit een assumptie in dat stress een rol kan spelen, de vraag is geënt op
het vergelijken van groepen terwijl dit meer iets is voor kwantitatief onderzoek
4.2 Het interview afnemen
➢ Attitude
• Bereid intro voor, stel op gemak
• Moedig deelnemers aan om te “vertellen”
- Langzaam en duidelijk spreken
- Vermijd waarom-vragen
- Ruimte voor stilte
- Toon interesse
- Voel de participant aan
• Maak het 'voor de hand liggende' zichtbaar, sta open voor verassingen
• Goed interviewen = balans
- Aandacht voor gevoelens
- Aansporen, dieper graven ook bij gevoelige zaken
• Laat mensen praten
• Wees zorgzaam
• Maak bij voorkeur aantekeningen na het interview.
➢ Paralinguïstisch en non-verbaal gedrag
• Tempo en ritme van spraak
• Zinnen en/of woorden accentueren
• Volume en articulatie
• Lichaamshouding, gebruik van handen
• Luisterhouding: toon (neutrale) betrokkenheid, spiegel, zit niet te dicht nocht te ver
➢ Technieken om door te vragen
• Herhaal vraag
• Geef samenvatting ('Als ik je goed begrijp...')
• Indirect expliciet doorvragen ('Wat bedoel je daarmee?')
• Directe expliciete vragen stellen ('Wanneer is dat gebeurd? Kun je daar voorbeelden van geven?’)
• Spiegel het antwoord
• Functionele stilte
• Non-verbaal luisteren (bv, knikken, vragend kijken,…)
➢ Onverwachte wendingen = waardevol
• = hoofdredenen kwalitatief onderzoek
• Waar de participant spontaan over begint = belangrijk
• Een semigestructureerd interview biedt ruimte om verder uit te diepen (niet meteen
doorgaan naar de volgende vraag).
➢ Onderzoeksgesprek ≠ psychotherapeutische sessie
3