Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 32 pages
Summary

Volledige samenvatting Basischemie H1–H9 | 1e jaar BLT UCLL | 2025–2026

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 32 pages

Deze overzichtelijke samenvatting bevat de volledige theorie van Basis­chemie, hoofdstuk 1 tot en met 9, voor het eerste jaar BLT aan UCLL. De leerstof wordt duidelijk en gestructureerd uitgelegd, met aandacht voor de belangrijkste begrippen, formules en toepassingen. De lessen werden gegeven door Wouter Delespaul. Met behulp van deze samenvatting behaalde ik een voldoende voor het examen. Ideaal als voorbereiding op het examen of om de leerstof snel te herhalen.

Content preview

BASISCHEMIE – theorie

H1: HET ATOOM: BOUWSTEEN VAN MATERIE
 Materie: vormt basis van alle fysieke objecten in het
universum

1.1 Indeling van de materie
 Obv opbouw en samenstelling:
- Materie is in praktijk bijna altijd mengsel (= 2 of
meer zuivere stoffen)
- Zuivere stof = atomen, ionen of moleculen

1.1.1 Zuivere stoffen
 Verzameling deeltjes met allemaal dezelfde fysische en chemische eigenschappen
Enkelvoudig zuivere 1 atoomsoort
stoffen Atomen (bv. Fe, Ne, …) of moleculen (bv. N2, O3, …)
Samengestelde 2 of meer atoomsoorten in vaste verhouding
zuivere stoffen Ionrooster (bv. NaCl, MgSO4, …) of moleculen (H2O, C6H12O6, …)
- Atomaire stoffen: bestaan uit individuele atomen, altijd enkelvoudig
- Moleculaire stoffen: bestaan uit moleculen, enkelvoudig of samengesteld

1.1.2 Mengsels
 2 of meer zuivere stoffen (elke stof behoudt chemische eigenschappen)
- Samenstelling varieert
- Kunnen terug gescheiden worden (bv. filtratie, destillatie, …)

 Heterogene mengsels: deeltjes te onderscheiden met blote oog of microscoop
Grof mengsel Verschillende vaste stoffen, te onderscheiden met blote oog
 Bv. zand
Suspensie Vaste stof in een vloeistof –> troebel, ondoorzichtig
 Bv. roest in water, vruchtvlees in sap
Pasta Vloeistof in vaste stof
 Bv. tandpasta (zeep + kalk)
Emulsie Verschillende niet-mengbare vloeistoffen –> troebel, ondoorzichtig
 Bv. fijne oliedruppels verdeeld in water
Schuim Gasbelletjes in vloeistof of vaste stof
 Bv. schuim op bier, piepschuim
Nevel Fijne vloeistofdruppels in gas –> troebel, ondoorzichtig
 Bv. mist, wolken
Rook Fijn verdeelde vaste stof in een gas –> troebel, ondoorzichtig
 Sigarettenrook
- Verschillende namen obv aggregatietoestand van samenstellende componenten




 Homogene
mengsels: deeltjes niet te onderscheiden, ook niet met microscoop
- Fysische en chemische eigenschappen op elke plaats hetzelfde
- Bv. lucht: mengsel van O2, N2, CO2, …, suiker in water

 Colloïdale deeltjes: deeltjes met diameter < 1µm
 In gasvormig, vloeibaar, vast medium –> colloïdale mengsels (bv. melk, inkt, bloed)




1.2 Aggregatietoestanden

1

,  Kan veranderen door condenseren, stollen, smelten, verdampen

1.2.1 Gas
 Deeltjes bewegen zeer snel en verspreiden zich over beschikbare ruimte
 Geen vaste vorm en volume
 Deeltjes ver van elkaar verwijderd –> makkelijk samendrukbaar

1.2.2 Vloeistof
 Deeltjes bewegen snel door elkaar en neemt vorm aan van recipiënt,
vult beschikbare ruimte niet volledig
 Vast volume, geen vaste vorm
 Deeltjes dicht bij elkaar –> niet makkelijk samendrukbaar

1.2.3 Vaste stof
 Deeltjes bewegen (trillen) lichtjes rond hun evenwichtspositie,
gerangschikt in kristalstructuur
 Vaste vorm en volume
 Deeltjes heel dicht bij elkaar –> moeilijk samendrukbaar

1.3 Elementen
 Eenvoudigste vorm van materie, bestaat uit 1 soort atomen (kleinste deeltje van element)

1.3.1 Atomen
 Elementaire bouwsteen van de materie
 Verschillende soorten die verschillen door hun massa
 Kunnen verder opgesplitst worden in subatomaire deeltjes (atoommodel van Bohr: atoom met straal 1 Å):
- Protonen (p+), neutronen (n0), elektronen (e-)
 Aantal verschilt per atoom
 Nucleonen: protenen + neutronen zittin in de kern, samengehouden door sterke
kernkrachten (–> klein volume)
 Atoomkern omgeven door elektronen (kleinere massa), ellipsvormige banen –>
bolvormige elektronenmantel door aantrekking + en -
 Atoom = elektrisch neutraal: aantal protonen = aantal elektronen




 Atoomnummer (Z)
- Aantal protonen (dus ook elektronen) in de kern –> bepaalt atoomsoort en plaats van element in PSE

 Massagetal (A)
- Som van aantal protonen en neutronen –> aantal kerndeeltjes
 Nuclide = atoom waarvan aantal protonen en neutronen gekend is:

1.3.2 Isotopen
 Atomen van eenzelfde element (zelfde Z), maar met verschillend aantal neutronen (verschillende A) –>
verschillen van atoomkern
- Verschillende nucliden van element zijn isotopen van elkaar
- Dezelfde chemische eigenschappen (bepaald door elektronen), verschillende fysische eigenschappen




1.4 Periodiek Systeem der
Elementen (PSE)
 Periodes: horizontale rijen
 Groepen: verticale kolommen

2

, - S-blok + p-blok = hoofdgroepen (a-groepen)
 Ia: alkalimetalen (reageren met water tot base = alkalisch)
 IIa: aardalkalimetalen
 IIIa: boorgroep
 IVa: koolstofgroep
 Va: stikstofgroep
 VIa: zuurstofgroep
 VIIa: halogenen
 VIIIa: edelgassen (reageren niet met andere elementen
- D-blok = nevengroepen (transitiemetalen)
 Meest reactieve grenzen aan s-blok en nemen meer af naarmate dichter bij p-blok
- F-blok = lanthaniden (periode 6) en actiniden (periode 7)

 Andere manier van indeling:
- Metalen: links in PSE tot aan de scheidingslijn van boor (B) tot astaat
(At)
- Niet-metalen: rechts in PSE + waterstof (H)
- Metalloïden/semi-metalen: 7 elementen thv scheidingslijn die
eruitzien als metalen, maar zich gedragen als niet-metalen

1.5 Moleculen en formules
 Formule-eenheid (= formule = empirische formule = verhoudingsformule)
- Eenvoudigste verhouding van deelnemende atomen in een verbinding

 Molecuulformule (= brutoformule)
- Geeft aantal atomen van ieder element dat aanwezig is in 1 moleculen van de verbinding
- Kan niet voor verbindingen die voorkomen in kristalstructuur (1 groot molecule zonder duidelijke
aflijning)
 NaCl: niet voorstelling van 1 molecule (kunnen verschillende grootte hebben), maar algemene
formule

 1 formule-eenheid kan overeenkomen met meerdere molecuulformules
 CH kan staan voor C2H2 of voor C6H6 (sterk verschillend)

1.6 Hoeveelheid stof
1.6.1 Atoommassa en molecuulmassa
 Relatieve atoommassa (mr)
- Geeft aan hoeveel x de massa van het nuclide groter is dan de atomaire massa-eenheid u (1 u =
1,6606 · 10-27 kg)
m
- mr =
u
- Relatieve atoommassa van een element (Ar): geeft aan hoeveel x de massa van een gemiddeld atoom
groter is dan u rekeninghoudend met isotopenabundatie (%)
( % ⋅ A ) ⋅( % ⋅ A) = waarde in PSE
 Ar =
100

 Relatieve molecuulmassa (Mr)
- Geeft aan hoeveel x de massa van gemiddeld molecule groter is dan u
- Som van relatieve atoommassa’s
- M r=∑ A r
- Relatieve formulemassa (FMr): som van relatieve atoommassa’s rekeninghoudend met indices in
verhoudingsformule
 F M r =∑ A r


1.6.2 Mol
 SI-eenheid gebruikt om aantal deeltjes van stof aan te duiden
- 1 mol deeltjes = 6,022 ⋅ 1023 deeltjes (NA)

 Molaire massa (M)

3

, - Massa van 1 mol deeltjes
- Moleculen: M =N A ⋅ M r ⋅u (in g/mol)
1.6.3 Wet van behoud van massa
 Wet van Lavoisier
- De totale massa van alle stoffen voor de reactie is gelijk aan de totale massa van alle stoffen na de
reactie. Er is geen winst of verlies van massa tijdens een chemische reactie




4

Document information

Study
Uploaded on
August 4, 2026
Number of pages
32
Written in
2025/2026
Type
Summary
$8.85

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
5
Last sold
-


Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions