(; Cases Internationaal recht ;)
Lotus Case, PHIJ 1927
In 1924 botst een Frans schip met een Turks schip op de volle zee. Het Turks schip zinkt met
als gevolg dat er gewonden en doden zijn. Het Franse schip meert aaan in Constantinopel,
waar de officier Dumont angehouden en vervolgt wordt. Later wordt hij veroordeeld tot
doodslag. Turkije baseert zich op hun eigen recht om dit te kunnen doen, Frankrijk is het daar
niet mee eens omdat de feiten hebben plaatsgevonden op de volle zee en het een Frans schip
is waardoor enkel Frankrijk hier kan vervolgen.
Dit geschil wordt gebracht voor het Permanente Hof van Internationale Justitie waarin het hof
oordeelt dat een maar gebonden is door regels van het internationaal gewoonterecht als de
staten daarmee instemmen. Ze bevestigen dus het prinipe van consensualisme en “consent to
be bound”.
Deze zaak gaat ook over rechtsmacht, hier zijn bepaalde voorwaarden voor nodig die worden
gezien als aanknopingspunten. De belangrijke die door het internationaal recht zijn erkend
zijn het territorialiteitsbeginsel, nationaliteitsbeginsel, beschermingsbeginsel en
universaliteitsbeginsel.
North Sea Continental Shelf Case, IGH 1969
De zaak speelt tussen Nederland, Denemarken en Duitsland. Ze moeten hun continentaal plat
afbakenen, Nederland en Denemarken stellen voor om dit te doen op basis van de
equidistantielijn, volgens hen is dit een regel van internationaal gewoonterecht. Duitsland
betwist dit.
Het Hof gaat na of deze regel effectief een regel van internationaal gewoonterecht is. Het Hof
zegt dat de statenpraktijk wijdverspreid of omvankelijk moet zijn (extensive), dus dat het door
veel belanghebbende staten, in dit geval zijn dat de kuststaten. Aan de andere kant moet er
ook een zekere uniformiteit aanwezig zijn (virtually uniform), dus dat het voldoende
consistent moet zijn. Het richt zich hier dus op de criteria van het internationaal
gewoonterecht.
Nicaragua Case, IGH 1986
Tijdens de verkiezingen in Nicaraga komt een links regime aan de macht. De Amerikanen, die
niks moeten hebben van alles wat in de buurt komt van communisme, gaan op verschillende
manier proberen te voorkomen dat het linkse regime aan de macht blijft. Ze gaan
rebellenbewegingen bewapenen, handelssancties opleggen en nog veel meer. Nicaragua is
hier niet van gediend en zegt dat dit een schending is van het internationaal recht aangezien de
, Verenigde Staten tussen is gekomen bij interne aangelegenheden van een andere staat en dat
er gebruik is gemaakt van geweld. (Het non-interventieprincipe)
Dit komt voor het Internationaal Gerechtshof en zegt dat de statenpraktijk niet perfect moet
zijn, niet altijd en overal, maar in het algemeen een statenpraktijk zijn die gevolgd wordt.
Ook bevestigd het IGH dat vooraleer er gebruik van geweld kan worden gemaakt als
zelfverdediging, het geweld intesief genoeg moet zijn en het moet gaan om een gewapende
aanval.
Truman Proclamation, 1945
Dit is een klassiek voorbeeld van instant custom, wat bevestigd is geweest in de North Sea
Continental Shelf Case uit 1969. Hier zij het Hof dat in sommige gevallen regels van het
internationaal recht zich kunnen ontwikkelen op een zeer korte termijn.
President Truman is aan de macht in de Verenigde Staten en na de Tweede Wereldoorlog, door
technische vooruitgang, heeft de Verenigde Staten de capaciteit om ook de grondstoffen die
zich in het continentaal plat te gaan ontgingen. De Verenigde Staten zegt dat het continentaal
plat van hun is en dat zij zelf bepalen wie die grondstoffen mag ontginnen.
Dit was in strijd met het internationaal gewoonterecht dat zei dat het ging om volle zee en dat
dit toebehoorde aan iedereen en iedereen deze grondstoffen mocht exploreren en exploiteren.
In plaats van daarop te reageren, door de Verenigde Staten aansprakelijk te stellen, hebben de
andere staten hun gevolgd, met als gevolg dat er meteen een nieuwe regel van internationaal
gewoonterecht ontstond, zijnde dat het ontginnen van het continentaal plat een recht is van
kuststaten.
Asylum Case, IGH 1950
Deze zaak speelt zich af tussen Colombia en Peru in verband met diplomatiek asiel. Victor
Raùl Haya de la Torre, een Peruaan, had een poging tot staatsgreep begaan en was hier niet in
geslaagd. Hij vlucht naar de Colombiaanse ambassade en krijgt daar bescherming. Colombia
wilt hem beschermen en een vrije doorgang krijgen omdat hij de mogelijkheid zou krijgen
naar Colombia te vluchten. Peru is hier niet van gediend en er ontstaat een geschil. Peru wil
hem vervolgen omdat hij een misdaad begaan heeft, en Colombia wil die persoon beschermen
en eist een vrije doorganng.
Het hof krijgt de vraag of dat diplomatiek asiel een regel van regionaal gewoonterecht is of is
geworden. Het Hof komt tot het besluit dat Colombia onoldoende bewijst dat het een regel
van regionaal gewoonterecht zou zijn met als gevolg dat Colombia op dat punt ongelijk zou
krijgen.
Lotus Case, PHIJ 1927
In 1924 botst een Frans schip met een Turks schip op de volle zee. Het Turks schip zinkt met
als gevolg dat er gewonden en doden zijn. Het Franse schip meert aaan in Constantinopel,
waar de officier Dumont angehouden en vervolgt wordt. Later wordt hij veroordeeld tot
doodslag. Turkije baseert zich op hun eigen recht om dit te kunnen doen, Frankrijk is het daar
niet mee eens omdat de feiten hebben plaatsgevonden op de volle zee en het een Frans schip
is waardoor enkel Frankrijk hier kan vervolgen.
Dit geschil wordt gebracht voor het Permanente Hof van Internationale Justitie waarin het hof
oordeelt dat een maar gebonden is door regels van het internationaal gewoonterecht als de
staten daarmee instemmen. Ze bevestigen dus het prinipe van consensualisme en “consent to
be bound”.
Deze zaak gaat ook over rechtsmacht, hier zijn bepaalde voorwaarden voor nodig die worden
gezien als aanknopingspunten. De belangrijke die door het internationaal recht zijn erkend
zijn het territorialiteitsbeginsel, nationaliteitsbeginsel, beschermingsbeginsel en
universaliteitsbeginsel.
North Sea Continental Shelf Case, IGH 1969
De zaak speelt tussen Nederland, Denemarken en Duitsland. Ze moeten hun continentaal plat
afbakenen, Nederland en Denemarken stellen voor om dit te doen op basis van de
equidistantielijn, volgens hen is dit een regel van internationaal gewoonterecht. Duitsland
betwist dit.
Het Hof gaat na of deze regel effectief een regel van internationaal gewoonterecht is. Het Hof
zegt dat de statenpraktijk wijdverspreid of omvankelijk moet zijn (extensive), dus dat het door
veel belanghebbende staten, in dit geval zijn dat de kuststaten. Aan de andere kant moet er
ook een zekere uniformiteit aanwezig zijn (virtually uniform), dus dat het voldoende
consistent moet zijn. Het richt zich hier dus op de criteria van het internationaal
gewoonterecht.
Nicaragua Case, IGH 1986
Tijdens de verkiezingen in Nicaraga komt een links regime aan de macht. De Amerikanen, die
niks moeten hebben van alles wat in de buurt komt van communisme, gaan op verschillende
manier proberen te voorkomen dat het linkse regime aan de macht blijft. Ze gaan
rebellenbewegingen bewapenen, handelssancties opleggen en nog veel meer. Nicaragua is
hier niet van gediend en zegt dat dit een schending is van het internationaal recht aangezien de
, Verenigde Staten tussen is gekomen bij interne aangelegenheden van een andere staat en dat
er gebruik is gemaakt van geweld. (Het non-interventieprincipe)
Dit komt voor het Internationaal Gerechtshof en zegt dat de statenpraktijk niet perfect moet
zijn, niet altijd en overal, maar in het algemeen een statenpraktijk zijn die gevolgd wordt.
Ook bevestigd het IGH dat vooraleer er gebruik van geweld kan worden gemaakt als
zelfverdediging, het geweld intesief genoeg moet zijn en het moet gaan om een gewapende
aanval.
Truman Proclamation, 1945
Dit is een klassiek voorbeeld van instant custom, wat bevestigd is geweest in de North Sea
Continental Shelf Case uit 1969. Hier zij het Hof dat in sommige gevallen regels van het
internationaal recht zich kunnen ontwikkelen op een zeer korte termijn.
President Truman is aan de macht in de Verenigde Staten en na de Tweede Wereldoorlog, door
technische vooruitgang, heeft de Verenigde Staten de capaciteit om ook de grondstoffen die
zich in het continentaal plat te gaan ontgingen. De Verenigde Staten zegt dat het continentaal
plat van hun is en dat zij zelf bepalen wie die grondstoffen mag ontginnen.
Dit was in strijd met het internationaal gewoonterecht dat zei dat het ging om volle zee en dat
dit toebehoorde aan iedereen en iedereen deze grondstoffen mocht exploreren en exploiteren.
In plaats van daarop te reageren, door de Verenigde Staten aansprakelijk te stellen, hebben de
andere staten hun gevolgd, met als gevolg dat er meteen een nieuwe regel van internationaal
gewoonterecht ontstond, zijnde dat het ontginnen van het continentaal plat een recht is van
kuststaten.
Asylum Case, IGH 1950
Deze zaak speelt zich af tussen Colombia en Peru in verband met diplomatiek asiel. Victor
Raùl Haya de la Torre, een Peruaan, had een poging tot staatsgreep begaan en was hier niet in
geslaagd. Hij vlucht naar de Colombiaanse ambassade en krijgt daar bescherming. Colombia
wilt hem beschermen en een vrije doorgang krijgen omdat hij de mogelijkheid zou krijgen
naar Colombia te vluchten. Peru is hier niet van gediend en er ontstaat een geschil. Peru wil
hem vervolgen omdat hij een misdaad begaan heeft, en Colombia wil die persoon beschermen
en eist een vrije doorganng.
Het hof krijgt de vraag of dat diplomatiek asiel een regel van regionaal gewoonterecht is of is
geworden. Het Hof komt tot het besluit dat Colombia onoldoende bewijst dat het een regel
van regionaal gewoonterecht zou zijn met als gevolg dat Colombia op dat punt ongelijk zou
krijgen.