Hoofdstuk 1: Inleiding
1. Intuïtie <-> wetenschap
Þ Psychologie = wetenschap die het gedrag van mensen & de mentale processen
erachter bestudeert
o Zo gedrag begrijpen, voorspellen & beïnvloeden
o Verschillen tussen mensen
o Mens als individu
o Niet altijd afwijkend gedrag
Þ Psycholoog is bij wet beschermende titel
Þ Een psycholoog is niet hetzelfde als:
o Psychiater
o Psychiatrisch verpleegkundige
o Toegepaste psycholoog
o Coach
o Therapeut
2. Disciplines en werkvelden
Þ Klinische psychologie
Þ Onderwijs
Þ Arbeid en organisatie
Þ Sport
Þ Ontwikkelingspsychologie
Þ Forensische psychologie
Þ …
2.1. Enkele begrippen:
Sociale psychologie:
Sociologie:
= de wetenschap die de manier waarop mensen in grotere verbanden samenleven
bestudeert
Sociologen verlenen betekenis aan observaties van de samenleving
1
,2.2. Gedrag wordt beïnvloed door:
1) Biologische factoren
- Erfelijkheid
- Middelen
- Zenuwstelsel/hersenen
- Hoe ons lichaam werkt
2) Leerprocessen (thema 7)
3) Psychische factoren (thema 4 & 5)
4) Sociale en culturele factoren (thema 8 & 9)
5) Geografische factoren
2
, Hoofdstuk 2: Psychologische stromingen
1. Psychoanalyse
Þ Grondlegger: Sigmund Freud
Þ Psychodynamische therapie
Þ Uitgangspunten:
- Individu wordt gedreven door driften
- Driften botsen met normen van buitenwereld
- Ervaringen uit het verleden blijven werkzaam doorheen het leven
- Verdringen van ervaringen leidt tot symptomen
- Therapie = bewust maken van het onbewuste
- Psychoseksuele fasen
Þ Psychoanalytische therapie:
- Verdringing
- Vrije associatie
- Duidingen door de analyticus
- Weerstand als verzet tegen het bewust worden
Þ Eerste keer luisteren & praten
Þ Eerste keer ambulant
Þ Wetenschappelijk niet onderbouwd! Enkel gevalsstudies
2. Behaviorisme
Þ Grondlegger: Watson
Þ Associatieleer als basis
- Verbindingen tussen omgevingsprikkels & gedrag
- Gedrag is een gevolg van leerprocessen
Þ Uitgangspunt:
- Brein = black box
o = gedachten, gevoelens zijn niet observeerbaar & kunnen niet
onderzocht worden!
- Algemeen geldende regels over gedrag ontdekken via experimenten
- Nurture > nature
Þ Psychotherapeutische toepassingen binnen gedragstherapie:
- Aversietherapie
- Exposure
o Imaginair of in vivo
o Systematische desensitisatie => counterconditionering <-> flooding
o Evt met responspreventie
o Habituatie
- Token economy, belonen en strahen
3
, Þ Verwaarlozing van cognitieve processen & erfelijkheid
Þ Aandacht voor observatie en testing
3. Humanistische psychologie
Þ Grondleggers: Roger, Gordon en Maslow
Þ Uitgangspunten:
- Mens = zelfstandig wezen met vrije wil, veel groeipotentieel &
oplossingsvermogen
- Soms belemmeringen om tot potentieel te komen
- Patiënt -> cliënt
- Tegen autoriteit
Þ Cliënt-centered therapie
- Niet gericht op klachtvermindering of gedrag => versterken van een persoon
- Basishouding van empathie & onvoorwaardelijke acceptatie
- Therapie in authenticiteit: zelfonthulling of sels-disclosure
Þ Actief luisteren & ik-boodschappen
Þ Behoeftepiramide van Maslow
Þ Minder theorie, moeilijk te objectiveren & weinig concreet
Þ Wel & meer menselijke psychologie en psychotherapie
Þ Veel invloed op opvoeding, onderwijs & orthopedagogische settings
4. Cognitieve psychologie
Þ Grondlegger: Piaget
Þ Uitganspunten:
- Focus op cognitie
- Focus op het innerlijke
- Cognitieve schema’s beïnvloeden infoverwerking
- Inner speech stuurt gedrag
o = therapie gericht op verwerven van alternatieve geïnternaliseerde
spraak
- Latent leren
Wat is een schema?
- Cognitieve structuur
- Waarin eerder verworven kennis over een stimulus/concept
o (Over personen, opvattingen, fysieke daden, feiten, kenmerken)
o Relaties tussen die kenmerken
o Moeilijk observeren van oorzaken van gedrag
o Veel nuttige toepassingen & veel invloed op therapie
4