Kinderbeschermingsmaatregelen
Kinderbescherming in mensen en kinderrechtenperspectief
- EVRM: Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
- IVRK: Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind
- Recht op eerbiediging (bescherming) van privé-, familie- en gezinsleven: art. 8 EVRM
Pas als het echt niet anders kan, dan grijpt overheid in dus als laatste (red)middel
Zo licht mogelijk ingrijpen
- In het belang van het kind: art. 3 IVRK
- Ouders zijn verantwoordelijk voor de opvoeding, overheid ondersteunt: art. 5 en 18 IVRK
- Kinderen en ouders mogen niet van elkaar worden gescheiden, tenzij een scheiding in
het belang is van het kind en volgens de vastgestelde procedures gebeurt: art. 9 IVRK
Als uit huis: recht op samen plaatsing broers/zussen en contact met ouders
- Recht om gehoord te worden: art. 12 IVRK
Vanaf 8 jaar oud, dit was vanaf 12 jaar
- Bescherming tegen kindermishandeling art. 19 IVRK
- Recht op een gezinsleven: kinderen die niet in hun eigen gezin kunnen opgroeien hebben
recht op bijzondere bescherming. De overheid moet zorgen voor alternatieve opvang,
zoals een pleeggezin: art. 20 IVRK
- Periodieke toetsing uithuisplaatsing: art. 25 IVRK
- Bijzondere zorg aan slachtoffers: art. 39 IVRK
Kinderbeschermingsmaatregelen
- Als het thuis niet ‘goed genoeg’ gaat en een kind ernstig wordt bedreigd in de
ontwikkeling, kan (moet) de overheid ingrijpen d.m.v. een kinderbeschermingsmaatregel
- 3 uitgangspunten/ voorwaarden:
Als laatste middel: eerst vrijwillige hulp inzetten
Zo licht mogelijk: niet meteen gezag beëindigen, niet meteen uit huis
In belang van jeugdige: wat het beste is voor de jeugdige
- 4 kinderbeschermingsmaatregelen (2 gewone en 2 spoed):
1. Ondertoezichtstelling (OTS)
2. Gezagsbeëindigende maatregel (GBM)
3. Voorlopige ondertoezichtstelling (VOTS)
4. Voorlopige Voogdij (VoVo)
Ondertoezichtstelling (OTS)
- OTS is de lichtste en meest voorkomende kinderbeschermingsmaatregel
Jaarlijks ongeveer 20.000 lopende OTS-en, 10.000 nieuwe maatregelen
- Hoe? Melding Veilig Thuis (bv. via hulpverlening, drangkader, politie, Ouder- en
Kindteam, buren) naar Raad voor de Kinderbescherming, die onderzoek doet en 1e keer
de rechtbank verzoekt om kind onder toezicht te plaatsen (daarna jeugdbeschermer zelf)
- Het verzoekschrift gaat naar de rechtbank en wordt behandeld door een kinderrechter
1
,Wettelijke gronden OTS (en-en-en)
Er moet Aangetoond worden dat:
1. Kind wordt ernstig in zijn ontwikkeling bedreigd
2. Ouder(s) met gezag accepteren de noodzakelijke hulp niet of voldoende
Bereidheid om hulp te accepteren is niet genoeg, hulp moet ook feitelijk benut worden
3. Er is een aanvaardbare termijn dat de verantwoordelijkheid weer bij ouder(s) met gezag
kan komen te liggen
Aanvaardbare termijn: geeft tijdelijkheid van de maatregel aan > wat is redelijk, zijn er al
lang zorgen, denken we dat de ouder zelf weer in staat is, anders gezagsbeëindiging
Als de rechter vindt dat deze wettelijke gronden er zijn, spreekt hij de OTS uit en schrijft een
beschikking
- Duur OTS is maximaal 1 jaar (kan worden verlengd) en wordt uitgevoerd door
jeugdbeschermer/gezinsvoogd, die werkt bij Gecertificeerde Instelling (GI)
- Doel van de OTS is: Wegnemen van de concrete bedreigingen in de ontwikkeling
Die concrete bedreigingen staan in de beschikking van de kinderrechter
Opheffen van die bedreigingen is doel van de OTS en daartoe moeten “middelen”
worden ingezet, zoals: gezinsbegeleiding, contactherstel, traumatherapie kinderen,
communicatie ouders, verslavingszorg, agressie-regulatietraining, psycho-educatie
- Uitvoering OTS vindt plaats aan de hand van een Plan van Aanpak, evt. is dat op basis van
een netwerkberaad (kijken waar het netwerk hulp kan bieden)
- Een OTS kan al tijdens een zwangerschap worden uitgesproken, dit wordt een prenatale
OTS of een voorlopige OTS genoemd
Bijvoorbeeld bij verslaving of psychische problematiek
Wat doet de jeugdbeschermer (de GI) op grond van artikel 1:262 BW:
1. De gecertificeerde instelling houdt toezicht op de minderjarige en zorgt ervoor dat de
minderjarige en de ouder(s) met gezag hulp en steun krijgen. Het doel hiervan is om de
concrete bedreigingen in de ontwikkeling van de minderjarige weg te nemen tijdens de
ondertoezichtstelling. Daarbij probeert de gecertificeerde instelling de ouder(s) zoveel
mogelijk zelf verantwoordelijk te laten blijven voor de verzorging en opvoeding van hun
kind.
2. Als de ontwikkeling van de minderjarige en zijn vermogen en behoefte om zelfstandig te
handelen dat toelaten, zet de gecertificeerde instelling zich ook in om zijn
zelfstandigheid te vergroten.
3. De gecertificeerde instelling bevordert de gezinsband tussen gezaghebbende ouder(s)
en de minderjarige.
2
, De jeugdbeschermer heeft geen gezag, maar wel een aantal juridische middelen/
mogelijkheden die hij kan inzetten (dwangkader):
1. Inzetten jeugdhulp (uitgevoerd door jeugdhulpverleners): therapie, pedagogische
gezinsbegeleiding, hulp bij complexe scheiding, omgangsbegeleiding etc.
Jeugdbeschermer heeft geen toestemming nodig van ouders met gezag
2. Schriftelijke aanwijzing aan ouder(s) met gezag en minderjarige 12+: opdracht om iets te
doen of na te laten, bv. Kom de omgangsregeling na
Ouder kan bezwaar maken: door aan de GI te vragen om de aanwijzing in te trekken
of aan de rechter te vragen om de aanwijzing vervallen te verklaren
Als schriftelijke aanwijzing niet wordt nagekomen, vraagt de GI bekrachtiging bij de
kinderrechter. Daarmee wordt het een rechterlijke uitspraak, eventueel met een
dwangsom, bv. niet nakomen omgangsregeling 200 euro p/d
3. Uithuisplaatsing verzoeken aan de kinderrechter
4. Omgang beperken d.m.v. een omgangsregeling
Als er geen rechterlijke regeling ligt mag de jeugdbeschermer dit zelf bepalen, als het
er wel ligt moet hij een wijziging aanvragen bij de rechter.
5. Gedeeltelijk gezag aanvragen als gezaghebbende ouders geen beslissing nemen en
daardoor belangrijke zaken voor het kind niet geregeld worden. Bv. voor het inschrijven
op school, toestemming voor een medische behandeling of het aanvragen van een
paspoort.
Niet meewerken kan reden zijn voor (juridische) stappen, zoals uithuisplaatsing of
gezagsbeëindiging
Voorlopige ondertoezichtstelling (VOTS)
- Spoedmaatregel voor de duur van 3 maanden, gezag van de ouder wordt ‘beperkt’
- Acute noodsituatie waarbij direct moet worden ingegrepen
Bv. Baby in Blijf van mijn Lijf huis met drugsverslaafde moeder en ‘gevaarlijke’ vader
- Ernstig vermoeden dat er wordt voldaan aan gronden voor een OTS
- Na een melding bij Veilig Thuis onderzoekt de RvdK de situatie en verzoekt de
kinderrechter om een VOTS. De jeugdbeschermer voert de maatregel uit
- Jeugdbeschermer heeft dezelfde juridische mogelijkheden als bij OTS
- In de meeste gevallen gaat verzoek VOTS gepaard met verzoek machtiging
uithuisplaatsing
- Zitting vindt pas na 2 weken plaats
- Geen hoger beroep mogelijk tegen VOTS, wel hoger beroep mogelijk tegen de
machtiging uithuisplaatsing
- De RvdK doet 3 maanden onderzoek en verzoekt dan wel of niet de OTS
3