• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 3 out of 30 pages
Exam (elaborations)

Oefenexamen Gedrag & Maatschappij | UA | 2026

Document preview thumbnail
Preview 3 out of 30 pages

Dit oefenexamen voor Gedrag & Maatschappij aan de Universiteit Antwerpen behandelt psychologie en sociologie voor juni 2026. De vragen dekken centrale thema's zoals de wetenschappelijke methode (Popper), natuurlijke selectie (Darwin), epigenetica, heritabiliteit, de sociale hersenen-hypothese (Dunbar), neurotransmitters, het autonome zenuwstelsel, bewustzijn (Seth), McDonaldisering (Ritzer) en klassieke sociologische concepten (Tönnies). Ideaal voor examenvoorbereiding: met correct antwoorde aangewezen helpt dit document je om de kernconcepten in te oefenen en te controleren welke onderwerpen extra aandacht nodig hebben.

Content preview

Gedrag & Maatschappij
Oefen examen — 2026 juni (psychologie + sociologie)

Vraag 1 (Wetenschappelijke methode (Popper))

Wat maakt een hypothese wetenschappelijk volgens Karl Popper?
○ Ze is onder alle omstandigheden waar.
● Ze is falsifieerbaar: er bestaat in principe een waarneming die haar kan
weerleggen.
○ Ze is gebaseerd op intuïtie en ervaring.
○ Ze kan op geen enkele manier getoetst worden.


✓ Antwoord: Ze is falsifieerbaar: er bestaat in principe een waarneming die
haar kan weerleggen.
Uitleg: Voor Popper is falsifieerbaarheid het afbakeningscriterium van wetenschap: een
uitspraak is pas wetenschappelijk als ze weerlegbaar is. Een bewering die nooit fout kan
zijn, valt buiten de wetenschap.



Vraag 2 (Natuurlijke selectie (Darwin))

Wat is het centrale mechanisme van natuurlijke selectie?
○ Organismen passen zich tijdens hun leven bewust aan en geven dat door.
● Individuen met gunstige erfelijke kenmerken overleven en planten zich
succesvoller voort.
○ Verworven kenmerken worden rechtstreeks doorgegeven aan het nageslacht.
○ Evolutie verloopt volledig willekeurig, zonder selectie.


✓ Antwoord: Individuen met gunstige erfelijke kenmerken overleven en
planten zich succesvoller voort.
Uitleg: Natuurlijke selectie werkt op erfelijke variatie: kenmerken die de overlevings- en
voortplantingskansen vergroten, worden vaker doorgegeven. Het idee dat verworven
kenmerken worden doorgegeven is de (verworpen) opvatting van Lamarck.

,Vraag 3 (Epigenetica)

Wat bestudeert epigenetica?
○ Veranderingen in de DNA-sequentie zelf.
● Hoe de omgeving genexpressie aan- of uitschakelt zonder de DNA-volgorde
te wijzigen.
○ Het uitsterven van soorten doorheen de evolutie.
○ De erfelijkheid van aangeleerde talenkennis.


✓ Antwoord: Hoe de omgeving genexpressie aan- of uitschakelt zonder de
DNA-volgorde te wijzigen.
Uitleg: Epigenetica onderzoekt mechanismen die bepalen of genen 'aan' of 'uit' staan
(genexpressie), beïnvloed door omgevingsfactoren, zonder dat de onderliggende DNA-
sequentie verandert.



Vraag 4 (Heritabiliteit)

Een kenmerk heeft in een bepaalde populatie een heritabiliteit van 0,5. Wat betekent
dat?
○ Elk individu krijgt het kenmerk voor 50% van de ouders.
● 50% van de variatie tussen individuen in die populatie is toe te schrijven aan
genetische verschillen.
○ Het kenmerk is bij elke persoon voor 50% aangeboren en 50% aangeleerd.
○ De omgeving speelt geen enkele rol meer.


✓ Antwoord: 50% van de variatie tussen individuen in die populatie is toe te
schrijven aan genetische verschillen.
Uitleg: Heritabiliteit is een populatiematen, geen individuele: ze geeft aan welk aandeel van
de variatie tussen mensen samenhangt met genetische verschillen. Ze zegt niets over
hoeveel van het kenmerk bij één persoon 'genetisch' is.

, Vraag 5 (Sociale hersenen-hypothese (Dunbar))

Wat stelt de sociale hersenen-hypothese van Dunbar?
○ Grote hersenen ontstonden vooral om efficiënt voedsel te zoeken.
● De omvang van de neocortex hangt samen met de grootte van de sociale
groep waarin een soort leeft.
○ Hersenen krimpen naarmate groepen groter worden.
○ Intelligentie staat volledig los van het sociale leven.


✓ Antwoord: De omvang van de neocortex hangt samen met de grootte van de
sociale groep waarin een soort leeft.
Uitleg: Volgens Dunbar zijn grote hersenen (vooral de neocortex) geëvolueerd om de
complexiteit van het sociale leven aan te kunnen. Hoe groter de sociale groep, hoe meer
relaties men moet bijhouden — vandaar ook 'Dunbars getal'.



Vraag 6 (Beloningssysteem)

Welke neurotransmitter speelt een centrale rol in het beloningssysteem van de
hersenen?
○ Serotonine
● Dopamine
○ Insuline
○ Melatonine


✓ Antwoord: Dopamine
Uitleg: Dopamine is de sleutelstof in het beloningssysteem (o.a. nucleus accumbens): ze
wordt vrijgegeven bij belonende ervaringen en bij de verwachting ervan, en speelt zo een rol
in motivatie, leren en verslaving.

Document information

Study
Uploaded on
August 4, 2026
Number of pages
30
Written in
2025/2026
Type
Exam (elaborations)
Contains
Questions & answers
$12.67

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
7
Followers
0
Items
13
Last sold
1 month ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions