1750 – 1900
1. ALGEMENE CONTEXT: MUZIEK IN DE LATE 18E EEUW
• De muziek van de late 18e eeuw wordt gekenmerkt door een nieuwe gevoeligheid:
o muziek kan zeer snel van emotie of effect veranderen;
o de uitvoering wordt beweeglijker en dynamischer;
o muziek richt zich meer op de aandachtige, gevoelige luisteraar;
o emoties worden niet meer alleen groots en algemeen voorgesteld, maar ook
subtiel, vluchtig en persoonlijk.
• Dit past bij een nieuw mensbeeld:
o de mens wordt gezien als een wezen met veranderlijke gevoelens;
o emoties volgen elkaar snel op;
o kunst probeert die vluchtige indrukken vast te leggen.
o In de schilderkunst gebeurt dit bijvoorbeeld bij Antoine Watteau, wiens
verfijnde taferelen van sociale omgang goed aansluiten bij de sfeer van
Mozarts Le nozze di Figaro.
• De muziek ontwikkelt nieuwe middelen om menselijke gevoelens en sociale
handelingen te tonen:
o ritmische karakterisering;
o dansritmes;
o muzikale topoi;
o snelle overgangen tussen stijlen;
o cadensen en duidelijke afsluitingen;
o het ideaal van eenheid in verscheidenheid.
2. PERGOLESI ALS VOORBEREIDING OP DE MUZIKALE KOMEDIE
2.1 PERGOLESI
• Giovanni Battista Pergolesi stierf zeer jong, maar liet twee iconische werken na:
o Stabat Mater;
o La serva padrona.
• Deze twee werken tonen twee belangrijke richtingen in de 18e-eeuwse muziek:
o religieuze gevoelsuitdrukking;
o komische, natuurlijke dialoogstijl.
1
,2.2 STABAT MATER
• Het Stabat Mater is een religieuze compositie.
• Het onderwerp is Maria onder het kruis.
• De muziek beeldt haar emoties uit:
o diepe droefheid;
o wanhoop;
o medelijden;
o maar ook hoop op verlossing.
• Belangrijk:
o elk deel heeft een andere affectieve inhoud;
o de muziek gebruikt verschillende muzikale effecten om emoties uit te drukken;
o de emotionele inhoud verandert voortdurend.
2.3 LA SERVA PADRONA
• La serva padrona is een opera buffa, een komische opera.
• Oorspronkelijk was het een intermezzo:
o een luchtige tussenpauze in een groter ernstig drama.
• Toch werd het zelfstandig populair.
• Het werk werd belangrijk omdat het liet zien dat muziek:
o menselijke interactie natuurlijk kan weergeven;
o snel op dialoog kan reageren;
o sociale verhoudingen kan uitbeelden;
o komische handeling muzikaal interessant kan maken.
• De muziek vloeit gemakkelijk mee met de dialoog.
• De Franse filosofen bewonderden dit werk als voorbeeld van natuurlijkheid in
muziek.
• Die natuurlijkheid betekent niet eenvoud zonder techniek, maar het vermogen van
muziek om gedrag direct en herkenbaar weer te geven.
3. VAN GALANTE STIJL NAAR HAYDN EN MOZART
• Vanaf ongeveer 1720 ontwikkelt zich de galante stijl:
o lichter;
o helderder;
o gevoeliger;
o meer gericht op melodie, dialoog en directe expressie.
• Deze ontwikkeling leidt uiteindelijk naar de muziek van Haydn en Mozart.
• Vanaf ongeveer 1780 spreekt men vaak over de klassieke periode.
• Die term is vandaag onderwerp van discussie:
o hij is later ontstaan;
o de muziek was in haar eigen tijd nog volop in ontwikkeling;
o instrumentale muziek was nog niet volledig erkend als zelfstandige kunstvorm.
• Toch kan de term “klassiek” gebruikt worden als eretitel:
o omdat deze muziek een uitzonderlijke balans bereikt tussen orde, expressie
en vorm.
2
,4. MOZART: LE NOZZE DI FIGARO
4.1 SITUERING
• Le nozze di Figaro werd gecomponeerd door Wolfgang Amadeus Mozart.
• Het werk dateert uit 1786.
• Het libretto is van Lorenzo da Ponte.
• Het is gebaseerd op het toneelstuk Le mariage de Figaro van Beaumarchais.
• Het is de eerste van Mozarts drie Da Ponte-opera’s:
o Le nozze di Figaro;
o Don Giovanni;
o Così fan tutte.
• Le nozze di Figaro is representatief voor de muziekcultuur van de late 18e eeuw
omdat het toont:
o hoe belangrijk komedie werd;
o hoe muziek een sociaal universum kan voorstellen;
o hoe muziek innerlijke emoties kan weergeven;
o hoe sociale verhoudingen muzikaal hoorbaar worden;
o hoe dansritmes gebruikt worden om personages te karakteriseren.
5. DE KRACHT VAN HET CENTRUM
5.1 BETEKENIS VAN HET CENTRUM
• Een belangrijk idee voor deze muziek is “de kracht van het centrum”.
• Dit betekent dat de muziek steeds zoekt naar:
o orde;
o samenhang;
o stabiliteit;
o verzoening;
o een moreel en sociaal evenwicht.
• De titel verwijst naar W.B. Yeats:
o in The Second Coming schrijft hij: “the centre cannot hold”.
o Daarmee bedoelt hij dat het centrum van geloof, politiek en mensbeeld
uiteenvalt.
• Wye Allanbrook gebruikt het om de late 18e eeuw te karakteriseren:
o een broze orde waarin het centrum heel even standhield.
5.2 HAYDN EN MOZART
• De muziek van Haydn en Mozart weerspiegelt een maatschappelijke orde:
o niet als harde onderdrukking;
o maar als ideaal van samenhang en leefbaarheid.
• Dat centrum wordt muzikaal uitgedrukt door:
o tonaliteit;
o duidelijke cadensen;
o het lieto fine;
o evenwicht tussen contrast en samenhang;
o terugkeer naar de hoofdtoonaard;
o retorische afsluiting.
3
, • De muziek erkent conflicten en emoties, maar laat ze meestal eindigen in:
o verzoening;
o herstel;
o stabiliteit;
o sociale cohesie.
6. OPERA BUFFA ALS KARAKTERISTIEK GENRE
6.1 BETEKENIS
• Opera buffa is komische opera.
• Het genre is komisch, maar behandelt vaak ernstige sociale thema’s.
• Het maakt moeilijke onderwerpen bespreekbaar via:
o humor;
o misverstanden;
o verkleedpartijen;
o liefdesverwikkelingen;
o snelle dialogen;
o sociale confrontaties.
• De opera buffa toont de mens in actie:
o mensen verlangen;
o mensen liegen;
o mensen worden jaloers;
o mensen proberen macht te behouden;
o mensen proberen vrijheid te krijgen;
o mensen verzoenen zich.
6.2 LIETO FINE
• Opera buffa eindigt meestal met een lieto fine:
o een gelukkig einde;
o vaak één of meerdere huwelijken;
o herstel van orde;
o verzoening tussen personages.
• Het lieto fine is niet alleen een vrolijk slot.
• Het heeft een structurele functie:
o het geeft betekenis aan alle verwikkelingen;
o het herstelt het sociale evenwicht;
o het bevestigt het centrum.
4