handelen
Landbouw
= economische activiteit waarbij het land gebruikt wordt voor productie van
planten en dieren voor menselijk gebruik. Rechtstreeks uit de natuur.
Levert grondstoffen en voedsel (primaire sector)
Landbouw is te verdelen in verschillende sectoren
Akkerbouw
Buiten in de grond geteeld grote stukken grond nodig
Sterk machinaal kapitaalsintensief & arbeidsextensief in welvarende regio’s
Typische handelingen:
o Ploegen
o Bemesten
o Zaaien
o Bestrijden
Akkerbouwgewassen = mais, aardappelen, biet, granen,..
Voedsel- of voedingsgewas = aardappelen, tarwe, rijst,.. (voedsel voor de mens)
Industrie- of nijverheidsgewas = aardappelen, katoen, textielindustrie (andere
producten met gemaakt)
Energiegewassen = koolzaad, palmolie (speciaal geteeld voor energie uit te
halen)
Bestrijdingsmiddelen = geen onkruid of ongedierte doden
In het najaar oogsten = producten van de akker halen
Producten uit de grond halen = rooien
Tuinbouw
Arbeidsintensiever kwetsbare producten
Openlucht, akker, glastuinbouw (serres)
Openlucht of akker = vollegrondstuinbouw met de hand doen (beschadiging)
Akkers met fruitbomen = boomgaard
Glastuinbouw = producten niet buiten kunnen groeien bv tomaten, paprika,.. =
kapitaalintensief
1
, voordeel: klimaat + licht kunstmatig manipuleren
Veeteelt
Dieren gehouden om dierlijke producten te krijgen bv melk, vlees, wol,..
2 verschillende vormen:
o Niet-grondgebonden veehouderij = hokdierenteelt, kleinere
oppervlaktes, stallen/hokken, hoge productiecapaciteit, goedkoop produceren
o Grondgebonden veehouderij = dieren vrijlopen, veel ruimte, balans tussen
hoeveelheid vee en ruimte voor vee
o Nomadische veeteelt = rondtrekken, voldoende vodsel & water vinden
Extensieve veeteelt = dieren lopen VRIJ rond en grazen, voldoende ruimte, minder
arbeid & kapitaal nodig. Geen voedsel aankopen, …
Arbeidsextensief machinaal te werk, bv melken,.. instensieve veeteelt
Structuur van de landbouw
Factoren die invloed hebben
o Fysische omstandigheden: bodem, reliëf, vorst, tempratuur
o Socio-economische omstandigheden: scholing, kapitaal, arbeid
o Beleid op verschillende niveaus: Politiek, federaal, vlaams,
2