Breuklijnen (4)
= fundamentele tegenstellingen tussen groepen in de samenleving op basis van
verschillende belangen, overtuigingen of kenmerken.
breuklijn Breuklijnen in België
Levensbeschouwelijke breuklijn Kerk vs staat
Communautaire breuklijn Vlaming vs Walen
Sociaaleconomische breuklijn Arbeiders vs kapitaail
Socioculturele breuklijn Nieuw-links vs nieuw rechts
Levensbeschouwelijke breuklijn: sinds ontstaan van België Nu op
achtergrond.
Vooral in het onderwijs ‘uitgevochten’. Kerk belangrijke rol binnen onderwijs, niet
katholieke organiseerde eigen onderwijs = gelovig vs seculier
Communautaire breuklijn: Sinds ontstaan van België tegenstelling tussen
Vlamingen en Walen. Ontstond doordat Frans na de oprichting van België de
bestuurstaal was Vlaams weinig rechten nog steeds actueel frans en
vlaams evenwaardig belangrijke pijler voor de grootste Vlaamse partijen.
(NVA & Vlaams belang)
Sociaaleconomische breuklijn: ontstond door de overgang van een agrarische
naar een industriële samenleving. Hierdoor ontstond een tegenstelling tussen
werknemers en werkgevers. Belangrijke actoren zijn vakbonden en
werkgeversorganisaties.
Sociaal-culturele breuklijn: 2 grote thema’s:
1. Milieuthema
Nieuw-links
Open voor diversiteit en multiculturalisme Vertrouwensvol mensbeeld
Snelle actie tegen klimaatverandering
Nieuw-rechts
Culturele homogeniteit en etnocentrisme strenge waarden en normen
Argwanend mensbeeld Meer traditionele aanpak van klimaatproblemen (oude
waarden en normen behouden)
2. Migratiethema
Nieuw-links
Migranten integreren in de samenleving Respect voor hun eigen cultuur
Nieuw-rechts
Beperken van migratie Migranten terug naar land van herkomst
1
, Ideologie (6)
= samenhangend geheel van opvattingen. Inrichting van de samenleving die
gebaseerde is op mens- en maatschappijbeeld.
1. Liberalisme
Ontstond tijdens de Verlichting. Het liberalisme stelt het individu centraal:
mensen moeten vrijheid krijgen. Liberalen geloven dat mensen vooruit
kunnen komen door eigen inzet en verdienste. Daarom vinden
ze persoonlijke en economische vrijheid belangrijk.
Politici = Anders. - MR
- Frederic de Gucht
2. Conservatisme
Wat bestaat is het beste. Traditionele waarden en gewoonten wil
behouden. Veranderingen mogen, maar moeten langzaam en voorzichtig
gebeuren. Het gemeenschappelijk belang.
Politici = CD&V en N-VA en (VB)
- Tom van Grieken
- Valerie van Peel
- Sammy Mahdi
3. Nationalisme
veel belang hechten aan de eigen natie en streven naar zoveel mogelijk
zelfbestuur. Geboren wordt in Natie bron van politieke macht moeilijk
met organisaties boven de naties staan
natie = het volk
Politici = N-VA en VB
- Tom van Grieken
- Valerie van Peel
- (Zuhal Dhemir) N-VA
meeste partijen regionalsitisch = meer macht & zelfbestuur In
eigen regio
PVDA en Groen = minder nadruk op één regio kijken naar België
als geheel
4. Socialisme
Belang van samenwerking, gelijkheid en collectieve actie.
2 grote stromingen:
Communisme = kapitalisme omver werpen iedereen gelijk geen grote
verschillen arm-rijk
Sociaaldemocratie = bijsturing van het kapitalisme ongelijkheid
verminderen, eerlijke samenleving met gelijke kansen voor iedereen.
2