INLEIDING (HB. P1-26)
Waarom een vak methoden? -> Psychologen moeten interessante vragen kunnen
beantwoorden, psychologen moeten de methode die gebruikt werd om interessante vragen te
beantwoorden, om tot kennisclaims te komen, kritisch kunnen evalueren, een vak methoden is
dus cruciaal in deze opleiding.
Hoe kunnen we interessante vragen beantwoorden?
Op basis van niet-wetenschappelijke methoden
Op basis van wetenschappelijke methoden
NIET-WETENSCHAPPELIJKE METHODEN OM KENNIS TE VERGAREN
VASTHOUDENDEDHEID – TENACITY
We accepteren informatie als waar, omdat het altijd zo geweest is of omdat bijgeloof de
informatie ondersteunt. Het is gebaseerd op gewoonte of bijgeloof. We geloven iets omdat we
het altijd al geloofd hebben of omdat bepaalde overtuigingen worden voorgesteld als feiten.
MAAR deze info kan foutief zijn en het corrigeren is zeer moeilijk.
Vb. een spiegel breken brengt ongeluk, tegengestelden trekken elkaar aan, mosselen eten in de
maanden met een r.
INTUITIE
We accepteren informatie als waar omdat het juist aanvoelt. Het is gebaseerd op buikgevoel,
voorgevoel of instinct. Het is een snelle manier om vragen te beantwoorden en wordt vaak
gebruikt wanneer we over geen enkele informatie beschikken. Ethische vraagstukken of morele
dilemma’s worden vaak opgelost met de methode van intuïtie. MAAR er is geen enkele manier
om accurate en foutieve info te onderscheiden.
Vb. Ik voel aan dat mijn vriend een slechte dag heeft.
AUTORITEIT
We accepteren informatie als waar, omdat de informatie afkomstig is van een expert rond dat
onderwerp. Gebaseerd op vertrouwen in een autoriteit, expert. Consulteren van een expert, het
werk leven van een expert, Google it, boeken, tv, internet, …
Vaak is het een prima startpunt om kennis te vergaren want het gaat snel en makkelijk. Het
omvat ook de methode van geloof: blind vertrouwen in een autoriteitsfiguur waardoor we diens
info accepteren zonder twijfel of testing. MAAR dit levert niet altijd accurate informatie op:
experts kunnen gebiased zijn, info kan een subjectieve opinie reflecteren, expertise wordt
gegeneraliseerd naar andere domeinen, de expertise wordt niet in vraag gesteld, de expert is
niet echt een expert.
1
,MPO1 25-26
RATIONALISME
Het zoeken van antwoorden door logisch te redeneren. We vertrekken vanuit een set gekende
feiten of assumpties, de premissen en gebruiken logica om tot een conclusie of een antwoord
te komen. Belangrijk bij deze methode is dat de premissen niet altijd als waar worden
aangezien. Indien de premissen waar zijn en de gehanteerde logica is correct, dan is de
conclusie sowieso correct. De rationele methode start pas NA de premissen. Er wordt geen
informatie verzameld, geen observaties, geen evidentie, …
Vaak gebruikt om alternatieven logisch af te wegen, zonder alle mogelijkheden ook
daadwerkelijk uit te proberen. Wordt vaak gebruikt in het dagelijks leven.
MAAR alles staat of valt bij de juistheid van de premissen. Alles valt of staat bij de juistheid van
het logisch redeneren, maar we zijn niet zo goed in logisch redeneren.
Niet valide argument. De angst voor honden hoeft niet perse ontstaan te zijn uit een
ervaring uit het verleden. Het kan ook door iets helemaal anders zijn.
EMPIRIE
Hier gaan we e ectief iets doen. We gaan antwoorden zoeken door directe observatie of directe
sensorische ervaring. Alle kennis wordt verworven via de zintuigen. Veel antwoorden zijn
beschikbaar door de wereld rond ons te observeren. MAAR onze waarneming en interpretatie
van de wereld rond ons zijn niet altijd correct. Sensorische ervaringen kunnen ons misleiden,
vb. hallucinaties. Er is een invloed van voorkennis, verwachtingen, gevoelens, overtuigingen op
perceptie. Er kan een misinterpretatie zijn van sensorische ervaring. Het kost tijd: met de
empirische methode ga je bij een probleem verschillende oplossingen uitproberen = trial and
error (<-> de rationele methode). Deze methode kan gevaarlijk zijn vb. zijn deze paddenstoelen
eetbaar of giftig.
De balken lijken niet even lang, maar zijn het toch wel. Onze zintuigen kunnen ons
bedriegen.
2
,MPO1 25-26
Overzicht niet-wetenschappelijke methoden:
DE WETENSCHAPPELIJKE METHODE
= een manier om kennis te vergaren waarbij specifieke vragen geformuleerd worden en er
vervolgens systematisch naar antwoorden gezocht wordt.
Deze methode bevat verschillende elementen van de niet-wetenschappelijke methoden. Deze
combinatie tracht de beperkingen van de individuele methoden te vermijden. Het doel van deze
methode is om zo accuraat mogelijke antwoorden te bekomen en bevat verschillende stappen.
DE WETENSCHAPPELIJKE METHODE STAP 1
OBSERVATIE VAN GEDRAG OF FENOMENEN.
Het trekt je aandacht, roept vragen op. Vaak informeel, natuurlijk, niet gepland en niet
systematisch. Het kan direct of indirect zijn. Vaak worden de observaties gegeneraliseerd ->
inductie: op basis van enkele observaties wordt een algemene conclusie bereikt.
DE WETENSCHAPPELIJKE METHODE STAP 2
HYPOTHESEN VORMEN.
Identificatie van variabelen die geassocieerd zijn met je observatie.
Variabelen = karakteristieken of condities die variëren binnen en/of tussen verschillende
personen.
Je observaties kunnen beïnvloed worden door verschillende variabelen en deze kunnen de
observatie (deels) verklaren.
Selecteer één van de mogelijke verklaringen voor de observatie die je gaat evalueren in een
wetenschappelijke studie = HYPOTHESE.
Deze bevat een beschrijving/verklaring van een relatie tussen variabelen. Andere mogelijke
verklaringen worden niet ontkent, maar (voorlopig) niet opgenomen. Geen definitieve verklaring,
maar een mogelijke, voorlopige verklaring die getest en kritisch geëvalueerd moet worden.
DE WETENSCHAPPELIJKE METHODE STAP 3
PREDICTIES VORMEN.
De hypothese toepassen op een specifieke observeerbare situatie. Eén hypothese kan
aanleiding geven tot verschillende predicties. Elke predictie verwijst naar een specifieke
situatie/gebeurtenis die kan gemeten en geobserveerd worden. Predicties moeten toetsbaar
zijn: het moet mogelijk zijn om de predictie te ondersteunen of te weerleggen obv observaties.
3
, MPO1 25-26
We vormen predicties op basis van deductie: op basis van een algemene stelling bereiken we
conclusies over specifieke voorbeelden. Deductie is een logisch proces, een rationele
methode.
Inductie vs deductie:
Inductie: starten vanaf specifieke observaties naar een algemene stelling. Er is een toename
van informatie.
Deductie: we vertrekken van een algemene stelling en gaan een conclusie vormen van heel
specifieke predicties die we kunnen gaan toetsen.
Eén hypothese kan toegang geven tot meerdere predicties die we kunnen gaan testen.
4