Universiteit Antwerpen 2025-2026 Charlotte Baeken
Psychologie en rechtspsychologie
Psychologie
Inhoudsopgave
PSYCHOLOGIE..................................................................................... 1
INTRODUCTIE PSYCHOLOGIE........................................................................1
DE ONDERZOEKSMETHODEN........................................................................2
BIOPSYCHOLOGIE...................................................................................27
PSYCHISCHE STOORNISSEN.......................................................................37
GEHEUGEN..........................................................................................56
LEERPROCESSEN....................................................................................72
SOCIALE PSYCHOLOGIE............................................................................84
KENNISCLIP: EXPERIMENTEN SOCIALE PSYCHOLOGIE..........................................................98
RECHTSPSYCHOLOGIE...................................................................... 103
INLEIDING..........................................................................................103
HERKENNING DOOR GETUIGEN.................................................................113
VERHOREN VAN MINDERJARIGE SLACHTOFFERS.............................................129
VERDACHTENVERHOOR..........................................................................151
Introductie psychologie
Wanneer we het hebben over psychologie, dan hebben we het
eigenlijk over een discipline die de studie van zowel de menselijke
geest als het waarneembare gedrag inhoudt.
Een van de belangrijke thema’s die jaar en dag worden bestudeerd,
is hoe mensen hun waarneming waarnemen. Waarnemen is niet
zozeer een proces dat heel vanzelfsprekend is, namelijk dat alles in
onze omgeving gebeurt en dat ook daadwerkelijk door ons kan
worden waargenomen.
Het is zo dat, hoewel mensen heel goede waarnemers zijn, dat niet
altijd zo is. Er vindt altijd een selectieproces plaats. Het houdt in dat,
afhankelijk van waar de aandacht naar uitgaat (de aandacht die men
stuurt dan wel de aandacht die door bepaalde elementen in de
omgeving getrokken kan worden), een filter vormt waardoor men
bepaalde zaken zal waarnemen en andere zaken niet zal
waarnemen. Het is onmogelijk om alles te waarnemen dat zich
afspeelt, vandaar dat het proces van aandacht mee zal bepalen wat
wel wordt waargenomen en wat niet.
Unintentional blindness: Doordat men de aandacht niet ergens richt,
is men daarom voor de zaken blind. Het is ook een voorbeeld van
selective attention, namelijk dat men wordt gestuurd en heel
selectief is in de aandacht; bijvoorbeeld als men zegt dat men moet
1
,Universiteit Antwerpen 2025-2026 Charlotte Baeken
focussen op hoeveel ballen men heeft gezien, zal men de andere
dingen in de omgeving niet opmerken.
Change blindness: Dit houdt in dat de mens blind is voor wijzigingen
die onder de ogen afspelen, maar die op dat moment irrelevant zijn.
Omdat de wijziging niet bijzonder blijkt te zijn of relevant is, valt de
wijziging niet op.
Deze twee voorbeelden zijn perceptuele vertekeningen die
betekenen en aantonen dat het geheugen niet perfect is. Het
probleem is niet enkel dat we niet alles kunnen waarnemen, maar
ook dat we niet alles opslaan of kunnen oproepen; bijvoorbeeld
kunnen foute getuigenissen in het kader van een misdrijf leiden tot
foute beslissingen ter terechtzitting.
Hoe mensen waarnemen en hoe het geheugen werkt in het
dagdagelijkse leven kunnen ook een impact hebben wanneer men in
een juridische context, bijvoorbeeld als men als slachtoffer of als
verdachte optreedt.
Hoe mensen waarnemen en herinneringen construeren, is het
voorwerp van de studie van de psychologie. Bij de rechtspsychologie
gaat men voortbouwen op deze inzichten, bijvoorbeeld: hoe komen
herinneringen tot stand? Dit laatste kan aangeven hoe betrouwbaar
of accuraat een getuige is.
Concrete doel van het opleidingsonderdeel? Het is gericht op het
verwerven van basisbegrippen van zowel de psychologie als de
rechtspsychologie. Het beter kunnen begrijpen van menselijk gedrag
in de juridische context. Het opleidingsonderdeel is gericht op het
verwerven van inzicht in basisbegrippen uit de psychologie en
rechtspsychologie met als doel rechtenstudenten vertrouwd te
maken met (rechts)psychologische concepten en inzichten, in het
bijzonder de inzichten die relevant zijn voor het begrijpen van
menselijk gedrag in een juridische context.
De onderzoeksmethoden
Wetenschappelijk onderzoek
Binnen de psychologie als wetenschap wordt er wetenschappelijk
onderzoek uitgevoerd om tot het vergroten van kennis en inzicht te
komen.
Wetenschappelijk onderzoek: het gebruik van de wetenschappelijke
methode maakt psychologie tot een wetenschap, waardoor men niet
van pseudopsychologie spreekt.
- Fundamenteel wetenschappelijk onderzoek versus toegepast
wetenschappelijk onderzoek
Fundamenteel wetenschappelijk onderzoek draagt bij tot het
verwerven van nieuwe inzichten over menselijk gedrag in de
basis. Het draagt bij tot kennisverwerving over menselijk gedrag.
2
,Universiteit Antwerpen 2025-2026 Charlotte Baeken
Toegepast wetenschappelijk onderzoek houdt in dat bepaalde
bevindingen over menselijk gedrag in een bepaalde context,
bijvoorbeeld de strafrechtelijke context, worden toegepast.
- Normatief versus empirisch wetenschappelijk onderzoek
Wanneer men kijkt naar de aard van psychologisch onderzoek, dan
betreft dat empirisch onderzoek.
Psychologisch onderzoek empirisch onderzoek
Voorbeelden niet-empirische vragen of normatieve vragen:
- Ethisch: mogen dieren/mensen gebruikt worden voor
(medische) proeven?
- Moraal: mag euthanasie uitgevoerd worden?… (waarden,
voorkeuren, existentiële vragen, religieuze vragen…)
- Wetgeving: wat is een misdrijf? Welke rechten dient een
verdachte idealiter te hebben? = vragen waar men een
bepaalde norm aankoppelt
Dit zijn ethische vragen of vragen over morele dilemma’s, maar ook
vragen over wetgeving. Bijvoorbeeld: mogen dieren gebruikt worden
voor medische proeven voor de ontwikkeling van een nieuw
medicijn? Of bijvoorbeeld inzake COVID kwamen er ook wat ethische
vragen aan bod over de ontwikkeling van een vaccin.
Ook vragen over de waarden die mensen hebben of in het algemeen
meer existentiële of religieuze vragen hebben, hebben vaak een
normatief karakter.
Empirische vragen zijn vragen die vooral in kaart willen brengen hoe
een bepaald fenomeen eruitziet en hoe dit verklaard kan worden.
Men spreekt dan vaak over sociaal-wetenschappelijk onderzoek
waarbij onderzoeksmethoden van sociaal-wetenschappelijk
onderzoek worden gebruikt. Psychologisch onderzoek valt onder de
noemer van sociaal-wetenschappelijk onderzoek waarbij empirische
onderzoeksmethoden gebruikt worden.
Voor een empirisch onderzoek zijn er twee centrale kwaliteitseisen,
waaraan dat onderzoek moet voldoen:
- Betrouwbaarheid (verwijst naar consistentie; als men het
resultaat zou herhalen, dat men tot hetzelfde resultaat zou
bekomen)
- Validiteit (=accuraatheid; het houdt in dat hetgene dat men wil
onderzoeken dat men dat daadwerkelijk onderzoeken zonder
dat er een vertekening zit in het meetinstrument, waaronder
bijvoorbeeld een vragenlijst waardoor men iets anders aan het
meten zijn dan dat men eigenlijk bedoelt)
3
, Universiteit Antwerpen 2025-2026 Charlotte Baeken
Betrouwbaarheid: in geval van herhaling dezelfde resultaten
bekomen (= hypothetisch). De kwaliteitseis is een noodzakelijke
voorwaarde voor de tweede kwaliteitseis, maar is geen voldoende
voorwaarde, namelijk het wil niet zeggen dat wanneer men
consistent tot dezelfde bevindingen zou komen, de bevindingen ook
accuraat zijn. Hiervoor is een goed stappenplan nodig; men moet de
juiste instrumenten gebruiken om iets te meten en ook
daadwerkelijk datgene te meten dat men wil meten.
Verschil in betekenis van ‘betrouwbaarheid’. In het recht wordt met
betrouwbaarheid de validiteit bedoeld: heeft een ooggetuige een
verklaring gegeven die overeenstemt met wat werkelijk gebeurd is?
Het juridisch equivalent voor het psychologische begrip
betrouwbaarheid is consistentie. In het dagdagelijkse leven wordt
betrouwbaarheid gebruikt als synoniem voor juistheid en
accuraatheid. In de wetenschappelijke betekenis verwijst het naar de
consistentie.
Validiteit: meten wat men wilt meten
Door middel van wetenschappelijke methode en verantwoord
onderzoek worden ideeën getoetst aan de hand van objectieve
observaties itt pseudopsychologie die steunt op
oncontroleerbare uitspraken (ruime omschrijving). De kwaliteitseisen
van het wetenschappelijk onderzoek zijn ook belangrijk in het kader
van de rechtspsychologie als men kijkt naar opsporingshandelingen
of in de beslissing van de rechter, en of deze voldoen aan de twee
kwaliteitseisen.
Het is door middel van de wetenschappelijke methode dat men tot
wetenschappelijke inzichten komt. Men heeft een verantwoord
onderzoek nodig om ideeën te toetsen aan de hand van objectieve
observaties. In dit geval spreekt men van psychologie als
wetenschap, in tegenstelling tot de pseudo-psychologie die steunt
op oncontroleerbare/niet-onderzoekbare uitspraken.
Empirisch onderzoek binnen de psychologie betekent dan dat men
naar objectieve observaties gaat in de empirie (werkelijkheid) om na
te gaan of de hypothesen standhouden.
Empirisch onderzoek steunend op empirie
Als men het empirisch onderzoek uitvoert, is het van belang dat men
de empirische cyclus respecteert. Dit houdt in dat men een goede,
onderzoekbare en relevante onderzoeksvraag formuleert die sturing
geeft aan de opzet van het onderzoek, met name aan hoe men het
onderzoek concreet zal uitvoeren.
Empirische cyclus onderzoeksvraag
Fenomeen en probleemstelling
• Fenomeen: onderwerp van onderzoek in kaart brengen
(=ruime beschrijving)
Bijvoorbeeld kijken binnen de rechtspsychologie naar de rol van
rechtsbijstand bij het verdachtenverhoor, en een verband leggen.
4
Psychologie en rechtspsychologie
Psychologie
Inhoudsopgave
PSYCHOLOGIE..................................................................................... 1
INTRODUCTIE PSYCHOLOGIE........................................................................1
DE ONDERZOEKSMETHODEN........................................................................2
BIOPSYCHOLOGIE...................................................................................27
PSYCHISCHE STOORNISSEN.......................................................................37
GEHEUGEN..........................................................................................56
LEERPROCESSEN....................................................................................72
SOCIALE PSYCHOLOGIE............................................................................84
KENNISCLIP: EXPERIMENTEN SOCIALE PSYCHOLOGIE..........................................................98
RECHTSPSYCHOLOGIE...................................................................... 103
INLEIDING..........................................................................................103
HERKENNING DOOR GETUIGEN.................................................................113
VERHOREN VAN MINDERJARIGE SLACHTOFFERS.............................................129
VERDACHTENVERHOOR..........................................................................151
Introductie psychologie
Wanneer we het hebben over psychologie, dan hebben we het
eigenlijk over een discipline die de studie van zowel de menselijke
geest als het waarneembare gedrag inhoudt.
Een van de belangrijke thema’s die jaar en dag worden bestudeerd,
is hoe mensen hun waarneming waarnemen. Waarnemen is niet
zozeer een proces dat heel vanzelfsprekend is, namelijk dat alles in
onze omgeving gebeurt en dat ook daadwerkelijk door ons kan
worden waargenomen.
Het is zo dat, hoewel mensen heel goede waarnemers zijn, dat niet
altijd zo is. Er vindt altijd een selectieproces plaats. Het houdt in dat,
afhankelijk van waar de aandacht naar uitgaat (de aandacht die men
stuurt dan wel de aandacht die door bepaalde elementen in de
omgeving getrokken kan worden), een filter vormt waardoor men
bepaalde zaken zal waarnemen en andere zaken niet zal
waarnemen. Het is onmogelijk om alles te waarnemen dat zich
afspeelt, vandaar dat het proces van aandacht mee zal bepalen wat
wel wordt waargenomen en wat niet.
Unintentional blindness: Doordat men de aandacht niet ergens richt,
is men daarom voor de zaken blind. Het is ook een voorbeeld van
selective attention, namelijk dat men wordt gestuurd en heel
selectief is in de aandacht; bijvoorbeeld als men zegt dat men moet
1
,Universiteit Antwerpen 2025-2026 Charlotte Baeken
focussen op hoeveel ballen men heeft gezien, zal men de andere
dingen in de omgeving niet opmerken.
Change blindness: Dit houdt in dat de mens blind is voor wijzigingen
die onder de ogen afspelen, maar die op dat moment irrelevant zijn.
Omdat de wijziging niet bijzonder blijkt te zijn of relevant is, valt de
wijziging niet op.
Deze twee voorbeelden zijn perceptuele vertekeningen die
betekenen en aantonen dat het geheugen niet perfect is. Het
probleem is niet enkel dat we niet alles kunnen waarnemen, maar
ook dat we niet alles opslaan of kunnen oproepen; bijvoorbeeld
kunnen foute getuigenissen in het kader van een misdrijf leiden tot
foute beslissingen ter terechtzitting.
Hoe mensen waarnemen en hoe het geheugen werkt in het
dagdagelijkse leven kunnen ook een impact hebben wanneer men in
een juridische context, bijvoorbeeld als men als slachtoffer of als
verdachte optreedt.
Hoe mensen waarnemen en herinneringen construeren, is het
voorwerp van de studie van de psychologie. Bij de rechtspsychologie
gaat men voortbouwen op deze inzichten, bijvoorbeeld: hoe komen
herinneringen tot stand? Dit laatste kan aangeven hoe betrouwbaar
of accuraat een getuige is.
Concrete doel van het opleidingsonderdeel? Het is gericht op het
verwerven van basisbegrippen van zowel de psychologie als de
rechtspsychologie. Het beter kunnen begrijpen van menselijk gedrag
in de juridische context. Het opleidingsonderdeel is gericht op het
verwerven van inzicht in basisbegrippen uit de psychologie en
rechtspsychologie met als doel rechtenstudenten vertrouwd te
maken met (rechts)psychologische concepten en inzichten, in het
bijzonder de inzichten die relevant zijn voor het begrijpen van
menselijk gedrag in een juridische context.
De onderzoeksmethoden
Wetenschappelijk onderzoek
Binnen de psychologie als wetenschap wordt er wetenschappelijk
onderzoek uitgevoerd om tot het vergroten van kennis en inzicht te
komen.
Wetenschappelijk onderzoek: het gebruik van de wetenschappelijke
methode maakt psychologie tot een wetenschap, waardoor men niet
van pseudopsychologie spreekt.
- Fundamenteel wetenschappelijk onderzoek versus toegepast
wetenschappelijk onderzoek
Fundamenteel wetenschappelijk onderzoek draagt bij tot het
verwerven van nieuwe inzichten over menselijk gedrag in de
basis. Het draagt bij tot kennisverwerving over menselijk gedrag.
2
,Universiteit Antwerpen 2025-2026 Charlotte Baeken
Toegepast wetenschappelijk onderzoek houdt in dat bepaalde
bevindingen over menselijk gedrag in een bepaalde context,
bijvoorbeeld de strafrechtelijke context, worden toegepast.
- Normatief versus empirisch wetenschappelijk onderzoek
Wanneer men kijkt naar de aard van psychologisch onderzoek, dan
betreft dat empirisch onderzoek.
Psychologisch onderzoek empirisch onderzoek
Voorbeelden niet-empirische vragen of normatieve vragen:
- Ethisch: mogen dieren/mensen gebruikt worden voor
(medische) proeven?
- Moraal: mag euthanasie uitgevoerd worden?… (waarden,
voorkeuren, existentiële vragen, religieuze vragen…)
- Wetgeving: wat is een misdrijf? Welke rechten dient een
verdachte idealiter te hebben? = vragen waar men een
bepaalde norm aankoppelt
Dit zijn ethische vragen of vragen over morele dilemma’s, maar ook
vragen over wetgeving. Bijvoorbeeld: mogen dieren gebruikt worden
voor medische proeven voor de ontwikkeling van een nieuw
medicijn? Of bijvoorbeeld inzake COVID kwamen er ook wat ethische
vragen aan bod over de ontwikkeling van een vaccin.
Ook vragen over de waarden die mensen hebben of in het algemeen
meer existentiële of religieuze vragen hebben, hebben vaak een
normatief karakter.
Empirische vragen zijn vragen die vooral in kaart willen brengen hoe
een bepaald fenomeen eruitziet en hoe dit verklaard kan worden.
Men spreekt dan vaak over sociaal-wetenschappelijk onderzoek
waarbij onderzoeksmethoden van sociaal-wetenschappelijk
onderzoek worden gebruikt. Psychologisch onderzoek valt onder de
noemer van sociaal-wetenschappelijk onderzoek waarbij empirische
onderzoeksmethoden gebruikt worden.
Voor een empirisch onderzoek zijn er twee centrale kwaliteitseisen,
waaraan dat onderzoek moet voldoen:
- Betrouwbaarheid (verwijst naar consistentie; als men het
resultaat zou herhalen, dat men tot hetzelfde resultaat zou
bekomen)
- Validiteit (=accuraatheid; het houdt in dat hetgene dat men wil
onderzoeken dat men dat daadwerkelijk onderzoeken zonder
dat er een vertekening zit in het meetinstrument, waaronder
bijvoorbeeld een vragenlijst waardoor men iets anders aan het
meten zijn dan dat men eigenlijk bedoelt)
3
, Universiteit Antwerpen 2025-2026 Charlotte Baeken
Betrouwbaarheid: in geval van herhaling dezelfde resultaten
bekomen (= hypothetisch). De kwaliteitseis is een noodzakelijke
voorwaarde voor de tweede kwaliteitseis, maar is geen voldoende
voorwaarde, namelijk het wil niet zeggen dat wanneer men
consistent tot dezelfde bevindingen zou komen, de bevindingen ook
accuraat zijn. Hiervoor is een goed stappenplan nodig; men moet de
juiste instrumenten gebruiken om iets te meten en ook
daadwerkelijk datgene te meten dat men wil meten.
Verschil in betekenis van ‘betrouwbaarheid’. In het recht wordt met
betrouwbaarheid de validiteit bedoeld: heeft een ooggetuige een
verklaring gegeven die overeenstemt met wat werkelijk gebeurd is?
Het juridisch equivalent voor het psychologische begrip
betrouwbaarheid is consistentie. In het dagdagelijkse leven wordt
betrouwbaarheid gebruikt als synoniem voor juistheid en
accuraatheid. In de wetenschappelijke betekenis verwijst het naar de
consistentie.
Validiteit: meten wat men wilt meten
Door middel van wetenschappelijke methode en verantwoord
onderzoek worden ideeën getoetst aan de hand van objectieve
observaties itt pseudopsychologie die steunt op
oncontroleerbare uitspraken (ruime omschrijving). De kwaliteitseisen
van het wetenschappelijk onderzoek zijn ook belangrijk in het kader
van de rechtspsychologie als men kijkt naar opsporingshandelingen
of in de beslissing van de rechter, en of deze voldoen aan de twee
kwaliteitseisen.
Het is door middel van de wetenschappelijke methode dat men tot
wetenschappelijke inzichten komt. Men heeft een verantwoord
onderzoek nodig om ideeën te toetsen aan de hand van objectieve
observaties. In dit geval spreekt men van psychologie als
wetenschap, in tegenstelling tot de pseudo-psychologie die steunt
op oncontroleerbare/niet-onderzoekbare uitspraken.
Empirisch onderzoek binnen de psychologie betekent dan dat men
naar objectieve observaties gaat in de empirie (werkelijkheid) om na
te gaan of de hypothesen standhouden.
Empirisch onderzoek steunend op empirie
Als men het empirisch onderzoek uitvoert, is het van belang dat men
de empirische cyclus respecteert. Dit houdt in dat men een goede,
onderzoekbare en relevante onderzoeksvraag formuleert die sturing
geeft aan de opzet van het onderzoek, met name aan hoe men het
onderzoek concreet zal uitvoeren.
Empirische cyclus onderzoeksvraag
Fenomeen en probleemstelling
• Fenomeen: onderwerp van onderzoek in kaart brengen
(=ruime beschrijving)
Bijvoorbeeld kijken binnen de rechtspsychologie naar de rol van
rechtsbijstand bij het verdachtenverhoor, en een verband leggen.
4