Samenvatting Bestuursrecht
Deel I. Publiekrecht in perspectief
Hoofdstuk 1: Het bestuur: basisbegrippen en centrale
thema’s
Afdeling 1. Inleiding: publiekrecht in een gelaagde rechtsorde
I. Begrip en evolutie van het bestuur
Publiekrecht: organisatie en optreden v/d OH, regelt verhoudingen tss burgers & OH
Gelaagde rechtsorde: elke burger maakt deel uit van verschillende
overheidsverbanden: gemeente, provincie, gemeenschap, gewest, federale
staat, EU, internationale organisaties...
Goed bestuur: beginselen waren er al lang (zie wandschildering van
Lorenzetti in stadhuis van Siena)
Bv. rechtszekerheid, zorgvuldigheid, gematigdheid…
Trias politica en het principe van de machtenscheiding (UM, WM, RM –
Montesqieu)
Bestuur = organen en instellingen van de uitvoerende macht (vooral
een taak van tenuitvoerlegging)
● Maar:
○ Ook lokale besturen vallen onder bestuursbegrip (bv. gemeenten en
provincies)
○ Bepaalde bestuurlijke handelingen hebben een materieel
wetgevende inhoud Bv. politiereglementen,
personeelsstatuut…
○ Bestuurlijke rechtscolleges (gerekend tot de uitvoerende macht) oefenen
een rechtsprekende functie uit en zijn geen besturen: bv. RvS
WM doet soms aan tenuitvoerlegging, RM neemt soms ook bestuurlijke
beslissingen
In de 2e helft 19e E is overheid steeds meer taken gaan opnemen (sterke
uitbouw OH-apparaat). Burgers en ondernemingen komen dagelijks in
contact met OHadministratie: openbaar vervoer, burgerlijke stand,
gezondheidszorg, onderwijs, pensioenen, sociale zekerheid, fiscaliteit, …
Het bestuur vervult normerende (materieel-wetgevende of
verordenende) en uitvoerende en/of rechtsprekende bevoegdheden
Max Weber bracht kenmerken van moderne administratie naar voren =
bureaucratiemodel van Max Weber (19e-20e E)
- Primaat van de politiek - Depersonalisering van onderlinge
Administratie als een soort verhoudingen (m.a.w. geen
1
, -willoze machine die de instructies - vriendjespolitiek)
(het beleid) vorm geeft - Strike hiërarchie
Onderworpen aan formele regels Niet ambtenaar maar minister moet
- & procedures zich verantwoorden in parlement
Vandaag de dag wordt ‘bureaucratie’ geassocieerd met log, duur, niet flexibel &
gebruiksonvriendelijk
“Government is not the solution of the problem; government is the problem”
(Ronald Reagan, 1981)
• Oplossing is niet het bestuursapparaat uitbreiden
o Er moet gezorgd worden dat de kerntaken worden
uitgevoerd
Overheidsapparaat is steeds verder uitgebouwd, in meest uiteenlopende
aangelegenheden
• Opkomst van nieuwe organisatievormen en werkmethodes:
○ Modernisering naar het beeld van private ondernemerneming
Bv. rationele besteding van middelen, resultaatgericht, klantvriendelijk
○ Verzelfstandiging: OH doet beroep op gespecialiseerde diensten
en instellingen die beschikken over een zekere autonomie t.o.v.
centrale gezag
Bv. private gevangenissen, asiel in handen van private onderneming
(Griekenland)
○ Kerntakendebat en privatisering van overheidstaken
Publieke functies in handen van de private sector
Verschuiving van besturende OH (reguleert, heeft zelf touwtjes in handen)
naar studerende overheid (steeds belangrijker door op te treden als
regelgever)
Afdeling 2. De grondwet
I. Functies vd grondwet
1. Positieve functie: de democratische organisatie van het overheidsgezag
2. Negatieve functie: het beperken van de overheidsmacht
Het beperken van de overheidsmacht heeft als doel: het tegengaan van
machtsmisbruik door de overheid en haar organen, en het beschermen vd
vrijheid vd burgers.
Het beperken vd overheidsmacht gebeurt via 2 technieken:
1. Het verdelen vd overheidsmacht over diverse ambten, instellingen of
organen (machtenscheiding)
2. Het inperken vd overheidsmacht door het verankeren van fundamentele
rechten en vrijheden
Machtenscheiding kan op 2 manieren gebeuren:
2
, 1) Horizontale machtenscheiding: de verschillende taken en
bevoegdheden vd overheid binnen éénzelfde overheidsverband aan
verschillende ambten, organen of instellingen toebedelen
(traditioneel vallen hier 3 overheidsfuncties bij te onderscheiden -trias
politica)
2) Territoriale of verticale machtenscheiding: bevoegdheden vd
overheid verspreiden over verschillende territoriaal omschreven
overheidsverbanden bv. unie, staat, deelstaten en lokale besturen
Principe van machtenscheiding kan op 2 manieren invulling krijgen:
1) Absolute machtenscheiding: de 3 overheidsfuncties kunnen hierbij
zuiver worden afgebakend en moeten elk afzonderlijk aan drie
volledig onafhankelijke organen worden toebedeeld
2) Checks and balances: beoogt evenwicht tussen de machten, het
systeem houdt in dat de verschillende machten elkaar onderling
controleren of wederzijds participeren in de uitoefening van elkaars
functies
Wanneer er sprake is van verticale machtenscheiding brengt dit ons bij het begrip
‘gelaagde rechtsorde’, waarin de burger te maken heeft met en deel uit maakt van
verschillende overheidsniveaus: gemeente, provincie, Vlaamse Gemeenschap,
Vlaamse Gewest, Belgische federale staat, Europese Unie en tal van internationale
organisaties (lokale, regionale, supranationale en internationale niveaus)
De twee bekendste technieken van verticale machtenscheiding zijn:
1) Federalisme: spreiding tussen verschillende autonome rechtsordes
o Deelstaten kunnen zelf regels uitvaardigen die kracht van wet
hebben, hun decreten zijn niet ondergeschikt aan de federale
wetgeving
o Gelaagde rechtsorde is fundamenteel
2) Decentralisatie: centrale overheid kent bepaalde taken toe aan
ondergeschikte (lokale) besturen
- Eigen rechtspersoonlijkheid
- Bestuurlijk toezicht
<-> deconcentratie: delegatie van bepaalde taken vanuit
het centrale bestuur naar lagere instanties of ambten
- Geen aparte rechtspersoonlijkheid, onderdeel van centraal
bestuur bv. FOD (in naam van minister)
- Hiërarchisch toezicht
2 vormen van decentralisatie:
1) Territoriale decentralisatie (lokale besturen) : algemeen
omschreven bevoegdheden worden toegekend aan overheden
die democratisch zijn verkozen voor een bepaald grondgebied
- Algemeen omschreven bevoegdheden
- Publiekrechtelijke lichamen, gesteund op politieke
vertegenwoordiging en bevoegd voor bepaald
grondgebied
3
, 2) Functionele decentralisatie: specifiek omschreven bevoegdheden
worden toegekend aan overheidsdiensten, die in bepaald
beleidsdomein over expertise beschikken, bv. vervoer (NMBS, De
Lijn), radio & cultuur (VRT)
- Doel: efficiënte besluitvorming + onafhankelijke politieke
instellingen
- Specifiek omschreven bevoegdheden
- Organieke autonomie, niet gesteund op politieke
vertegenwoordiging
- Evolutie naar meer verzelfstandiging op alle
bestuursniveaus
Decentralisatie en federalisme zijn complementaire staatsvormen: in een
federale structuur is er dus ook decentralisatie: bv. België: de organieke OH
wordt vaak overgeheveld naar de deelstaten
Subsidiariteitsbeginsel: houdt in dat de overheid zich niet moet bezighouden met
taken die ook door lagere instanties kunnen worden afgehandeld. Dit met de reden
dat het verdelen van bevoegdheden en doorschuiven van taken naar lagere
bestuursniveaus een middel is om machtsmisbruik tegen te gaan en ook het
democratische gehalte van besluitvorming te versterken.
II. Grondwet en staatsvorm
Staatsvorm bouwt verder op het concept van verticale machtenscheiding, we
kunnen onderscheid maken tussen: gecentraliseerde eenheidsstaat,
gedecentraliseerde eenheidsstaat, federale staat, federale unie of confederatie
Soevereiniteit: verwijst naar ‘hoogste macht of hoogste gezag’, de soeverein is
aan geen hoger gezag onderworpen. Intern binnen een overheidsverband of
extern wanneer een gebied onafhankelijk is van andere staten of
bovenstatelijke verbanden
Kompetenz-Kompetenz of ‘bevoegdheid vd bevoegdheid’ : Het idee dat het
hoogste gezag berust bij de overheid of het niveau dat bevoegd is om te
beslissen over de verdeling vd bevoegdheden tss de verschillende overheden
Eenheidsstaat: de soevereiniteit of Kompetenz-Kompetenz berust onverdeeld bij
het centrale niveau
• Gecentraliseerde eenheidsstaat: alle OH-functies (wetgeving, rechtspraak
& bestuur) worden uitgeoefend door instellingen of organen die behoren tot
eenzelfde centrale bestuur, bv. Romeinse rijk
o Mogelijkheid tot deconcentratie (intern & extern): overdragen van
bepaalde taken vanuit centrale bestuur naar lagere instanties of
ambten (bv. belastingsdienst)
- Hebben geen rechtspersoonlijkheid
- Staan onder hiërarchisch toezicht
- Maken deel uit centrale niveau
4
Deel I. Publiekrecht in perspectief
Hoofdstuk 1: Het bestuur: basisbegrippen en centrale
thema’s
Afdeling 1. Inleiding: publiekrecht in een gelaagde rechtsorde
I. Begrip en evolutie van het bestuur
Publiekrecht: organisatie en optreden v/d OH, regelt verhoudingen tss burgers & OH
Gelaagde rechtsorde: elke burger maakt deel uit van verschillende
overheidsverbanden: gemeente, provincie, gemeenschap, gewest, federale
staat, EU, internationale organisaties...
Goed bestuur: beginselen waren er al lang (zie wandschildering van
Lorenzetti in stadhuis van Siena)
Bv. rechtszekerheid, zorgvuldigheid, gematigdheid…
Trias politica en het principe van de machtenscheiding (UM, WM, RM –
Montesqieu)
Bestuur = organen en instellingen van de uitvoerende macht (vooral
een taak van tenuitvoerlegging)
● Maar:
○ Ook lokale besturen vallen onder bestuursbegrip (bv. gemeenten en
provincies)
○ Bepaalde bestuurlijke handelingen hebben een materieel
wetgevende inhoud Bv. politiereglementen,
personeelsstatuut…
○ Bestuurlijke rechtscolleges (gerekend tot de uitvoerende macht) oefenen
een rechtsprekende functie uit en zijn geen besturen: bv. RvS
WM doet soms aan tenuitvoerlegging, RM neemt soms ook bestuurlijke
beslissingen
In de 2e helft 19e E is overheid steeds meer taken gaan opnemen (sterke
uitbouw OH-apparaat). Burgers en ondernemingen komen dagelijks in
contact met OHadministratie: openbaar vervoer, burgerlijke stand,
gezondheidszorg, onderwijs, pensioenen, sociale zekerheid, fiscaliteit, …
Het bestuur vervult normerende (materieel-wetgevende of
verordenende) en uitvoerende en/of rechtsprekende bevoegdheden
Max Weber bracht kenmerken van moderne administratie naar voren =
bureaucratiemodel van Max Weber (19e-20e E)
- Primaat van de politiek - Depersonalisering van onderlinge
Administratie als een soort verhoudingen (m.a.w. geen
1
, -willoze machine die de instructies - vriendjespolitiek)
(het beleid) vorm geeft - Strike hiërarchie
Onderworpen aan formele regels Niet ambtenaar maar minister moet
- & procedures zich verantwoorden in parlement
Vandaag de dag wordt ‘bureaucratie’ geassocieerd met log, duur, niet flexibel &
gebruiksonvriendelijk
“Government is not the solution of the problem; government is the problem”
(Ronald Reagan, 1981)
• Oplossing is niet het bestuursapparaat uitbreiden
o Er moet gezorgd worden dat de kerntaken worden
uitgevoerd
Overheidsapparaat is steeds verder uitgebouwd, in meest uiteenlopende
aangelegenheden
• Opkomst van nieuwe organisatievormen en werkmethodes:
○ Modernisering naar het beeld van private ondernemerneming
Bv. rationele besteding van middelen, resultaatgericht, klantvriendelijk
○ Verzelfstandiging: OH doet beroep op gespecialiseerde diensten
en instellingen die beschikken over een zekere autonomie t.o.v.
centrale gezag
Bv. private gevangenissen, asiel in handen van private onderneming
(Griekenland)
○ Kerntakendebat en privatisering van overheidstaken
Publieke functies in handen van de private sector
Verschuiving van besturende OH (reguleert, heeft zelf touwtjes in handen)
naar studerende overheid (steeds belangrijker door op te treden als
regelgever)
Afdeling 2. De grondwet
I. Functies vd grondwet
1. Positieve functie: de democratische organisatie van het overheidsgezag
2. Negatieve functie: het beperken van de overheidsmacht
Het beperken van de overheidsmacht heeft als doel: het tegengaan van
machtsmisbruik door de overheid en haar organen, en het beschermen vd
vrijheid vd burgers.
Het beperken vd overheidsmacht gebeurt via 2 technieken:
1. Het verdelen vd overheidsmacht over diverse ambten, instellingen of
organen (machtenscheiding)
2. Het inperken vd overheidsmacht door het verankeren van fundamentele
rechten en vrijheden
Machtenscheiding kan op 2 manieren gebeuren:
2
, 1) Horizontale machtenscheiding: de verschillende taken en
bevoegdheden vd overheid binnen éénzelfde overheidsverband aan
verschillende ambten, organen of instellingen toebedelen
(traditioneel vallen hier 3 overheidsfuncties bij te onderscheiden -trias
politica)
2) Territoriale of verticale machtenscheiding: bevoegdheden vd
overheid verspreiden over verschillende territoriaal omschreven
overheidsverbanden bv. unie, staat, deelstaten en lokale besturen
Principe van machtenscheiding kan op 2 manieren invulling krijgen:
1) Absolute machtenscheiding: de 3 overheidsfuncties kunnen hierbij
zuiver worden afgebakend en moeten elk afzonderlijk aan drie
volledig onafhankelijke organen worden toebedeeld
2) Checks and balances: beoogt evenwicht tussen de machten, het
systeem houdt in dat de verschillende machten elkaar onderling
controleren of wederzijds participeren in de uitoefening van elkaars
functies
Wanneer er sprake is van verticale machtenscheiding brengt dit ons bij het begrip
‘gelaagde rechtsorde’, waarin de burger te maken heeft met en deel uit maakt van
verschillende overheidsniveaus: gemeente, provincie, Vlaamse Gemeenschap,
Vlaamse Gewest, Belgische federale staat, Europese Unie en tal van internationale
organisaties (lokale, regionale, supranationale en internationale niveaus)
De twee bekendste technieken van verticale machtenscheiding zijn:
1) Federalisme: spreiding tussen verschillende autonome rechtsordes
o Deelstaten kunnen zelf regels uitvaardigen die kracht van wet
hebben, hun decreten zijn niet ondergeschikt aan de federale
wetgeving
o Gelaagde rechtsorde is fundamenteel
2) Decentralisatie: centrale overheid kent bepaalde taken toe aan
ondergeschikte (lokale) besturen
- Eigen rechtspersoonlijkheid
- Bestuurlijk toezicht
<-> deconcentratie: delegatie van bepaalde taken vanuit
het centrale bestuur naar lagere instanties of ambten
- Geen aparte rechtspersoonlijkheid, onderdeel van centraal
bestuur bv. FOD (in naam van minister)
- Hiërarchisch toezicht
2 vormen van decentralisatie:
1) Territoriale decentralisatie (lokale besturen) : algemeen
omschreven bevoegdheden worden toegekend aan overheden
die democratisch zijn verkozen voor een bepaald grondgebied
- Algemeen omschreven bevoegdheden
- Publiekrechtelijke lichamen, gesteund op politieke
vertegenwoordiging en bevoegd voor bepaald
grondgebied
3
, 2) Functionele decentralisatie: specifiek omschreven bevoegdheden
worden toegekend aan overheidsdiensten, die in bepaald
beleidsdomein over expertise beschikken, bv. vervoer (NMBS, De
Lijn), radio & cultuur (VRT)
- Doel: efficiënte besluitvorming + onafhankelijke politieke
instellingen
- Specifiek omschreven bevoegdheden
- Organieke autonomie, niet gesteund op politieke
vertegenwoordiging
- Evolutie naar meer verzelfstandiging op alle
bestuursniveaus
Decentralisatie en federalisme zijn complementaire staatsvormen: in een
federale structuur is er dus ook decentralisatie: bv. België: de organieke OH
wordt vaak overgeheveld naar de deelstaten
Subsidiariteitsbeginsel: houdt in dat de overheid zich niet moet bezighouden met
taken die ook door lagere instanties kunnen worden afgehandeld. Dit met de reden
dat het verdelen van bevoegdheden en doorschuiven van taken naar lagere
bestuursniveaus een middel is om machtsmisbruik tegen te gaan en ook het
democratische gehalte van besluitvorming te versterken.
II. Grondwet en staatsvorm
Staatsvorm bouwt verder op het concept van verticale machtenscheiding, we
kunnen onderscheid maken tussen: gecentraliseerde eenheidsstaat,
gedecentraliseerde eenheidsstaat, federale staat, federale unie of confederatie
Soevereiniteit: verwijst naar ‘hoogste macht of hoogste gezag’, de soeverein is
aan geen hoger gezag onderworpen. Intern binnen een overheidsverband of
extern wanneer een gebied onafhankelijk is van andere staten of
bovenstatelijke verbanden
Kompetenz-Kompetenz of ‘bevoegdheid vd bevoegdheid’ : Het idee dat het
hoogste gezag berust bij de overheid of het niveau dat bevoegd is om te
beslissen over de verdeling vd bevoegdheden tss de verschillende overheden
Eenheidsstaat: de soevereiniteit of Kompetenz-Kompetenz berust onverdeeld bij
het centrale niveau
• Gecentraliseerde eenheidsstaat: alle OH-functies (wetgeving, rechtspraak
& bestuur) worden uitgeoefend door instellingen of organen die behoren tot
eenzelfde centrale bestuur, bv. Romeinse rijk
o Mogelijkheid tot deconcentratie (intern & extern): overdragen van
bepaalde taken vanuit centrale bestuur naar lagere instanties of
ambten (bv. belastingsdienst)
- Hebben geen rechtspersoonlijkheid
- Staan onder hiërarchisch toezicht
- Maken deel uit centrale niveau
4