• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 97 pages
Summary

Samenvatting Mediarecht 2026 - 15/20 behaald vanaf eerste keer

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 97 pages

samenvatting die volledig is gebaseerd op mijn persoonlijke notities van de lessen en de ppts, het boek heb ik voor dit examen niet gebruikt en heb een 15/20 behaald. Op het einde van het document vindt je nog een overzicht van alle wetten die in de lessen zijn voorgekomen, dit kan helpen met de tabjes in je wetbundel!

Content preview

Mediarecht les 1: mediarecht, vrijheid van menenigsuiting en
meningsvrijheid


1. Wat is mediarecht?
Defi nitie Het geheel van regels en beginselen die van toepassing zijn op het
fenomeen ‘media’ in de ruimste zin van het woord — zowel het
organiseren als aan banden leggen van media.
Mediarecht omvat zowel oude media (kranten, radio, televisie) als nieuwe media (Instagram,
Facebook, Netflix). De grens tussen oud en nieuw verschuift voortdurend: televisie was ooit nieuw, en
wat vandaag nieuw is kan over tien jaar oud zijn.

Historische evolutie van media
• Vóór televisie: opera’s en theaterstukken als informatiekanaal voor het grote publiek
• 20ste eeuw: opkomst van cinema en radio
• 21ste eeuw: internet en sociale media
◦ Begin 21ste eeuw: groot optimisme over de emancipatorische kracht van het internet
◦ Maar: sociale media kan ook democratie ondermijnen (bv. VS) en vertrouwen in publieke
omroep uithollen

Twee soorten mediaspelers
Verspreiders Bedrijven die het mediasignaal bij de kijker brengen. Bv. Proximus,
Telenet, videoplatformen. Zij leveren de technische infrastructuur.


Makers De auteurs, journalisten, reclamebureaus, influencers — zij
produceren de inhoud (content providers).
Verspreiders en makers kunnen samenvallen (convergentie). Bv. bij een krant zijn ze één en dezelfde
speler. Bij VTM is er een scheiding: het omroepsignaal gaat via een satelliet naar de kijker thuis.
Wanneer een influencer iets post op Instagram vallen beide rollen opnieuw samen.

Bedreiging voor traditionele media — democratisch probleem
Nieuwe media trekken steeds meer advertentie-inkomsten weg van traditionele media. Gevolgen:
• In het VK en de VS is al bijna de helft van de kranten verdwenen
• Jeff Bezos ontsloeg recent 300 tot 800 journalisten, voornamelijk lokale en internationale
reporters
• Jongeren consumeren nieuws online via video, niet via traditionele media
• Gevolg: geen lokale journalistiek meer om politici op fouten te wijzen → democratie erodeert

Voorbeeld: VRT vs. private media
De VRT werkt met subsidies en kan daardoor blijven bestaan. Private omroepen zoals
VTM of DPG Media zijn volledig afhankelijk van advertentie-inkomsten. Als kijkers
weglopen naar streamingplatformen, drogen die inkomsten op. Er is geen
gemeenschappelijk kader meer om na te gaan of feiten kloppen — extreem
problematisch voor de staat van onze democratie.

,2. Waarom is mediarecht complex? (3 redenen)
Reden 1 — Voortdurende nieuwe uitdagingen en ontwikkelingen

a) Liberalisering van de markt
• Vóór de jaren 80: slechts één zender (de openbare omroep) — je had geen keuze
• Na de jaren 80: komst van commerciële omroepen → concurrentie
• In België: concurrentie tussen drie omroeporganisaties (VRT, VTM, Play) én tussen hen en sociale
media/streamers
• Gevolg: veel meer spelers → meer conflicten → meer rechtszaken en lobbying bij overheden



b) Technologische ontwikkelingen
Reclame doorspoelen
Vroeger was je als kijker verplicht naar reclame te kijken — je kon niet doorspoelen. Nu wel. Telenet
biedt dat aan als betaalde dienst; anderen doen het niet omdat ze er geld aan verdienen. Gevolg:
adverteerders bereiken kijkers minder goed → minder inkomsten voor private omroepen.

Kabelknippers
Kijkers met een traditioneel Telenet-abonnement betaalden distributie-inkomsten die deels werden
doorgestort naar omroeporganisaties. Nu zeggen mensen hun abonnement op voor alleen streaming
(Netflix, Disney+). Gevolg: private omroepen krijgen minder inkomsten.


Smart-tv’s
Op smart-tv’s staan grote streamers (Netflix, Disney+) voorgeprogrammeerd als tegoed voor veel geld.
Private omroepen kunnen dat niet betalen → kijkers moeten meer moeite doen om hen te vinden.


Sociale netwerksites
Sociale media verdient geld door gebruikersgegevens te verzamelen en door te verkopen aan
adverteerders. Dat is een businessmodel dat rechtstreeks concurreert met traditionele
advertentiemarkt.


Artifi ciële intelligentie (AI)
AI raakt de manier waarop media wordt geproduceerd. AI kan artikelen sneller schrijven dan
journalisten → grote uitdaging voor de journalistieke sector. Het recht evolueert hier snel maar loopt
altijd een stap achter op de technologie.

Reden 2 — Confl icterende belangen
Het belangrijkste principe in het mediarecht is de vrijheid van meningsuiting — maar dit botst
regelmatig met andere grondrechten. De wetgever en rechter moeten telkens afwegen welk belang
primeert.

Overzicht van confl icten
Voorbeeld: Privacy vs. VMU: politicus met buitenechtelijk kind
Een journalist hoort dat een politicus een buitenechtelijk kind heeft. Mag hij dat
publiceren? Twee rechten botsen: de vrijheid van meningsuiting (+ het recht om

, informatie over een publiek figuur te verspreiden) versus het recht op eerbiediging van
het privéleven. De rechter moet afwegen in welke mate dit relevant is voor de publieke
functie.


Voorbeeld: Gelijkheid vs. VMU: vrouwelijke commentatoren WK 2018
Tijdens het WK voetbal in 2018 hadden landen als het VK en Duitsland voor het eerst
vrouwelijke commentatoren. Twitter ontplofte met reacties zoals ‘ze geeft me hoofdpijn’.
Vraag: primeert de vrijheid van meningsuiting van de commentatoren, of het recht op
gelijke behandeling van de vrouwen die beledigd werden?


Voorbeeld: Kinderrechten vs. VMU: verbod op sociale media
Er is debat over een verbod op sociale media voor minderjarigen. Primeert de vrijheid van
meningsuiting (ook voor jongeren), of de bescherming van het kind? Australië voerde al
een leeftijdsgrens in.


Voorbeeld: Eerlijk proces vs. VMU: zaak Bart De Pauw
In de zaak Bart De Pauw vond het proces al plaats in de media vóór de rechtbank een
uitspraak deed. VMU liet negatieve berichtgeving toe, maar dit kan het recht op een eerlijk
proces schaden.


Voorbeeld: Vrijheid van godsdienst vs. VMU
Bepaalde meningsuitingen raken de religieuze gevoelens van anderen. Bv. het publiceren
van karikaturen van religieuze figuren: VMU tegenover het recht op godsdienstvrijheid en
bescherming van religieuze overtuigingen.



Reden 3 — Regels van verschillende overheden
⚠️ EXAMENVRAAG: Dit is een mogelijke examenvraag! Ken de
bevoegdheidsverdeling en de centrale discussie.



Er bestaat geen één wetboek voor mediarecht. Regels zijn vastgelegd in tal van wetten en decreten
van vérschillende overheidsniveaus. Dit leidt tot een ‘kubus’ van complexiteit: wie is nu eigenlijk
bevoegd?


Vlaanderen Mediadecreet — bevoegd voor audiovisueel beleid, omroepen, VRT


België (federaal) Bescherming persoonsgegevens, auteursrechten,
mededingingsrecht...


Europese Unie Vrije concurrentie, vrij verkeer van diensten, GDPR, Digital Services
Act (DSA), AI Act...


WIPO Internationale auteursrechtenverdragen
(wereldniveau)


Centrale juridische vraag: kunnen EU-lidstaten mediarecht nog zelfstandig regelen, of is dat exclusief
een EU-bevoegdheid? Dit is een groot discussiepunt en je kan er als rechtsstudent niet omheen.

, 3. Vrijheid van meningsuiting (VMU)
3.1 Het principe
VMU — kernidee Je mag alles zeggen, schrijven of publiceren — ténzij uitdrukkelijk
verboden. De overheid mag je niet verhinderen tenzij ze daarvoor
een legitieme doelstelling heeft (bv. het beschermen van een ander
grondrecht).


✅ Rechtsstaat ❌ Dictatuur
Alles mag, tenzij uitdrukkelijk verboden. De Alles verboden, tenzij uitdrukkelijk toegelaten.
overheid heeft een goede reden nodig om De overheid controleert eerst of iets
iets te verbieden. gepubliceerd mag worden (= censuur).

Waarom hebben we dan mediarecht als VMU zo centraal staat?
Omdat VMU grenzen heeft en botst op de vrijheden van anderen. Er is nood aan:
• Specifi eke wetgeving die andere rechten beschermt: laster en eerroof, hate speech...
• Regelgeving in het algemeen belang: mediapluralisme, eerlijke concurrentie, taal en cultuur →
vertaald in Mediadecreet, Verordening Mediavrijheid, EU-richtlijnen...
De 4 centrale vragen rond VMU:
• Bronnen: Waar is VMU vastgelegd?
• Grondslagen: Waarom beschermen we VMU?
• Toepassingsgebied: Wat valt eronder?
• Beperkingen: Hoe ver gaat VMU? → meest controversiële vraag

3.2 Bronnen — waar is VMU vastgelegd?

1791 — First Amendment (VS)
Een van de oudste grondwetten ter wereld. Al in de 18de eeuw, toen het denken over mensenrechten
nog in de kinderschoenen stond, werd VMU als fundamenteel erkend.


"Congress shall make no law (...) abridging the freedom of speech, or of the press"
— First Amendment, US Constitution (1791)


Voorbeeld: Skokie-case (US Supreme Court, 1977)
Een groep neonazi’s wilde een optocht houden met nazi-symbolen door een Joodse wijk.
Kon dat verboden worden? In de VS: nee — de absolute interpretatie van het First
Amendment liet dit niet toe. In de EU zou zo’n optocht in die context evident verboden
kunnen worden. Dit toont het fundamentele verschil in beschermingsniveau tussen VS en
Europa. (ter illustratie/vergelijking met de VS)

1831 — Belgische Grondwet
Zo veel belang gehecht aan VMU dat er 3 artikelen over zijn:
• Art. 19: vrijheid van meningsuiting
• Art. 25: persvrijheid — twee garanties:
◦ Geen censuur: de overheid mag niet vóór publicatie controleren of iets gepubliceerd mag
worden
◦ Cascadeaansprakelijkheid: als de schrijver bekend is, kunnen de uitgever en drukker niet
vervolgd worden. Enkel als de schrijver onbekend is schuift de aansprakelijkheid door.

Table of contents

  1. 01 1. Wat is mediarecht? 1
  2. 02 2. Waarom is mediarecht complex? (3 redenen) 2
    1. Reden 1 — Voortdurende nieuwe uitdagingen en ontwikkelingen 2
    2. Reden 2 — Conflicterende belangen 2
    3. Reden 3 — Regels van verschillende overheden 3
  3. 03 3. Vrijheid van meningsuiting (VMU) 4
    1. 3.1 Het principe 4
    2. 3.2 Bronnen — waar is VMU vastgelegd? 4
    3. 3.3 Grondslagen — waarom beschermen we VMU? 5
    4. 3.4 Toepassingsgebied — wat valt onder VMU? 7
  4. 04 4. Persvrijheid (mediavrijheid) 8
    1. 4.1 Privileges van journalisten 8
    2. 4.2 Zwaardere verantwoordelijkheden van journalisten 9
    3. 4.3 Wie is journalist? (functionele benadering) 9
  5. 05 5. Slotoverzicht voor het examen 10
    1. De 4 centrale vragen over VMU 10
    2. Overzicht sleutelajrresten 10
  6. 06 1. Vrijheid van meningsuiting is niet absoluut 11
  7. 07 2. Het EVRM: inhoudelijk beperkingssysteem 11
    1. Toets 1 — Legaliteitstoets: “bij wet voorzien” 11
    2. Toets 2 — Doeltoets: legitiem doel 12
    3. Toets 3 — Evenredigheidstoets: “noodzakelijk in een democratische samenleving” 12
  8. 08 3. De Belgische Grondwet: formeel beperkingssysteem 13
    1. 3.1 Verbod op preventieve beperkingen 14
    2. 3.2 Bijzondere bescherming van de drukpers 15
  9. 09 4. Burgerlijke vordering tot schadevergoeding 16
  10. 10 5. Wat is een “drukpersmisdrijf”? 17
  11. 11 6. Slotoverzicht: de twee beperkingssystemen 18
    1. Overzicht sleutelarresten les 2 18
  12. 12 1. Inleiding: VMU botst op het recht op privéleven 18
  13. 13 2. Artikel 8 EVRM — recht op privéleven 19
    1. 2.1 Wat valt onder “privéleven”? 19
    2. 2.2 Evolutie: valt reputatie ook onder art. 8? 19
    3. 2.3 Twee soorten verplichtingen voor de staat 20
    4. 2.4 Nuance: wanneer speelt art. 8 niet? 20
  14. 14 3. De afweging VMU vs. privéleven: de 6 criteria 21
    1. Criterium 1 — Draagt de publicatie bij tot een debat van maatschappelijk belang? 21
    2. Criterium 2 — Bekendheid van de persoon en onderwerp van de publicatie 21
    3. Criterium 3 — Eerder gedrag t.o.v. de media 21
    4. Criterium 4 — Manier waarop informatie werd verkregen en waarachtigheid 22
    5. Criterium 6 — Ernst van de opgelegde sanctie 22
  15. 15 4. De drie oefenzaken — volledig uitgewerkt met de 6 criteria 22
  16. 16 5. De marge van appreciatie 24
    1. Waarom een marge van appreciatie? 25
  17. 17 6. Slotoverzicht 25
    1. De 6 criteria op een rij 25
    2. Overzicht sleutelarresten les 3 26
  18. 18 1. Wat is haatspraak? 26
  19. 19 2. Impact — hoe zwaar moet het effect zijn? 27
    1. 2.2 Impact in het EVRM-systeem — ruimere aanpak 27
    2. 2.3 Vergelijking VS vs. EVRM 28
  20. 20 3. De anti-misbruikbepaling: art. 17 EVRM 28
  21. 21 4. Belgische wetgeving: uitingsdelicten 29
    1. 4.1 Aanzetten tot discriminatie, segregatie, haat of geweld (art. 249-250 Sw.) 29
    2. 4.2 Verspreidingsverbod (art. 251 Sw.) 30
    3. 4.3 Seksismewet (art. 257 Sw.) 30
    4. 4.4 Negationismewet (art. 256 Sw.) 31
  22. 22 5. Opzet — het morele element 31
    1. 5.1 Twee soorten opzet 31
    2. 5.2 Bijzonder opzet in de Belgische wetten 31
  23. 23 6. Opzet en intentie in de EVRM-rechtspraak 32
    1. 6.1 Jersild t. Denemarken (1994) — journalist veroordeeld voor andermans haatspraak 32
    2. 6.2 Aksü t. Turkije — wetenschappelijke studie en negatieve stereotypering 33
  24. 24 7. EVRM-criteria bij de beoordeling van haatspraak 34
    1. Criterium 1 — Inhoud en toon van de publicatie 34
    2. Criterium 2 — Context van de publicatie 34
    3. Criterium 3 — Situatie van de betrokkenen 35
  25. 25 8. Slotoverzicht 36
    1. Rode draad: impact + opzet 36
    2. Overzicht sleutelarresten les 4 37
  26. 26 1. Inleiding: versnipperd en soms verouderd 38
  27. 27 2. Strafwetboek — cyberpesten en sexting 38
    1. 2.1 Cyberpesten 38
  28. 28 3. Sexting en niet-consensuele pornografie 40
    1. 3.1 Tijdlijn van de wetgeving 40
    2. 3.2 Rechtvaardigingsgrond consensuele sexting (art. 176 nieuw Sw.) 41
    3. 3.3 Voyeurisme (art. 135 nieuw Sw.) 41
    4. 3.4 Niet-consensuele verspreiding van seksueel getinte inhoud (art. 136 nieuw Sw.) 41
    5. 3.5 Probleem: ook de dader is vaak minderjarig 42
  29. 29 4. Filmkeuring — van Wet 1920 naar Kijkwijzer 2019 42
    1. 4.1 Wet Filmkeuring (1920) — problemen 42
    2. 4.2 Kijkwijzersysteem (Samenwerkingsakkoord 2019) 43
  30. 30 5. Vlaams Mediadecreet — audiovisuele media 43
    1. 5.1 Programma's — art. 42 Mediadecreet 43
    2. 5.2 Commerciële communicatie 44
  31. 31 6. AVG en Wet Gegevensbescherming — digitale diensten 45
    1. 6.1 Toestemmingsleeftijd voor verwerking persoonsgegevens 45
  32. 32 7. Digital Services Act (DSA) — onlineplatforms 45
    1. 7.1 Art. 28 DSA — bescherming minderjarigen op onlineplatforms 45
    2. 7.2 Open juridische vragen 45
  33. 33 8. Slotoverzicht — alles in één overzicht 46
  34. 34 1. Inleiding: waarom worden AV media anders gereguleerd? 47
  35. 35 2. Rechtvaardiging — waarom worden AVM strenger gereguleerd? 47
    1. Argument 1 — Schaarste 47
    2. Argument 2 — Groter bereik en meer impact 47
    3. Argument 3 — Verschillende ontstaansgeschiedenis 48
    4. Argument 4 — Waarborgen van mediapluralisme (sterkste argument) 48
    5. Wat met internet? 48
  36. 36 3. Bronnen — waar staan de regels? 49
  37. 37 4. Mediadecreet — inhoud en toepassingsgebied 50
    1. 4.1 Wat regelt het Mediadecreet? 50
    2. 4.2 Twee soorten omroepdiensten 50
    3. 4.3 Drie soorten spelers 50
    4. 4.4 Wanneer valt een krantenwebsite onder het Mediadecreet? 50
  38. 38 5. Statuut van de VRT (art. 3–36 Mediadecreet) 51
    1. 5.1 Openbare omroepopdracht (art. 6 §2) 51
    2. 5.2 Overheidssteun voor de VRT 51
    3. 5.3 Overheidstoezicht op de VRT 52
  39. 39 6. Onpartijdige berichtgeving (art. 39 Mediadecreet) 52
  40. 40 7. Commerciële communicatie (CC) in het Mediadecreet 53
    1. 7.1 Definitie commerciële communicatie (art. 2, 5°) 53
    2. 7.2 Vijf vormen van CC 53
    3. 7.3 Principe: vrijheid van CC (art. 37) 53
    4. 7.4 Verboden producten en beperkingen 53
    5. 7.5 Kwantitatieve beperkingen: reclameblokken 54
    6. 7.6 Specifieke regels voor sponsoring en productplaatsing 54
  41. 41 8. Toezicht: Vlaamse Regulator voor de Media (VRM) 54
  42. 42 9. Slotoverzicht 55
    1. Overzicht: 4 argumenten voor regulering AVM + tegenargumenten 55
    2. Overzicht sleutelarresten en -zaken les 6 55
  43. 43 Les 7: zelfregulering en deontologie 55
  44. 44 1. Overheidsregulering versus zelfregulering 55
  45. 45 2. Wat is zelfregulering? 56
    1. 2.1 Juridische relevantie van deontologische codes 56
  46. 46 3. Raad voor de Journalistiek (RvdJ) 57
    1. 3.1 Samenstelling 57
    2. 3.2 Procedure en bevoegdheid 57
    3. 3.3 Toetsingsnorm: Code van de Raad voor de Journalistiek 57
    4. 3.4 Drie uitgewerkte uitspraken 58
  47. 47 4. Jury voor Ethische Praktijken inzake Reclame (JEP) 59
    1. 4.1 Wat is de JEP? 59
    2. 4.2 Bevoegdheid: welke media? 60
    3. 4.3 Hoe werkt de JEP? 60
    4. 4.4 Toetsingsnorm: wetgeving én deontologische codes 60
    5. 4.5 Belangrijke JEP-thema’s 61
  48. 48 5. Juridische relevantie van zelfregulering — samenvatting 61
  49. 49 6. Slotoverzicht — RvdJ vs. JEP 61
    1. Sleutelzaken les 7 62
  50. 50 1. Inleiding — drie casussen uit de les 62
  51. 51 2. Grondslagen — waarom beschermen we auteursrecht? 63
  52. 52 3. Bronnen 63
  53. 53 4. Wat wordt beschermd? (3 + 1 voorwaarden) 63
    1. Voorwaarde 1 — Resultaat van creatieve activiteit 64
    2. Voorwaarde 2 — Concrete uitdrukking of expressie 64
    3. Voorwaarde 3 — Originaliteit of oorspronkelijkheid 64
    4. Voorwaarde 4 (negatief) — Geen formele vereisten 65
  54. 54 5. Wie wordt beschermd? 65
    1. 5.1 Auteurs — auteursrechten 65
    2. 5.2 Anderen — naburige rechten 66
  55. 55 6. Welke rechten heeft de beschermde persoon? 66
    1. 6.1 Morele rechten (art. XI.165 §2 WER) 66
    2. 6.2 Economische rechten (art. XI.165 §1 WER) 66
  56. 56 7. Uitzonderingen en beperkingen op het auteursrecht 67
    1. 7.1 Tijdelijke reproductiehandelingen (art. 5(1) Richtlijn + art. XI.189 §3 WER) 67
    2. 7.2 Citaatrecht (art. 5(3)(d) Richtlijn + art. XI.189 §1 WER) 68
    3. 7.3 Parodie-uitzondering (art. 5(3)(k) Richtlijn) 68
  57. 57 8. Hoe lang geldt de bescherming? 69
  58. 58 9. Slotoverzicht — de 5 centrale vragen 70
    1. Sleutelarresten les 8 70
  59. 59 1. De Europese interne markt — overzicht 71
  60. 60 2. Vrije mededinging 71
    1. 2.1 Waarom is vrije mededinging extra belangrijk in de mediasector? 71
    2. 2.2 Wat is de relevante markt? 72
    3. 2.3 Vier vormen van mededingingsverstoringen 72
  61. 61 3. Concentraties van ondernemingen 72
    1. 3.1 Europese Concentratieverordening (139/2004) 73
    2. 3.2 Twee uitgewerkte voorbeelden: Liberty Global / De Vijver Media 73
    3. 3.3 Verordening Mediavrijheid (art. 22) — extra beoordeling pluriformiteit 74
  62. 62 4. Misbruik van machtspositie (art. 102 VWEU) 74
  63. 63 5. Staatssteun (art. 107-108 VWEU) 75
    1. 5.1 Wanneer is er 'staatssteun'? (4 cumulatieve voorwaarden) 75
    2. 5.2 Wanneer is staatssteun toch toegestaan? 75
    3. 5.3 Voorwaarden voor DAEB-compensatie (art. 106 lid 2 VWEU) 76
  64. 64 6. Vrijheid van verkeer in de mediasector 76
  65. 65 7. Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) 77
    1. 7.1 Toepassingsgebied (art. 2-3) 77
    2. 7.2 Sleuteldefinities (art. 4) 77
    3. 7.3 Rechtmatigheid van de verwerking (art. 6) 78
    4. 7.4 Bijzondere categorieën en strafregistergegevens 78
    5. 7.5 Rechten van de betrokkene 78
    6. 7.6 Uitzonderingen voor media en wetenschap (art. 85 en 89) 79
    7. 7.7 Doorgifte van gegevens naar derde landen (art. 44-50) 79
    8. 7.8 Handhaving 80
  66. 66 8. Digitaledienstenverordening (DSA) 80
    1. 8.1 Toepassingsgebied — tussenhandeldiensten (THD) 80
    2. 8.2 Drie hoofddoelen van de DSA 80
    3. 8.3 Aansprakelijkheid voor illegale inhoud (art. 4-6) 80
    4. 8.4 Zorgvuldigheidsplichten (art. 11 e.v.) 81
    5. 8.5 Handhaving 81
  67. 67 9. Verordening Artificiële Intelligentie (AI Act) 81
    1. 9.1 Vier categorieën — risicogebaseerde aanpak 81
    2. 9.2 Verboden AI-praktijken (art. 5) — uitgewerkt 82
    3. 9.3 Handhaving 82
  68. 68 10. Slotoverzicht 82
  69. 69 Mediarecht alle wetten uitgelegd: 83
  70. 70 A. Grondwettelijke en internationale bronnen van VMU (Les 1-2) 83
  71. 71 B. Belgisch aansprakelijkheidsrecht (Les 2, 7) 85
  72. 72 C. Strafwetboek — nieuw Sw. (in werking april 2026) (Les 4, 5) 85
  73. 73 D. Wetboek Economisch Recht — Boek XI (Les 5, 8) 87
  74. 74 E. Vlaamse Mediadecreet (2009) (Les 5, 6) 88
  75. 75 F. Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG/GDPR) (Les 5, 9) 90
  76. 76 G. Verdrag betreffende de werking van de EU (VWEU) (Les 9) 92
  77. 77 H. Europese digitale regelgeving (Les 5, 9) 93
  78. 78 I. Europese Auteursrechtrichtlijnen (Les 8) 94
  79. 79 J. AVMD-Richtlijn (2010/13/EU, gewijzigd 2018) (Les 6) 94
  80. 80 K. Arresten Grondwettelijk Hof (GWH) (Les 4) 95
  81. 81 L. Overige wetten en regelgeving 95

Document information

Study
Uploaded on
August 2, 2026
Number of pages
97
Written in
2025/2026
Type
Summary
$11.13

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
1
Last sold
-



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions