Tijdvak 2: Grieken en Romeinen
Tijd 3000 v. Chr. – 500
Periode Oudheid
Kenmerkend aspect 4: de ontwikkeling van wetenschappelijk denken en
het denken over burgerschap en politiek in de Griekse stadstaat
De Grieken leefden in onafhankelijke stadstaten, ook wel polis genoemd. De Griekse
polis werden op verschillende manieren geregeerd:
- Monarchie: een erfelijke koning
- Aristocratie: een groep met erfelijke voorrechten
- Oligarchie: rijke families die niet per se van adellijke komaf zijn
- Tirannie: een autoritaire alleenheerser
- Democratie: een deel van de burgers mochten zelf stemmen over wetten en
bestuurders
De economie en bevolking groeide. De bevolking groeide zelfs zo hard dat veel
Grieken vertrokken en koloniën stichtten. Hoewel ze niet in dezelfde staat woonden,
vormden ze wel een volk (ze spraken allemaal Grieks en vertelden dezelfde
heldenverhalen). Ondanks dat ze één volk waren, vochten zij allerlei oorlogen uit met
elkaar.
Kenmerken van het Griekse volk:
- Olympische Spelen
- Wetenschap
- Beeldhouwkunst
- Bouwkunst
- Realistisch menselijk lichaam namaken
- Gemeenschappelijke munt
De Grieken hadden een mythologisch wereldbeeld: alles wordt verklaard door middel
van goden, maar later veranderde dit naar een rationele manier van denken:
rationeel-wetenschappelijk wereldbeeld.
Kenmerkend aspect 5: de klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse
cultuur
De Griekse vormentaal werd in de bouwkunst vooral zichtbaar in tempels met zuilen
en timpanen. De Romeinen namen deze vormen over toen zij de Griekse stadstaten
in het zuiden van Italië veroverden. Ze voegden bogen en koepels toe aan de
bestaande Griekse vormentaal en legden meer nadruk op techniek en grootschalige
bouwwerken.
Tijd 3000 v. Chr. – 500
Periode Oudheid
Kenmerkend aspect 4: de ontwikkeling van wetenschappelijk denken en
het denken over burgerschap en politiek in de Griekse stadstaat
De Grieken leefden in onafhankelijke stadstaten, ook wel polis genoemd. De Griekse
polis werden op verschillende manieren geregeerd:
- Monarchie: een erfelijke koning
- Aristocratie: een groep met erfelijke voorrechten
- Oligarchie: rijke families die niet per se van adellijke komaf zijn
- Tirannie: een autoritaire alleenheerser
- Democratie: een deel van de burgers mochten zelf stemmen over wetten en
bestuurders
De economie en bevolking groeide. De bevolking groeide zelfs zo hard dat veel
Grieken vertrokken en koloniën stichtten. Hoewel ze niet in dezelfde staat woonden,
vormden ze wel een volk (ze spraken allemaal Grieks en vertelden dezelfde
heldenverhalen). Ondanks dat ze één volk waren, vochten zij allerlei oorlogen uit met
elkaar.
Kenmerken van het Griekse volk:
- Olympische Spelen
- Wetenschap
- Beeldhouwkunst
- Bouwkunst
- Realistisch menselijk lichaam namaken
- Gemeenschappelijke munt
De Grieken hadden een mythologisch wereldbeeld: alles wordt verklaard door middel
van goden, maar later veranderde dit naar een rationele manier van denken:
rationeel-wetenschappelijk wereldbeeld.
Kenmerkend aspect 5: de klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse
cultuur
De Griekse vormentaal werd in de bouwkunst vooral zichtbaar in tempels met zuilen
en timpanen. De Romeinen namen deze vormen over toen zij de Griekse stadstaten
in het zuiden van Italië veroverden. Ze voegden bogen en koepels toe aan de
bestaande Griekse vormentaal en legden meer nadruk op techniek en grootschalige
bouwwerken.