Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 66 pages
Summary

Samenvatting Ethiek en diversiteit (fase 2) | Thomas More

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 66 pages

Het document omvat alle essentiële info om te slagen voor het examen. Het omvat de powerpointpresentatie, aangevuld met eigen collegeaantekeningen en info vanuit de extra bundels. Ik behaalde 19/20.

Content preview

Topic 1: filosofie
1: Kenmerken van filosofie
‘Filosofie’: what’s in a name?
3 wegwijzers naar het huis van de filosofie
1. Filosofie in de betekenis van levenswijsheid: elk dorp had vroeger zijn
‘dorpfilosoof’  pittoresk figuur die door zijn levenwijsheid/ ervaring door dorpelingen
werd geeerd
2. Filosofie in de betekenis van een algemene visie of beschouwing op iets: in
media tegenwoordig hoor je ‘de filosofie van dit bedrijf/ van deze partij/…’  gaat
over visies
3. Filosofie als theoretisch denksysteem: in strikte zin betekend dit ‘als aanduiding
van het beroep of het vak van een bepaald filosoof’, of ‘denken van filosofische
stroming’  associatie met abstracts, saais

Definitie ‘filosofie’
- Naam ‘filosofie’: Griekse oorsprong  oude Griekse cultuur
- Filo= vriend, vriendschap  positieve houding van betrokkenheid en verbondenheid
- Sofia= wijsheid  kennis en inzicht

 Filosofie= vriend van de wijsheid; wijsbegeerte  verlangen naar ontmoeting
 Dus: filosofie = intellectuele houding die zich ontwikkelt vanuit he tverlangen naar
wijsheid

Structuur van het filosoferen
(1) Filosofie is nadenken en reflectie
- ‘Het vermogen tot bewustzijn van zichzelf’
- Reflecteren= terugbuigen, stilstaan bij de gebeurtenis en terugblikken
• Dus: filosoferen ontstaat als mens zich terugbuigt, nadenken over wat er
gebeurt, afstand nemen
• Filosofie begint bij het vermogen tot stilvallen bij en reflecteren op jezelf
- Filosofie = epochaal denkwerk (2 betekenissen)
• Epochaal= onderbreken, filosofie begint bij het stilvallen
• Epochaal= op het gegeven dat de filosofie zich afspeelt dicht bij het concrete
leven
 Filosofie speelt zich af bij concrete leven: Wie ben ik? Wat is mijn
identiteit? Wat is liefde?
 Is moeilijk: kan confronterend zijn  ‘ah we leven in zo’n
samenleving’, ‘ah zo ben ik’  vaak moeten filosofen vluchten
• Beeld ‘de denker’ (August Rodin): filosoof houdt halt, zet zich neer, maar
juist dan gebeurt er niks  denkt na over wat er is gebeurd
 Werk is epochaal: weerspiegelt tijdsperiode waarin het onstaat
(époque)
 Belangrijk: je moet onderbreking inlassen MAAR tegenwoordig is dit
moeilijk  we moeten precies alles tegelijk doen (school, werk,…)
dus dit is moeilijk  filosofie begint bij dit stilvallen  filosofie =
epochaal
• Epochale betekenis van filosofie leert dat het filosoferen  is van iets dat zich
ver van het concrete leven afspeelt  filosoferen is geen tijdverlies!
Voorbeeld: de veroordeling van Socrates
 Socrates heeft gifbeker moeten drinken want alles wat hij zei ging ‘te
ver’  hij vroeg vanalles aan mensen
 ‘hoe we mensen uit vrouw trekken, meoten we kennis uit mensen
trekken’
 Machthebbers van die tijd vonden hem ambetant
 Werd beschuldigt van het niet geloven in goden van de staat en
bederven van jeugd  moest gifbeker drinken

1

,  Wat we van hem weten, heeft zijn leerling Plato getekend
 Dus: filosofie houdt hen een spiegel voor die erg ontnuchterend en
confronterend is
• Filosofie= wetenschappelijk streven naar kennis om de tijd en wereld te
doorgronden

(2) Filosofie is radicaal en fundamenteel nadenken
- An sich VS für mich
• An sich= objectieve werkelijkheid, werkelijkheid hoe ze is, op zichzelf 
FILOSOFIE
• Fur mich= subjectieve werkelijkheid, werkelijkheid zoals ik ze zie, vanuit mijn
standpunt
 = veranderlijk  houd psychologie zich NIET mee bezig, enkel met an
sich
• DUS: De werkelijkheid zoals ze is (an sich) VS de werkelijkheid zoals wij ze
zien (fur sich)
Voorbeeld 1: water
 In verschillende situaties (brand, dorst,…) zal water verschillende
betekenissen hebben = subjectieve betekenissen (fur mich: hoe water
aan ons verschijnt op dat moment)
 Filosofie zoekt naar objectieve gebeurtenis: wat is water op zichzelf?
= an sich
Voorbeeld 2: wie ben ik?
 Fur mich: dochter, moeder, leerkracht, partner = fur mich
 Maar wat is de essentie van mezelf, is een andere vraag = an sich
- Wetenschappen = fur sich  filosofie = an sich
• Filosofie benadert werkelijkheid in haar geheel  psychologie, sociologie,
ethiek enz.
• Voorbeeld: biologie zegt ‘mens is zoogdier’, filosofie zegt ‘mens is een mens,
maar wat maakt de mens tot mens?’
• Filosofie = radicaal denken: graaft naar wortels van de werkelijkheid
 Voorstelling adhv boom: filosofie zijn de wortels en andere disciplines
(psychologie,…) zijn takken want graaft naar wortels
• Filosofie = fundamenteel: doorbreekt de oppervlakte & dringt door tot de
fundamenten van de werkelijkheid
 Voorstelling adhv gebouw: zonder sterke funderingen in de grond zou
het hele gebouw onstabiel zijn en scheuren  ‘wat fundeert de
werkelijkheid?’
• Dus: filosofische vragen zijn radicaal en fundamenteel
 Wat ze eigenlijk zijn, wat hen tot werkelijkeheid maakt
 Waarom is er iets en niet niets
 De samenhang en eenheid van de werkelijkheid
- Metafoor van 6 blinde mannen die zich afvragen ‘wat is essentie van
olifant?’:
• Fur mich: ene zegt dit, andere zegt dat
• An sich: ze zijn allemaal onwetend, hebben allemaal maar een deeltje
gelijk
• Taak van psychologie om naar an sich te gaan onderzoejen want onze
levenservaringen zijn anders

(3) Filosofie is radicaal en fundamenteel nadenken vanuit de ervaring van
verwondering
- ‘Waarom’-vragen kunnen werkelijkheid (fur mich) doorbreken  verwondering is de
kracht die hem in de richting van het filosoferen voorstuwt
- Verwondering= een nieuwe ervaring die niet of moeilijk in het systeem past dat je
gevormd hebt
• Verwondering is typisch menselijk gedrag  enkel mens tot in staat
• Iedereen heeft denksysteem (minimalistisch ontwikkeld)  we verwonderen
ons over alles

2

, Voorbeeld: kind van 2 verwondert over vliegtuig die voorbij komt, omdat hij
nog niks kent
 Nu: vinden we alles normaal, we hebben bijna geen tijd meer voor
 Dus: verwondering neemt af naarmate leeftijd omdat geleerdheid
toeneemt
- Wonder  mirakel:
• Mirakel: spectaculair, gebeurt 1 keer voorbeeld: maria beeldje begint te
tranen aan oog
• Wonder: iets gewoon, komt vaak voor, niet spectaculair
• Mythen= wonderlijke voorvallen
- Belang van verwondering:
• Zonder verwondering  niet op zoek gaan naar de samenhangt, naar
verklaringen
• Zonder verwondering  blijven staan, geen vooruitgang
• Vanuit verwondering is gehele wijsbegeerte & wetenschap ontstaan
• Is kracht die de mens in de richting van het filosoferen voortstuwt
• De bron van filosofie
- 3 stadia van verwondering:
1. Spontaan getroffen worden: verbazen over dingen
2. Wonde: in ‘verwondering’ zit ‘wonde’
 Voorbeeld 1: ‘sinterklaas bestaat niet’  geeft een wonde met zich
mee, maar ahtceraf ovder nadenken heeft hij wel bestaan want hij
heeft kidneren gered van de dood, dus begin je wel bewondering voor
hem te zien
 Voorbeeld 2: geboorte  geeft vrouw letterlijke wonde, maar je kan niet
meer zonder
3. Bewondering & fascinatie voor de ontdekte veekzijdigheid van wat er is
- Aristoteles: ‘de mens zich van oudsher verwondert over wat er zich rondom hem
afspeelt’
 Verwondering is een proces dat bij de mens een ingrijpende evolutie
teweegbrengt
 Door verwondering: mens komt erachter dat hij weinig weet & begint daardoor
te zoeken naar inzicht dat waardevol genoeg is om het te bezitten

Filosofie van de liefde
- Eros en Apagè
- Blijft ondoorgrondelijk: we kunnen er over filosoferen maar liefde is ook vaak
lichamelijk en heeft ook te maken met ratio
- Je kan het positief (verlangen), maar ook negatief (kan leiden tot haat, jaloezie)
bekijken

5 Griekse Wijzen
1 Eros: seksuele liefde en verlangens, elke relatie begint bij eros
• 3 soorten van liefde:
 Seriële monogame liefde: relatie – uit – relatie – uit - …
 Polygame liefde: liefde met meerdere partners voorbeeld: Daphne
Agten
 Duurzame monogame liefde: het ideaalbeeld, exclusieve liefde waarbij
liefde een werkwoord is
• Mening van Dirk De Wachter:
 Seriële monogamie = de nieuwe realiteit
 Relaties opbreken en hoopvol nieuwe beginnen
 Bindingsangst en verlatingsangst
 Virtuele liefde (liefde achter het scherm)
• Christelijke visie: eros zou idealiter altijd moeten doorgroeien tot Agapè
2 Phyilia: vriendschappelijke liefde
• Aristoteles: ‘vriendschap is een deugd’  ‘vrienden houden een spiegel voor’
• 3 soorten vrienden:
1) Vrienden van het nut voorbeeld: ‘mag ik je notities lenen’


3

, 2) Vriendschap van het plezier voorbeeld: waarmee je uitgaat
3) Vriendschap van het goede
3 Storgè: liefde van ouders naar kinderen, tussen familieleden
4 Xenia: liefde voor de vreemde  ‘gastvrije vrouw’
5 Agapè: liefde van god naar mens
• Diepe, beheerste liefde: genegenheid en warmte

Reflectie-opdracht
- Welke liefde overheerst vandaag de dag?
• Eros: passionele liefde, het verlangen naar
• Selfcare: we moeten meer uit de kooi van zelfliefde zodat meer liefde geven
aan andere/ meer voor andere zorgen, met gevolg dat we minder selfcare
nodig hebben
- Welke liefde wordt eerder in de verdomhoek geplaatst?  Xenia: we zijn niet meer zo
aanspreekbaar
- Welke liefde speekt jullie het meeste aan?

Liefde vandaag? (Reflectie van docent)
- Eros stijgt  one-night stands, friends with benefits, pornografie
- Storgè daalt  weinig tijd om op bezoek te komen
- Xenia daalt  enerzijds hebben we veel solidariteit, maar anderzijds beangstigt het
vreemde ons
- Agapè daalt  minder roepingen, meer echtscheidingen
- Philia???  We hebben duizenden vrienden op facebook, maar hoeveel echte
vrienden hebben we nog?
2: Filosofie van premodereniteit naar postmoderniteit
Filosofie van de westerse cultuur
‘Wereldbeeld’= dominantie, collectieve voorstelling die een maatschappij onderhoudt
over de samenstelling van haar leefwereld; manier waarop leden van eenzelfde
maatschappij zich ‘spontaan’ de werkelijkheid voorstellen
• Voorstelling van heelal, god, de mens, de natuur, ruimte, tijd, …
• = een metafoor, datgene wat alle levensdomeinen van een cultuur bepaalt,
het zelfverstaan van de hele mens
• Vormt fundament van de cultuur

- Geen enkele maatschappij blijft eeuwig en onveranderbaar  evoluties en revoluties
door verschillende groepen en generaties
- Jezelf begrijpen  eigen geschiedenis kennen  eigen cultuur begrijpen  haar
geschiedenis kennen
- 3 soorten cultuurconcepten/ wereldbeelden:
1. Pre-moderniteit: heelal als hierarchisch en organisch geheel (500 – 1500 na
chr)
2. Moderniteit: de wereld als machine (1500 – 1970 na chr)
3. Postmoderniteit: de wereld als kunstwerk (1970 - … na chr)
- Metafoor: ‘Van theemutscultuur naar walkman/ iphone-ego’
• Theemuts: gezellig, knus, zet je over theepot, comfortabel MAAR soms ook te
warm, te broeierig = premoderniteit: klassieke samenleving
• Iphone ego: verbonden met elkaar, elk moment op de dag kunnen we chatten
 Maar is het een echte verbinding? Zijn we niet meer asociaal? Doordat we
ook wel veel missen

Premoderniteit
Premoderne wereldbeeld
Samenleving en heelal - Hiërarchisch en organisch geheel  alles is onlosmakelijk
verbonden met elkaar
- Mensen verwonderen zich voorbeeld: vanwaar komen
de bomen?
- Hierarchie: god vanboven, het volk beneden
- Heersende beeld in de westerse maatschappij tijdens de

4

Document information

Study
Uploaded on
August 2, 2026
Number of pages
66
Written in
2025/2026
Type
Summary
$12.64

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
2
Followers
0
Items
16
Last sold
3 months ago


Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions