H1: Taaltherapie
1: Doel
= verbeteren van het functioneren in zijn totaliteit
- Vroegtijdige onderkenning & behandeling gevolgen op functioneren minimaliseren
• Zo niet: veel kostbare tijd gaat verloren
- Finale doel logopedische therapie met doelgroep TOS:
• ‘Beter communiceren’
• ‘Functioneel kunnen communiceren binnen de maatschappij’
• ‘Verstaanbaar zijn voor de omgeving’
• ‘Goed kunnen praten’
- Kinderen met TOS:
• Nood aan specifieke, intensieve therapie
• Specifieke hulpmiddelen zichzelf verstaanbaar leren maken in hun omgeving
- Hulpvraag komt vaak vanuit cliënt zelf, maar soms ook van buitenaf bv: ‘ik wil
mijn kind begrijpen’
• Vaak vanuit bezorgdheid van kind, ouders of instanties
• Als logopediste altijd kind bevragen ‘wat wil jij bereiken?’
- Uitgangspunt = ICF
• Gevolg: behandeling op methodische en systematische manier opbouwen
EBP centraal
• Je kan niet aan bredere hulpverlening beginnen zonder ICF
• Denk aan hulpvraag!
o Om de zoveel tijd ICF-model bekijken en aanpassen indien nodig
‘Nog steeds relevant? Dezelfde hulpvraag?’
- Behandelplan maken obv taalvaardigheden, communicatie, persoonlijke factoren en
omgevingsfactoren
Taalvertraging VS taalstoornis
Obv hulpvraag kan je niet nagaan of het gaat over taalstoornis of taalvertraging
Aanpak in therapie van beide stoornissen verschilt
Taalvertraging= van voorbijgaande aard, kunnen achterstand inhalen
- Onderdompelen met vele talige input (bv gespreksvaardigheden) taalbad!
Voorbeeld: naar supermarkt gaan en alle soorten groenten aanbieden
- Zeer regelmatig aanbieden van rijk en gevarieerd taalaanbod om de achterstand
in te halen
Verstoorde taalontwikkeling (TOS)= verborgen stoornis, niet onmiddellijk zichtbaar
zoals bij fysieke beperking; ontwikkelingsstoornis (aangeboren) waarvan ze hun
achterstand nooit kunnen inhalen
- Bepaalde vaardigheden aanleren sterker worden in bepaalde vaardigheden
- Vertraging: geen taalbad aanbieden (anders verdrinken ze in hoeveelheid talige
input)
• Maar: kloof met leeftijdsgenoten zal er altijd zijn
- Hoe: gebruik maken van gereduceerd taalaanbod
• Woordenschat beperken
• Eenvoudige, korte zinnen & ondubbelzinnige taal
• Trager spreektempo
• Herhalen van uitingen
• Lange zinnen opdelen in korte uitingen
• Grenzen tussen woord- of accentgroepen duidelijk laten horen via pauzes en
intonatie in functie van een vlottere auditieve verwerking voorbeeld: We /
gaan / een oefening / maken
2: Principes die constant aan bod komen tijdens therapie
(1) Werken aan probleembesef
1
,- Wat is juist? Wat is fout? voorbeeld: ‘Koe gras eet.’
• Kinderen met TOS horen vaak verschil tss correct – niet correct woord/ zin niet
- Foutieve en correct uiting naast elkaar leggen logopedist toont én verklaart het
verschil kind kan duidelijk zien wat verschillen zijn
voorbeeld: appel peer beide fruit, maar waar zit het verschil? kleur, vorm, …
- Gevolg:
• Klein stukje van psychoeducatie opnemen
• Probleembesef en metalinguïstisch bewustzijn vergroot
• Kans op verbetering stijgt
(2) Geïntegreerde aanpak van alle taalcomponenten
- Wat aan bod komt in therapie afhv taalprofiel van kind
- Vaak geïntegreerde aanpak nodig taalcomponenten integreren in oefeningen
- Taalbegrip taalproductie
- Problemen op vlak van …
• Taalvorm auditieve vaardigheden, fonologie en morfosyntaxis
• Taalinhoud taalbegrip, semantiek, taalpragmatiek en lexicon
• Taalgebruik pragmatiek
(3) Aandacht voor auditieve perceptie
- Taal komt binnen via auditieve kanaal belangrijk voor verwerking extra aandacht
voor auditieve perceptie = luisterhouding
- Geen gehoorstoornis, maar toch lijkt het alsof ze het auditieve niet alles opvangen
- Vorm van hoortraining, voorloper van taaltherapie
- Dus: goede luisterhouding is de basis voor therapie
- Inoefenen van:
• auditieve vaardigheden (waarneming, geheugen, sequentiëren)
• fonologisch & fonemisch BWZ (auditieve analyse & synthese)
(4) Versterken van innerlijke taal
- TOS: gebrek van innerlijke taal voorbeeld: in hoofd ‘ik ga op vakantie naar zon, wat
heb ik nodig?’ lijstje maken van dingen in hoofd
- Koppelen taal – actie
- Acties, gevoelens, gedachten, ideeën en strategieën te verwoorden kind leert eigen
handelen beter plannen en sturen
- Functie logopedist: tolkt wat kind beleeft, voelt, doet en stimuleert zelfstandigheid
- Hulpmiddel: zelfinstructiemethode van Meichenbaum
(5) Preteaching
Preteaching= tijdens therapie voorbereiden wat er in de klas/thuis aan bod zal komen
Voorbeeld: logo selecteert woordenschat toejomstig thema kind kan sneller volgen in
de klas
- Aantal zaken voorspelbaar maken met taal zodat kind begrijpt wat er gaat komen
- Doel: voorsprong geven in functie van het verhogen van de betrokkenheid, leerkans
en transfer
- Gaat vaak over schoolsgerelateerde zaken, maar kan ook over andere zaken gaan
- Gevolg:
• Bevordert transfer
• Bevordert betrokkenheid
• Bevordert leerkansen
(6) Visuele ondersteuning
- Kinderen met TOS vaak visueel sterker dan auditief visueel goed compenseren,
koppeling maken en versterken
- Gevolg: taal multisensorieel aansturen via meerdere kanalen (visueel, adutitief,
tactiel, …)
- Koppelen aan bv concreet materiaal, prenten, foto’s, tekeningen, pictogrammen,
geschreven taal
2
,(7) Herhaling
- Correcte uitingen drillen adhv visualisaties
- Ifv adequaat opslaan van verbale info & automatisatie
- Herhalen herhalen herhalen! gemakkelijker weg vinden naar wat kind talig nodig
heeft
(8) Nauwe samenwerking
- Ouders, school en logopedist (en andere hulpverleners) voorbeeld: aparte sessie
met ouders
- Niet gemakkelijk, maar hoe meer je het doet en hoe beter het loopt, hoe beter cliënt
vooruit gaat
- Ouders: co-therapeut i.f.v. transfer naar spontane taal
• Letten thuis op aangeleerde vaardigheden transfer naar spontane taal
bevorderen
- Open communicatie met de school i.f.v. transfer
- Leerkracht geeft huidige thema’s door, brieft moeilijkheden
- Logopedist geeft tips en brieft stand van zaken
3: Benaderingswijzen
(1) Therapeutisch gestuurd / clinical directed approach/ oefentherapie= wij als
therapeut bepalen wat we doen in therapie
- Therapeut stuurt de therapie, kiest doel, frequentie, bekrachtiging …
- Voordeel:
• Cliënt krijgt veel oefenmogelijkheden
• Binnen woordenschatuitbreiding: aanwijzen en benoemen van plaatjes
- Nadeel:
• Moeilijke transfer naar spontaan gebruik
• Veel oefenen kan tot verveling leiden waardoor therapie niet aanslaat
- Krijgt niet de voorkeur, maar soms is sturing even nodig
(2) Kindgericht / child centered approach/ communicatieve therapie= met spel;
therapeut kiest vooraf een doel en stemt dit af op noden van het kind
- Therapeut volgt initiatief van kind, stimuleert en verbaliseert communicatie, reageert
positief op elke communicatiepoging
- Taal toevoegen waar taal ontbreekt & reageren op elke poging tot communicatie
- Logo gaat adhv spelletjes en gesprekjes taalvaardigheid van cliënt versterken
• Rekening houden met 3 taalcomponenten (taalvorm-, inhoud- en taalgebruik)
• Functionele activiteiten vertrekken vanuit handeling & ervaring van cliënt
- Verloop:
• Doelstructuur- of woord afgestemd op noden en mogelijkheden van cliënt
kind bepaalt verder wat er gebeurt in communicatie of spel
• Logo wacht af, kijkt en luistert naar kind laat initiatief bij kind, volgt
initiatieven van kind, speelt mee en verbaliseert wat er gebeurt
• Logo vraagt niet uitdrukkelijk aan kind op bepaalde doelstructuur te uiten,
maar zal gekozen doelstructuur toepassen als situatie zich voordoet
Voorbeeld: logo kan recasting gebruiken uiting van cliënt in correcte vorm
herhaald wordt als bevestiging, vraag of ontkenning
- Logo kan werken adhv verschillende technieken voorbeeld: modelleren,
expanderen, corrigeren
- Ouders volgen therapie mee kunnen zelf deze handelingen achteraf herhalen
bevordert transfer
- Voordeel:
• Werkt het beste
3
, • Grote kans op transfer; cliënt kan geleerde meteen toepassen in eigen
leefwereld
• Kinderen met onzeker en timide karakter in veilige situatie tot spel en
communicatie kunnen komen volledig aansluiten bij interesse kind kind
krijgt niet gevoel onder druk te staan om taal te leren
- Nadeel: vraagt veel flexibiliteit van therapeut & kan zijn dat je niks van voorbereiding
kunt doen
Besluit:
- Beide vormen effectief
- Als therapeut leer je cliënt kennen & voel je aan welke van de 2 beter werken
- Ook mogelijk om binnen één sessie te variëren in mate van sturing afhv wat je wil
bereiken
(3) Hybride= tussenvorm, zowel therapeut- als cliëntgestuurd
Voorbeeld: werken aan gebruik tweewoordzin logo gebruikt woorden die kind al kent &
daarbij geen hoge eisen stellen aan conversatievaardigheden en communicatieve
functies
- Therapeut kiest afgebakend doel & selecteert activiteit en materiaal dat doelstructuur
natuurlijk uitlokt
- Therapeut focust op 1 doel andere taalaspecten blijven eenvoudig
- Voordeel: gemakkelijke generalisatie naar spontaan gebruik situatie manipuleren
en controleren zodat doel vaak aan bod komt
Examen: Hoe zou jij het aanpakken? Welke benaderingswijze? Welke oefeningen?
Metalinguïstische benadering= vanaf +7 jaar: inzetten metalinguïstische en
metacognitieve vaardigheden tijdens taaltherapie
- ‘Metalinguïstisch vaardig’: kunnen nadenken en reflecteren over taal, leren en kennis
Voorbeeld: plannen van taken, toepassen van strategieën om info goed te onthouden
- Belang: eigen taalgebruik & leergedrag aansturen en controleren
- Wat doen bij kind van 7:
1. Specifieke vormen en functies van taal demonstreren
2. In gesprek gaan over deze vormen en functies
3. Regel uitleggen (metaniveau)
4: Activiteiten
Concrete activiteiten bepaald door …
1. Benaderingswijze
2. Leeftijd kind
3. Vooropgestelde behandeldoelen
4. Voorkeur kind
(1) Samen spelen (speltherapie)
- Lijkt alsof je niet werkt
- Werkt motiverend
- Geen/ weinig druk opleggen aan cliënt boost om elkaar beter te leren kennen
- Natuurlijke, ontspannen setting
- Gemeenschappelijk plezier
- Vertrouwensband – nauw contact tussen cliënt en therapeut
- Kans op transfer groter aangezien ouders spel thuis op zelfde manier kunnen spelen
- Automatisch verschillende aspecten van taal aan bod:
• Taalinhoud: bepaalde woordenschat
• Taalvorm: bepaalde weerkerende zinsconstructies
4
1: Doel
= verbeteren van het functioneren in zijn totaliteit
- Vroegtijdige onderkenning & behandeling gevolgen op functioneren minimaliseren
• Zo niet: veel kostbare tijd gaat verloren
- Finale doel logopedische therapie met doelgroep TOS:
• ‘Beter communiceren’
• ‘Functioneel kunnen communiceren binnen de maatschappij’
• ‘Verstaanbaar zijn voor de omgeving’
• ‘Goed kunnen praten’
- Kinderen met TOS:
• Nood aan specifieke, intensieve therapie
• Specifieke hulpmiddelen zichzelf verstaanbaar leren maken in hun omgeving
- Hulpvraag komt vaak vanuit cliënt zelf, maar soms ook van buitenaf bv: ‘ik wil
mijn kind begrijpen’
• Vaak vanuit bezorgdheid van kind, ouders of instanties
• Als logopediste altijd kind bevragen ‘wat wil jij bereiken?’
- Uitgangspunt = ICF
• Gevolg: behandeling op methodische en systematische manier opbouwen
EBP centraal
• Je kan niet aan bredere hulpverlening beginnen zonder ICF
• Denk aan hulpvraag!
o Om de zoveel tijd ICF-model bekijken en aanpassen indien nodig
‘Nog steeds relevant? Dezelfde hulpvraag?’
- Behandelplan maken obv taalvaardigheden, communicatie, persoonlijke factoren en
omgevingsfactoren
Taalvertraging VS taalstoornis
Obv hulpvraag kan je niet nagaan of het gaat over taalstoornis of taalvertraging
Aanpak in therapie van beide stoornissen verschilt
Taalvertraging= van voorbijgaande aard, kunnen achterstand inhalen
- Onderdompelen met vele talige input (bv gespreksvaardigheden) taalbad!
Voorbeeld: naar supermarkt gaan en alle soorten groenten aanbieden
- Zeer regelmatig aanbieden van rijk en gevarieerd taalaanbod om de achterstand
in te halen
Verstoorde taalontwikkeling (TOS)= verborgen stoornis, niet onmiddellijk zichtbaar
zoals bij fysieke beperking; ontwikkelingsstoornis (aangeboren) waarvan ze hun
achterstand nooit kunnen inhalen
- Bepaalde vaardigheden aanleren sterker worden in bepaalde vaardigheden
- Vertraging: geen taalbad aanbieden (anders verdrinken ze in hoeveelheid talige
input)
• Maar: kloof met leeftijdsgenoten zal er altijd zijn
- Hoe: gebruik maken van gereduceerd taalaanbod
• Woordenschat beperken
• Eenvoudige, korte zinnen & ondubbelzinnige taal
• Trager spreektempo
• Herhalen van uitingen
• Lange zinnen opdelen in korte uitingen
• Grenzen tussen woord- of accentgroepen duidelijk laten horen via pauzes en
intonatie in functie van een vlottere auditieve verwerking voorbeeld: We /
gaan / een oefening / maken
2: Principes die constant aan bod komen tijdens therapie
(1) Werken aan probleembesef
1
,- Wat is juist? Wat is fout? voorbeeld: ‘Koe gras eet.’
• Kinderen met TOS horen vaak verschil tss correct – niet correct woord/ zin niet
- Foutieve en correct uiting naast elkaar leggen logopedist toont én verklaart het
verschil kind kan duidelijk zien wat verschillen zijn
voorbeeld: appel peer beide fruit, maar waar zit het verschil? kleur, vorm, …
- Gevolg:
• Klein stukje van psychoeducatie opnemen
• Probleembesef en metalinguïstisch bewustzijn vergroot
• Kans op verbetering stijgt
(2) Geïntegreerde aanpak van alle taalcomponenten
- Wat aan bod komt in therapie afhv taalprofiel van kind
- Vaak geïntegreerde aanpak nodig taalcomponenten integreren in oefeningen
- Taalbegrip taalproductie
- Problemen op vlak van …
• Taalvorm auditieve vaardigheden, fonologie en morfosyntaxis
• Taalinhoud taalbegrip, semantiek, taalpragmatiek en lexicon
• Taalgebruik pragmatiek
(3) Aandacht voor auditieve perceptie
- Taal komt binnen via auditieve kanaal belangrijk voor verwerking extra aandacht
voor auditieve perceptie = luisterhouding
- Geen gehoorstoornis, maar toch lijkt het alsof ze het auditieve niet alles opvangen
- Vorm van hoortraining, voorloper van taaltherapie
- Dus: goede luisterhouding is de basis voor therapie
- Inoefenen van:
• auditieve vaardigheden (waarneming, geheugen, sequentiëren)
• fonologisch & fonemisch BWZ (auditieve analyse & synthese)
(4) Versterken van innerlijke taal
- TOS: gebrek van innerlijke taal voorbeeld: in hoofd ‘ik ga op vakantie naar zon, wat
heb ik nodig?’ lijstje maken van dingen in hoofd
- Koppelen taal – actie
- Acties, gevoelens, gedachten, ideeën en strategieën te verwoorden kind leert eigen
handelen beter plannen en sturen
- Functie logopedist: tolkt wat kind beleeft, voelt, doet en stimuleert zelfstandigheid
- Hulpmiddel: zelfinstructiemethode van Meichenbaum
(5) Preteaching
Preteaching= tijdens therapie voorbereiden wat er in de klas/thuis aan bod zal komen
Voorbeeld: logo selecteert woordenschat toejomstig thema kind kan sneller volgen in
de klas
- Aantal zaken voorspelbaar maken met taal zodat kind begrijpt wat er gaat komen
- Doel: voorsprong geven in functie van het verhogen van de betrokkenheid, leerkans
en transfer
- Gaat vaak over schoolsgerelateerde zaken, maar kan ook over andere zaken gaan
- Gevolg:
• Bevordert transfer
• Bevordert betrokkenheid
• Bevordert leerkansen
(6) Visuele ondersteuning
- Kinderen met TOS vaak visueel sterker dan auditief visueel goed compenseren,
koppeling maken en versterken
- Gevolg: taal multisensorieel aansturen via meerdere kanalen (visueel, adutitief,
tactiel, …)
- Koppelen aan bv concreet materiaal, prenten, foto’s, tekeningen, pictogrammen,
geschreven taal
2
,(7) Herhaling
- Correcte uitingen drillen adhv visualisaties
- Ifv adequaat opslaan van verbale info & automatisatie
- Herhalen herhalen herhalen! gemakkelijker weg vinden naar wat kind talig nodig
heeft
(8) Nauwe samenwerking
- Ouders, school en logopedist (en andere hulpverleners) voorbeeld: aparte sessie
met ouders
- Niet gemakkelijk, maar hoe meer je het doet en hoe beter het loopt, hoe beter cliënt
vooruit gaat
- Ouders: co-therapeut i.f.v. transfer naar spontane taal
• Letten thuis op aangeleerde vaardigheden transfer naar spontane taal
bevorderen
- Open communicatie met de school i.f.v. transfer
- Leerkracht geeft huidige thema’s door, brieft moeilijkheden
- Logopedist geeft tips en brieft stand van zaken
3: Benaderingswijzen
(1) Therapeutisch gestuurd / clinical directed approach/ oefentherapie= wij als
therapeut bepalen wat we doen in therapie
- Therapeut stuurt de therapie, kiest doel, frequentie, bekrachtiging …
- Voordeel:
• Cliënt krijgt veel oefenmogelijkheden
• Binnen woordenschatuitbreiding: aanwijzen en benoemen van plaatjes
- Nadeel:
• Moeilijke transfer naar spontaan gebruik
• Veel oefenen kan tot verveling leiden waardoor therapie niet aanslaat
- Krijgt niet de voorkeur, maar soms is sturing even nodig
(2) Kindgericht / child centered approach/ communicatieve therapie= met spel;
therapeut kiest vooraf een doel en stemt dit af op noden van het kind
- Therapeut volgt initiatief van kind, stimuleert en verbaliseert communicatie, reageert
positief op elke communicatiepoging
- Taal toevoegen waar taal ontbreekt & reageren op elke poging tot communicatie
- Logo gaat adhv spelletjes en gesprekjes taalvaardigheid van cliënt versterken
• Rekening houden met 3 taalcomponenten (taalvorm-, inhoud- en taalgebruik)
• Functionele activiteiten vertrekken vanuit handeling & ervaring van cliënt
- Verloop:
• Doelstructuur- of woord afgestemd op noden en mogelijkheden van cliënt
kind bepaalt verder wat er gebeurt in communicatie of spel
• Logo wacht af, kijkt en luistert naar kind laat initiatief bij kind, volgt
initiatieven van kind, speelt mee en verbaliseert wat er gebeurt
• Logo vraagt niet uitdrukkelijk aan kind op bepaalde doelstructuur te uiten,
maar zal gekozen doelstructuur toepassen als situatie zich voordoet
Voorbeeld: logo kan recasting gebruiken uiting van cliënt in correcte vorm
herhaald wordt als bevestiging, vraag of ontkenning
- Logo kan werken adhv verschillende technieken voorbeeld: modelleren,
expanderen, corrigeren
- Ouders volgen therapie mee kunnen zelf deze handelingen achteraf herhalen
bevordert transfer
- Voordeel:
• Werkt het beste
3
, • Grote kans op transfer; cliënt kan geleerde meteen toepassen in eigen
leefwereld
• Kinderen met onzeker en timide karakter in veilige situatie tot spel en
communicatie kunnen komen volledig aansluiten bij interesse kind kind
krijgt niet gevoel onder druk te staan om taal te leren
- Nadeel: vraagt veel flexibiliteit van therapeut & kan zijn dat je niks van voorbereiding
kunt doen
Besluit:
- Beide vormen effectief
- Als therapeut leer je cliënt kennen & voel je aan welke van de 2 beter werken
- Ook mogelijk om binnen één sessie te variëren in mate van sturing afhv wat je wil
bereiken
(3) Hybride= tussenvorm, zowel therapeut- als cliëntgestuurd
Voorbeeld: werken aan gebruik tweewoordzin logo gebruikt woorden die kind al kent &
daarbij geen hoge eisen stellen aan conversatievaardigheden en communicatieve
functies
- Therapeut kiest afgebakend doel & selecteert activiteit en materiaal dat doelstructuur
natuurlijk uitlokt
- Therapeut focust op 1 doel andere taalaspecten blijven eenvoudig
- Voordeel: gemakkelijke generalisatie naar spontaan gebruik situatie manipuleren
en controleren zodat doel vaak aan bod komt
Examen: Hoe zou jij het aanpakken? Welke benaderingswijze? Welke oefeningen?
Metalinguïstische benadering= vanaf +7 jaar: inzetten metalinguïstische en
metacognitieve vaardigheden tijdens taaltherapie
- ‘Metalinguïstisch vaardig’: kunnen nadenken en reflecteren over taal, leren en kennis
Voorbeeld: plannen van taken, toepassen van strategieën om info goed te onthouden
- Belang: eigen taalgebruik & leergedrag aansturen en controleren
- Wat doen bij kind van 7:
1. Specifieke vormen en functies van taal demonstreren
2. In gesprek gaan over deze vormen en functies
3. Regel uitleggen (metaniveau)
4: Activiteiten
Concrete activiteiten bepaald door …
1. Benaderingswijze
2. Leeftijd kind
3. Vooropgestelde behandeldoelen
4. Voorkeur kind
(1) Samen spelen (speltherapie)
- Lijkt alsof je niet werkt
- Werkt motiverend
- Geen/ weinig druk opleggen aan cliënt boost om elkaar beter te leren kennen
- Natuurlijke, ontspannen setting
- Gemeenschappelijk plezier
- Vertrouwensband – nauw contact tussen cliënt en therapeut
- Kans op transfer groter aangezien ouders spel thuis op zelfde manier kunnen spelen
- Automatisch verschillende aspecten van taal aan bod:
• Taalinhoud: bepaalde woordenschat
• Taalvorm: bepaalde weerkerende zinsconstructies
4