Een definitie van psychologie
Psychologie = een wetenschap waarbij het gedrag bestudeerd wordt & waarbij de gedragsevidentie
gebruikt wordt om de interne processen te begrijpen die aan dat gedrag ten grondslag liggen
Psychologen proberen menselijk gedrag begrijpen
➔ Gedrag + invloed door gebeurtenissen in omgeving observeren
➔ Observeren & meten + theorieën opstellen over interne & deels onzichtbare processen &
motieven aan grondslag
➔ Systematische observatie meetbare kenmerken (gedrag) → inzicht krijgen in niet
rechtstreeks observeerbare processen (interne processen)
➔ Wat eerst niet waarneembaar is, kan dat later wel worden → vooruitgang psychologie
➔ Nauwkeuriger registreren
➔ Betere technieken & methoden
➔ Beter weten waarnaar kijken: goed inzicht in onzichtbare
processen → voorspellen wat men onder bepaalde
omstandigheden zou moeten vaststellen
Psychologie = oud onderwerp → altijd al afgevraagd hoe geest werkt & waardoor gedrag bepaald
Hermann Ebbinghaus
▪ 1 van pioniers psychologie
▪ Grootste werk: Über das Gedächtnis (1885)
Ontwikkelingen die de psychologie mogelijk gemaakt hebben
Rede, intuïtie en geloof
Filosofie in het Oude Griekenland
Klassieke oudheid: eerste invloedrijke geschriften in westerse wereld over functioneren mens
Griekse filosofen: Plato & Aristoteles
▪ Nadenken op intuïtieve manier (niet-wetenschappelijk)
▪ Vragen over universum & plaats mens erin
▪ Antwoorden: oorsprong binnenin mens
▪ Mensen = enige wezens met rede → mogelijk om realiteit begrijpen (op manier voor dieren
onmogelijk)
Plato (428-347 v.C.)
▪ Onderscheid: ware, onzichtbare wereld van onveranderlijke, ideale vormen – zichtbare,
veranderlijke wereld rondom ons = onvolmaakte afspiegeling ware wereld
▪ Menselijke ziel: deel ware, ideale wereld
▪ Tijdelijk in lichaam
▪ Na dood: terugkeer naar kosmos
▪ Kennis van ideale wereld → mens: toegang krijgen tot kennis door gebruik rede
▪ Observatie: minder belangrijk → enkel toegang tot zichtbare, continu veranderende
wereld, waarin ook dieren leefden
▪ Echte kennis: voorkomen uit menselijke geest
▪ Wiskunde: hoogste vorm wijsheid → getallen onveranderlijk, mogelijk zonder referentie
naar concrete, zichtbare wereld
1
,Aristoteles (384-322 v.C.)
▪ Meer belang observatie, maar ware kennis niet op observatie gebaseerd
▪ Echte kennis hebben → vertrekken vanuit onwrikbare uitgangspunten (axioma’s)
▪ Door menselijke ziel intuïtief herkend als zelfevident
▪ Dat herkennen = ‘demonstratie’
➔ Rest kennis hieruit afleiden met behulp menselijke rede
▪ Wiskunde: ideale wetenschap, vooral meetkunde: alle kennis over ruimtes afgeleid vanuit
klein aantal axioma’s
▪ Tabula rasa: mens geboren als leeg blad waarop alle ervaringen getekend worden
Socrates
Geheugen als een vogelkooi
▪ Verwerving: vogels vangen & in kooi stoppen
▪ Ophalen: juiste vogel proberen pakken (makkelijk – moeilijk)
▪ Foute herinnering: per ongeluk verkeerde vogel grijpen
▪ Kennis ↔ bezit: kennis wel bezitten (vogel in kooi), niet altijd paraat (vogel niet in hand)
De rooms-katholieke kerk
Na val Romeinse Rijk: rooms-katholieke Kerk = belangrijkste hoeder kennis in westerse wereld
▪ Geschriften Plato & Aristoteles vertaald in kerkelijke leer
▪ Plato: wereld van onveranderlijke, ideale vormen waaruit ziel kwam => hemel
➔ Geloofswaarden primair → ziel niet aards
▪ Aristoteles: demonstraties => goddelijke ingevingen
▪ God garant voor waarheid → geschriften kerkvaders = meest belangrijke vorm informatie
▪ Overtuiging dat mensheid veel kennis verloren → echte geleerden op zoek naar oude
geschriften (aanvankelijk verband met verdrijving Adam & Eva uit aardse paradijs)
▪ Renaissance: echt op zoek naar oude Griekse handschriften & islamitische commentaren
erop => veel uitgebreider dan wat overgebleven in westerse wereld na middeleeuwen
De wetenschappelijke revolutie
Een nieuwe manier van denken
Overtuiging Grieken & katholieke Kerk: ware kennis = gebaseerd op nadenken, intuïtief aanvoelen
& goddelijke ingevingen → terugvinden in alle beschavingen, los van elkaar ontwikkeld →
spontaan ontstaan
16e-17e eeuw in Europa: andere manier kennisvergaring: ware kennis gebaseerd op systematische
observatie & actief ingrijpen in wereld => inzicht = wetenschappelijke revolutie
➔ Factoren bij ontstaan wetenschappelijke revolutie in Europa
▪ Verminderde macht rooms-katholieke kerk (reformatie)
▪ Herwaardering handel & handenarbeid (daarvoor: geleerden deden niets anders
dan lezen, schrijven & bidden)
▪ Uitvinding boekdrukkunst (vlugger verspreiden informatie, niet meer overschrijven
manuscripten)
▪ Ontdekkingsreizen
▪ Confrontatie westerse wereld met islamitische & Chinese beschavingen
▪ Oprichting universiteiten
▪ Periode van relatieve welvaart
2
,De copernicaanse revolutie
Belangrijke katalysator wetenschappelijke revolutie: kalender klopt niet
▪ Juliaanse kalender (door Julius Caesar): 365 dagen & schrikkeljaar om 4 jaar →
onderschat lengte jaar met 11 minuten
▪ 16e eeuw: nauwkeurigere gregoriaanse kalander (sprong van 11 dagen vooruit)
▪ Belangrijk axioma ter discussie: ‘demonstratie’ dat aarde stilstond in centrum universum
Nicolas Copernicus (1473-1543)
▪ Pools-Duitse geleerde
▪ 1514: beweging heelal beter begrijpen wanneer men uitgaat dat niet alle hemellichamen
rond aarde, maar rond zon draaien → gepubliceerd in jaar van dood
▪ Inzichten blijven grotendeels hypothetisch
Galileo Galilei (1564-1642)
▪ 1632: boek waarin copernicaanse model verdedigd & met reeks nieuwe observaties
onderbouwt
▪ Nieuwe observaties mogelijk door uitvinding telescoop
Isaac Newton (1643-1727)
▪ Inzichten Galilei verder uitgewerkt
▪ Bewegingen planeten rond zon beschrijven met aantal relatief eenvoudige wiskundige
formules
▪ Wetten Newton => beginpunt fysica
Copernicaanse revolutie = inzicht dat aarde niet het centrum vormde van het heelal
➔ Geocentrisme → heliocentrisme
Nieuwe kennis komt voort uit observatie en experimenten, niet uit het bestuderen
van oude meesters
▪ Overtuiging: kennis nog te ontdekken (↔ herontdekken)
▪ Ontdekkingen volgen niet altijd uit passief observeren, maar actief ingrijpen op
fenomenen → ‘experimenteren’ & gevolgen experimenten bestuderen
▪ Nieuwe ‘mannen van de wetenschap’: machines bouwen & onderzoek over allerhande
substanties & levende wezens
➔ Ingrijpende maatschappelijke veranderingen (industriële revolutie & uittocht
platteland → stad) & grotere welvaart gehele bevolking (+ algemeen verplichte
onderwijs)
De groeiende macht van de wetenschappen en het ontstaan van twee
culturen
Wetenschap en macht
▪ Wetenschappelijke benadering beter aansluiten bij minder dogmatische (vasthoudend
aan regels) protestantisme → ontwikkelingen groter in landen grotendeels onttrokken van
invloed rooms-katholieke Kerk
▪ Nieuwe ontdekking boden belangrijke voordelen → invloed eerste landen groeide →
prestige nieuwe wetenschappen
3
, De twee culturen
Volgens Snow vormden 2 aparte culturen
▪ Klassieke, humanistische cultuur
▪ Nieuwe, natuurwetenschappelijke cultuur
➔ Spanning tot vandaag: onderscheid alfawetenschappen (geesteswetenschappen) –
bètawetenschappen (natuurwetenschappen)
➔ Volgens Snow: weinig contact & weten weinig van elkaar
➔ Tegengestelde opvatting over wat belangrijk (bestuderen & uitbreiden bestaande cultuur
& kunst ↔ volledige samenleving heringericht op basis wetenschappelijke inzichten)
De toepassing van de wetenschappelijke methode op het menselijke
functioneren
Wetenschappelijk onderzoek afhankelijk van goede observaties → vragen over mogelijkheden /
beperkingen menselijke waarnemingen: niet altijd alles meteen & gedetailleerd waarnemen →
natuurwetenschappelijke studies over menselijke functioneren
De persoonlijke fout
Ene persoon meer tijd voor verwerken informatie dan andere → werken met ‘persoonlijke fout’ (&
ontwikkeling apparatuur om metingen juister te maken)
De snelheid van informatietransmissie in de zenuwen
Hermann von Helmholtz (1821-1894)
▪ Duitse fysioloog
▪ Snelheid zenuwimpulsen in zenuwvezels meten
▪ Voordien: snelheid = oneindig, alle informatie overal & altijd meteen beschikbaar
▪ Snelheid informatieoverdracht bepalen: 30 m/s (niet oneindig groot)
Het onderzoek van Donders
Onderzoek von Helmholtz uitgebreid door
Franciscus Cornelis Donders (1818-1889)
▪ Nederlandse oogarts
▪ Nagaan hoeveel tijd oplossen eenvoudige taken
▪ Alle mentale handelingen: zeker verwerkingstijd nodig → ‘fysiologische tijd’ mentale
processen meetbaar?
➔ Experiment: 3 condities, in elke conditie: geluiden aangeboden als stimulus (ka,
ke, ki, ko & ku)
1. Steeds dezelfde stimulus, proefpersoon zo snel mogelijk herhalen => a-
reactie (= eenzelfde reactie op steeds dezelfde stimulus)
2. 5 lettergrepen door elkaar, zo snel mogelijk herhalen => b-reactie:
discriminatie (stimulus) & keuze (antwoord)
3. Alle lettergrepen aangeboden, maar 1 stimulus herhalen => c-reactie:
discriminatie stimulus
➔ Apparaat ontwikkeld: tijd meten tussen aanbieden stimulus & antwoord
➔ Gemiddelde snelheid per conditie → tijd voor discriminatie stimulus & tijd voor
keuze antwoord berekenen
➔ Begin mentale chronometrie = techniek waarbij men de psychologische
processen in informatieverwerking probeert te achterhalen door te kijken naar de
reactietijd die mensen nodig hebben om bepaalde taken uit te voeren
4