Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 90 pages
Summary

Complete samenvatting fysiologie & pathofysiologie II (ruim geslaagd)

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 90 pages

Met deze samenvatting behaalde ik een score van 15/20. Alles uit de lessen wordt hierin beschreven. De perfecte samenvatting dus om te slagen voor dit vak.

Content preview

1. DE WATERBALANS
Samenvatting · Fysiologie II & Pathofysiologie II

Kerngedachte: Het lichaam bestaat voor ±70% uit water. De waterbalans is een homeoretisch proces
(evenwicht dat zich aanpast aan de situatie, bv. sporter vs. niet-sporter) en is het evenwicht tussen
wateropname en waterverlies. De nier en het hormoon ADH staan centraal in de regulatie.


1. Het begrip waterbalans in de praktijk

Wateropname
• Drinken en eten (voeding bevat water).
• Blikvoeding bevat veel meer water dan brokken → kan een dier in een positieve waterbalans
duwen (je kan een dier niet dwingen te drinken).
• Reden voor positieve balans bij gezelschapsdieren: risico op nier-/blaasstenen bij te weinig
wateropname.
• Runderen/paarden: gras = veel water. Bij opstallen (november) → over op stro/hooi → minder
water → risico op obstipatie. In het voorjaar terug naar de weide → sterke switch in water- én
voedingsbalans (gras = veel eiwit/suiker).

Waterverlies
Gecontroleerd waterverlies — via de nier (continu geregeld via ADH).
• Stijgt de osmolariteit boven het setpoint van 300 mOsm/L, dan wordt ADH geproduceerd → meer
water uit het primaire filtraat terug naar het bloed → geconcentreerdere urine.
Ongecontroleerd waterverlies (dier heeft geen controle — de grootste praktijkuitdaging):
• Diarree — zwaar verlies; erger bij jonge dieren (ongetrainde feedback, weinig vetreserve, drinken
niet uit bak). Infecties tasten de darmvilli aan (±1 week herstel) → sonderen/orale route dan géén
goede keuze.
• Zweten — een paard verliest 10–15 L/u (isotoon verlies). Circulerend bloedvolume = 10% van
lichaamsgewicht (500 kg paard ≈ 50 L). Hond in warme auto: tot 1 L/24u → grote impact bij 15 kg
hond (±1,5 L bloed).
• Primitieve nieren (kip): nier = 70% cortex / 30% medulla → weinig waterresorptie → slecht
bestand tegen waterschaarste (bv. coccidiose).
• Polyurie/polydipsie — veel plassen én drinken is meestal slecht nieuws, behalve psychogene
polydipsie (bv. verlatingsangst).
• Braken — belangrijk verlies, zeker mét diarree (bv. parvovirose: bloederige diarree + braken). Let
op: een paard kan niet braken.
Occult (verborgen) ongecontroleerd verlies — vocht dat niet meer deelneemt aan het metabolisme:
• Reflux bij het paard (ileus / stilvallen darm): lever (10–15 L/dag) en pancreas (50 L/dag) blijven
sap produceren; bij stilstaande dunne darm lopen de sappen terug in de maag (capaciteit 7–8 L,
max 15–20 L) → scheurgevaar = fataal. Niet sonderen = beroepsfout.
• Beginnende colitis (ontsteking dikke darm): geen duidelijke koliek, wel anorexie/koorts; veel
vocht vastgehouden in de dikke darm.


1. De waterbalans 1

, WEETJE
Vet bevat weinig water, maar bij vetverbranding ontstaat CO₂ + H₂O. — 70% van het aardoppervlak
is water, waarvan slechts 5% zoetwater.


2. Vochtcompartimenten
Het lichaamswater zit in 2 compartimenten — beeld: een “Goliath” (groot) en een “David” (klein)
compartiment.

Compartiment Aandeel Onderverdeling
Intracellulair (Goliath) 2/3 van het Vocht in de cellen — niet rechtstreeks
lichaamswater benaderbaar
Extracellulair (David) 1/3 van het Interstitium (50%) + bloedstroom (50%)
lichaamswater


Belangrijk voor infuustherapie: je werkt enkel op de bloedstroom = de helft van het kleine
compartiment. Via osmose beïnvloed je ook het grote compartiment, maar dat kost veel tijd.
Intracellulair vocht kan je niet meten → je gebruikt bloedstalen als controle.

ONTHOUDEN — SET-POINT & OSMOSE
Het lichaam regelt de extracellulaire osmolariteit op een set-point van 300 mOsm/L; het
intracellulaire compartiment volgt spontaan via osmose (water gaat van lage → hoge osmolariteit),
maar traag.

SURVIVAL-REGEL VAN 3 (ALLE DIERSOORTEN)
3 minuten zonder zuurstof · 3 dagen zonder drinken · 3 weken zonder eten.


3. Vochtverlies dat de beschermingsmechanismen omzeilt
Twee verliesvormen veranderen de osmolariteit niet → de osmosensoren slaan geen alarm, hoewel
het dier in een negatieve balans gaat. (Examenstof!)

Isotoon vochtverlies
Bv. een profuus zwetend paard: het zweet bevat véél ionen → osmolariteit blijft gelijk → geen
dorstgevoel, alarmsystemen niet getriggerd.

Hemorrhagie (interne bloeding)
Bv. hond met miltscheur. Bloed is iso-osmotisch, dus de osmosensoren reageren niet. ADH komt hier
pas op gang bij verlies van 10–20% van het bloedvolume — niet via osmosensoren, maar via de
barosensoren (bloeddrukdaling).

DOGMA
Bij verlies van 10% van het bloedvolume → syncope (flauwvallen).




1. De waterbalans 2

,4. Werking van ADH (antidiuretisch hormoon)
Synoniemen: Vasopressine / AVP (arginine vasopressine). ADH maakt deel uit van het RAAS-systeem.

Productieroute
1. De osmosensoren in de hypothalamus 'proeven' continu de osmolariteit.
2. Bij stijging ruim boven 300 mOsm/L geven ze opdracht aan de supra-optische en
paraventriculaire kernen.
3. ADH gaat via zenuwbanen (niet via bloedvaten door de steel) naar de neurohypofyse
(achterkwab) en wordt daar als neurotransmitter vrijgesteld in de systemische circulatie.
Hypofyse-anatomie: rust in de sella turcica; 3 delen — pars anterior (voorkwab), pars intermedia,
neurohypofyse (achterkwab). Hypothalamus maakt ook dopamine (= prolactine-inhibiting factor),
serotonine en oxytocine.
ADH werkt op 3 target points
Target Effect Receptor
Nier Aquaporines (AQP-2) inbouwen in distale tubulus + verzamelbuis V2
→ meer water terug; verzamelbuis doorlaatbaar voor ureum (bij
extreem negatieve balans)
Bloedvaten Vasoconstrictie arteriolen (incl. afferente arteriolen nefron) → V1
bloeddruk ↑; start ook RAAS op
Gedrag Induceert dorstgevoel —


Triggers voor ADH-secretie
1. Osmoreceptoren in de hypothalamus (hoge plasma-osmolariteit) — belangrijkste trigger.
2. Baroreceptoren in a. carotis en aorta (lage bloeddruk) — zwakker/trager.
3. Strekreceptoren in de atria (bv. verlies 15–20% bloedvolume).
4. Misselijkheid en braken (centra dicht bij hypothalamus).
5. Angiotensine II (deel RAAS) → vicieuze cirkel.
6. Activatie sympaticus (±15 min na start sporten al drang om te drinken) — belangrijk.

EXAMENSTOF — OSMOLARITEIT VS. VOLUME
Veranderingen in plasma-osmolariteit zijn een veel sterkere trigger dan veranderingen in
volume/bloeddruk.
ADH-secretie start al vanaf 310 mOsm/L; dorst pas vanaf 320 mOsm/L (lichaam schakelt dorst pas in
als het écht nodig is).

Moleculair mechanisme in de niercel
ADH bindt op receptor → adenylaatcyclase actief → cAMP ↑ → proteïnekinase A → fosforylering van
vesikels onder de apicale membraan → inbouw als AQP-2 in de apicale membraan (water in). Aan de
basolaterale zijde zorgen AQP-3 en AQP-4 voor doorvoer naar het bloed (ADH-onafhankelijk). Bij lage
ADH: endocytose van de aquaporines.




1. De waterbalans 3

, Diabetes insipidus (niets met insuline — wel met ADH)
• Centraal: te weinig ADH-productie in hypothalamus (bv. encefalitis, trombose, tumor).
• Nefrogeen: V2-receptoren werken niet → exogeen ADH toedienen helpt NIET (bv. auto-immuun).

PRAKTIJK — DOE DIT NOOIT
Geef nooit de opdracht om zout aan het drinkwater toe te voegen om een kat met urethra-calculi
meer te laten drinken. (Op de voeding mag wel.)


5. De nier-drempelwaarde (threshold) & glucosurie
De proximale tubulus haalt 65% van het primaire filtraat terug (veel mitochondriën). Door de
glomerulusfilter gaat alles, behalve RBC, WBC, bloedplaatjes en eiwitten > 50 kDa.
• Albumine (50–70 kDa) zorgt voor de colloïd-osmotische druk (houdt water in het bloed).
Albumine in de urine = meestal slecht nieuws (tijdelijk mogelijk bij stress/dracht).
Na⁺-K⁺-ATPase & co-transport
Aan de interstitiële zijde pompen Na⁺-K⁺-ATPase-pompen (ATP-verbruikend) K⁺ in de cel en Na⁺ eruit.
Daardoor stroomt luminaal Na⁺ de cel binnen en sleurt — via co-transporters — aminozuren en glucose
mee (tegen hun gradiënt in). Glucose verlaat de cel passief via het GLUT2-kanaal naar het interstitium.

Threshold & glucosurie
De glucose-co-transporters kunnen verzadigen → er is een plafond aan resorbeerbare glucose = de
nierdrempelwaarde (threshold). Bij de mens treedt glucosurie op bij plasmaglucose > 160–180 mg/dL.
Glucose is osmotisch zeer actief → sleurt water + ionen mee. Langdurige glucosurie → “ionaire
woestijn” (Na⁺, K⁺, Mg²⁺ … verloren). Oorzaken: langdurig alcoholgebruik, ongecontroleerde diabetes
type I, premature veulens (geen glucosebolus geven boven de threshold!).

PRAKTIJKVOORBEELD — ALCOHOL
Veel suiker + alcohol → glucosurie → constant plassen. Alcohol “verdooft” de osmosensoren →
geen alarm voor de negatieve balans. Kater = circulerend ethanol + uitgedroogde hersenvliezen;
braken (ethanol-toxiciteit) → dorst → ADH. → Rehydrateer met iso-osmotische dranken.

MOGELIJKE EXAMENVRAGEN
Wat bepaalt de hellingscoëfficiënt van de rode (filtratie)stippellijn?
Wat gebeurt er met Na⁺ (bij overschrijden van de threshold)?




1. De waterbalans 4

Document information

Study
Uploaded on
August 2, 2026
Number of pages
90
Written in
2026/2027
Type
Summary
$16.68

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
2
Followers
0
Items
12
Last sold
1 month ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions