Cardiovasculaire fysiologie
Inleiding
Hoofdzakelijk problemen in hoge drukststeem van het hart
Linker hartgedeelte = hoge druksysteem pompt bloed in aorta
Einde van atriale diastole gaat gepaard met einde ventriculaire systole
Functies cardiovasculair systeem
Transport van zuurstof, nutriënten en hormonen
Thermoregulatie
Rol in immuniteit
Regulatie homeostase: bloeddruk, pH, RAAS-systeem, orthostatisch
systeem (gebaseerd op druksensoren gelegen in slagaders en aortaboog),
…
Afvoer overtollig vocht door connectie met lymfevaten
De bloedsomloop
Kleine circulatie = van hart naar longen en terug naar hart
Grote circulatie = van hart naar alle weefsels en terug naar hart
Bloed van linkeratrium naar linkerventrikel mbv mitraalklep
Bloed van linkerventrikel naar aorta mbv aortaklep
Bloed van rechteratrium naar rechterventrikel mbv tricuspidaalklep
Bloed van rechterventrikel naar truncus pulmonalis mbv pulmonaalklep
Dier met necrotisch stuk darm
o Darm volledig doorlaatbaar waardoor microbioom in buikholte
terechtkomt
Peritoneum absorbeert dit en brengt dit terug in systemische
circulatie
Bij deze patiënten wordt poortadersysteem niet gebruikt
Onderdruk = druk die heerst op moment dat ventrikel aan het vullen is
(ventriculaire diastole)
Bovendruk = druk die heerst in slagaders op moment dat linkerventrikel
bloed in aorta pompt (ventriculaire systole)
Linker vs rechterventrikel
Druk linkerventrikel = 120 mmHg
Druk rechcterventrikel = 30 mmHg
Druk in atria volledige hartcyclus laag: 5-10 mmHg
, Mitraalklep sluit bij ventriculaire systole en atriale diastole
o Indien lekkage in mitraalklep krijgt linkerventrikel meer bloed dan
gewoonlijk
linkerventrikel pompt meer bloed naar aorta hypertrofie
linkerventrikel interventriculair septum puilt nog meer richting
rechterventrikel hart-decompensatie waardoor spier dun wordt en
gaat dilateren hart trekt nog samen maar niet meer juiste kracht
om bloed in aorta te pompen = hartfalen
Wat als hoge en lage druk circulatie niet gescheiden
zijn?
Bij auscultatie gezond hard 2 belangrijke harttonen: S1 en S2 = lub-dub
o S1 = lub = eerste harttoon
Sluiten van de mitraalkleppen op moment dat linkerventrikel
in contractie gaat (moet enorme drukopbouw creëren, van 0
naar 120 mmHg)
Sluiten van de mitraalklep gaat gepaard met trillingen (te
horen met stethoscoop)
o S2 = dub = tweede harttoon
Sluiten van de aortaklep (op dat moment is linkerventrikel
leeg waardoor onderdruk ontstaat en bloed in aorta neiging
heeft om terug naar linkerventrikel te gaan sluiten van
aortaklep vermijdt dit)
o Tijd tussen lub-dub zeer kort
o Tijd tussen volgende lub-dub duurt langst = ventriculaire diastole
In deze periode nog 2 harttonen te horen: S3 en S4
Indien interventriculair septumdefect bloed van linkerventrikel (hoge
druksysteem) naar rechterventrikel (lage druksysteem)
o Zorgt voor ontstaan van trillingen tijdens systole, maw tussen de
lub-dub
o Trillingen zullen grootst zijn bij een klein gat en dus veel lawaai
o Interventriculair septumdefect kan ook opgespoord worden bij
foetus in de baarmoeder
Embryonale circulatie
o Geen functionerend maagdarmstelsel
o Longen nemen geen deel aan zuurstofvoorziening van het bloed
o Foetus gevoed via v. umbilicalis dat zuurstofrijke en met nutriënten
beladen bloed van moeder naar foetus brengt
Zuurstofrijk bloed komt toe in rechteratrium slechts 7% van
dit bloed naar longen gestuurd om te groeien en ontwikkelen
o Foramen ovale = opening in atriaal septum
Indien foramen ovale niet gesloten na geboorte souffle
tussen S1 en S2 bij ausculatie
, Op moment dat atria zich vullen, gaat bloed
linkeratrium naar rechteratrium veneuze retour kan
niet vlot gebeuren waardoor jugulairvenen opzetten =
congestie van de veneuze retourcirculatie = hét
kenmerk van rechter hartfalen
o Hoge druk circulatie aan rechterkant doordat rechterkant
zuurstofrijke bloed ontvangt van de moeder indien opening in
interventriculair septum loopt bloed van rechter- naar linkerventrikel
o Ductus van Botalli = shunt tussen truncus pulmonalis en aorta
Ligging van het hart
Pericard
Beschermt hart
Bestaat uit 2 bladen
o Buitenste blad = fibreus
o Binnenste blad = sereus bestaat ook uit 2 delen
Pariëtaal blad
Visceraal blad
Tussen beide bladen zit vloeistof zorgt ervoor dat
pompfunctie hart gesmeerd blijft tov omgeving
Indien hartzakje overvuld geraakt
o Belemmert het hart
o Veneuze retourcirculatie kan verstoord zijn opgezette
jugulairvenen
Opgezette jugulairvenen moeilijk te zien bij kleine huisdieren
door korte hals en dikke vacht via RX kijken of lever is
opgezet (lever ook moeilijkheden met afvoeren bloed richting
hart)
Indien hartzakje vastgroeit aan hart
o Vnl. van belang bij opgroeiende dieren
o Hart moeite om uit te zetten
o Chirurgie enige oplossing
Myocardium = hartspier
Endocardium = dunne laag endotheel die continu doorloopt, ook in
bloedvaten die hart verlaten
Zowel via linkerkant als rechterkant van het lichaam hart beluisteren
niet alle kleppen aan linkerkant van het lichaam te beluisteren
o Aan linkerkant: pulmonaalklep, aortaklep en mitraalklep
Drie kleppen liggen niet op dezelfde hoogte (pulmonaalklep
laag, aortaklep hoog, mitraalklep laag)
Inleiding
Hoofdzakelijk problemen in hoge drukststeem van het hart
Linker hartgedeelte = hoge druksysteem pompt bloed in aorta
Einde van atriale diastole gaat gepaard met einde ventriculaire systole
Functies cardiovasculair systeem
Transport van zuurstof, nutriënten en hormonen
Thermoregulatie
Rol in immuniteit
Regulatie homeostase: bloeddruk, pH, RAAS-systeem, orthostatisch
systeem (gebaseerd op druksensoren gelegen in slagaders en aortaboog),
…
Afvoer overtollig vocht door connectie met lymfevaten
De bloedsomloop
Kleine circulatie = van hart naar longen en terug naar hart
Grote circulatie = van hart naar alle weefsels en terug naar hart
Bloed van linkeratrium naar linkerventrikel mbv mitraalklep
Bloed van linkerventrikel naar aorta mbv aortaklep
Bloed van rechteratrium naar rechterventrikel mbv tricuspidaalklep
Bloed van rechterventrikel naar truncus pulmonalis mbv pulmonaalklep
Dier met necrotisch stuk darm
o Darm volledig doorlaatbaar waardoor microbioom in buikholte
terechtkomt
Peritoneum absorbeert dit en brengt dit terug in systemische
circulatie
Bij deze patiënten wordt poortadersysteem niet gebruikt
Onderdruk = druk die heerst op moment dat ventrikel aan het vullen is
(ventriculaire diastole)
Bovendruk = druk die heerst in slagaders op moment dat linkerventrikel
bloed in aorta pompt (ventriculaire systole)
Linker vs rechterventrikel
Druk linkerventrikel = 120 mmHg
Druk rechcterventrikel = 30 mmHg
Druk in atria volledige hartcyclus laag: 5-10 mmHg
, Mitraalklep sluit bij ventriculaire systole en atriale diastole
o Indien lekkage in mitraalklep krijgt linkerventrikel meer bloed dan
gewoonlijk
linkerventrikel pompt meer bloed naar aorta hypertrofie
linkerventrikel interventriculair septum puilt nog meer richting
rechterventrikel hart-decompensatie waardoor spier dun wordt en
gaat dilateren hart trekt nog samen maar niet meer juiste kracht
om bloed in aorta te pompen = hartfalen
Wat als hoge en lage druk circulatie niet gescheiden
zijn?
Bij auscultatie gezond hard 2 belangrijke harttonen: S1 en S2 = lub-dub
o S1 = lub = eerste harttoon
Sluiten van de mitraalkleppen op moment dat linkerventrikel
in contractie gaat (moet enorme drukopbouw creëren, van 0
naar 120 mmHg)
Sluiten van de mitraalklep gaat gepaard met trillingen (te
horen met stethoscoop)
o S2 = dub = tweede harttoon
Sluiten van de aortaklep (op dat moment is linkerventrikel
leeg waardoor onderdruk ontstaat en bloed in aorta neiging
heeft om terug naar linkerventrikel te gaan sluiten van
aortaklep vermijdt dit)
o Tijd tussen lub-dub zeer kort
o Tijd tussen volgende lub-dub duurt langst = ventriculaire diastole
In deze periode nog 2 harttonen te horen: S3 en S4
Indien interventriculair septumdefect bloed van linkerventrikel (hoge
druksysteem) naar rechterventrikel (lage druksysteem)
o Zorgt voor ontstaan van trillingen tijdens systole, maw tussen de
lub-dub
o Trillingen zullen grootst zijn bij een klein gat en dus veel lawaai
o Interventriculair septumdefect kan ook opgespoord worden bij
foetus in de baarmoeder
Embryonale circulatie
o Geen functionerend maagdarmstelsel
o Longen nemen geen deel aan zuurstofvoorziening van het bloed
o Foetus gevoed via v. umbilicalis dat zuurstofrijke en met nutriënten
beladen bloed van moeder naar foetus brengt
Zuurstofrijk bloed komt toe in rechteratrium slechts 7% van
dit bloed naar longen gestuurd om te groeien en ontwikkelen
o Foramen ovale = opening in atriaal septum
Indien foramen ovale niet gesloten na geboorte souffle
tussen S1 en S2 bij ausculatie
, Op moment dat atria zich vullen, gaat bloed
linkeratrium naar rechteratrium veneuze retour kan
niet vlot gebeuren waardoor jugulairvenen opzetten =
congestie van de veneuze retourcirculatie = hét
kenmerk van rechter hartfalen
o Hoge druk circulatie aan rechterkant doordat rechterkant
zuurstofrijke bloed ontvangt van de moeder indien opening in
interventriculair septum loopt bloed van rechter- naar linkerventrikel
o Ductus van Botalli = shunt tussen truncus pulmonalis en aorta
Ligging van het hart
Pericard
Beschermt hart
Bestaat uit 2 bladen
o Buitenste blad = fibreus
o Binnenste blad = sereus bestaat ook uit 2 delen
Pariëtaal blad
Visceraal blad
Tussen beide bladen zit vloeistof zorgt ervoor dat
pompfunctie hart gesmeerd blijft tov omgeving
Indien hartzakje overvuld geraakt
o Belemmert het hart
o Veneuze retourcirculatie kan verstoord zijn opgezette
jugulairvenen
Opgezette jugulairvenen moeilijk te zien bij kleine huisdieren
door korte hals en dikke vacht via RX kijken of lever is
opgezet (lever ook moeilijkheden met afvoeren bloed richting
hart)
Indien hartzakje vastgroeit aan hart
o Vnl. van belang bij opgroeiende dieren
o Hart moeite om uit te zetten
o Chirurgie enige oplossing
Myocardium = hartspier
Endocardium = dunne laag endotheel die continu doorloopt, ook in
bloedvaten die hart verlaten
Zowel via linkerkant als rechterkant van het lichaam hart beluisteren
niet alle kleppen aan linkerkant van het lichaam te beluisteren
o Aan linkerkant: pulmonaalklep, aortaklep en mitraalklep
Drie kleppen liggen niet op dezelfde hoogte (pulmonaalklep
laag, aortaklep hoog, mitraalklep laag)