De spijsvertering
Inleiding
Inleiding op basis van dieetverschillen
Herbivoren
Herbivoren nemen lignine op slecht verteerbaar dus aangewezen op
schimmels en gisten om toch koolhydraten uit deze voeding te halen
Gevolg slechte verteerbaarheid = meer faeces
Koolhydraatrijk dieet
Herbivoren die enkel frisse, jonge, groene baaldjes eten: konijn, rodentia,
giraffen
Herbivoren die grote hoeveelheden slecht verteerbaar voedsel eten: paard,
rund, schaap
Herkauwers
o Belangrijkste flora in pens (70%)
o Voormagen belangrijkst
Paard
o Belangrijkste flora in caecum
o Caecum en colon belangrijkst (65%)
o Maag enorm klein tov de rest van spijsverteringsstelsel (kleinste
maag)
Carnivoren
Eiwitrijk en vetrijk dieet enzymen nodig om eiwitten en vetten af te
breken
Maag belangrijkst (stockage functie)
Omnivoren
Maag gelijkaardig aan carnivoren maar kleiner, dikke darm gelijkaardig aan
monogastrische herbivoren maar kleiner
Stappen in het verteringsproces
Fijnmalen voedsel door tanden
o Vergemakklijkt doorslikken
o Vergroot oppervlakte enzymatische vertering (kleine stukjes)
Bewegingen maag en darmen
o Mengen voedsel met spijsverteringsenzymen
, o Bevordert absorptie meer beweging, meer voedsel in contact met
darmwand waar absorptie plaatsvindt
Voortbeweging voedsel door spijsverteringsstelsel
o Propultie = doorschuiven van voedsel
o Retentie = ter plaatse houden van voedsel (belangrijk bij
herbivoren)
Musculatuur
o Mond- en kauwspieren dwarsgestreept
o Overige spieren gladde spiercellen
Secretie van enzymen
Exocriene klieren, speekselklieren, exocriene deel pancreas, gal uit lever
o Bepalen ionaire samenstelling en pH
o pH bepaalt of enzymen actief zijn
o Aanwezigheid Ca nodig voor activatie enzymen
Enterocyten secreteren enzymen om voedsel verder af te breken
Functie enzymen knippen van voedsel tot bouwstenen (glucose, AZ,
vetzuren)
Mucus-producerende cellen produceren slijmlaag
o Vergemakkelijken voedseltransport
o Bescherming epitheel (tegen oa zure maaginhoud)
Recirculatie enzymen gesecreteerd in darmlumen en verderop opnieuw
geabsorbeerd en gerecycleerd
Welke enzymen afhankelijk van diersoort
Enzymatische afbraak van organische voedingsstoffen
Energierijke nutriënten te groot om doorheen darmwand te migreren
Andere enzymen gesecreteerd in maag dan in darmen
Onverteerd materiaal uitscheiden via anus
Bescherming tegen autodigestie enzymen gesecreteerd onder inactieve
vorm, geactiveerd in lumen
Absorptie van voedingsstoffen
Kleine moleculen, water, vitaminen en mineralen
Meeste voedingsstoffen via bloed naar lever gebracht
Vet vervoerd via lymfe
Grote moleculen transporteiwit nodig (gesynthetiseerd in lever)
Deels passief, deels actief
o Kleine moleculen kleine moleculen en grote moleculen op
transporteiwit via passieve diffusie
o Geladen moleculen of tegen concentratiegradiënt actief transport
,Wand van het spijsverteringsstelsel
4 lagen
Mucosa
Epitheelcellen
o Korte levensduur
o Epitheliale stamcellen in crypten na 2-3 dagen nieuwe
epitheellaag
bescherming
Villi en crypten
o In dunne darm allebei aanwezig
o In dikke darm enkel crypte minder groot oppervlak aanwezig
Nooit stuk dikke darm weghalen
Tight-junctions aan luminale zijde
Muscularis mucosae = laag gladde spiercellen beweging villi en
vrijstelling secreties
Cellen specifieke functies: absorptie, secretie, hormoonproductie,
muscusproductie
Submucosa
Capillairen
Nerveuze plexus van Meissner (parasympatisch)
Muscularis
Interne circulaire spierlaag lumen vernauwt voedselbolus naar voor
geduwd en kan niet terugkeren
Externe longitudinale spierlaag lumen opengetrokken opschuiven
voedselbolus
Nerveuze plexus van Auerbach
o Tussen inwendige en externe laag
o Samen met plexus van Meissner enterisch nerveus systeem
Beide staan continu in contact
Belangrijke correlatie hersenen en darmen
Serosa
Bindweefsel
Visceraal peritoneum
, Dunne darm
Functie: digestie en absorptie
Villi en crypten
Celtypen
o Enterocyten met microvilli
o Goblet cellen mucusproductie
o Paneth cellen antibacterieel (immuunsysteem)
o Entero-endocriene cellen productie lokale hormonen die paracrien
werken
Dikke darm
Functie: absorptie
Enkel crypten, geen villi
Celtypen
o Enterocyten
o Goblet cellen
o Endocriene cellen
Maag-darmmotiliteit
Functies
o Voortbewegen voedsel naar volgend darmsegment
o Stoppen van voedsel voor digestie en absorptie
o Verkleinen voedingsstoffen & mengen met secreties
o Circulatie voedsel
Voedsel keert nooit terug
Te korte transittijd diarree
Te lange transittijd constipatie
o Heel veel water geabsorbeerd waardoor darminhoud droog en
moeilijk te verwijderen
Kan gecoördineerd worden door CZS maar werkt meestal autonoom
o Interstitiële cellen van Calaj functioneren als pacemakercellen
zorgen voor golven van partiële depolarisaties (van -60 mV naar -40
mV) = slow waves
o Aantal slow waves afhankelijk van darmsegment
o Partiële depolarisatie geen contractie of relaxatie
Chemosensoren en mechanosensoren input naar enterisch nerveus
systeem waardoor contractie of relaxatie optreedt
Regulatie intrinsieke molitieit
o Enterisch nerveus systeem
Inleiding
Inleiding op basis van dieetverschillen
Herbivoren
Herbivoren nemen lignine op slecht verteerbaar dus aangewezen op
schimmels en gisten om toch koolhydraten uit deze voeding te halen
Gevolg slechte verteerbaarheid = meer faeces
Koolhydraatrijk dieet
Herbivoren die enkel frisse, jonge, groene baaldjes eten: konijn, rodentia,
giraffen
Herbivoren die grote hoeveelheden slecht verteerbaar voedsel eten: paard,
rund, schaap
Herkauwers
o Belangrijkste flora in pens (70%)
o Voormagen belangrijkst
Paard
o Belangrijkste flora in caecum
o Caecum en colon belangrijkst (65%)
o Maag enorm klein tov de rest van spijsverteringsstelsel (kleinste
maag)
Carnivoren
Eiwitrijk en vetrijk dieet enzymen nodig om eiwitten en vetten af te
breken
Maag belangrijkst (stockage functie)
Omnivoren
Maag gelijkaardig aan carnivoren maar kleiner, dikke darm gelijkaardig aan
monogastrische herbivoren maar kleiner
Stappen in het verteringsproces
Fijnmalen voedsel door tanden
o Vergemakklijkt doorslikken
o Vergroot oppervlakte enzymatische vertering (kleine stukjes)
Bewegingen maag en darmen
o Mengen voedsel met spijsverteringsenzymen
, o Bevordert absorptie meer beweging, meer voedsel in contact met
darmwand waar absorptie plaatsvindt
Voortbeweging voedsel door spijsverteringsstelsel
o Propultie = doorschuiven van voedsel
o Retentie = ter plaatse houden van voedsel (belangrijk bij
herbivoren)
Musculatuur
o Mond- en kauwspieren dwarsgestreept
o Overige spieren gladde spiercellen
Secretie van enzymen
Exocriene klieren, speekselklieren, exocriene deel pancreas, gal uit lever
o Bepalen ionaire samenstelling en pH
o pH bepaalt of enzymen actief zijn
o Aanwezigheid Ca nodig voor activatie enzymen
Enterocyten secreteren enzymen om voedsel verder af te breken
Functie enzymen knippen van voedsel tot bouwstenen (glucose, AZ,
vetzuren)
Mucus-producerende cellen produceren slijmlaag
o Vergemakkelijken voedseltransport
o Bescherming epitheel (tegen oa zure maaginhoud)
Recirculatie enzymen gesecreteerd in darmlumen en verderop opnieuw
geabsorbeerd en gerecycleerd
Welke enzymen afhankelijk van diersoort
Enzymatische afbraak van organische voedingsstoffen
Energierijke nutriënten te groot om doorheen darmwand te migreren
Andere enzymen gesecreteerd in maag dan in darmen
Onverteerd materiaal uitscheiden via anus
Bescherming tegen autodigestie enzymen gesecreteerd onder inactieve
vorm, geactiveerd in lumen
Absorptie van voedingsstoffen
Kleine moleculen, water, vitaminen en mineralen
Meeste voedingsstoffen via bloed naar lever gebracht
Vet vervoerd via lymfe
Grote moleculen transporteiwit nodig (gesynthetiseerd in lever)
Deels passief, deels actief
o Kleine moleculen kleine moleculen en grote moleculen op
transporteiwit via passieve diffusie
o Geladen moleculen of tegen concentratiegradiënt actief transport
,Wand van het spijsverteringsstelsel
4 lagen
Mucosa
Epitheelcellen
o Korte levensduur
o Epitheliale stamcellen in crypten na 2-3 dagen nieuwe
epitheellaag
bescherming
Villi en crypten
o In dunne darm allebei aanwezig
o In dikke darm enkel crypte minder groot oppervlak aanwezig
Nooit stuk dikke darm weghalen
Tight-junctions aan luminale zijde
Muscularis mucosae = laag gladde spiercellen beweging villi en
vrijstelling secreties
Cellen specifieke functies: absorptie, secretie, hormoonproductie,
muscusproductie
Submucosa
Capillairen
Nerveuze plexus van Meissner (parasympatisch)
Muscularis
Interne circulaire spierlaag lumen vernauwt voedselbolus naar voor
geduwd en kan niet terugkeren
Externe longitudinale spierlaag lumen opengetrokken opschuiven
voedselbolus
Nerveuze plexus van Auerbach
o Tussen inwendige en externe laag
o Samen met plexus van Meissner enterisch nerveus systeem
Beide staan continu in contact
Belangrijke correlatie hersenen en darmen
Serosa
Bindweefsel
Visceraal peritoneum
, Dunne darm
Functie: digestie en absorptie
Villi en crypten
Celtypen
o Enterocyten met microvilli
o Goblet cellen mucusproductie
o Paneth cellen antibacterieel (immuunsysteem)
o Entero-endocriene cellen productie lokale hormonen die paracrien
werken
Dikke darm
Functie: absorptie
Enkel crypten, geen villi
Celtypen
o Enterocyten
o Goblet cellen
o Endocriene cellen
Maag-darmmotiliteit
Functies
o Voortbewegen voedsel naar volgend darmsegment
o Stoppen van voedsel voor digestie en absorptie
o Verkleinen voedingsstoffen & mengen met secreties
o Circulatie voedsel
Voedsel keert nooit terug
Te korte transittijd diarree
Te lange transittijd constipatie
o Heel veel water geabsorbeerd waardoor darminhoud droog en
moeilijk te verwijderen
Kan gecoördineerd worden door CZS maar werkt meestal autonoom
o Interstitiële cellen van Calaj functioneren als pacemakercellen
zorgen voor golven van partiële depolarisaties (van -60 mV naar -40
mV) = slow waves
o Aantal slow waves afhankelijk van darmsegment
o Partiële depolarisatie geen contractie of relaxatie
Chemosensoren en mechanosensoren input naar enterisch nerveus
systeem waardoor contractie of relaxatie optreedt
Regulatie intrinsieke molitieit
o Enterisch nerveus systeem