Het zenuwstelsel
Organisatie van het zenuwstelsel
Macroscopisch
Het cerebrum
Analytische capaciteit
Bewustzijn
Functies
o Rhinencephalon ontvangen en verwerken van olfactorische
stimuli
o Ontvangt sensorische informatie via thalamus
o Cortex voor bewuste perceptie en bewuste spierbewegingen
o Linker hemisfeer stuurt signalen naar rechter hemisfeer en
omgekeerd
Het cerebellum
10% van de inhoud van CZS
50% van alle neuronen van CZS
Functies
o Verzamelt input uit alle hersendelen, oog en oor
Verhouding afferente (sensorisch) en efferente (motorisch) vezels
= 40 : 1
o Motoriek, coördinatie, fine-tuning
Beschadiging cerebellum: ataxie, wijde stand, tremoren,
dysmetrie, …
Onderverdeling
o Vestibulocerebellum
Verbonden met vestibulair systeem, oor, pons en medulla
oblongata
Functie: lichaamsbalans & controle over oogbewegingen
o Spinocerebellum
Input van spier-rekreceptoren via ruggenmerg en hersenstam
Functie: reguleren spiertonus en coördinatie
o Cerebrocerebellum
Grootste deel
Input van motordelen vanuit cerebrale cortex via neuronen in
de pons
Functie: coördineert bewuste bewegingen
,Het diencephalon
Thalamus, subthalamus en hypothalamus omgeven 3de hersenventrikel
o Thalamus = schakelcentrum
Alle sensorische input (behalve olfactorische input) loopt via
hier richting cerebrale cortex
o Hypothalamus = regulatiecentrum autonoom zenuwstelsel
Temperatuur regulatie hersenen
Meet osmolariteit cerebrospinaal vocht
Controleert endocrinologisch systeem
o Subthalamus = schakelcentrum, apart van de thalamus
Functie:
o Doorgeven sensorische informatie aan cerebrale cortex en andere
hersendelen
o Homeostase
Hersenstam en craniale zenuwen
Verbinding tussen hersenen en ruggenmerg
Bestaat uit: mesencephalon, pons en medulla oblongata
12 kopzenuwen
o n. hypoglossus (XII) aangetast tong wil niet meer in de mond
o n. trigeminus (X) aangetast asymmetrie in m. temporalis
Het neuronale micromilieu
Inhoud micromilieu invloed op neurale functie maar ook andersom
Bloed geen geschikt medium voor neuronen door variabele samenstelling
Regulatie van micromilieu of ‘brain extracellular fluid’ (BECF) van
het CZS
Gebeurt dmv:
Bloedhersenbarrière
Cerebrospinale vloeistof beïnvloedt voor groot deel samenstelling
micromilieu
Gliacellen conditioneren micromilieu
Bloedhersenbarrière
Opbouw:
, Tight junctions tussen endotheelcellen
Continue lipide bilayer
Continu basaalmembraan onder endotheelcellen
Astrocyten voetjes vormen continue laag rond endotheelcellen
Regulatie door bloedhersenbarrière:
Hoe groter molecule, hoe moeilijker doorheen barrière
Hoe lager vetoplosbaarheid, hoe moeilijker doorheen barrière
Hoe meer geladen, hoe moeilijker doorheen barrière
Hoe meer gebonden aan eiwitten, hoe moeilijker doorheen barrière
Wat wel doorheen hersenbarrière kan
o Kleine, hoog vetoplosbare moleculen
o Water
o Wateroplosbare componenten via transmembraan transporters
Afwijkende bloedhersenbarrière bij collie-achtigen transporteiwit P-
glycoproteïne pompt medicijnen uit hersenen
Circumventriculaire organen:
Zones waar bloedhersenbarrière niet volledig is leaky capillairen
hersenen kunnen reageren op wat er in lichaam gebeurt
Functies
o Chemosensitieve organen
o Staal van perifeer bloed voor endocriene feedback
o Controleren metabole regulatie, afgifte van hormonen
o Controleren waterbalans en elektrolythuishouding
o Toxine detectie in bloed
o Homeostase
Opbouw
o Gevasculariseerde zones in hersenen
o Fenestrae tussen endotheelcellen
o Permeabel basaalmembaan
o Astrocyten voetjes vormen geen volledige cirkel rondom capillairen
o Uitzondering: enkel subcommissuraal orgaan heeft non-
gefenestreerde capillairen
Cerebrospinale vloeistof
Functies
o Bescherming tegen mechanische beschadiging door shockabsorptie
o Voorzien van doorbloeding
o Chemische stabiliteit (bescherming tegen acute verandering in
bloed)
, o Ischemie preventie wanneer druk verhoogd, zal CFS volume
verminderen
Onderzoek van CFS
o Doorzichtig = normaal
o Rood = te veel bloed aanwezig ontstekingsreactie
o Geel = te veel eiwitten aanwezig infecties, meningitis, ontsteking
Queckenstedt test
o Test bij vermoeden van tumor in ruggenmerg (indien geen MRI of CT
beschikbaar)
o v. jugularis dichtknijpen in intracraniale compartiment druk in
lumbale subarachnoïdale ruimte moet verhogen, zoniet is er een
probleem in ruggenmerg
Pathofysiologie: hydrocephalus (waterhoofd) door te veel productie of te
weinig afvoer CFS
Gliacellen
Beïnvloeden micromilieu en samenstelling BECF
o Oligodentrocyten beïnvloeden pH en ijzermetabolisme in hersenen
o Astrocyten nemen K op en verspreiden het over de hersenen via hun
syncytium
= kalium spatial buffering
o Astrocyten moduleren cerebrale circulatie
Conductie van actiepotentialen
De rustmembraanpotentiaal
Vloeistoffen ver van celmembraan zijn elektrisch neutraal, buitenste lagen
celmembraan hebben elektrische eigenschappen elektrische activiteit
neuron = eigenschap van het celmembraan
Rustmembraanpotentiaal selectieve permeabiliteit voor ionen
o Celmembraan permeabel voor K K gaat naar extracellulair
o Relatief weinig ladingen op celmembraan bij
rustmembraanpotentiaal
Slechts klein aantal ionen nodig om negatief membraanpotentiaal
te produceren
Hoe groter verschil in concentratie, hoe meer effect op
membraanpotentiaal
o Rustmembraanpotentiaal intracellulair negatief geladen wordt
veroorzaakt door actief iontransport en passieve diffusie
Cellen houden K-gehalte intracellulair hoog en Na-gehalte extracellulair
hoog mbv Na-K-ATPase-pomp 3 Na naar buiten, 2 K naar binnen
intracellulair iets negatiever
Organisatie van het zenuwstelsel
Macroscopisch
Het cerebrum
Analytische capaciteit
Bewustzijn
Functies
o Rhinencephalon ontvangen en verwerken van olfactorische
stimuli
o Ontvangt sensorische informatie via thalamus
o Cortex voor bewuste perceptie en bewuste spierbewegingen
o Linker hemisfeer stuurt signalen naar rechter hemisfeer en
omgekeerd
Het cerebellum
10% van de inhoud van CZS
50% van alle neuronen van CZS
Functies
o Verzamelt input uit alle hersendelen, oog en oor
Verhouding afferente (sensorisch) en efferente (motorisch) vezels
= 40 : 1
o Motoriek, coördinatie, fine-tuning
Beschadiging cerebellum: ataxie, wijde stand, tremoren,
dysmetrie, …
Onderverdeling
o Vestibulocerebellum
Verbonden met vestibulair systeem, oor, pons en medulla
oblongata
Functie: lichaamsbalans & controle over oogbewegingen
o Spinocerebellum
Input van spier-rekreceptoren via ruggenmerg en hersenstam
Functie: reguleren spiertonus en coördinatie
o Cerebrocerebellum
Grootste deel
Input van motordelen vanuit cerebrale cortex via neuronen in
de pons
Functie: coördineert bewuste bewegingen
,Het diencephalon
Thalamus, subthalamus en hypothalamus omgeven 3de hersenventrikel
o Thalamus = schakelcentrum
Alle sensorische input (behalve olfactorische input) loopt via
hier richting cerebrale cortex
o Hypothalamus = regulatiecentrum autonoom zenuwstelsel
Temperatuur regulatie hersenen
Meet osmolariteit cerebrospinaal vocht
Controleert endocrinologisch systeem
o Subthalamus = schakelcentrum, apart van de thalamus
Functie:
o Doorgeven sensorische informatie aan cerebrale cortex en andere
hersendelen
o Homeostase
Hersenstam en craniale zenuwen
Verbinding tussen hersenen en ruggenmerg
Bestaat uit: mesencephalon, pons en medulla oblongata
12 kopzenuwen
o n. hypoglossus (XII) aangetast tong wil niet meer in de mond
o n. trigeminus (X) aangetast asymmetrie in m. temporalis
Het neuronale micromilieu
Inhoud micromilieu invloed op neurale functie maar ook andersom
Bloed geen geschikt medium voor neuronen door variabele samenstelling
Regulatie van micromilieu of ‘brain extracellular fluid’ (BECF) van
het CZS
Gebeurt dmv:
Bloedhersenbarrière
Cerebrospinale vloeistof beïnvloedt voor groot deel samenstelling
micromilieu
Gliacellen conditioneren micromilieu
Bloedhersenbarrière
Opbouw:
, Tight junctions tussen endotheelcellen
Continue lipide bilayer
Continu basaalmembraan onder endotheelcellen
Astrocyten voetjes vormen continue laag rond endotheelcellen
Regulatie door bloedhersenbarrière:
Hoe groter molecule, hoe moeilijker doorheen barrière
Hoe lager vetoplosbaarheid, hoe moeilijker doorheen barrière
Hoe meer geladen, hoe moeilijker doorheen barrière
Hoe meer gebonden aan eiwitten, hoe moeilijker doorheen barrière
Wat wel doorheen hersenbarrière kan
o Kleine, hoog vetoplosbare moleculen
o Water
o Wateroplosbare componenten via transmembraan transporters
Afwijkende bloedhersenbarrière bij collie-achtigen transporteiwit P-
glycoproteïne pompt medicijnen uit hersenen
Circumventriculaire organen:
Zones waar bloedhersenbarrière niet volledig is leaky capillairen
hersenen kunnen reageren op wat er in lichaam gebeurt
Functies
o Chemosensitieve organen
o Staal van perifeer bloed voor endocriene feedback
o Controleren metabole regulatie, afgifte van hormonen
o Controleren waterbalans en elektrolythuishouding
o Toxine detectie in bloed
o Homeostase
Opbouw
o Gevasculariseerde zones in hersenen
o Fenestrae tussen endotheelcellen
o Permeabel basaalmembaan
o Astrocyten voetjes vormen geen volledige cirkel rondom capillairen
o Uitzondering: enkel subcommissuraal orgaan heeft non-
gefenestreerde capillairen
Cerebrospinale vloeistof
Functies
o Bescherming tegen mechanische beschadiging door shockabsorptie
o Voorzien van doorbloeding
o Chemische stabiliteit (bescherming tegen acute verandering in
bloed)
, o Ischemie preventie wanneer druk verhoogd, zal CFS volume
verminderen
Onderzoek van CFS
o Doorzichtig = normaal
o Rood = te veel bloed aanwezig ontstekingsreactie
o Geel = te veel eiwitten aanwezig infecties, meningitis, ontsteking
Queckenstedt test
o Test bij vermoeden van tumor in ruggenmerg (indien geen MRI of CT
beschikbaar)
o v. jugularis dichtknijpen in intracraniale compartiment druk in
lumbale subarachnoïdale ruimte moet verhogen, zoniet is er een
probleem in ruggenmerg
Pathofysiologie: hydrocephalus (waterhoofd) door te veel productie of te
weinig afvoer CFS
Gliacellen
Beïnvloeden micromilieu en samenstelling BECF
o Oligodentrocyten beïnvloeden pH en ijzermetabolisme in hersenen
o Astrocyten nemen K op en verspreiden het over de hersenen via hun
syncytium
= kalium spatial buffering
o Astrocyten moduleren cerebrale circulatie
Conductie van actiepotentialen
De rustmembraanpotentiaal
Vloeistoffen ver van celmembraan zijn elektrisch neutraal, buitenste lagen
celmembraan hebben elektrische eigenschappen elektrische activiteit
neuron = eigenschap van het celmembraan
Rustmembraanpotentiaal selectieve permeabiliteit voor ionen
o Celmembraan permeabel voor K K gaat naar extracellulair
o Relatief weinig ladingen op celmembraan bij
rustmembraanpotentiaal
Slechts klein aantal ionen nodig om negatief membraanpotentiaal
te produceren
Hoe groter verschil in concentratie, hoe meer effect op
membraanpotentiaal
o Rustmembraanpotentiaal intracellulair negatief geladen wordt
veroorzaakt door actief iontransport en passieve diffusie
Cellen houden K-gehalte intracellulair hoog en Na-gehalte extracellulair
hoog mbv Na-K-ATPase-pomp 3 Na naar buiten, 2 K naar binnen
intracellulair iets negatiever