Basisbegrippen
Parameter Numerieke beschrijvende maat van een populatie. Waarde is bijna
altijd onbekend. (bv. mu, sigma, p)
Steekproefgrootheid Numerieke beschrijvende maat van een steekproef. Berekend uit de
steekproefwaarden. (bv. x-bar, s)
Schatter / Puntschatter Een steekproefgrootheid die een bepaalde populatieparameter schat.
IID Independently Identically Distributed. In deze cursus zijn
steekproeven IID met n = steekproefgrootte.
Verdeling van een steekproefgrootheid
De uitkomst van een steekproefgrootheid hangt van het toeval af. Een steekproefgrootheid is dus een stochastische
variabele en heeft een kansverdeling.
Probleem: hoe krijgen we een idee van de verdeling van data uit een steekproef?
3 methoden om de verdeling van een schatter te bekomen:
• Exacte benadering (vaak niet mogelijk)
• CLT (centrale limietstelling)
• Simulatietechnieken (met computer)
1. de exacte methode
Je sommeert/berekent over alle mogelijke uitkomsten van de
steekproef. Je weet de kansverdeling van de populatie volledig,
dus je kan letterlijk elke combinatie van n waarnemingen
opschrijven, de kans van elke combinatie berekenen (via de
productregel, want IID), en zo exact bepalen welke waarden x-
bar of de mediaan kan aannemen en met welke kans.
Let op: Werkt alleen als het aantal mogelijke steekproeven
beperkt is (zoals bij de dobbelsteen met maar 3 mogelijke
uitkomsten per worp) — bij continue verdelingen of grote n is dit
niet meer doenbaar.
2. via simulatie
Je kent de populatieverdeling (bv. X ~ U[150,200]), maar in plaats van alles exact uit te rekenen, laat je de computer
gewoon heel vaak (bv. M = 1000 keer) een steekproef van grootte n trekken uit die verdeling, en bereken je telkens
x-bar en de mediaan. Met die 1000 uitkomsten maak je een histogram — dat histogram is dan je benadering van de
echte kansverdeling van de schatter.
ð In Air: xunif(n, a, b)
,Eigenschappen van de kansverdeling van x-bar
Eigenschap 1: Verwachting (geen bias)
Conclusie: x-bar is een zuivere schatter of schatter zonder bias: de verwachting van de schatter = de parameter. Een
schatter die aan deze eigenschap voldoet is een aantrekkende schatter of schatter zonder bias.
Eigenschap 2: Variantie en standaardfout
Belangrijke eigenschap: indien n -> inf, zal de standaardfout naar 0 evolueren (schatter wordt juister).
Indien we n.100 doen, zal onze SE dalen met factor 10 (door de sqrt).
Indien n = 100 doen: SE van schatter daalt met 10 door de sqrt.
De Centrale Limietstelling (CLT)
Stelling 1: Steekproef uit een normale verdeling
Als steekproef komt uit normale verdeling N( , ):
ð kansverdeling van x-bar is EXACT normaal voor elke n (ook klein n!)
Stelling 2: Centrale Limietstelling (CLT)
Als steekproef komt uit WILLEKEURIGE populatie met
dan geldt voor n groot genoeg:
Vuistregel: voor de meeste populaties zal n >= 30 voldoende zijn.
Uit de eigenschappen volgt: "De schatter volgt een normale verdeling bij zeer goede
benadering als n voldoende groot is"
Hoe meer de verdeling van de populatie afwijkt van normaal, hoe groter n moet zijn.
Indien je vertrekt van een normale verdeling, dan zal de verdeling van de schatter al
onmiddellijk normaal verdeeld zijn.
Let op: veel gemaakte fout
- uitspraak: “bij grote steekproeven is de assumptie van normaliteit altijd waar”
fout, voor grote steekproeven is je schatter normaal verdeeld, maar de
oorspronkelijjke data blijft de oorspronkelijke verdeling volgen.
,Hoofdstuk 7- Betrouwbaarheidsintervallen
Basisconcepten
Principe: we schatten de parameter NIET met een getal maar met een interval.
Wiskundige definitie:
= intervalschatter
De waarde van de schatter moet met 0.95 kans in dat interval zitten.
Schatter / Puntschatter Regel of formule die ons zegt hoe we uit de steekproef een getal
berekenen om de populatieparameter te schatten. De uitkomst
(concreet getal) = schatting.
Betrouwbaarheidsinterval Regel of formule die ons zegt hoe we uit de steekproef een interval
(BI) / Intervalschatter berekenen dat de waarde van de parameter met bepaalde
waarschijnlijkheid bevat.
BI voor mu bij grote n
Afleiding via CLT voor het betrouwbaarheidsinterval
Enkele inzichten:
- de kans dat een normale verdeling tussen -2 en 2 ligt is dus 95%
- indien niets anders vermeld is de standaardwaarde van alpha = 0.05
- Wat betekent deze procedure juist? Als we herhaaldelijk aselecte steekproeven van n meetwaarden nemen
en telkens zo'n interval vormen, dan zal in ONGEVEER 95% van de gevallen mu binnen het opgestelde
interval liggen.
Voorwaarden
• De steekproef is een aselecte steekproef uit de populatie
• De steekproefgrootte n is groot (n >= 30) => CLT => kansverdeling x-bar bij benadering normaal
• Bij grote n zal s ook een goede schatter zijn voor sigma
, Betrouwbaarheidsniveau
Betrouwbaarheid 100(1-alpha)% alpha alpha/2 z_alpha/2
90% 0.10 0.05 1.645
95% 0.05 0.025 1.96
99% 0.01 0.005 2.575
Voorwaarden
• De steekproef is een aselecte steekproef uit de populatie
• De steekproefgrootte n is groot (n >= 30) => CLT => kansverdeling x-bar bij benadering normaal
• Bij grote n zal s ook een goede schatter zijn voor σ
BI voor mu bij kleine n
Bij kleine steekproeven kunnen we NIET langer veronderstellen dat de kansverdeling van x-bar bij benadering
normaal is (CLT geldt enkel voor grote n).
Extra voorwaarden bij kleine n:
• Populatie waaruit de steekproef komt is normaal verdeeld
• s en σ zijn niet meer precies gelijk => andere grootheid nodig
• We moeten werken met een t-verdeling in plaats van z-verdeling
Intermezzo: Wat is de t-verdeling?
De t-verdeling is NIET één verdeling, maar afhankelijk van de vrijheidsgraden (df).
• Symmetrische verdeling
• Met 4 df: veel breder, zwaardere staarten dan met df= 100
ð Naarmate vrijheidsgraden toenemen, lijkt t-verdeling meer op normale verdeling
ð Voor df -> inf: t-verdeling = standaardnormale verdeling
df = n - 1
In R: qt(1 - α, df = n-1)
Hoe groter n, hoe gelijker
BI voor een fractie p (grote n)
Het gaat hier over een willekeurige steekproef X1, X2, ..., Xn ~ Bernoulli(p). Hierbij kunnen hier dus niet werken met
kleine n aangezien de assumptie van een normale populatie nooit zal voldaan zijn. Vandaar enkel grote n.