Fysiologie van het Bewegingsapparaat
Anatomie, spierfysiologie & biomechanica voor Fysiotherapie jaar 1
Dit document is een origineel geschreven samenvatting bedoeld als ondersteunend studiemateriaal bij de
eerstejaars vakken Anatomie en Fysiologie van Bewegen binnen de opleiding Fysiotherapie (HBO,
propedeuse). De inhoud behandelt algemeen aanvaarde anatomische en fysiologische basiskennis van het
bewegingsapparaat en is niet gebaseerd op één specifiek verplicht studieboek. Dit document bevat geen
klinische diagnostiek, behandeladviezen of patiëntbeoordeling.
Inhoudsopgave
1. Wat is fysiotherapie?
2. Het bewegingsapparaat: overzicht
3. Botweefsel en skeletopbouw
4. Gewrichten en gewrichtstypen
5. Spierweefsel: opbouw
6. De spiercontractie
7. De motorische eenheid
8. Spiervezeltypen
9. Bindweefsel en adaptatie
10. Biomechanica: basisbegrippen
11. Houding en balans
12. Trainingsleer: basisprincipes
13. Anatomische terminologie
14. Begrippenlijst
15. Oefenvragen met antwoorden
, 1. Wat is fysiotherapie?
Fysiotherapie is een paramedisch beroep gericht op het behouden, herstellen en optimaliseren van
het bewegend functioneren van mensen. Fysiotherapeuten combineren kennis van anatomie,
fysiologie, bewegingswetenschappen en gedrag om mensen te ondersteunen bij het functioneren in
het dagelijks leven, werk en sport.
Een goed begrip van de bouw en werking van het bewegingsapparaat vormt de wetenschappelijke
basis van het vak: zonder kennis van hoe botten, gewrichten, spieren en zenuwstelsel samenwerken,
is het niet mogelijk om bewegend functioneren goed te begrijpen of te ondersteunen.
De opleiding Fysiotherapie bouwt daarom in het eerste jaar op vier pijlers:
• Anatomie – de bouw van het lichaam en het bewegingsapparaat
• Fysiologie – de werking van organen en weefsels, waaronder spieren en zenuwstelsel
• Bewegingswetenschappen – hoe beweging tot stand komt en wordt aangestuurd
• Gedrag en communicatie – de interactie tussen fysiotherapeut en patiënt