Dit leerstuk legt uit hoe justitie in België is opgebouwd en werkt. Het gaat over wie de belangrijkste spelers zijn
(rechters, parket, griffiers, advocaten, deurwaarders…) en hoe de verschillende hoven en rechtbanken in een
hiërarchie en in gebieden zijn ingedeeld. Het focust dus op de “machine” van justitie, niet op de inhoud van het recht
zelf.
Art. 151 §1 Grondwet. De rechters zijn onafhankelijk
in de uitoefening van hun rechtsprekende
bevoegdheden. Het openbaar ministerie is
onafhankelijk in de individuele opsporing en vervolging
[...].
ORGANEN VAN DE RECHTERLIJKE MACHT
Rechtsheren en raadsheren – zittende magistratuur
Art. 40 Grondwet. De rechterlijke macht wordt uitgeoefend door de hoven en rechtbanken.De arresten en
vonnissen worden in naam des Konings ten uitvoer gelegd.
De rechterlijke macht wordt uitgeoefend door de hoven en rechtbanken. De beslissers zijn de rechters (in
rechtbanken) en de raadsheren (in hoven). Samen noemt men hen de leden van de zetel of de zittende
magistratuur. Hun taak is geschillen beslechten: ze kiezen in een concreet dossier wie gelijk krijgt en welke
beslissing wordt genomen.
De Grondwet zegt dat rechters onafhankelijk zijn wanneer zij recht spreken. Dat wordt beschermd door waarborgen
zoals benoeming voor het leven, regels over onafzetbaarheid (ze kunnen niet zomaar afgezet worden), regels over
onverenigbaarheden en cumul (welke functies ze niet mogen combineren) en aansprakelijkheidsregels. Dat alles
moet vermijden dat politiek, media of partijen hen onder druk kunnen zetten.
Openbaar Ministerie – staande magistratuur
Het Openbaar Ministerie (OM) bestaat uit de parketmagistraten. Zij worden de staande magistratuur genoemd
omdat ze op zitting meestal “staand” hun vordering of advies geven.
Het OM maakt deel uit van de rechterlijke macht, maar staat ook in verband met de uitvoerende macht, omdat de
minister van Justitie het algemene beleid van het parket kan sturen. Tegelijk is het OM in individuele dossiers
onafhankelijk in de manier waarop het opspoort en vervolgt.
1
,Het OM is een hiërarchisch korps met bijvoorbeeld een procureur-generaal bij een hof van beroep, procureurs des
Konings, arbeidsauditeurs en substituten. Het waakt over het algemeen belang, de openbare orde en de
toepassing van de wet.
In burgerlijke zaken kan het OM op drie manieren optreden: Art.138bisGer.W. §1 en Art.138terGer.W.
• zelf een rechtsvordering instellen of een rechtsmiddel (bv. beroep) instellen
• informatie vorderen bij administratieve of politionele diensten
• advies geven aan de rechter
In bepaalde domeinen, zoals sommige familiezaken en sociale zaken, is de tussenkomst van het OM verplicht.
HIËRARCHIE VAN DE RECHTSCOLLEGES
Klassieke rechtscolleges
De “gewone” gerechten zijn onder andere: het vredegerecht, de politierechtbank, de rechtbank van eerste aanleg,
de arbeidsrechtbank, de ondernemingsrechtbank, de arrondissementsrechtbank, het hof van beroep, het
arbeidshof, het hof van assisen en het Hof van Cassatie.
Het Hof van Cassatie staat helemaal bovenaan. Het onderzoekt de feiten niet opnieuw, maar kijkt of de lagere
rechters de wet correct hebben toegepast. Daaronder staan de hoven van beroep en de arbeidshoven, nog lager de
rechtbanken, en onderaan de vredegerechten.
Andere rechtscolleges
Naast die klassieke rechterlijke piramide bestaan er nog andere rechtscolleges. Het Grondwettelijk Hof beslecht
bevoegdheidsconflicten tussen overheden en toetst wetten, decreten en ordonnanties aan de Grondwet. De Raad
van State (afdeling bestuursrechtspraak) beoordeelt beslissingen van de overheid. Tuchtrechtscolleges
behandelen disciplinaire dossiers van bepaalde beroepen, en het Rekenhof controleert het financieel beheer van de
overheid.
Eenvoudig voorgesteld
Heel eenvoudig kan je de hiërarchie zo zien, van hoog naar laag:
• Hof van Cassatie
• Hoven van beroep en arbeidshoven
2
, • Rechtbanken van eerste aanleg, arbeidsrechtbanken, ondernemingsrechtbanken, politierechtbanken,
hoven van assisen
• Vredegerechten
Hoe hoger je gaat, hoe meer het gaat over controle op eerdere beslissingen (via beroep of cassatie) en minder over
zelf opnieuw alle feiten onderzoeken.
GEOGRAFISCHE INDELING
Rechtsgebieden (ressorts)
België is opgedeeld in vijf rechtsgebieden of ressorts. Elk rechtsgebied heeft een hof van beroep en een
arbeidshof. Voorbeelden zijn het rechtsgebied Gent, Antwerpen, Brussel, Bergen en Luik.
Gerechtelijke arrondissementen
Binnen die rechtsgebieden zijn er gerechtelijke arrondissementen. Sinds een hervorming zijn dat er twaalf. Ze
vallen ongeveer samen met de provincies, met enkele uitzonderingen (onder andere Brussel, Leuven en Eupen).
In elk arrondissement is er één rechtbank van eerste aanleg. In Brussel zijn er twee rechtbanken van eerste aanleg:
een Nederlandstalige en een Franstalige. In Oost-Vlaanderen bijvoorbeeld is er één rechtbank van eerste aanleg
met afdelingen in Gent, Oudenaarde en Dendermonde.
Kantons en vredegerechten
Op het laagste niveau zijn er gerechtelijke kantons. België telt 162 kantons, en in elk kanton is er één vredegerecht.
Een vredegerecht heeft geen afdelingen of kamers; het is een kleine rechtbank met een beperkt grondgebied.
De vredegerechter behandelt vooral kleinere of meer alledaagse burgerlijke geschillen: huurproblemen,
burengeschillen, vorderingen tot een bepaald geldbedrag, sommige familiale zaken en bewindvoering.
Politierechtbanken en andere rechtbanken
Er zijn vijftien politierechtbanken, verspreid over de twaalf arrondissementen, met specifieke taal- en territoriale
regels (bijvoorbeeld voor Brussel, Halle, Vilvoorde). Een overzichtsschema in je cursus toont: nationaal het Hof van
Cassatie, per rechtsgebied de hoven van beroep en arbeidshoven, per arrondissement de rechtbanken van eerste
aanleg, arbeidsrechtbanken, ondernemingsrechtbanken, politierechtbanken en de arrondissementsrechtbank, en
per kanton de vredegerechten.
Het basisidee is: hoe hoger het rechtscollege, hoe groter het gebied waarvoor het bevoegd is.
INTERNE INDELING VAN RECHTBANKEN EN HOVEN
3
, RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG
De rechtbank van eerste aanleg is intern opgesplitst in verschillende onderdelen. Je hebt onder meer:
• de burgerlijke rechtbank
• de correctionele rechtbank
• de familie- en jeugdrechtbank
• de strafuitvoeringsrechtbank
Binnen de familie- en jeugdrechtbank is er een familierechtbank met familiekamers en kamers voor minnelijke
schikking, en een jeugdrechtbank met jeugdkamers en kamers van uithandengeving. Daarnaast kunnen er nog
andere gespecialiseerde kamers bestaan.
HOF VAN BEROEP
Het hof van beroep is ook in kamers verdeeld. Er zijn burgerlijke kamers, kamers voor correctionele zaken,
familiekamers, jeugdkamers, kamers voor minnelijke schikking en kamers voor uithandengeving. Een
familiekamer van het hof van beroep behandelt bijvoorbeeld hoger beroep tegen beslissingen van de
familierechtbank in eerste aanleg.
Elke kamer bestaat uit één of meer rechters of raadsheren en een griffier, en is gespecialiseerd in een bepaald soort
zaken.
ORGANEN VAN DE RECHTERLIJKE MACHT EN MAGISTRATEN
ZITTENDE MAGISTRATUUR – OVERZICHT
Tot de zittende magistratuur behoren alle rechters en raadsheren die in hoven en rechtbanken recht spreken. Zij
vormen de “zetel”. Hun hoofdtaak is geschillen beslechten en vonnissen of arresten uitspreken. Ze zijn
onafhankelijk, benoemd voor het leven, en genieten allerlei waarborgen om ervoor te zorgen dat ze zonder druk van
buitenaf kunnen oordelen.
Binnen die zittende magistratuur heb je ook korpsoversten, een soort “managers” van de rechtbank of het hof:
• bij de lagere gerechten: voorzitter of ondervoorzitter van de vrederechters en rechters in de
politierechtbank
• bij de rechtbanken van eerste aanleg, arbeidsrechtbanken en ondernemingsrechtbanken: voorzitter,
afdelingsvoorzitter, ondervoorzitter
• bij de hoven van beroep: eerste voorzitter en kamervoorzitters
• bij het Hof van Cassatie: de eerste voorzitter
Zij hebben naast rechtspreken ook een leidinggevende rol in de organisatie van hun rechtbank of hof.
BEROEPSRECHTERS EN LEKENRECHTERS
Niet alle rechters zijn “klassieke” beroepsmagistraten. Er zijn ook lekenrechters, dat zijn mensen met
praktijkervaring uit een bepaald domein die meezetten in sommige rechtbanken.
Voorbeelden:
• in de arbeidsrechtbank zetelen naast beroepsrechters ook rechters in sociale zaken (lekenrechters)
• in de ondernemingsrechtbank zijn er rechters in ondernemingszaken (lekenrechters)
4