dinsdag 10 maart 2026 12:46
De kern is het organiserende centrum
'eukaryon'= kern <=> prokaryote cel heeft circulair DNA
Monoklonale cellijn= lijn van 1 en dezelfde cel + celkernen hebben allemaal dezelfde kenmerken
DUS indien afwijkende vorm: niet gezond (diagnostisch van belang)
• Intrusies: instulpingen Afwijkende vorm van de kern
• Extrusies: uitstulpingen of bulbs
Kernvorm is kenmerkend voor celtype en -staat
→ Gewijzigde kernvorm bij neurodegeneratie, kanker, versnelde veroudering,…
Bij DNA verdelen: wordt eerst sterk gecondenseerd (compact opgevouwen)
Nucleaire enveloppe
Celkern is een organel met 2 membranen (1 membraan is een bilayer)
= onderdeel endosymbiont-theorie
→ Komen samen in een transportkanaal of nucleaire poriecomplexen
→ Bidirectioneel transport tussen cytoplasma en de celkern
Karyoplasma= cytoplasma van de celkern
Buitenste membraan is continu met het ER: lumen van het ER zit in contact met de tussenliggende
membraanruimte van de kern
Maken direct contact
Worden als 2 afzonderlijke organellen gezien, want andere functies
Nucleaire enveloppe uit 3 onderdelen:
1) 2 membranen
2) Poriecomplexen (3000 per celkern en symmetrisch)
3) Nucleaire lamina: vezelachtig netwerk net onder binnenste nucleaire membraan
=sterkte en plasticiteit geven als krachten inwerken (zorgt voor integriteit)
Poriecomplexen hebben octagonale symmetrie
MAAR aan cytoplasmatische zijde: draadvormige uitstulpingen en nucleoplasmatische zijde: korf
= grote macromoleculaire structuur uit veel eiwitten opgebouwd
= nucleoporines (eiwitten 30-50 verschillende): sommigen vormen ringstructuur, ander korf en
anderen de draadvormige uitstulpingen
→ Creëren vezelachtig netwerk
→ Poriecomplexen zijn zeer ontoegankelijk: enkel kleine moleculen doorlaatbaar
MAAR grote moleculen moeten door: dwingen selectief poriecomplexen te openen
Het genoom
Antiparralle spiraal die is gebaseerd op baseparing (berust op de vorming van waterstofbruggen)
= 2 tss A en T, 3 tss G en C
Elektroferese: hoe kleiner het fragment, hoe sneller het migreert (sequentiebepaling)
+ DNA is negatief geladen, dus richting positieve kant
Biomoleculen Pagina 1
, Anders restrictie-enzymen (bacteriën) gebruiken: knippen altijd op dezelfde plaats/ sequentie
Sanger-sequencing: PCR = van weinig DNA veel maken (enkel nucleotiden en primers nodig)
MAAR nu speciale nucleotiden toevoegen: dideoxynucleotiden (ddnTP's): indien deze worden
ingebouwd, stopt de verlenging
→ korter fragment
→ Bij weinig dideoxynucleotiden en veel gewone nucleotiden: plotseling stoppen op deel van
fragment
→ Fragmenten van alle lengtes
Lengtes lezen met de gel-elektroferese, maar onduidelijk
→ Verschillende chain terminators of de dideoxynucleotiden een kleur geven (4 in totaal)
→ Camera met fluorescentie om signaal te lezen
Elk chromosoom is gem. 4cm lang, maar kern is klein
Moeten gestapeld en gecompacteerd worden om in de kern te komen
→ Chromosomen opwinden rond eiwit (=nucleosoom) 'beads on a string'
→ Nucleosomen opgebouwd uit 8 histonen en DNA daar 2x rondgewikkeld
→ Nucleosomen worden in elkaar gerijgd en mooi gestapeld
→ 15x compacter en toch aanspreekbaar
= elementaire chromatinevezel
+ chromatine= hoe DNA voorkomt in normale eukaryote celkern, gecomplexeerd met
eiwitten/nucleosomen
+ naakt DNA nooit terug te vinden in cel
TENZIJ van buitenaf, maar dan wordt het vernietigd
Chromatine kan nog compacter:
WANT bepaalde regio's niet aanspreekbaar vb. spiercel geen functie uitvoeren van levercel
→ extra lussen gevormd
→ gecondenseerd DNA wordt gecreërd, geen transcriptie mogelijk = heterochromatine
Op moment celdeling: DNA volledig gecondenseerd
→ Chromosomen of X-vormige structuren
○ Originele DNA- vezel: 2nm dik
○ Nucleosomen= octameren, want conformatie van 8 histoneiwitten
○ Nucleosomen rijgen samen tot chromatinevezel
○ Ludomeinen die verder kunnen opbouwen: X-vormig chromosoom
X-vormige chromosomen= verdubbelde chromosomen verbonden met centromeer
→ 1 beentje = 1 chromosoom
→ 2 chromosomen aan elkaar= zusterchromatiden
→ ENKEL tijdens celdeling (duurt slechts 30 min.) te zien! + 4cm wordt 10µm
Tegen de nucleaire lamina: heterochromatine, zeer compact en geen transcriptie mogelijk
<=> euchromatine: lichter signaal en transcriptie wel mogelijk
+ nucleolus= kernlichaampje waar grote eiwitcomplexen of ribosomen worden geproduceerd
Tijdens celdeling: karyotype vaststellen
23 chromosomenparen en geen herschikkingen= CORRECT
MAAR afwijkingen in chromosomenaantal= chromosomale aberraties:
• Downsyndroom: trisomie 21 (3 chromosomen 21)
Biomoleculen Pagina 2