woensdag 18 maart 2026 12:42
Inleiding
Cellen gaan zich nestelen in een 3D context met andere cellen en een matrix
→ Cellen bevinden zich in weefsels, organen,…
→ Verbinden en cohareren met andere cellen voor communicatie en elkaar aanvoelen
= celverbindingen
Cellen zijn gegroepeerd in weefsels en verbonden via juncties
1) Hechting aan elkaar
2) Afsluiting: niets tussen cellen gaan
3) Communicatie via oplosbare moleculen
4) Hechting aan extracellulaire matrix
Verbindingen die geen contact vereisen, maar wel dicht tegen elkaar: synapsen van de zenuwen
= vorm van communicatieverbinding
DUS afsluitende verbindingen, hechtingsverbindingen en kanaalvormende verbindingen (communicatie)
Celadhesie (cel-cel verbinding)
Vier types van celverbindingen die een hechting veroorzaken en daarin een onderverdeling in 2 types:
- Homofiele interacties: exact dezelfde moleculen verbinden
○ CAMs
○ Cadherines
- Heterofiiele interacties: adhesie tussen 2 verschillende moleculen
○ Selectines
○ Integrines
Afhankelijk van Ca Homofiel of heterofiel Verbinding met cytoskelet
Cadherines Ja Homofiel Actinefilamenten
Desmosomale cadherines Ja Homofiel Intermediaire filamenten
Selectines (enkel in bloedcellen en Ja Heterofiel Actinefilamenten
endotheelcellen)
Integrines op bloedcellen Ja Heterofiel Actinefilamenten
Integrines Ja Heterofiel Actinefilamenten
Transmembraan proteoglycanen Nee Heterofiel Actinefilamenten
N-CAM en ICAM (CAMs) Nee Allebei Onbekend
Cel-matrix adhesie en de rest zijn cel-cel adhesie
Celadhesiemoleculen = CAMs
→ Behoren tot de Ig-familie (immunoglobines of antilichamen)
→ Gespecialiseerd in specifieke herkenning van epitopen in een
identieke of niet-identieke bindingspartner
→ Celtype specifiek:
○ ICAM= intracellulaire CAM
○ N-CAM= neurale CAM
○ V-CAM= vasculaire CAM
+ spelen een rol bij de extravasatie
= proces waarbij witte bloedcellen of leukocyten extravaseren of
uit de bloedbaan treden bij een ontstekingsreactie
= eerste immuunrespons
Biomoleculen Pagina 1
, = proces waarbij witte bloedcellen of leukocyten extravaseren of
uit de bloedbaan treden bij een ontstekingsreactie
= eerste immuunrespons
1) Expressie van een selectine (selectief lectine) op het endotheel: herkennen bepaalde suikergroepen op
leukocyten
→ Selectine vertraagt de leukocyten, die rollen over selectines (in kolkende bloedbaan)
= vertragende factor door heterofiele interactie
→ Geeft leukocyten de tijd voor 2e reactie: expressie van integrines= herkennen een ICAM op het
endotheel
2) Vertragen is tijd geven voor de fixatie van de leukocyten
3) Extravasatie van leukocyten
DOOR inflammatie onder het endotheel:
→ Inflammatie geeft signaal aan endotheel via
oplosbare moleculen of cytokines
→ Gereguleerde exocytose van selectines op endotheel
→ Worden gepresenteerd aan oppervlak
→ Herkennen suikergroepen (selectine-liganden) op de
leukocyt
→ Leukocyt gaat rollen
Dit geeft de leukocyten de tijd om een 2e receptor te activeren: integrine
→ Integrine herkent bindingspartner op het endotheel (=hydrofiele interactie: ICAM)
→ Vaste adhesie
→ Geeft de tijd om te extravaseren
Samenwerking tussen verschillende adhesiemoleculen
• EERSTE fase: selectine en een suikergroep (zwakke adhesie, vertraging en rollen)
• TWEEDE fase: integrine en een ICAM (sterke adhesie)
Kern grootste barrière bij extravasatie: cytoplasma zeer flexibel
→ Cellen hebben een heel flexibele kern nodig: geen lamina
Cadherines uit modellaire domeinen opgebouwd: plastisch
Indien Ca bindt op scharnierpunten van de domeinen: stijve en rechte molecule
→ Mogelijkheid om te reageren met identieke bindingspartner
→ Homofiele interactie
MAAR 1 molecule met verschillende cadherinedomeinen
= zwakke binding
→ Meerdere moleculen bij elkaar
→ Sterke interacties
DOEL: cellen met dezelfde cadherines elkaar laten vinden, uitsorteren
→ Rol bij embryogenese
→ Eerste cellagen: cellen brengen cadherines tot expressie en
verbindingen uitslecteren
→ Weefselvorming
Cadherines zorgen voor celsortering
cadherines zijn verankerd aan cytoskelet: opereren als cellagen en niet als individuele cellen
Biomoleculen Pagina 2