Lage Landen
Veranderingen in de landbouw en opbloeiende handel
Leerdoel
Je kunt beschrijven hoe in de Lage Landen in de 11e eeuw een agrarisch-
urbane samenleving ontstond.
Tijdsbepaling
Middeleeuwen → Steden en staten → 1000-1500
Leidende vraag
Wat maakte de opkomst van de stedelijke burgerij in de Nederlandse
gewesten mogelijk? (1050-1302)
Context
Tot de 11e eeuw waren de Lage Landen een relatief dunbevolkt gebied.
Het gebied werd bestuurd volgens het feodale stelsel. In het dagelijks
leven woonden en werkten de meeste mensen op het domein van een
lokale heer. Dit noemen we het hofstelsel.
De meeste mensen leefden van de landbouw. Er was weinig handel en er
waren nauwelijks grote steden. Vanaf de 11e eeuw veranderde dit door
verbeteringen in de landbouw en de groei van de bevolking.
Veranderingen in de landbouw
Vanaf de 11e eeuw vonden er grote veranderingen plaats in de landbouw.
Deze veranderingen ontstonden doordat de bevolking groeide en er
daardoor meer vraag kwam naar voedsel.
Belangrijke veranderingen in de landbouw waren:
• Door ontginningen en inpolderingen kwam er meer landbouwgrond
beschikbaar. Nieuwe gebieden werden geschikt gemaakt voor landbouw.
• Landbouwwerktuigen werden verbeterd, waardoor boeren efficiënter
konden werken.
,• Het tweeslagstelsel werd vervangen door het drieslagstelsel.
Hierdoor konden landbouwgronden beter gebruikt worden en nam de
opbrengst toe.
Door deze verbeteringen steeg de voedselproductie sterk. Hierdoor
groeide de bevolking explosief. Tussen de 11e en 14e eeuw
verdrievoudigde het aantal inwoners in de Lage Landen.
Doordat er meer voedsel beschikbaar was, ontstonden er
voedseloverschotten. Deze overschotten konden verkocht worden op
markten. Hierdoor hoefde niet iedereen meer boer te zijn en konden
mensen zich specialiseren in andere beroepen, zoals handelaar of
ambachtsman.
Terugkeer van de handel en de steden
Door de verkoop van voedseloverschotten groeide de handel. Ook de
internationale handel nam toe door verbeteringen in transport en
veiligheid.
Naast voedsel werden ook andere producten verhandeld, zoals kleding en
gebruiksvoorwerpen. Hierdoor groeide de nijverheid. Ambachtslieden en
handelaren vestigden zich op plekken waar veel handel plaatsvond.
Op deze plaatsen ontstonden en groeiden steden. De groei van steden
noemen we verstedelijking.
Ontstaan van een monetaire economie
Door de groei van de handel ontstond steeds meer behoefte aan geld als
ruilmiddel. In plaats van producten tegen elkaar te ruilen, gebruikten
mensen steeds vaker munten.
Een probleem was dat steden vaak hun eigen munten sloegen en dat deze
verschillende waardes hadden. Hierdoor werd handel tussen verschillende
gebieden moeilijker.
Een oplossing hiervoor was de wisselbrief. Hierbij werd de waarde van
geld op papier vastgelegd. Hierdoor konden handelaren makkelijker
handelen zonder grote hoeveelheden munten mee te nemen.
,De landsheer
Leerdoelen
Je kunt uitleggen welke rol de landsheer had in de late middeleeuwen.
Je weet op welke manier steden en de landsheer zochten naar een nieuw
evenwicht als gevolg van economische veranderingen in de 11e eeuw.
Leidende vraag
Wat maakte de opkomst van een stedelijke burgerij in de Nederlandse
gewesten mogelijk?
De landsheer
De landsheer bestuurde een gedeelte van het land namens zijn leenheer.
Vaak ging het hierbij om een stad of een gebied rondom een stad.
Het oude domeinenstelsel was vooral gericht op landbouw en
zelfvoorziening. Het was niet geschikt voor de groeiende handel en
economie. Door de opkomst van steden moesten de landsheer en de
steden zoeken naar een nieuwe verhouding.
Stadsrechten
Om hun economische en politieke belangen te beschermen, probeerden
steden stadsrechten te verkrijgen.
Een stad met stadsrechten kreeg meer zelfstandigheid en mocht
bijvoorbeeld:
• eigen regels maken
• eigen bestuurders kiezen
• eigen rechtspraak organiseren
• markten organiseren
In ruil voor belastinginkomsten en militaire steun verleenden veel
landsheren stadsrechten aan steden.
Voor de landsheer waren deze rechten voordelig, omdat hij hierdoor meer
inkomsten kreeg. Voor de stad betekende het meer vrijheid en invloed.
, Toestroom naar de steden
Leerdoelen
Je begrijpt welke positie een middeleeuwse stad had ten opzichte van het
verzorgingsgebied.
Je kunt met voorbeelden uitleggen welke aantrekkingskracht een stad had
op mensen.
Leidende vraag
Wat maakte de opkomst van een stedelijke burgerij in de Nederlandse
gewesten mogelijk?
Verzorgingsgebieden
In de late middeleeuwen was het grondgebied verdeeld in kleinere
bestuurlijke en economische gebieden: verzorgingsgebieden.
Een stad had binnen zo’n gebied een belangrijke marktfunctie. Mensen uit
omliggende dorpen kwamen naar de stad om producten te kopen en
verkopen.
Steden met stadsrechten hadden vaak ook marktrecht. Hierdoor
mochten zij markten en jaarmarkten organiseren.
De verschillende jaarmarkten zorgden voor een groot handelsnetwerk dat
zich uitstrekte over heel Europa.
Het leven in de stad
Het leven in een middeleeuwse stad was vaak zwaar en ongezond. Er
waren slechte hygiënische omstandigheden, weinig schoon water en veel
risico op ziekten.
Omdat veel mensen stierven door slechte leefomstandigheden, had een
stad voortdurend nieuwe inwoners nodig.
Toch hadden steden een grote aantrekkingskracht. Mensen trokken naar
de stad vanwege:
• meer mogelijkheden om werk te vinden