De industriële revolutie legde de basis voor een
industriële samenleving
Leerdoel
• Je kunt de sociaal-maatschappelijke en economische ontwikkelingen
beschrijven die plaatsvonden tijdens de overgang van een agrarisch-
urbane samenleving naar een industriële samenleving.
Tijdsbepaling
Moderne tijd
Burgers en stoommachines: 1800–1900
De industriële revolutie
De industriële revolutie was de overgang van een samenleving waarin
de meeste mensen in de landbouw werkten naar een samenleving waarin
industrie en fabrieken centraal stonden.
De industriële revolutie begon rond 1750 in Groot-Brittannië en
verspreidde zich daarna over Europa.
Kenmerken van de industriële revolutie
1. Agrarische revolutie
De landbouw veranderde sterk door:
• toepassing van wetenschappelijke kennis;
• nieuwe landbouwtechnieken;
• introductie van nieuwe gewassen;
• betere landbouwmachines.
Door hogere landbouwopbrengsten kwam er meer voedsel beschikbaar.
2. Verdwijning van huisnijverheid
Voor de industriële revolutie maakten veel boeren thuis producten om
extra inkomsten te verdienen. Dit noemen we huisnijverheid.
,Door nieuwe machines werd productie sneller en goedkoper. Hierdoor
verdween de huisnijverheid grotendeels en ontstonden fabrieken.
3. Transportrevolutie
Door de aanleg van:
• kanalen;
• spoorwegen;
konden grondstoffen en producten sneller vervoerd worden.
Hierdoor groeide de industrie nog verder.
4. Sociale veranderingen
Door de industrialisatie ontstonden nieuwe sociale groepen:
• industriële elite;
• middenklasse;
• arbeidersklasse.
5. Modern kapitalisme
De economie veranderde doordat ondernemers fabrieken oprichtten en
winst probeerden te maken.
6. Economisch liberalisme
Er ontstond meer vrijheid voor ondernemers en minder
overheidsbemoeienis.
De agrarische revolutie
Rond 1750 veranderde de landbouw ingrijpend.
Belangrijke veranderingen:
• Het drieslagstelsel verdween.
• Nieuwe gewassen werden ingevoerd.
• Landbouwmachines en betere technieken werden gebruikt.
• Gemeenschappelijke landbouwgronden werden omheind (enclosures).
Door deze veranderingen konden boeren meer produceren.
Gevolgen van de agrarische revolutie
, Meer voedsel
• Er kwam meer voedsel beschikbaar.
• De bevolking groeide.
Groei van de vraag
Door bevolkingsgroei ontstond meer vraag naar:
• voedsel;
• producten.
Urbanisatie
Door betere landbouwtechnieken waren minder arbeidskrachten nodig op
het platteland.
Veel mensen trokken daarom naar steden op zoek naar werk.
Dit noemen we urbanisatie.
Het verdwijnen van de huisnijverheid
Huisnijverheid betekende dat boeren thuis producten maakten, vaak naast
hun werk op het land.
Nieuwe uitvindingen maakten productie sneller:
Schietspoel
• Zorgde ervoor dat wevers sneller konden werken.
Spinning Jenny
• Een machine waarmee meerdere draden tegelijk konden worden
gesponnen.
Waterframe
• Produceerde sterker garen.
• Was te groot voor gebruik in huis.
Door deze machines ontstonden de eerste fabrieken.
Hierdoor ontstond ook een nieuwe sociale groep:
De arbeidersklasse.
Transportrevolutie